IEF 23257
2 februari 2026
Uitspraak

Beschrijvend karakter PAYKIT: Gerecht bevestigt weigering inschrijving Uniewoordmerk door EUIPO

 
IEF 23255
2 februari 2026
Uitspraak

Verwarringsgevaar tussen MARROW en ARROW CLASSIC ROCK CAFÉ bij identieke entertainmentdiensten

 
IEF 23256
2 februari 2026
Artikel

Kabinet wil verplichte inhoudelijke toetsing van octrooien in Nederland

 
IEF 23257

Beschrijvend karakter PAYKIT: Gerecht bevestigt weigering inschrijving Uniewoordmerk door EUIPO

Gerecht EU (voorheen GvEA) 21 jan 2026, IEF 23257; ECLI:EU:T:2026:37 (Synonym Software, SA de CV tegen EUIPO), https://www.ie-forum.nl/artikelen/beschrijvend-karakter-paykit-gerecht-bevestigt-weigering-inschrijving-uniewoordmerk-door-euipo

Gerecht EU 21 januari 2026, IEF 23257;ECLI:EU:T:2026:37 (Synonym Software, SA de CV tegen EUIPO). In deze zaak heeft Synonym Software, SA de CV beroep ingesteld tegen een beslissing van de Vierde Kamer van Beroep van het EUIPO over de weigering van de woordmerkaanvraag PAYKIT. Het teken PAYKIT was aangevraagd voor waren en diensten op het gebied van software en digitale betalings‑ of financiële oplossingen, in verschillende klassen, waaronder met name software, betalingsdiensten en daarmee samenhangende diensten. Het EUIPO had de inschrijving gedeeltelijk geweigerd op grond van artikel 7, lid 1, onder c, van Verordening 2017/1001, omdat PAYKIT voor een deel van die waren en diensten beschrijvend is. “Pay” en “kit” zou door het relevantie publiek onmiddellijk en zonder verder nadenken worden opgevat als een verwijzing naar een toolkit om financiële transacties mogelijk te maken en te optimaliseren. De verzoeker voert drie middelen aan: het eerste betreft een schending van artikel 7, lid 1, onder c), van Verordening 2017/1001, het tweede een schending van artikel 7, lid 1, onder b), van die verordening, en het derde een schending van de algemene beginselen van gelijke behandeling en goed bestuur. De verzoeker betoogt dat de kamer van beroep een fout heeft gemaakt bij de beoordeling door zich te baseren op een onjuiste definitie van het woord “pay” en de combinatie PAYKIT als geheel.

IEF 23255

Uitspraak ingezonden door Hugo Brautigam en Alexander van Laaren, Dentons

Verwarringsgevaar tussen MARROW en ARROW CLASSIC ROCK CAFÉ bij identieke entertainmentdiensten

EUIPO - OHIM 29 jan 2026, IEF 23255; B 3 215 537 (CRN Management B.V. tegen Spotify AB), https://www.ie-forum.nl/artikelen/verwarringsgevaar-tussen-marrow-en-arrow-classic-rock-cafe-bij-identieke-entertainmentdiensten

EUIPO 29 januari 2026, IEF 23255; B 3 215 537 (CRN Management B.V. tegen Spotify AB). In deze oppositiebeslissing wijst de EUIPO‑oppositieafdeling de Uniemerkaanvraag „MARROW” van Spotify volledig af wegens verwarringsgevaar met het oudere Benelux‑woordmerk „ARROW CLASSIC ROCK CAFÉ” van CRN Management B.V. voor entertainmentdiensten in klasse 41. Op 12 april 2024 had CRN Management oppositie ingesteld tegen alle aangevraagde diensten van het woordmerk MARROW, omdat het volgens hen verwarringsgevaar zou opleveren met “ARROW CLASSIC ROCK CAFÉ”, welke in de Benelux staat ingeschreven. De oppositieafdeling stelt vast dat de door MARROW aangevraagde diensten volledig vallen binnen de ruime categorie “entertainment” waarvoor het oudere merk is ingeschreven. Daardoor zijn de diensten juridisch identiek. Het relevante publiek is het algemene publiek in de Benelux. Bij de vergelijking van de tekens oordeelt de oppositieafdeling dat voor een aanzienlijk Franstalige deel van het Benelux‑publiek “ARROW” en “MARROW” geen betekenis hebben, omdat de Franse equivalenten (“flèche” en “moelle”) niet op elkaar lijken en “arrow” en “marrow” bovendien geen basisbegrippen zijn die in het Engels algemeen worden begrepen. Hierdoor hebben de woorden een gemiddeld onderscheidend vermogen, zonder dat zij conceptueel van elkaar verschillen. Het element “CLASSIC ROCK CAFÉ” in het oudere merk wordt daarentegen wel begrepen en beschrijft in wezen het thema van de entertainmentdiensten, en heeft zeer gering onderscheidend vermogen. Visueel en auditief vertonen de tekens slechts een ondergemiddelde mate van overeenstemming in de letterreeks, omdat het verschil zit in de beginletter “M” en het extra beschrijvende deel van het oudere merk. Conceptueel is er wel een verschil, maar dat verschil weegt beperkt omdat het beschrijvende deel zwak onderscheidend is. De globale onderscheidingskracht van het oudere merk als geheel werd als normaal beschouwd.

IEF 23256

Kabinet wil verplichte inhoudelijke toetsing van octrooien in Nederland

Het kabinet heeft een wetsvoorstel aangekondigd tot herziening van de Rijksoctrooiwet, waarbij alle nationale octrooiaanvragen voortaan inhoudelijk worden getoetst door Octrooicentrum Nederland. Daarmee wordt afstand genomen van het huidige verleningssysteem zonder inhoudelijke toetsing. Het voorstel beoogt meer rechtszekerheid te bieden over de geldigheid van verleende octrooien.

Het wetsvoorstel is ingediend op initiatief van Karremans en wordt voor advies voorgelegd aan de Raad van State, waarna parlementaire behandeling volgt. Daarnaast voorziet het voorstel in vereenvoudiging of afschaffing van een aantal octrooiregels. De reikwijdte van de wet omvat ook de Caribische delen van het Koninkrijk en wordt voorgesteld uit te breiden naar maritieme gebieden.

Lees het persbericht hier.

IEF 23254

Article written by Sarah Taylor, Pinsent Masons.

Expect patent litigation strategies to be shaped by the UPC in 2026

Article written by Sarah Taylor, Pinsent Masons

The Unified Patent Court (UPC) is at the forefront of international patent litigation choices at the start of what we expect will be another year of meaningful developments in its case law for businesses across sectors.

Below, we examine some of the major developments in UPC case law in 2025 and examine how the position might evolve further in 2026, focusing on three main areas: the expansion of the geographic scope of the UPC’s ruling; the litigation of ‘standard essential’ technology patents; and how pharmaceutical companies may be increasingly encouraged to assert or defend patent claims before the UPC.

IEF 23252

Weigering van het Uniewoordmerk ‘EcoGuard’ wegens beschrijvend karakter

Gerecht EU (voorheen GvEA) 28 jan 2026, IEF 23252; ECLI:EU:T:2026:47 (ABB Asea Brown Boveri Ltd tegen EUIPO), https://www.ie-forum.nl/artikelen/weigering-van-het-uniewoordmerk-ecoguard-wegens-beschrijvend-karakter

Gerecht EU 28 januari 2026, IEF 23252; ECLI:EU:T:2026:47 (ABB Asea Brown Boveri Ltd tegen EUIPO). Het bedrijf ABB Asea Brown Boveri Ltd had een aanvraag ingediend voor de inschrijving van een woordmerk “EcoGuard”. Deze werd geweigerd door de kamer van beroep, omdat het een beschrijvend karakter heeft en onderscheidend vermogen mist. ABB ging hiertegen in beroep bij het Gerecht. ABB verzocht het Gerecht de bestreden beslissing van het EUIPO te vernietigen en het Bureau te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten. In haar vorderingen betoogde zij dat het EUIPO door onjuiste interpretatie van artikel 7(1)(b) en artikel 7(1)(c) van Verordening (EU) 2017/1001 de merknaam “EcoGuard” ten onrechte als beschrijvend had aangemerkt. Zij voerde daarnaast aan dat de kamer van beroep de beginselen van gelijke behandeling en behoorlijk bestuur niet had nageleefd.

IEF 23253

Geen verwarringsgevaar tussen Puma‑strepen en aangevraagd streepbeeldmerk

Gerecht EU (voorheen GvEA) 21 jan 2026, IEF 23253; ECLI:EU:T:2026:31 (Puma SE tegen Ningbo Gongfang Commercial Management Co. Ltd en EUIPO), https://www.ie-forum.nl/artikelen/geen-verwarringsgevaar-tussen-puma-strepen-en-aangevraagd-streepbeeldmerk

Gerecht EU 21 januari 2026, IEF 23253; ECLI:EU:T:2026:31 (Puma SE tegen Ningbo Gongfang Commercial Management Co. Ltd en EUIPO). Deze zaak betreft een beroep van Puma SE tegen de beslissing van de Kamer van Beroep van EUIPO in een oppositieprocedure tegen een Uniemerkaanvraag van het Chinese bedrijf Ningbo Gongfang Commercial Management. Dit bedrijf vroeg om een beeldmerk bestaande uit een zwart rechthoekig of vierkant vlak met daarop twee gebogen, witte vormen voor onder meer kleding en schoenen in klasse 25. Puma SE doet een beroep op artikel 8 lid 1, onder b), van Verordening (EU) 2017/1001. De kamer van beroep oordeelde dat de tekens geheel visueel verschillend waren vanwege de aanwezigheid van een zwarte achtergrond in het aangevraagde teken en de respectievelijke geometrische vormen van de betreffende tekens.

IEF 23251

Article written by Mark Marfé and Ian Turner, Pinsent Masons.

UPC rule changes accompany fees hike and may impact patent strategies

Article written by Mark Marfé and Ian Turner, Pinsent Masons.

Businesses should consider how updated rules of procedure at the Unified Patent Court (UPC) might impact their patent strategies, experts have advised.

 

Mark Marfé and Ian Turner of Pinsent Masons were commenting after the updated rules came into force on 1 January 2026 alongside a new court fees structure, which includes an inflation-based rise in court fees but with reduced fees for SMEs.

Marfé said: “The UPC’s fixed court fees, which applied previously for patent infringement actions and counterclaims for infringement, actions for declarations of non-infringement and applications to determine damages, and actions for compensation for licences of right, have been increased by almost 33%. This is significant for court users, but the court made clear that this reflected the fact that the original fee proposals, which were in effect until this increase, had not been updated in line with inflation since they were prepared in 2016.”

“Of particular note for applicants is the fact that these fixed fees, in addition to the court’s value-based fee, will now also apply where patent owners seek provisional measures, such as preliminary injunctions, applications for preservation of evidence and orders for inspection of premises, as well as orders for freezing of assets, where the value of the action exceeds €500,000. This is an important change, reflecting perhaps the broad scope, particularly following rulings on the court’s long-arm jurisdiction, and the increasing use, of such measures before the UPC,” he said.

“However, the value-based fee will be waived for certain applications – for preservation of evidence; inspections; or freezing of assets – if an infringement action is pending at the UPC between the same parties and is based on the same patent,” Marfé added.

IEF 23250

Nationaal AI & Data congres

Van geautomatiseerde tekstgeneratie tot datagedreven besluitvorming: AI verandert de manier waarop organisaties werken. Tegelijkertijd leidt die inzet tot nieuwe vragen en aandachtspunten voor juristen, beleidsmakers en toezichthouders 

Tijdens het Nationaal AI & Data congres op donderdag 5 februari bespreken we onder leiding van Astrid Sixma en Menno Weij de mogelijkheden voor bedrijven om AI strategisch in te zetten. We gaan in op wat een large learning model eigenlijk is, welke techniek hierachter zit en hoe dit het beste geruikt kan worden. Ook bespreken we de juridische kaders van AI. Waar moeten bedrijven op letten om compliant te zijn, persoonsgegevens te gebruiken of contractvoorwaarden op te stellen? 

We hebben volgende week een paar mooie namen op het programma staan: Jolanda ter Maten, MSc, Arnoud Engelfriet, Laura Poolman, Louis Jonker en Merel Hazes.

De middag wordt afgesloten met een paneldiscussie waarin Douwe Groenevelt, Wouter Seinen en Jeroen Zweers deelnemen. Zij gaan onder andere in op de toekomst. Welk rol speelt AI in de juridische praktijk van morgen? 

Datum: donderdag 5 februari 2026

Tijd: 13.00 - 17.15

Locatie: Capital C Amsterdam | Events | Meetings | Offices | Restaurant 

Meer weten of aanmelden? Bekijk onze website: https://delex.nl/shop/opleidingen/nationaal-ai-en-data-congres-donderdag-5-februari-2026

IEF 23225

Volg deLex op LinkedIn

Volg onze LinkedIn-pagina’s om volledig op de hoogte te blijven van alles wat binnen ons vakgebied én bij onze activiteiten speelt.

Via de LinkedIn-pagina Uitgeverij deLex blijft u op de hoogte van de belangrijkste ontwikkelingen op het gebied van IE-, IT- en privacyrecht. Via deze pagina ontvangt u vakinhoudelijke updates over onder meer IE-, IT-, privacy- en mediarecht, inclusief nieuws rond publicaties, jurisprudentie en relevante ontwikkelingen voor de praktijk.

Op de LinkedIn-pagina deLex Media informeren wij u over nieuwe en actuele cursussen en congressen, recente en aankomende publicaties, en overige vakinhoudelijke activiteiten die voor uw praktijk van belang kunnen zijn. Daarnaast bieden wij een professioneel overzicht van onze evenementen en initiatieven, met tijdige aankondigingen zodat u relevante opleidings- en netwerkgelegenheden niet mist.

Bezoek onze pagina’s en kies voor ‘Volgen’ om onze berichten rechtstreeks in uw tijdlijn te ontvangen en onderdeel te worden van ons netwerk.

IEF 23249

Artikel ingezonden door mr. J.M.N. van Limpt-Schrover, de Rechtspraak

Geïndexeerde indicatietarieven IE- en octrooizaken per 1 februari 2026

Per 1 februari 2026 zijn de indicatietarieven in IE-zaken en de indicatietarieven in octrooizaken geïndexeerd. De indexatie geldt voor procedures bij de rechtbanken en de gerechtshoven. Voor octrooizaken blijven afzonderlijke regelingen van toepassing voor de Rechtbank Den Haag en het Gerechtshof Den Haag.

De aanpassing vloeit voort uit de indexering van de liquidatietarieven en is bedoeld om de redelijkheid, evenredigheid en voorspelbaarheid van proceskostenveroordelingen op grond van artikel 1019h Rv te waarborgen. De nieuwe tarieven zijn van toepassing, tenzij vóór 1 februari 2026 vonnis respectievelijk arrest is bepaald. De geactualiseerde regelingen zijn ter informatie bijgevoegd.