Kort geding over EP 2 700 765 voor trapbekleding: vorderingen afgewezen wegens serieuze kans op vernietiging van het octrooi
Rb. Den Haag 10 april 2026, IEF 23493; ECLI:NL:RBDHA:2026:8972 (I4F tegen Van Dijk). In dit kort geding tussen I4F Licensing NV en Van Dijk Postforming & Vlakverlijming B.V. stond de handhaving centraal van het Nederlandse deel van Europees octrooi EP 2 700 765, dat ziet op een paneel voor onder meer trapbekleding. Octrooihoudster is Vakman Interieur Concepten B.V. (VIC); I4F beschikt over een exclusieve licentie en was door VIC gemachtigd het octrooi jegens derden te handhaven. I4F stelde dat de door Van Dijk geproduceerde en verkochte MexForm LVT-trappanelen inbreuk maakten op conclusie 1 en de afhankelijke conclusies 2 tot en met 13 van EP 765, en vorderde onder meer een inbreukverbod, opgave, recall, afgifte ter vernietiging, proceskosten ex art. 1019h Rv en bepaling van een termijn ex art. 1019i Rv. De voorzieningenrechter achtte zich bevoegd op grond van art. 4 Brussel I-bis, terwijl de relatieve bevoegdheid volgde uit art. 80 lid 2, onder a, ROW 1995; ook het spoedeisend belang werd aangenomen wegens de gestelde voortdurende inbreuk. Bij de inhoudelijke beoordeling stelde de rechter voorop dat een voorlopige maatregel wegens octrooi-inbreuk in beginsel moet worden geweigerd wanneer een serieuze, niet te verwaarlozen kans bestaat dat het ingeroepen octrooi in een bodemprocedure nietig zal worden geoordeeld.