IEF 19624

Arofa maakt geen ongeoorloofd gebruik kwekersrechten

Vzr. Rechtbank Den Haag 2 december 2020, IEF 19624; C/09/593266 / KG ZA 20-450 (BerryWorld tegen Arofa) Kort geding in een grote kwekersrechtzaak. BerryWorld heeft een licentieovereenkomst met Arofa. BerryWorld vordert een inbreukverbod met betrekkig tot haar kwekersrechten, omdat Arofa zonder toestemming bakjes blauwe bessen op de Nederlandse markt zou hebben gebracht. Er is niet aannemelijk geworden dat er een voldoende serieuze dreiging van inbreukmakend handelen is. Arofa maakt daarnaast geen ongeoorloofd gebruik maken van de componenten, door de verkoop van fruit van legaal geplante struiken. Zo bestaat er de overtuiging dat dit geen inbreuk op het  Gemeenschapskwekersrecht oplevert.

4.10.

Arofa heeft aangevoerd dat de in NL aangetroffen bosbessen niet  door haar in Nederland op de markt zijn gebracht, maar wel degelijk aan BerryWorld zijn geleverd, althans aan de vestigingvan BerryWorld in Nederland, zijnde VitalBerry. Ter onderbouwing van dit verweer heeft ArofaCMR-documenten overlegd waaruit het transport van de betreffende blauwe bessen blijkt. Daarnaast heeft zij een e-mail van Angus Soft Fruits overlegd, gericht aan BerryWorld, waarin is uitgelegd dat het etiket op de betreffende bakjes blauwe bessen foutief is en de bessen direct zijn geleverd aan BerryWorld, althans VitalBerry. BerryWorld heeft vervolgens enkel betwist dat de documenten die door Arofa zijn overlegd, zien op de lading voor Angus Soft Fruits, maar daartegenover niets gesteld ter (verdere) onderbouwing van haar standpunt dat Arofa rechtstreeks aan derden in Nederland blauwe bessen heeft verkocht en geleverd (van welke stelling BerryWorld de stelplicht en bewijslast draagt, althans zulks in het bestek van een kort geding voldoende aannemelijk dient te maken). Reeds daarom is niet aannemelijk geworden dat er een voldoende serieuze dreiging van inbreukmakend handelen is dat een verbod zou rechtvaardigen.

4.11.

De voorzieningenrechtervoegt daaraan toe dat hij niet ervan overtuigd is dat, zelfs als Arofa in Nederland bosbessen verhandelen dit een inbreuk op de Gemeenschapskwekersrechten zou opleveren. Volgens het HvJ is immers het aanplanten van een beschermd ras en het oogsten van niet al teeltmateriaal bruikbare vruchten ervan niet te beschouwen als vermeedering van compononenten (artikel 13 lid 2 GKVo), maar als het voortbrengen van oogstmateriaal.  Voortbrenging en verhandeling van oogstmateriaal vormt slechts een aan de kwekersrechthouder voorbehouden handeling indien aan de vereisten van artikel 13 lid 3 GKVo is voldaan. Daarin is voorgeschreven dat het moet gaan om oogstmateriaal  dat werd verkregen door het ongeoorloofd gebruik van componenten van het beschermde ras, tenzij de houder een redelijke mogelijkheid gehad heeft om zijn recht met betrekking tot genoemde componenten uit te oefenen. Naar voorlopig oordeel is aan deze vereisten niet voldaan. Gelet op de tussen partijen bestaande samenwerking en de verkoop van de beschermde componenten van de rassen aan berryworld met het oog op voortbrenging van de bosbessen is - met Arofa-  aan te nemen dat de componenten niet ongeoorloofd zijn gebruik. En voor het geval veronderstellenderwijs moet worden aangenomen dat de componenten door Arofa wel ongeoorloofd zijn gebruikt, heeft BerryWorld in elk geval voldoende mogelijkheid gehad om haar rechten met betrekking tot die componenten uit te oefenen. In dat kader heeft Arofa voorts nog terecht erop gewezen dat BerryWorld voor de verkopen door BerryNaiz/Arofa gerechtigd is tot 50% van de winst (zie artikel 2 van de Samenwerkingsovereenkomst onder 2.4).