Filter
  • Datum
  • Dossier
  • Instantie
zoeken

Dossiers

 
 
20.769 artikelen gevonden
IEF 23403

Uitspraak ingezonden door Nils Winthagen, Winthagen Legal.

Merkinbreuk via doorlinkende domeinnaam hirschmann.nl

Rechtbank Den Haag 25 mrt 2026, IEF 23403; C/09/693566 / HA ZA 25-937 (Belden c.s. tegen IP Groep c.s.), https://www.ie-forum.nl/artikelen/merkinbreuk-via-doorlinkende-domeinnaam-hirschmann-nl

Rb Den Haag 25 maart 2026, IEF 23403; C/09/693566 / HA ZA 25-937 (Belden c.s. tegen IP Groep c.s.). Na het faillissement van licentienemer Hirschmann Multimedia B.V. (HMM) in juni 2024 nemen IP Groep c.s. de activiteiten van het onderdeel Hirschmann Media Services over, inclusief de handelsnaam en diverse domeinnamen met “hirschmann”. Belden c.s., houders van diverse Unie‑ en Beneluxmerken HIRSCHMANN, sommeren IP Groep c.s. om elk gebruik van de HIRSCHMANN‑merken in handelsnaam en domeinnamen te staken en de domeinen over te dragen; IP Groep c.s. wijzigen de handelsnaam, tekenen op 5 augustus 2024 een onthoudingsverklaring en beloven onder meer elke merkinbreuk te staken op straffe van een boete van 1.000 euro per overtreding per dag, tot een maximum van 50.000 euro, en de domeinnamen met “hirschmann” uiterlijk per 1 januari 2025 over te dragen. Vervolgens blijft de domeinnaam hirschmann.nl echter niet op een neutrale “reserveringspagina” staan, maar linkt vanaf 13 september 2024 door naar de (onder constructie zijnde) website smartmedia.nl, waarop een link staat naar managedcloudtv.com waar de Managed Cloud TV‑diensten van IP Groep worden aangeboden. Belden c.s. stellen dat dit merkinbreuk én schending van de onthoudingsverklaring oplevert en dagvaarden IP Groep c.s. tot een verklaring voor recht van merkinbreuk en onrechtmatigheid, betaling van de contractuele boete van 50.000 euro, schadevergoeding (nader op te maken bij staat), een verbod op verdere inbreuk in EU/Benelux met dwangsom, overdracht van nog diverse “hirschmann”-domeinnamen en volledige proceskosten ex 1019h Rv. IP Groep c.s. voeren aan dat de doorlink slechts uit coulance diende om klanten te informeren, dat op smartmedia.nl geen diensten werden aangeboden en geen HIRSCHMANN‑merken werden gebruikt, dat Belden c.s. geen gelijksoortige Managed Cloud TV‑diensten aanbieden, dat de onthoudingsverklaring pas op 30 januari 2025 door Belden c.s. is aanvaard en dat zij de overige domeinnamen nooit van de curator hebben verkregen.

IEF 23406

Article written by Mark Marfé and Sarah Taylor, Pinsent Masons.

UPC looks to CJEU to determine limits to jurisdictional reach

The first referral by the Unifed Patent Court (UPC) to the Court of Justice of the European Union (CJEU) will bring vital clarity for businesses over the UPC’s ability to issue relief for patent infringement in EU non-UPC countries, and the liability of EU-based authorised representatives, according to experts.

The CJEU’s consideration of the limits of the UPC’s long-arm jurisdiction will clarify the patent court’s reach for businesses in a variety of sectors - including manufacturers of pharmaceuticals and medical and electrical devices whose sales in Europe rely on the presence of an authorised representative to comply with local safety requirements.

The UPC’s Court of Appeal (10-page / 1.13MB PDF) has referred a number of questions to the CJEU relating to a long-running case between electronics maker Dyson and Hong Kong-based manufacturer Dreame International concerning hair stylers.

It has sought clarity over whether it can issue relief against companies based outside the EU for patent infringement in non-UPC EU countries, and whether an authorised representative of the manufacturer acts as an ‘anchor defendant’ to bring such companies into the UPC’s jurisdiction.

The referral came after the UPC’s Hamburg Local Division granted Dyson a preliminary injunction against various Dreame entities and Dreame’s authorised representative in the EU, Eurep, which marked the first time the UPC’s long-arm jurisdiction had extended to Spain, which is an EU member state but not a UPC country.

It was also the first time the UPC had granted a preliminary injunction - as opposed to a permanent injunction -  based on its long-arm jurisdiction and following the CJEU’s landmark ruling in BSH Hausgeräte v Electrolux. The decision also made headlines as the UPC extended its long-arm relief in respect of Spain against a company domiciled outside of the EU based on the fact that its authorised representative acts as an anchor defendant within the meaning of Article 8(1) Recast Brussels Regulation (Regulation 1215/2012).

This rule allows multiple defendants to be sued in one court if the claims against them are so closely connected that separate proceedings may lead to irreconcilable judgments.

The UPC Court of Appeal affirmed the original preliminary injunction and extended its scope over newer Dyson products within the UPC’s territory. However, it stayed the appeal concerning jurisdiction over the third country domiciled defendant Dreame International for its acts of infringement in non-UPC EU member state Spain, and also against Eurep and the role of EU-based authorised representatives in enabling the UPC to establish jurisdiction over third country domiciled defendants, to seek clarity over the interpretation of EU law.

As a result, the Court of Appeal has asked the CJEU to address a number of issues which concern the meaning of the relevant provisions of the Recast Brussels Regulation and the IP Enforcement Directive (Directive 2004/48).

The Court of Appeal has asked the CJEU to determine whether an authorised representative domiciled in an EU member state can act as an anchor defendant within the meaning of Article 8(1) of the Recast Brussels Regulation and provide the UPC with jurisdiction over the allegedly infringing activities of a non-EU based manufacturer in an EU member state that does not participate in the UPC.

The Court of Appeal has also asked the CJEU to determine whether the UPC has jurisdiction to issue a preliminary injunction that covers a non-UPC EU member state as well as UPC countries when the products are being sold in all of those countries via websites which are identical, save for language differences.

IEF 23402

Uitspraak ingezonden door Michiel Odink en Meredith Hom, Leeway.

Geen verbod op gebruik artiestennaam DJ Rossi in kort geding

Rechtbank Amsterdam 24 mrt 2026, IEF 23402; C/131782090 / KG ZA 26-46 EAM/EvK (Van Driest en Traveltex tegen McCormack en Meanwhile), https://www.ie-forum.nl/artikelen/geen-verbod-op-gebruik-artiestennaam-dj-rossi-in-kort-geding

Rb Amsterdam 24 maart 2026, IEF 23402; C/131782090 / KG ZA 26-46 EAM/EvK (Van Driest en Traveltex tegen McCormack en Meanwhile). In dit kort geding staan twee dj’s tegenover elkaar die allebei onder de naam (DJ) Rossi werken: Van Driest, een Nederlandse technodj die sinds 1990 optreedt als (DJ) Rossi, en McCormack, een Britse techhouse-dj die internationaal, ook in Nederland (sinds 2018), optreedt onder de naam Rossi of Rossi. (met punt). Van Driest heeft via zijn holding Traveltex in 2022 opnieuw het Benelux-woordmerk DJ ROSSI laten registreren (na een eerdere registratie in 2003 die in 2013 is verlopen), terwijl Meanwhile sinds 2020 het Nederlandse boekingskantoor van McCormack is. Nadat Van Driest in 2024 klaagt over verwarring en sommatiebrieven stuurt, ontstaat een bredere merkenstrijd: McCormack vraagt in 2025 het EU-woordmerk ROSSI. aan, Traveltex stelt oppositie daartegen in, en McCormack start bij het Benelux-Bureau een doorhalingsprocedure tegen het merk DJ ROSSI wegens depot te kwader trouw; die doorhalingsprocedure loopt nog en de EU-oppositie is intussen geschorst. In dit kort geding vorderen Van Driest en Traveltex dat McCormack en Meanwhile ieder gebruik in de Benelux van de aanduidingen ROSSI en ROSSI. (en overeenstemmende tekens) voor dj‑activiteiten en promotie onmiddellijk staken wegens merkinbreuk (DJ ROSSI), handelsnaaminbreuk en onrechtmatig profiteren van de opgebouwde naam, alles op straffe van een dwangsom, plus een termijn voor het starten van een bodemprocedure en vergoeding van (IE-)proceskosten. McCormack verweert zich onder meer met de stelling dat het merk DJ ROSSI te kwader trouw is gedeponeerd, dat hij in de Benelux oudere handelsnaamrechten heeft op ROSSI. en dat er geen (relevante) verwarringsgevaarlijke overeenstemming is, terwijl Meanwhile aanvoert dat zij de naam Rossi. niet als eigen handelsnaam gebruikt en zich verder bij het verweer van McCormack aansluit.

IEF 23400

Article written by Tobias Cohen Jehoram, De Brauw Blackstone Westbroek.

ECJ decision in the Călinescu case

The Hof van Justitie van de Europese Unie again emphasises (after Mio & Konektra) that the concept of a 'work' in copyright law is fully harmonised throughout the EU and that everywhere only two requirements apply (identifiable subject matter and an expression of free and creative choices). No higher threshold may be applied by any EU court.
On top, "it seems" to the ECJ that in this case, the required and sufficient free and creative choices have indeed been made, because of the authors efforts to "restore, by making corrections and additions, the text of the original work in a complete, comprehensible form that was as close as possible to the intention of its author" and by making "corrections, word replacements and additions which may be necessary to understand the manuscript of Dimitrie Cantemir’s work, and to the various language versions or variants of words or expressions which have been discarded". By doing so the "author seeks to restore a partially lost literary work in the form which he or she considers to be as close as possible to that drawn up by the author of the original work". That 'seems' to suffice, the ECJ says.

IEF 23399

Hof Den Haag: zorgvuldigheid vereist bij online beschuldigingen op sociale media

Hof Den Haag 17 mrt 2026, IEF 23399; ECLI:NL:GHDHA:2026:368 ([appellante] tegen [geïntimeerde]), https://www.ie-forum.nl/artikelen/hof-den-haag-zorgvuldigheid-vereist-bij-online-beschuldigingen-op-sociale-media

Hof Den Haag 17 maart 2026, IEF 23399; IT 5155; ECLI:NL:GHDHA:2026:368 ([appellante] tegen [geïntimeerde]). Na een kortstondige relatie plaatste [appellante] TikTok-video’s waarin zij de indruk wekte dat [geïntimeerde] zich schuldig maakte aan (seksuele) contacten met minderjarigen. [geïntimeerde] reageerde daarop in zijn YouTube-programma met beledigende en seksueel getinte uitlatingen, waaronder suggesties dat [appellante] in de porno-industrie werkzaam zou zijn. Het gerechtshof Den Haag oordeelt dat beide partijen onrechtmatig hebben gehandeld door uitlatingen over elkaar te doen via sociale media. 

IEF 23392

Vordering ANP afgewezen wegens onvoldoende bewijs dat foto op website [gedaagde] heeft gestaan

Rechtbank Oost-Brabant 28 aug 2025, IEF 23392; ECLI:NL:RBOBR:2025:8948 (ANP tegen [gedaagde]), https://www.ie-forum.nl/artikelen/vordering-anp-afgewezen-wegens-onvoldoende-bewijs-dat-foto-op-website-gedaagde-heeft-gestaan

Rb. Oost-Brabant 28 augustus 2025, IEF 23392; ECLI:NL:RBOBR:2025:8948 (ANP tegen [gedaagde]). In deze zaak stelde ANP dat [gedaagde] inbreuk had gemaakt op haar auteursrecht door zonder toestemming een foto met het logo van de Belastingdienst op haar website te plaatsen. Op basis daarvan vorderde ANP een schadevergoeding van € 452,75, vermeerderd met wettelijke rente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. [gedaagde] betwistte echter dat de betreffende foto ooit op haar website had gestaan. Zij voerde aan dat zij haar website zelf en via een tekstschrijver had gecontroleerd zonder de foto aan te treffen, en dat zij bovendien geen enkel logisch belang had bij plaatsing van juist deze afbeelding, omdat die geen verband hield met haar bedrijfsactiviteiten.

IEF 23396

Gerecht bevestigt afwijzing nietigheidsverzoek tegen Uniemodel voor verlichtingsarmatuur

Gerecht EU (voorheen GvEA) 10 dec 2025, IEF 23396; ECLI:EU:T:2025:1099 (LTV Leuchten & Lampen Vertriebs GmbH tegen EUIPO en XAL GmbH), https://www.ie-forum.nl/artikelen/gerecht-bevestigt-afwijzing-nietigheidsverzoek-tegen-uniemodel-voor-verlichtingsarmatuur

Gerecht EU 10 december 2025, IEF 23396; IEFbe 4154; ECLI:EU:T:2025:1099 (LTV Leuchten & Lampen Vertriebs GmbH tegen EUIPO en XAL GmbH). In zaak T-82/25 stond een beroep centraal tegen een beslissing van de Derde Kamer van Beroep van het EUIPO inzake een verzoek tot nietigverklaring van een ingeschreven Uniemodel voor een verlichtingsarmatuur. LTV had de nietigheid ingeroepen op grond van artikel 25, lid 1, onder b, van Verordening nr. 6/2002, gelezen in samenhang met de artikelen 5 en 6, en stelde dat het model niet nieuw was en geen eigen karakter had in het licht van een aantal oudere modellen. De nietigheidsafdeling wees het verzoek af omdat LTV de openbaarmaking van die oudere modellen onvoldoende had aangetoond in de zin van artikel 7, lid 1, van Verordening nr. 6/2002. Ook wees zij de verzoeken af tot onderzoeksmaatregelen, waaronder het horen van getuigen, een deskundigenonderzoek en een mondelinge behandeling. In beroep bij het EUIPO diende LTV daarnaast nieuwe stukken in: bijlage AL werd meegenomen omdat die betrekking had op een al eerder ingeroepen ouder model, maar bijlagen AB tot en met AK bleven buiten beschouwing omdat zij oudere modellen bevatten die niet al in het oorspronkelijke nietigheidsverzoek waren aangevoerd.

IEF 23394

Gerecht bevestigt afwijzing nietigheidsverzoek BLUE BRAND CHICKEN: eerdere vernietigingsuitspraak bindt Kamer van Beroep

Gerecht EU (voorheen GvEA) 13 okt 2025, IEF 23394; ECLI:EU:T:2025:971 (Grzegorz Wyrębski tegen EUIPO en Anna Gagatek-Woźniak, Artur Woźniak en Jolanta Mozerys), https://www.ie-forum.nl/artikelen/gerecht-bevestigt-afwijzing-nietigheidsverzoek-blue-brand-chicken-eerdere-vernietigingsuitspraak-bindt-kamer-van-beroep

Gerecht EU 13 oktober 2025, IEF 23394; IEFbe 4153; ECLI:EU:T:2025:971 (Grzegorz Wyrębski tegen EUIPO en Anna Gagatek-Woźniak, Artur Woźniak en Jolanta Mozerys). In zaak T-44/25 stond een beroep centraal tegen de beslissing van de Vierde Kamer van Beroep van het EUIPO om het nietigheidsverzoek tegen het driedimensionale Uniemerk BLUE BRAND CHICKEN af te wijzen. Het merk betrof de blauw-witte rechthoekige vorm van een doos voor waren en diensten in de klassen 29 en 40. Verzoeker had nietigheid gevorderd op grond van artikel 52, lid 1, onder b, van Verordening nr. 207/2009, stellende dat de merkaanvraag te kwader trouw was ingediend. De nietigheidsafdeling had dat verzoek aanvankelijk toegewezen, maar die uitkomst hield geen stand nadat het Gerecht in een eerdere procedure de toenmalige beslissing van de Kamer van Beroep had vernietigd. Nadat het Hof van Justitie de hogere voorziening tegen dat vernietigingsarrest niet had toegelaten, besliste de Vierde Kamer van Beroep opnieuw en wees zij het nietigheidsverzoek af, omdat zij, gebonden aan dat eerdere arrest, tot de slotsom kwam dat de aangevoerde bewijsmiddelen kwade trouw niet konden dragen.

IEF 23397

Invitation to HOYNG ROKH MONEGIER's Women in IP event, 16 April 2026, Amsterdam - Only a few places left!

Dear All,

We would like to invite you to Women in IP 2026: From idea to impact: Women redefining the narrative across the IP lifecycle, hosted by HOYNG ROKH MONEGIER in collaboration with AIPLA and FIPE.

This year’s edition features an inspiring panel discussion exploring female influences across the IP landscape. IP is more than protection: it starts with bold ideas, takes shape through inventions and design, is strengthened by legal strategy, defended through enforcement, unlocked through licensing, and amplified through branding and marketing. While these stages are deeply interconnected, they are rarely discussed as a whole.

For this event, we will welcome three exciting panelists who each represent one or more stages of the IP lifecycle. They will share their experiences, the changes and challenges they have seen over the years in their respective parts of the IP cycle and the key moments in which they have “redefined the narrative” in their work, their organisations, and the wider IP ecosystem.

IEF 23398

Uitspraak ingezonden door Joris Deene, Everest.

Geen auteursrechtelijke bescherming en geen bewezen inbreuk: fotojournalist tegen UGent over online CLIM‑werkpakketten

Belgische gerechten 16 mrt 2026, IEF 23398; 2025/AR/1342 (SCHULD Peter-Vincent tegen UNIVESITEIT GENT), https://www.ie-forum.nl/artikelen/geen-auteursrechtelijke-bescherming-en-geen-bewezen-inbreuk-fotojournalist-tegen-ugent-over-online-clim-werkpakketten

Hof van beroep Gent 16 maart 2026, IEF 23398, IT 5154, IEFbe 4156; 2025/AR/1342 (SCHULD Peter-Vincent tegen UNIVESITEIT GENT). Deze zaak gaat over een geschil tussen fotojournalist Peter‑Vincent Schuld, hoofdredacteur van het online tijdschrift FactsFound.news, en de Universiteit Gent (UGent) omtrent het online gebruik van 18 foto’s in twee CLIM‑werkpakketten (“Mag ik spelen?” en “Verhuizen? Wat is dat?”) die door het Steunpunt Diversiteit en Leren (vakgroep Taalkunde UGent) zijn ontwikkeld en in 2016 integraal en kosteloos online werden geplaatst. Schuld had in 2006–2007 foto’s geleverd aan de Uitgeverij De Boeck voor papieren educatieve uitgaven en verwijst naar facturen en een dading, maar bezorgt die stukken in hoger beroep niet effectief aan het hof. Vanaf 2020 stelt hij UGent herhaaldelijk in gebreke wegens “auteursrechtfraude” en dagvaardt hij in 2024 UGent voor de rechtbank van eerste aanleg Gent, met een vordering tot bescherming van zijn auteursrecht en tot vergoeding van materiële schade van 84.350 euro en morele schade van 10.000 euro. UGent betwist zowel auteurschap als rechthebbenschap, voert onder meer nietigheid van de dagvaarding, verjaring, afstand van recht/rechtsverwerking, en een exceptie van borgstelling aan en stelt dat de auteursvermogensrechten op de CLIM‑pakketten, inclusief de foto’s, bij Uitgeverij De Boeck liggen, gelet op de colofon met “© 2007 Uitgeverij De Boeck nv – Alle rechten voorbehouden”. De rechtbank verwerpt de wering‑ en ontvankelijkheidsverweren, oordeelt dat de vordering ontvankelijk maar ongegrond is omdat Schuld niet aantoont dat hij nog de vermogensrechten bezit, en legt de gerechtskosten voor vier vijfde ten laste van Schuld en voor één vijfde ten laste van UGent. Schuld stelt hoger beroep in en vraagt vernietiging van het vonnis in zoverre zijn vordering ongegrond is verklaard en veroordeling van UGent tot 94.350 euro plus proceskosten, terwijl UGent incidenteel beroep instelt en de vordering alsnog als ontoelaatbaar of minstens ongegrond wil zien afgewezen, met volledige kostenveroordeling van Schuld. In hoger beroep identificeert het hof op basis van de CLIM‑pakketten nauwkeurig de 18 betwiste foto’s, maar werpt de door Schuld op 8 december 2025 via e‑deposit neergelegde conclusie en het nieuwe stuk ambtshalve uit de debatten omdat ze, in strijd met artikel 747 §4 Ger.W. en artikel 740 Ger.W., niet tijdig aan UGent zijn overgemaakt; het hof houdt enkel rekening met de beroepsakte en de daarin opgesomde stukken, die Schuld uiteindelijk evenmin neerlegt.