Gerecht bevestigt weigering van het merk DEINS wegens gebrek aan onderscheidend vermogen
Gerecht EU 21 januari 2026, IEF 23356; IEFbe 4133; ECLI:EU:T:2026:38 (HTG GmbH tegen EUIPO). In dit arrest staat de aanvraag centraal voor het woordmerk DEINS voor diverse waren en diensten in de klassen 10, 20, 24, 25, 27 en 35, waaronder medische steunkousen, meubels, textiel, kleding, vloerbedekkingen en detailhandelsdiensten voor die producten. De examinator had de aanvraag geweigerd op grond van art. 7 lid 1, onder b, UMVo, gelezen in samenhang met art. 7 lid 2 UMVo, en de Vijfde Kamer van Beroep had die weigering bevestigd. Het Gerecht laat die beslissing in stand. Het stelt voorop dat onderscheidend vermogen ontbreekt wanneer het relevante publiek het teken niet als aanduiding van commerciële herkomst opvat, maar slechts als een promotionele of informatieve boodschap. Het relevante publiek bestaat hier uit zowel het grote publiek als professionals, waarbij voor de beoordeling met name is gekeken naar het Duitstalige publiek in Duitsland en Oostenrijk. Volgens het Gerecht zal dat publiek het woord DEINS onmiddellijk begrijpen als een informele vorm van “deines”, dus als een bezittelijk voornaamwoord in de betekenis van “van jou”. In de context van de betrokken waren en diensten zal dat woord uitsluitend worden opgevat als een eenvoudige wervende boodschap, bijvoorbeeld dat het product of de dienst voor de consument bestemd is, bij hem past of op zijn behoeften is afgestemd. Het teken mist daarom de originaliteit, pregnantie en interpretatieve inspanning die nodig zijn om, naast die promotionele functie, ook als merk te kunnen functioneren.