Een verschrikkelijke financiële en juridische dreiging
Webwereld bericht dat de Financial Times meldt dat de de Fransman Michel Rocard, voormalig premier van Frankrijk en nu de Europarlementariër die de behandeling van de richtlijn betreffende de octrooieerbaarheid van in computers geïmplementeerde uitvindingen moet voorbereiden, de tekst van deze richtlijn flink wil aanpassen. Rocard zou een verklaard tegenstander zijn van software-octrooien. In een interview in de Franse krant Libération in juli 2003 noemde Rocard zichzelf al een aanhanger van 'free software.' "De octrooieerbaarheid van software zal waarschijnlijk een verschrikkelijke financiële en juridische dreiging veroorzaken, met alle nadelige gevolgen voor softwaremakers van dien."
Volgens de geruchten is Rocard´s standpunt juist de reden dat het Europees parlement hem naar voren heeft geschoven. In juli is de volgende plenaire stemming over de amendementen.

Uitspraak Vzr. Rechtbank 's-Gravenhage KG 05/245 van 18 mei 2005 (Bacardi / Bat Beverage) Bacardi, bekend onder meer vanwege de populariteit van het Breezer drankje onder jongeren, roept tevergeefs haar 'vleermuis' beeldmerk (Gemeenschapsmerk als Beneluxmerk) in tegen het gebruik van een afbeelding van een vleermuis door Bat Beverage voor energy-drinks. Opvallend is dat Bacardi er niet in slaagt, ondanks de door haar overgelegde marktonderzoeken, de Voorzieningenrechter te overtuigen dat het beeldmerk vleermuis een bekend merk is, los van de aanduiding BACARDI. De Voorzieningerechter oordeelt dat een vleermuis een bekend dier is en "een afbeelding ervan niet reeds voert tot een grote onderscheidingskracht". Dit is opvallend, aangezien je zou zeggen dat het gebruik van een afbeelding van een vleermuis als onderscheidingsteken voor drank niet echt gebruikelijk is en dat het publiek dit beestje als zodanig ook zal opvatten.
Nieuw op de IVIR-site: G.A.I. Schuijt 'Het portret van Mohammed B.' "Ik vind dat wij ons in Nederland gelukkig mogen prijzen met een sobere misdaad- en justitieverslaggeving, die in het algemeen terecht zeer zorgvuldig omgaat met de privacybelangen van verdachten en veroordeelden en de onschuldpresumptie in acht neemt. Dat moet zo blijven. Maar dat is het beleid waar de media zelf over beslissen.