The FIPE borrel bij Prinsent Masons is verplaatst naar 15 januari
Beste IE-expert,
De FIPE borrel is verplaatst naar donderdag 15 januari 2026. In samenwerking met Pinsent Masons organiseren we een nieuwjaarsborrel.
Heb je je al aangemeld? Dan hebben we je gemaild met de nieuwe datum en zien we je graag de 15e.
Nog niet, maar wil je dat wel? Meld je dan nu hier aan.
Datum en tijd: donderdag 15 januari 2026 17.00 - 19.30
Locatie: Pinsent Masons, Gelrestraat 42, 44 (The Crossover), 1079 MZ Amsterdam.
We hopen velen van jullie te zien.
Hartelijke groeten,
Ady, Bindu, Claudia, Ellen, Hester, Judith, Pien, Sascha en Vivien
Visser Schaap & Kreijger heeft plaats voor een advocaat-stagiaire
Vanuit ons kantoor naast het Concertgebouw in Amsterdam werken we elke dag weer aan mooie en baanbrekende zaken. Adviseren en procederen, nationaal en internationaal. In een brede en prominente IE en mediapraktijk. Voor uitgevers, nieuwsmedia, producenten, merkhouders, omroepen, platenmaatschappijen, ontwerpers, sportorganisaties en retailbedrijven.
Wij zoeken een advocaat-stagiaire om ons team van zeven advocaten te versterken. Ben je net afgestudeerd of heb je al een paar jaar ervaring, en deel je ons enthousiasme voor intellectuele eigendom en mediarecht? Wil je vanaf je eerste dag volop meedoen in de praktijk? Dan maken we graag kennis. Je kunt, met vermelding van je ervaring, specialisatie, cijferlijsten, keuzevakken en/of scriptie, mailen met Bram Bogaerts. Je kunt hem uiteraard ook bellen of mailen als je eerst nog wat meer van ons kantoor en onze praktijk wilt weten.
Solliciteren kan tot 10 januari 2026.
Zie de vacature hier.
Kazan veroordeeld voor inbreuk op Solvays octrooi op natronloogproces; nietigheids- en voorgebruiksverweren afgewezen
Rb. Den Haag 3 december 2025, IEF 23161; ECLI:NL:RBDHA:2025:22700 (Solvay c.s. en Kazan c.s.). De Rechtbank Den Haag oordeelt in een bodemzaak tussen Solvay (met licentienemers) en de tot de Turkse Ciner-groep behorende Kazan-vennootschappen over inbreuk op het Europese octrooi EP 2 878 579 (en de daarvan afgeleide divisional-aanvrage EP 3 971 138) voor een verbeterde werkwijze om natronloog (caustic soda) te maken uit een spoelstroom van een soda-ashproductieproces. Solvay stelt dat Kazan in Turkije volgens de geoctrooieerde werkwijze soda ash produceert en dit rechtstreeks verkregen voortbrengsel vervolgens in Nederland verhandelt. Kazan betwist de inbreuk niet inhoudelijk, maar voert vooral aan dat het Nederlandse deel van EP 579 en de divisional nietig zijn wegens gebrek aan nieuwheid en inventiviteit in het licht van Turkse EIA-rapporten, oude Amerikaanse octrooien (US 287, US 054) en handboeken (Garrett, Ullmann). Ook beroept Kazan zich op een recht van voorgebruik. De rechtbank grijpt de zaak aan om te benadrukken dat de uitleg van de conclusies volgens artikel 69 EOV en het Protocol daarop voor zowel de inbreuk- als de geldigheidsbeoordeling dezelfde moet zijn: beslissend is hoe de gemiddelde vakpersoon de conclusies leest, en men mag die uitleg niet “rekken” voor de inbreuk en tegelijk “vernauwen” voor de nietigheidsvraag.
Uitspraak ingezonden door Sabin Tigu en Evianne Roos, Ploum.
SWITCH-merk geldig; merkinbreuk door gebruik ‘SwitchMe’ voor programma en supplementen, niet als handelsnaam
Rb. Den Haag 3 december 2025, IEF 23160; ECLI:NL:RBDHA:2025:23115EHF (EHF tegen [partij B]). Nutrition B.V. en EHF Group B.V. bieden gezondheidsproducten en lifestyleprogramma’s aan rond het idee van de “metabolic switch” (overgang van suiker- naar vetverbranding). Voor dit concept is het Benelux-woordmerk SWITCH geregistreerd. De eerste registratie in 2024 stond op naam van een niet-bestaande vennootschap; in 2025 is het merk opnieuw ingeschreven op naam van EHF Group B.V. [partij B] exploiteert sportscholen en biedt een tiendaags trainings- en voedingsprogramma én voedingssupplementen aan onder de naam “SwitchMe”, met bijbehorende website en domeinnaam. EHF vordert een verbod op het gebruik van “SwitchMe” en diverse nevenvorderingen (opgave van afnemers en winst, recall, vernietiging, rectificatie en dwangsommen). [partij B] verweert zich onder meer met het argument dat de merkregistraties ongeldig zijn, dat EHF te kwader trouw heeft gehandeld, dat SWITCH beschrijvend en niet onderscheidend is, en dat EHF haar rechten heeft verwerkt.
Rechtbank acht inzageverzoek toewijsbaar bij vermoede inbreuk op kwekersrecht
Rb. Den Haag 1 december 2025, IEF 23157; LS&R 2334; ECLI:NL:RBDHA:2025:23153 ([verzoekster] tegen HVV c.s. en [bedrijf 2]). [verzoekster] is houdster van een portefeuille communautaire en Nederlandse kwekersrechten voor lelierassen, waaronder het communautair kwekersrecht voor het lelieras ‘Zambesi’. HVV heeft geruime tijd bollen van verschillende lelierassen van [verzoekster] vermeerderd en geteeld. Voor het ras Zambesi had HVV op grond van een met [verzoekster] gesloten licentieovereenkomst een licentie om dit ras te telen. [verzoeker] verzoekt inzage in geschriften. HVV en [bedrijf 2] hebben onvoldoende opheldering gegeven over de herkomst van de Zambesi-bollen die HVV in 2022 heeft verhandeld. Het heeft er alle schijn van dat de bollen afkomstig zijn van eigen (zonder licentie) teelt door HVV en/of [bedrijf 2]. Hiermee hebben HVV en [bedrijf 2] een inbreuk gemaakt op het kwekersrecht van [verzoekster] en is HVV tekortgeschoten in de nakoming van de afstandsverklaring, aldus [verzoeker].
Gerecht: bewijs normaal gebruik merk ‘my own’ voldoende
Gerecht EU 12 november 2025, IEF 23154; IEFbe 4063; ECLI:EU:T:2025:1019 (Centex SpA tegen EUIPO en Adler Modemärkte GmbH). Centex SpA diende in 2022 een aanvraag in voor het EU-beeldmerk OWN voor kleding (klasse 25). Adler Modemärkte stelde oppositie in op basis van het oudere Duitse woordmerk my own, eveneens voor kleding. De Oppositiedivisie wees de oppositie aanvankelijk af omdat normaal gebruik van het oudere merk niet zou zijn aangetoond. In hoger beroep oordeelde de Kamer van Beroep echter dat wél voldoende bewijs bestond voor gebruik van my own voor “outerwear for women” in klasse 25 en verwees de zaak terug naar de Oppositiedivisie voor verdere inhoudelijke beoordeling van de oppositie. Centex vocht die beslissing aan bij het Gerecht, met name omdat de Kamer van Beroep nieuw bewijs (extra website-screenshots) had toegelaten en volgens Centex het gebruik nog steeds niet genoeg was onderbouwd.
Gerecht: verschillen tussen weergaven doen geen afbreuk aan eenheid van Uniemodel voor tas
Gerecht EU 19 november 2025, IEF 23762; ECLI:EU:T:2025:1050 (Heinrich Sieber & Co. GmbH & Co. KG tegen EUIPO en Dieter Achilles). Heinrich Sieber verzoekt om nietigverklaring van een geregistreerd Uniemodel op grond van artikel 25 lid 1 onder a, gelezen in samenhang met artikel 3 onder a van Verordening 6/2002, in de versie die vóór Verordening 2024/2822 gold. Volgens Sieber tonen de zes geregistreerde weergaven niet één product, maar twee of zelfs drie verschillende producten: de op foto’s weergegeven tas, de grafisch weergegeven tas en een afzonderlijk afgebeeld bevestigingselement met haak. Het Gerecht bevestigt het oordeel van de kamer van beroep dat de weergaven gezamenlijk wel degelijk één coherent model tonen. Een model voldoet alleen aan artikel 3 onder a wanneer de weergave duidelijk het uiterlijk van één product of een deel daarvan identificeert. Onoplosbare inconsistenties of onoverkomelijke tegenstrijdigheden tussen de verschillende aanzichten kunnen daarom aan de geldigheid in de weg staan. Kleine verschillen zijn daarentegen toegestaan wanneer de verschillende weergaven logisch en plausibel als afbeeldingen van hetzelfde product kunnen worden gecombineerd. De afzonderlijk weergegeven barrette met haak vormt volgens het Gerecht geen zelfstandig product, maar een functioneel detail van de tas dat ook in andere aanzichten herkenbaar terugkomt. Dat dit onderdeel afzonderlijk en op grotere schaal is afgebeeld, doet niet af aan de eenheid van het model.
Gerecht: regelmatig en voldoende omvangrijk gebruik van CHAMPAGNE LOUIS LAMAR voorkomt vervallenverklaring
Gerecht 19 november 2025, IEF 23761; ECLI:EU:T:2025:1047 (AAmphora Wineries AG tegen EUIPO en Bernabei Liquori Srl). Amphora Wineries verzoekt om vervallenverklaring van het Uniemerk CHAMPAGNE LOUIS LAMAR LAMAR REIMS voor champagne in klasse 33, omdat het merk volgens haar niet serieus is gebruikt gedurende een ononderbroken periode van vijf jaar. De nietigheidsafdeling van het EUIPO wijst het verzoek aanvankelijk toe, maar de kamer van beroep vernietigt die beslissing en wijst het verzoek om vervallenverklaring af. Het Gerecht bevestigt eerst dat de rechtsvoorganger van Bernabei Liquori bevoegd was om tegen de beslissing van de nietigheidsafdeling op te komen. Op het moment waarop hij het beroep instelt, staat hij nog als merkhouder in het EUIPO-register. De latere fusie met Bernabei Liquori doet daaraan niet af. Op grond van artikel 20 lid 11 UMVo kan de nieuwe rechthebbende zich pas vanaf de inschrijving van de overdracht in het EUIPO-register op de aan het Uniemerk verbonden rechten beroepen. Ook de motivering van de kamer van beroep op dit punt acht het Gerecht toereikend.
Verwarringsgevaar tussen SILOG en Si Log International bevestigd
Gerecht EU 26 november 2025, IEF 23152; IEFbe 4062; ECLI:EU:T:2025:1070 (SiLog GmbH tegen EUIPO en Silog SAS). Het Gerecht van de EU laat de nietigverklaring in stand van het Uniewoord-/beeldmerk Si Log International voor “transport of goods” (klasse 39), op verzoek van de Franse houder van het oudere woordmerk SILOG voor onder meer “leasing of utility vehicles” (klasse 36). De Kamer van Beroep had geoordeeld dat er ten minste een lage mate van overeenstemming is tussen de diensten (beide gericht op het vervoeren van goederen: ófwel via een eigen geleasede bestel- of vrachtwagen, óf via een vervoerder), dat ze zich tot hetzelfde professionele publiek in Frankrijk richten en elkaar functioneel kunnen vervangen. Dat die diensten in verschillende klassen zijn ingedeeld en contractueel iets anders zijn ingericht (huur van een voertuig vs. transportdienst) doet daar volgens het Gerecht niet aan af. Visueel zijn SILOG en het dominante element Si Log gemiddeld overeenstemmend (zelfde letters in dezelfde volgorde, slechts een spatie en wat grafische elementen erbij), fonetisch zelfs identiek of sterk overeenstemmend; begripsmatig blijft de vergelijking neutraal, omdat “silog” en “si log” in het Frans geen vaste betekenis hebben. Het element “international” en de sterren/kleuren in het beeldmerk worden gezien als bijkomstig en weinig onderscheidend. Het oudere merk SILOG heeft normale onderscheidingskracht. In samenhang leidt dat, ondanks een hoog aandachtsniveau van professionele afnemers, tot een reëel likelihood of confusion in Frankrijk in de zin van art. 8 lid 1 onder b UMVo, zodat de nietigverklaring op grond van art. 60 lid 1 onder a UMVo in stand blijft.
Nieuw art. 8a Databankenwet: databankrecht geldt niet voor gegevens uit verbonden producten
Gegevens die worden verkregen uit of gegenereerd door een verbonden product of een gerelateerde dienst vallen sinds 21 november 2025 niet meer onder het sui generis databankrecht van de Databankenwet.
Het nieuwe artikel 8a Databankenwet luidt:
“Het recht, bedoeld in artikel 2, eerste lid, is niet van toepassing wanneer gegevens worden verkregen uit of gegenereerd door een verbonden product of gerelateerde dienst als bedoeld in artikel 43 van Verordening (EU) 2023/2854 (...).”
Dat blijkt uit de Uitvoeringswet dataverordening van 29 oktober 2025, ter uitvoering van Verordening (EU) 2023/2854 (Dataverordening) van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2023 betreffende geharmoniseerde regels inzake eerlijke toegang tot en eerlijk gebruik van data.