Annotatie geschreven door Nino van Lith.
Weekprijs Privatissimum: annotatie over makerschap, work made for hire en de DSM-richtlijn
Met zijn annotatie bij een uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland heeft Nino van Lith de weekprijs van het vak Privatissimum aan de Universiteit Leiden gewonnen.
Annotatie bij een uitspraak van Rechtbank Midden-Nederland 4 maart 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:558.
Art. 45d Auteurswet — art. 18 DSM-richtlijn — art. 5 lid 1 Berner Conventie
Makerschap, lex originis, work made for hire, proportionele billijke vergoeding, assimilatiebeginsel
1. Inleiding
De Rechtbank Midden-Nederland deed op 4 maart 2026 uitspraak in een zaak op het snijvlak van nationaal auteursrecht, internationaal privaatrecht en Europees recht. De Directors Guild of America, de Writers Guild of America West en de Writers Guild of America East (hierna: de Guilds), alsmede de Duitse rechtenbeheersorganisatie GWFF, vorderden een proportionele billijke vergoeding van uitzender Ziggo B.V. op grond van artikel 45d lid 2 Auteurswet (hierna: Aw). De Guilds vertegenwoordigen naar eigen zeggen ruim 30.000 Amerikaanse filmregisseurs en scenarioschrijvers, van wie de werken dagelijks via Ziggo in Nederland worden uitgezonden.1 De rechtbank wijst de vordering volledig af. Het vonnis roept fundamentele vragen op over de wisselwerking tussen de lex originis, het Europese makersbegrip en het assimilatiebeginsel van de Berner Conventie. De centrale rechtsvragen uit dit vonnis zijn: (i) naar welk recht wordt bepaald wie als maker geldt; (ii) heeft de vangnetbepaling ook werking buiten de Amerikaanse rechtssfeer; (iii) brengt artikel 18 DSM-richtlijn mee dat de filmmakers toch als maker worden aangemerkt; en (iv) leidt het assimilatiebeginsel van de Berner Conventie tot een vergoedingsaanspraak