Reclamerecht  

IEF 16103

Uitspraak ingezonden door Ranee van der Straaten en Egbert Schelhaas, BANNING.

Dakdekkerskeurmerkorganisatie moet zich onthouden van reclamecampagne over waterdichtheidgaranties

Rechtbank Midden-Nederland 13 jul 2016, IEF 16103; (Consolidated tegen St. Waarborgfonds Dakmerk en Seci), https://www.ie-forum.nl/artikelen/dakdekkerskeurmerkorganisatie-moet-zich-onthouden-van-reclamecampagne-over-waterdichtheidgaranties

Vzr. Rechtbank Midden Nederland 13 juli 2016, IEF 16103 (Consolidated tegen St. Waarborgfonds Dakmerk en Seci)
Reclamerecht. Consilidated is een van de drie grootste dakdekkersbedrijven in Nederland. Seci is opgericht tot kwaliteitsborgingsysteem in de dakdakkersbranche onder de naam Dakmerk. Er wordt een reclamecampagne gevoerd via radio, animatie, webbanners en advertentie. Dakmerk moet zich onthouden van uitlatingen 'alleen bij Dakmerk bent u tien jaar lang verzekerd van waterdichtheid', 'in tegenstelling tot anderen zijn dakdekkers onafhankelijk van producenten en kunnen optimale keuze maken uit materialen, systemen en prijs', 'wij zijn de bedenkers van het tien jaar waterdichtheidsgarantie en de enigen die u deze extra zekerheid kunnen bieden'. Seci moet (animatie)filmpjes op sites verwijderen en rectificeren, onder meer in Landelijke dagbladen.

IEF 16024

Uitspraak ingezonden door Marijn van der Wal en Paul Reeskamp, DLA Piper.

Beslissing online uitingen Lidl-subjectieve smaakvergelijking vernietigd

RCC 14 jun 2016, IEF 16024; (FNLI tegen Lidl), https://www.ie-forum.nl/artikelen/beslissing-online-uitingen-lidl-subjectieve-smaakvergelijking-vernietigd

CvB 14 juni 2016, RB 2733; dossiernr. 2016/00014 CvB (FNLI tegen Lidl)
Beroep na RB 2681 (objectieve 'ook lekker'-smaakclaims van Lidl mogen). Het College oordeelt dat niet ter zake doet of in de tv-commercials de nadrukt ligt op de prijsvergelijking of op de smaakvergelijking. De tv-commercials zijn niet in strijd met de NRC. Met betrekking tot de smaakvergelijking geldt dat sprake is van een vergelijking met een uiterst summier en subjectief karakter. Slechts een enkele persoon beoordeelt telkens de producten en zegt beide 'lekker' te vinden. Het college vernietigt de bestreden beslissing uitsluitend voor zover het de op de website van Lidl genoemde resultaten van het CSO-smaakonderzoek, welk oordeel ook betrekking heeft op de commercials waarnaar op die website wordt gelinkt.

 

IEF 15956

Uitspraak ingezonden door Sven Klos, Allard Ringnalda en Josine van den Berg, KLOS c.s..

Heksenkaas smeerdip doet zich niet misleidend voor als soort kaas

Rechtbank Rotterdam 13 mei 2016, IEF 15956; (Heksenkaas tegen Ministerie VWS), https://www.ie-forum.nl/artikelen/heksenkaas-smeerdip-doet-zich-niet-misleidend-voor-als-soort-kaas

Rechtbank Rotterdam 13 mei 2016, IEF 15956; LS&R 1321; RB 2716 (Heksenkaas tegen Ministerie VWS)
Reclamerecht. Etikettering. In geschil is of met het merk Heksenkaas het Warenwetbesluit Etikettering van levensmiddelen is overtreden door de onjuiste indruk te wekken dat de smeerdip een soort kaas is en misleidend is ten aanzien van de samenstelling van het product. De ingrediëntenlijst vermeld niet dubbelzinnig en klip en klaar: smeerdip met 16% roomkaas en verse kruiden. Het bestreden besluit wordt herroepen.

IEF 15901

Uitspraak ingezonden door Esther Mommers, Dirkzwager.

Geen afbreuk aan reputatie BLOKKER door hot-or-not-advertentie

Rechtbank Amsterdam 20 apr 2016, IEF 15901; (Blokker tegen SRM), https://www.ie-forum.nl/artikelen/geen-afbreuk-aan-reputatie-blokker-door-hot-or-not-advertentie

Rechtbank Amsterdam 20 april 2016, IEF 150901; RB 2702 (Blokker tegen SRM)
Reclamerecht. Merkenrecht. SRM heeft een advertentie geplaatst in het FD met merken die HOT en die NOT zijn op basis van nieuws en persberichten. Volgens Blokker is dit merkinbreuk en is er sprake van onrechtmatige daad. Om de vordering van Blokker, gebaseerd op artikel 2.20 BVIE te laten slagen, moet aangetoond worden dat de reputatie wordt aantast. Deze vordering wordt onvoldoende onderbouwd, de vordering wordt afgewezen. Ten aanzien van de onrechtmatige daad moet de rechtbank een belangenafweging maken tussen de bescherming van eer en goede naam van Blokker en de vrijheid van meningsuiting van SRM, die in dit geval zwaarder weegt. 

IEF 15872

Uitspraak ingezonden door Bert Gravendeel, Gravendeel Advocaten

Marketinguitingen Tel Sell kwalificeren niet als oneerlijke handelspraktijken

Rechtbank Midden-Nederland 13 apr 2016, IEF 15872; (Tel Sell tegen Tommy Teleshopping en TelTV), https://www.ie-forum.nl/artikelen/marketinguitingen-tel-sell-kwalificeren-niet-als-oneerlijke-handelspraktijken

Vzr. Rechtbank Midden-Nederland 13 april 2016, IEF 15872 (Tel Sell tegen Tommy Teleshopping en TelTV)
Tel Sell vordert om Tommy Teleshopping te veroordelen om de op grond van vermeende oneerlijke handelspraktijken gelegde beslagen op te heffen. Volgens de voorzieningenrechter kwalificeren de aan Tel Sell verweten marketinguitingen niet als oneerlijke handelspraktijken, omdat Tel Sell met de door haar gebruikte namen voor het fitnessapparaat, het afslankproduct en de tailleriem geen verwarring schept bij de gemiddelde consument. De namens Tommy Teleshopping ten laste van Tel Sell gelegde beslagen dienen te worden opgeheven.

IEF 15858

Uitspraak ingezonden door Rutger van Rompaey, Van Benthem & Keulen.

Ongeoorloofde vergelijking met 'andere vergelijkbare plafondophangsystemen' pretendeert uitwisselbaarheid met de Quick-Lock

Rechtbank Amsterdam 7 apr 2016, IEF 15858; (St. Gobain API tegen OWA), https://www.ie-forum.nl/artikelen/ongeoorloofde-vergelijking-met-andere-vergelijkbare-plafondophangsystemen-pretendeert-uitwisselbaarh

Vzr. Rechtbank Amsterdam 7 april 2016, IEF 15858, RB 2697 (St. Gobain API tegen OWA)
Reclamerecht. API ontwikkelt en produceert plafondophangsystemen voor interieurbouw, zoals de Quick-Lock. OWA introduceert het plafondophangprofiel N100A dat pretendeert compatibel te zijn met diverse bestaande profielen. Weliswaar verwijst OWA in haar reclame niet naar API, maar slechts naar 'andere vergelijkbare systemen'. Met slechts een zeer beperkt aantal spelers op deze markt, waarvan Quick-Lock de grootste, is duidelijk dat gedoeld wordt op uitwisselbaarheid hiermee. Aannemelijk is dat het publiek de term 'uitwisselbaar' zal begrijpen dat de beiden profielen op elkaar passen zodat er geen verschil is te zien en het plafond ook niet minder veilig wordt door de combinatie van beide profielen. Op het punt van uitwisselbaarheid van de systemen en daarmee de mogelijkheid ze te combineren, is de reclame een ongeoorloofde vergelijkende reclame. OWA moet in haar berichtgeving de Quick-Lock uitzonderen van de vergelijkbare systemen.

 

IEF 15748

Uitspraak ingezonden door Daniël Haije en Ebba Hoogenraad, Hoogenraad & Haak.

Objectieve 'ook lekker'-smaakclaims van de Lidl mogen

RCC 7 mrt 2016, IEF 15748; (FNLI tegen Lidl), https://www.ie-forum.nl/artikelen/objectieve-ook-lekker-smaakclaims-van-de-lidl-mogen

RCC 7 maart 2016, RB  2681; dossiernr. 2016/00014 (FNLI tegen Lidl)
Uitspraak ingezonden door Daniël Haije en Ebba Hoogenraad, Hoogenraad & Haak. Uitingen: Het betreft een aantal televisiecommercials, radiocommercials, printadvertenties, abriposters en de website van de Lidl. In de televisie commercial worden naast elkaar een A-merk product en een Lidl-product getoond ie door geblinddoekte personen worden geproefd. Na het proeven van het A-merk product wordt dit product "lekker" genoemd, en verschijnt de prijs in beeld. Hierna wordt het Lidl-product geproefd, waarvan wordt gezegd: "ook lekker". Vervolgens wordt ook de prijs van dat product getoond. De prijzen van de Lidl-producten zijn tellens lager dan de prijzen van de A-merk producten. Als laatst verschijnt de tekst: " Waar kies jij voor?", met daarnaast het logo van Lidl en hieronder de tekst: "De hoogste kwaliteit voor de laagste prijs".

IEF 15689

Prijsvergelijking Tankgas met Primagaz niet toegestaan

Vzr. Rechtbank Gelderland 26 januari 2016, IEF 15689; ECLI:NL:RBGEL:2016:720 (Primagaz tegen Tankgas)
Vergelijkende reclame. Primagaz en Tankgas houden zich beide bezig met de levering van propaangas en verhuur van gastanks. Tankgas toont prijsvergelijkingstabellen op haar website. Aangezien Primagaz niet met een dagprijs werkt, is het noemen van een willekeurige prijs per liter naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet volledig, controleerbaar en representatief en dus niet objectief. De prijsvergelijking is daardoor misleidend in de zin van artikel 6:194 BW. Ook de mededelingen van Tankgas aan (ex-)klanten van Primagaz zijn onrechtmatig. Het genoemde onrechtmatige handelen van Tankgas rechtvaardigt een rectificatie.

4.5. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft Primagaz voldoende aannemelijk gemaakt dat zij niet met één dagprijs werkt, maar dat haar prijs afhankelijk is van de verschillende, door haar genoemde factoren. Aannemelijk is geworden dat zij een zogenoemde ‘lijstprijs’ hanteert per type tank (afhankelijk van het volume daarvan) die is gerelateerd aan de dagelijkse en fluctuerende wereldhandelsprijs per liter propaangas en dat zij vervolgens al dan niet een korting toepast afhankelijk van het feit of de klant huur betaalt voor de gastank of niet (bij betalen van huur wordt de prijs per liter goedkoper) en afhankelijk van de andere genoemde factoren. Gebleken is dat de prijs die Tankgas als (dag)prijs van Primagaz presenteert ontleend is aan een factuur voor een willekeurige klant van Primagaz die Tankgas toevallig in handen heeft gekregen. Dit geeft een verkeerd beeld aangezien Primagaz afhankelijk van tal van factoren verschillende prijzen hanteert en elke klant de prijs factureert die met de klant is overeengekomen zoals blijkt uit de als productie 10a tot en met 10d overgelegde facturen. Het noemen van één willekeurige prijs per liter propaangas die Primagaz in de desbetreffende factuur hanteert is daarom naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet volledig, controleerbaar en representatief en dus niet objectief en daarom misleidend in de zin van artikel 6:194 BW. Zelfs als de wijze van prijzen van Primagaz ondoorzichtig is, zoals Tankgas ook aanvoert, dan legitimeert dit nog niet dat Tankgas in strijd met artikel 6:194 BW onvergelijkbare grootheden met elkaar vergelijkt.

4.14. In het licht van het voorgaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat de mededelingen van Tankgas aan (ex-)klanten van Primagaz, zoals weergegeven onder 2.4. onjuist zijn. Zij bevatten immers een onjuiste voorlichting over de betekenis van de artikelen 6:236 sub j en 6:237 sub k BW voor de contracten van Primagaz. Bovendien hebben deze mededelingen enkel betrekking op contracten van Primagaz en zijn ze gericht aan (ex-) klanten van Primagaz. De voorzieningenrechter acht het benaderen door Tankgas van (ex-) klanten van Primagaz met deze onjuiste mededelingen en het door Tankgas op deze wijze klanten behulpzaam zijn bij de opzegging van het contract met Primagaz – waarbij Primagaz in een enkel geval voor een voldongen feit werd geplaatst omdat zij de door haar geplaatste gastank al afgekoppeld langs de weg aantrof – in strijd met de zorgvuldigheid die in het maatschappelijk verkeer betaamt en daarom onrechtmatig jegens Primagaz. Weliswaar kan Primagaz klanten die hun meerjarig contract opzeggen trachten aan dat contract te houden, maar de kans bestaat dat zij daarvoor procedures moet voeren met alle moeite en kosten van dien. Dat Primagaz zich (soms) neerlegt bij opzeggingen kan gelet hierop uit commercieel oogpunt begrijpelijk zijn en mag niet zonder meer worden uitgelegd als het bekennen van ongelijk. Dat Primagaz aanmerkelijke schade kan ondervinden van de verkeerde voorlichting door Tankgas is voldoende aannemelijk.
IEF 15634

Initiatiefvoorstel-Gesthuizen en Van Oosten Strafbaarstelling van acquisitiefraude aangenomen

Uit het persbericht: Dit initiatiefwetsvoorstel van de Tweede Kamerleden Gesthuizen en Van Oosten regelt in Boek 6 Burgerlijk Wetboek (BW) en in het Wetboek van Strafrecht (WvSr) de strafbaarstelling van acquisitiefraude tegen ondernemers. Onder acquisitiefraude wordt verstaan misleidende handelspraktijken tussen organisaties, waarbij verkooptechnieken worden gebruikt gericht op het winnen van vertrouwen en het wekken van verwachtingen teneinde de ander te bewegen tot het aangaan van een overeenkomst, waarbij de tegenprestatie niet of nauwelijks naar behoren wordt geleverd. Hierbij moet gedacht worden aan het plaatsen van een advertentie in niet bestaande of nauwelijks gelezen bedrijvengidsen en/of op internet en het ongevraagd en zonder reden toesturen van rekeningen, de zogenaamde spooknota’s.

Met dit voorstel willen de initiatiefnemers acquisitiefraude tegengaan en zorgen dat ondernemers eenvoudig onder een overeenkomst uit kunnen komen als die via een een ‘misleidende omissie’ tot stand is gekomen. Een misleidende omissie is het weglaten of verborgen houden van belangrijke informatie bij het aangaan van een transactie waardoor het als onrechtmatig handelen kan worden aangemerkt. Acquisitiefraude tegen ondernemers wordt strafbaar met een gevangenisstraf van maximaal 2 jaar.

Op andere blogs:
Novagraaf
RVO

IEF 15549

IE-nieuws uit Duitsland

In korte tijd heeft het Duitse BGH een aantal interessante arresten gewezen:
1. Geen auteursrechtvergoeding voor slechts beschikbaar stellen van tv-toesten in hotelkamers
2. Overname van delen uit exclusieve interviews in tv-uitzending van concurrenten
3. No-reply-bevestigingsmail met reclame is niet toegestaan
4. Reclame voor multivruchtensap 'Rotbäckchen' met aanduiding 'Kracht om te leren' en 'met ijzer' toegestaan:
5. Verbod HIMBEER-VANILLE-ABENTEUER-reclame

1. BGH: Geen auteursrechtvergoeding voor slechts beschikbaar stellen van tv-toesten in hotelkamers
Uit het persbericht: Keine Urhebervergütung für das bloße Bereitstellen von Fernsehgeräten in Hotelzimmern: Der u.a. für das Urheberrecht zuständige I. Zivilsenat des Bundesgerichtshof hat heute entschieden, dass der Betreiber eines Hotels der GEMA keine Vergütung für das Bereitstellen von Fernsehgeräten in den Hotelzimmern zahlen muss, wenn die Hotelgäste mit diesen Geräten die ausgestrahlten Fernsehprogramme nur über eine Zimmerantenne empfangen können.

2. BGH: Overname van delen uit exclusieve interviews in tv-uitzending van concurrenten is geen inbreuk Leistungsschutzrecht, want er zijn nog uitzonderingen, zoals het citaatrecht
Uit het persbericht: Bundesgerichtshof zur Übernahme von Exklusivinterviews in Fernsehsendungen: Die Parteien sind private Fernsehunternehmen. Die Klägerin führte Exklusivinterviews mit Liliana M. über sich und ihre Ehe mit dem ehemaligen Fußballnationalspieler Lothar M. Die Klägerin strahlte die Interviews am 26. Juli 2010 sowie am 2. August 2010 in ihrer Sendung "STARS & Stories" aus. Nachdem die Beklagte sich zuvor jeweils vergeblich bei der Klägerin um eine Zustimmung zu der Nutzung dieser Interviews bemüht hatte, verwendete sie daraus verschiedene Ausschnitte unter Angabe der Quelle am 1. und 3. August 2010 in ihrer Sendung "Prominent".

Die Klägerin sieht darin eine Verletzung ihrer Schutzrechte als Sendeunternehmen. (...) Der Bundesgerichtshof hat angenommen, dass die Beklagte durch die Übernahme von Teilen der von der Klägerin in den Sendungen "STARS & stories" ausgestrahlten Interviews in das der Klägerin als Sendeunternehmen zustehende Leistungsschutzrecht eingegriffen hat. Die vom Oberlandesgericht getroffenen Feststellungen rechtfertigen jedoch nicht seine Annahme, die Eingriffe in das Leistungsschutzrecht der Klägerin habe die Beklagte widerrechtlich vorgenommen.

Allerdings kann sich die Beklagte nicht mit Erfolg auf die urheberrechtliche Schrankenregelung der Berichterstattung über Tagesereignisse (§ 50 UrhG)* berufen. Diese Schrankenregelung soll die anschauliche Berichterstattung über aktuelle Ereignisse in den Fällen, in denen Journalisten oder ihren Auftraggebern die rechtzeitige Einholung der erforderlichen Zustimmung des Rechteinhabers noch vor dem Abdruck oder der Sendung eines aktuellen Berichts nicht möglich oder nicht zumutbar ist, dadurch erleichtern, dass sie die Nutzung geschützter Werke, die im Verlauf solcher Ereignisse wahrnehmbar werden, ohne den Erwerb entsprechender Nutzungsrechte und ohne die Zahlung einer Vergütung erlaubt. Im Streitfall war es der Beklagten jedoch möglich und zumutbar, vor der Übernahme des in Rede stehenden Bildmaterials um die Zustimmung der Klägerin nachzusuchen. Zudem erlaubt § 50 UrhG keine Berichterstattung, die die urheberrechtlich geschützte Leistung - hier die Interviewsendungen der Klägerin - selbst zum Gegenstand hat. Die Leistung muss vielmehr bei einem anderen Ereignis in Erscheinung treten.

Aufgrund der bislang getroffenen Feststellungen kann aber nicht ausgeschlossen werden, dass sich die Beklagte auf das Zitatrecht (§ 51 UrhG)** berufen kann.

3. BGH: No-reply-bevestigingsmail met reclame is niet toegestaan
Uit het persbericht: Bundesgerichtshof zur Zulässigkeit sogenannter "No-Reply" Bestätigungsmails mit Werbezusätzen: Die zugelassene Revision hat zur Aufhebung des Berufungsurteils und zur Wiederherstellung des amtsgerichtlichen Urteils geführt. Jedenfalls die Übersendung der Bestätigungsmail mit Werbezusatz vom 19. Dezember 2013 hat den Kläger in seinem allgemeinen Persönlichkeitsrecht verletzt, weil sie gegen seinen zuvor erklärten ausdrücklichen Willen erfolgt ist.

4. BGH: Reclame voor multivruchtensap 'Rotbäckchen' met aanduiding 'Kracht om te leren' en 'met ijzer' toegestaan:
Uit het persbericht: Bundesgerichtshof zur Bewerbung des Mehrfruchtsafts "Rotbäckchen"
Das Landgericht hat der Klage stattgegeben. Das Oberlandesgericht hat die Berufung der Beklagten zurückgewiesen. Es hat angenommen, die Angaben "Lernstark" und "Mit Eisen … zur Unterstützung der Konzentrationsfähigkeit" seien nicht nach Maßgabe der Verordnung (EG) Nr. 1924/2006 zugelassene und damit unzulässige gesundheitsbezogene Angaben in Form von Angaben über die Gesundheit von Kindern gemäß Art. 10 Abs. 1*, Art. 14 Abs. 1 Buchst. b ** dieser Verordnung.

5. BGH: Verbod HIMBEER-VANILLE-ABENTEUER-reclame
Uit het persbericht: Bundesgerichtshof verbietet "HIMBEER-VANILLE- ABENTEUER"-Werbung von Teekanne:
Zwar lesen Verbraucher, die sich in ihrer Kauf-entscheidung nach der Zusammensetzung des Erzeugnisses richten, das Verzeichnis der Zutaten. Der Umstand, dass dieses Verzeichnis auf der Verpackung des Tees angebracht ist, kann jedoch für sich allein nicht ausschließen, dass die Etikettierung des Erzeugnisses und die Art und Weise, in der sie erfolgt, die Käufer irreführen. Die Etikettierung umfasst alle Angaben, Kennzeichnungen, Hersteller­ und Handelsmarken, Abbildungen oder Zeichen, die sich auf ein Lebensmittel beziehen und auf dessen Verpackung angebracht sind. Wenn die Etikettierung eines Lebensmittels und die Art und Weise, in der sie erfolgt, insgesamt den Eindruck entstehen lassen, dass das Lebensmittel eine Zutat enthält, die tatsächlich nicht vorhanden ist, ist eine Etikettierung geeignet, den Käufer über die Eigenschaften des Lebensmittels irrezuführen. Danach sind die verschiedenen Bestandteile der Etikettierung des Früchtetees insgesamt darauf zu überprüfen, ob ein normal informierter und vernünftig aufmerksamer und kritischer Verbraucher über das Vorhandensein von Zutaten oder Aromen irregeführt werden kann. Das ist vorliegend aufgrund der in den Vordergrund gestellten Angaben auf der Verpackung der Fall, die auf das Vorhandensein von Vanille- und Himbeerbestandteilen im Tee hinweisen.