Kwekersrecht

IEF 19304

Verzoek wijziging vervaldatum kwekersrecht afgewezen

Gerecht EU (voorheen GvEA) 25 jun 2020, IEF 19304; ECLI:EU:T:2020:289 (Siberia Oriental tegen CPVO), http://www.ie-forum.nl/artikelen/verzoek-wijziging-vervaldatum-kwekersrecht-afgewezen

Gerecht EU (zesde kamer) 25 juni 2020, IEF 19304, IEFbe 3094; ECLI:EU:T:2020:289 (Siberia Oriental tegen CPVO) Kwekersrecht. Siberia Oriental verzoekt het Communautair Bureau voor Plantenrassen (CPVO) om wijziging van de vervaldatum van haar communautaire kwekersrecht voor het ras Siberia (van de soort Lilium L.), omdat zij meent dat het CPVO de beschermingstermijn verkeerd heeft berekend. Het CPVO verklaart dit verzoek niet-ontvankelijk, omdat de termijn om beroep in te stellen reeds was verstreken en omdat er geen rechtsgrondslag bestond voor een wijziging. Verzoekster gaat in beroep bij de kamer van beroep van het CPVO, die het beroep eveneens niet-ontvankelijk verklaart. Siberia Oriental verzoekt daarop het Gerecht de beslissing van de kamer van beroep te vernietigen en het CPVO te gelasten de vervaldatum te wijzigen. Deze tweede vordering is niet-ontvankelijk, want het Gerecht kan volgens vaste rechtspraak geen bevelen richten tot het CPVO. Het CPVO moet zelf consequenties verbinden aan het dictum van het Gerecht. Daarnaast moet elk verzoekschrift een summiere uiteenzetting van de aangevoerde middelen inhouden. Derhalve zijn verzoeksters algemene verwijzingen naar de beweringen en memories die zij in de procedure voor de kamer van beroep van het CPVO heeft gedaan en ingediend, niet-ontvankelijk. Een verzoek tot heronderzoek van een beslissing die niet binnen de gestelde termijn is bestreden kan enkel worden gerechtvaardigd door nieuwe belangrijke feiten. Verzoekster beroept zich niet op dergelijke wezenlijke nieuwe feiten, dus haar verzoek tot wijziging van de vervaldatum wordt niet gestaafd.

IEF 19154

Feitelijke beoordeling van areaaloverschrijding bij bloementeelt

Rechtbank Den Haag 25 mrt 2020, IEF 19154; ECLI:NL:RBDHA:2020:2736 (B. Elisabeth), http://www.ie-forum.nl/artikelen/feitelijke-beoordeling-van-areaaloverschrijding-bij-bloementeelt

Rechtbank Den Haag 25 maart 2020, IEF 19154; ECLI:NL:RBDHA:2020:2736 (B. Elisabeth) Kwekersrecht. Eiser is een vof in het kweken en veredelen van teeltrassen, waaronder het ras B. Elisabeth, soort Lysimachia. De vof is houdster van een communautair kwekersrecht voor het ras. Het ras wordt over het algemeen geteeld als sierbloem. Gedaagde drijft een onderneming in het telen van gewassen. De vof en gedaagde zijn in februari 2011 een koopovereenkomst aangegaan met betrekking tot 1500 kopstekken van het ras. In januari van de jaren 2012-2015 heeft gedaagde voor de licentierechten voor het telen van planten van het ras op een areaal van 120 m2 betaald. De vof stelt echter dat er vanaf 2012 in het bedrijf van gedaagde sprake was van areaaloverschrijding en illegale vermeerdering, hetgeen in strijd is met artikel 57 ZPW4.  De hoeveelheid areaaloverschrijding en de vermeerdering planten van het ras worden feitelijk beoordeeld. Geen schade door niet melden rooien en vernietiging; geen misbruik van procesrecht.

IEF 19058

Hof van Justitie verduidelijkt artikel 13 van Verordening 2100/94

HvJ EU 19 dec 2019, IEF 19058; ECLI:EU:C:2019:1131 (CVVP/Sanchis), http://www.ie-forum.nl/artikelen/hof-van-justitie-verduidelijkt-artikel-13-van-verordening-2100-94

HvJ EU 19 december 2019, IEF 19058, IEFbe 3044; ECLI:EU:C:2019:1131 (CVVP/Sanchis) Het verzoek om een prejudiciële beslissing betreft de uitlegging van artikel 13 van verordening (EG) nr. 2100/94 van de Raad van 27 juli 1994 inzake het communautaire kwekersrecht (hierna: de verordening). Dit verzoek is ingediend in het kader van een geding tussen CVVP, die de belangen vertegenwoordigt van de houder van het communautiare kwekersrecht voor mandarijnenbomen van het ras “Nadorcott”, en Adolfo Sanchis over de exploitatie door laatstgenoemde van bomen van dit ras. Er wordt geoordeeld dat artikel 13, lid 2, onder a), en lid 3 van de verordening zo moet worden uitgelegd dat voor het aanplanten van een beschermd ras en het oogsten van de vruchten ervan die niet kunnen worden gebruikt als teeltmateriaal, de toestemming van de houder van het communautaire kwekersrecht voor dat plantenras vereist is voor zover de voorwaarden van artikel 13, lid 3 van de verordening zijn vervuld.

IEF 18818

Volledige veroordeling in kosten vanwege hoeveelheid bewijsverrichtingen

Hof Den Haag 29 okt 2019, IEF 18818; ECLI:NL:GHDHA:2019:2803 (X tegen Y), http://www.ie-forum.nl/artikelen/volledige-veroordeling-in-kosten-vanwege-hoeveelheid-bewijsverrichtingen

Hof Den Haag 29 oktober 2019, IEF 18818; ECLI:NL:GHDHA:2019:2803 (X tegen Y) Kwekersrecht. Eindvonnis in langlopende zaak. Vernietiging van vonnis in eerste aanleg van 6 juli 2016 [IEF 16125] waarin geoordeeld werd dat de consumentenverkoop van bloembollen geen inbreuk is op kwekersrecht. Hof heeft alsnog inbreuk aangenomen en geïntimeerde veroordeeld tot betaling van schadevergoeding en de proceskosten. In het tussenarrest van 13 februari 2018 is geoordeeld dat ook zgn. ‘leverbare bollen’ moeten worden aangemerkt als ‘teeltmateriaal’ in de zin van de ZPW, resp. ‘componenten’ in de zin van de Verordening inzake het communautaire kwekersrecht (GKVo). In dit eindarrest wordt een volledige veroordeling in de kosten redelijk en evenredig geacht vanwege de grote hoeveelheid bewijsverrichtingen die nodig zijn geweest ter weerlegging van het standpunt dat de bollen zouden zijn versnipperd.

IEF 18277

Hof vernietigt beslissing CPVO: onderzoek naar Braeburn niet voldoende gemotiveerd

HvJ EU 5 feb 2019, IEF 18277; ECLI:EU:T:2019:57 (Mema GmbH tegen CPVO), http://www.ie-forum.nl/artikelen/hof-vernietigt-beslissing-cpvo-onderzoek-naar-braeburn-niet-voldoende-gemotiveerd

HvJ EU 5 februari 2019, IEF 18277; IEFbe 2832; ECLI:EU:T:2019:57 (Mema GmbH tegen CPVO). Mema GmbH LG (hierna: Mema) heeft bij het Communautair Bureau voor plantenrassen (hierna: CPVO) een aanvraag tot verlening van een communautair kwekersrecht ingediend voor het ras Braeburn 78 (een appel ras). Hierna is op verzoek van het CPVO een onderzoek gedaan naar dit ras. De conclusie: het ras Braeburn 78 is onvoldoende onderscheidbaar van het referentieras Royal Braeburn en de X9466. Tegen deze afwijzingsbeslissing heeft Mema beroep ingesteld. Dit verzoek is afgewezen. Hierop is Mema naar het Hof van Justitie gestapt, en verzoekt het gerecht de bestreden beslissing te vernietigen, en om de zaak terug te verwijzen naar de kamer van beroep van het CPVO voor verder onderzoek. Het Hof oordeelt dat het niet op haar weg ligt om bevelen te geven aan het CPVO en beoordeelt deze vordering dus als niet ontvankelijk. Hierna behandelt het hof de vordering tot vernietiging van de bestreden beslissing. Hiertoe voert Mema drie middelen aan waarbij het eerste middel in wezen is ontleend aan misbruik van bevoegdheid en schending van artikel 57 lid 3 van de basisverordening, het tweede aan het feit dat het technisch onderzoek een aantal fouten bevat, en tot slot het derde aan schending van het recht om te worden gehoord en ontoereikende motivering. Eerst behandelt het hof het derde middel, waarbij zij stelt dat niet alle aangevoerde argumenten uitdrukkelijk en uitputtend hoeven te worden beantwoord. Hierna gaat het hof in op het onderzoek zoals dit door het CPVO is meegenomen in haar beoordeling, en stelt hieromtrent vast dat niet kan worden uitgesloten dat de opgeworpen bezwaren invloed hebben op de testresultaten. Daarnaast stelt het hof vast dat de kamer van beroep het betoog van Mema tekort heeft gedaan door deze te weerleggen met de argumenten dat de criteria weliswaar vaag maar hanteerbaar waren, en dat zij vertrouwde op de deskundigheid van de onderzoekers. Dit alles overwegende komt het hof tot de conclusie dat de verwerping van het beroep inderdaad niet voldoende is gemotiveerd.

IEF 17722

Vragen gesteld aan HvJ EU over de oogst van geplante planten nog voordat er kwekersrecht is verleend

HvJ EU 6 mrt 2018, IEF 17722; (CVVP), http://www.ie-forum.nl/artikelen/vragen-gesteld-aan-hvj-eu-over-de-oogst-van-geplante-planten-nog-voordat-er-kwekersrecht-is-verleend

Prejudicieel gestelde vragen aan HvJ EU 6 maart 2018, IEF 17722; IEFbe 2584; zaak C-176/18 (CVVP) Kwekersrecht. Nadorcott Protection is houder van een plantenras, Nadorcott genoemd. Verzoekster (Club de Variedades Vegetales Protegidas) heeft de opdracht gekregen om rechtsvorderingen in te stellen tegen verweerder (Martínez Sanchís) wegens schending van deze rechten. Verweerder is eigenaar van twee percelen, waarop hij in de lente van 2005 en 2006 respectievelijk 351 en 998 planten van het Nadorcott-ras heeft geplant. Verweerder had deze planten in 2005 gekocht in een kwekerij, nadat het kwekersrecht voor het plantenras was aangevraagd, maar voordat de verlening ervan rechtskracht had gekregen.

IEF 17721

Vragen gesteld aan HvJ EU: Bestaat er jegens officiële instantie recht op informatie over gewassen en niet over een beschermd ras?

HvJ EU 28 mrt 2018, IEF 17721; (Saatgut-TreuhandverwaltungsGmbH tegen Freistaat Thüringen)), http://www.ie-forum.nl/artikelen/vragen-gesteld-aan-hvj-eu-bestaat-er-jegens-offici-le-instantie-recht-op-informatie-over-gewassen-en

Prejudicieel gestelde vragen aan HvJ EU 28 maart 2018, IEF 17721; IEFbe 2583; zaak C-239/18 (Saatgut-TreuhandverwaltungsGmbH tegen Freistaat Thüringen) Kwekersrecht. Verzoekster (Saatgut-Treuhandverwaltung) is werkzaam voor talrijke ondernemingen die in Duitsland houder van kwekersrechten en/of houder van exclusieve licenties voor de exploitatie van beschermde (planten)rassen zijn. Verweerder (Freistaat Thüringen) is een openbaar lichaam dat via een administratieve dienst is belast met het openbaar bestuur en de subsidieverlening. Verweer verzamelt derhalve de gegevens van de landbouwers die subsidie aanvragen en slaat deze op in een zogenaamde InVeKoS-databank. Verzoekster heeft bij brief van 05.04.2016 verweerder verzocht de gegevens die in de InVeKos-databank zijn opgeslagen, toe te zenden. Verweerder heeft dit verzoek op grond van §9(1) van de wet van de deelstaat Thüringen inzake de toegang tot informatie (hierna ThürIFG) afgewezen.

IEF 17599

Onvoldoende aannemelijk dat een teelt dreigt die zo omvangrijk is dat de daarmee behaalde winst groter is dan de verschuldigde boete

Hof Den Haag 13 feb 2018, IEF 17599; ECLI:NL:GHDHA:2018:270 (Holland Bolroy Markt tegen Fluwel c.s.), http://www.ie-forum.nl/artikelen/onvoldoende-aannemelijk-dat-een-teelt-dreigt-die-zo-omvangrijk-is-dat-de-daarmee-behaalde-winst-grot

Hof Den Haag 13 februari 2018, IEF 17599; ECLI:NL:GHDHA:2018:270 (Holland Bolroy Markt tegen Fluwel c.s.) Kwekersrecht. HBM heeft geen spoedeisend belang bij opeising van mutant van een compleet witte tulp [IEF 16385]. Fluwel c.s. heeft niet enkel verklaard zich te zullen onthouden van inbreuken, maar die toezegging ook heeft versterkt met een boeteclausule. Daarnaast is aannemelijk dat Fluwel c.s. verdere handelingen met One Direction materiaal onmogelijk heeft gemaakt door vernietiging van haar voorraad One Direction bollen. Het betoog van HBM dat het boetebedrag te laag is omdat Fluwel c.s. met een enkele overtreding een hogere winst zou kunnen behalen dan het toegezegde boetebedrag, moet worden verworpen. HBM heeft, ervan uitgaande dat het teeltmateriaal is vernietigd, onvoldoende aannemelijk gemaakt dat een One Direction teelt dreigt die zo omvangrijk is dat de daarmee behaalde winst groter is dan de verschuldigde boete. Het hof vernietigt enkel de proceskostenveroordeling en veroordeelt Fluwel cs in de kosten van het geding in eerste aanleg en compenseert de kosten in hoger beroep.