Rb. Noord-Nederland veroordeelt Mediahuis tot rectificatie na eenzijdige en onjuiste publicatie over tandartspraktijk
Rb. Noord-Nederland 15 april 2026, IT&Recht 5336; ECLI:RBNNE:2026:1229 ([eisers] tegen Mediahuis). In deze zaak tussen [eisers] en Mediahuis staat de vraag centraal of Mediahuis onrechtmatig heeft gehandeld door een krantenartikel over de tandartspraktijk van [eisers] te publiceren. De rechtbank oordeelt dat dit het geval is. Volgens de rechtbank heeft Mediahuis een eenzijdig en gekleurd beeld van [eisers] geschetst, zonder hen voldoende gelegenheid te geven daarop vóór publicatie te reageren. De rechtbank veroordeelt Mediahuis daarom tot het plaatsen van een rectificatie. De vordering tot verwijdering van het artikel wordt afgewezen. Aanleiding voor het geschil is een artikel dat in mei 2019 verscheen in de Steenwijker Courant naar aanleiding van een tuchtuitspraak tegen [eisers]. Het artikel bevat verschillende beschuldigingen over de praktijkvoering van [eisers] en is grotendeels gebaseerd op uitlatingen van een concurrerende tandartspraktijk. De tuchtuitspraak waarop het artikel was gebaseerd, is later door het Centraal Tuchtcollege vernietigd. Volgens [eisers] bevat het artikel feitelijke onjuistheden en heeft Mediahuis onvoldoende hoor en wederhoor toegepast. Bij de beoordeling past de rechtbank het gebruikelijke toetsingskader toe van artikel 6:162 BW in het licht van de belangenafweging tussen het recht op uitingsvrijheid (artikel 10 EVRM) en het recht op bescherming van eer, goede naam en persoonlijke levenssfeer (artikel 8 EVRM). De rechtbank stelt vast dat Mediahuis [eisers] alleen om een reactie op de tuchtuitspraak heeft gevraagd en niet op de overige verwijten, beschuldigingen en conclusies die uiteindelijk in het artikel zijn opgenomen. Daardoor konden [eisers] feitelijke onjuistheden vóór publicatie niet corrigeren. Volgens de rechtbank had Mediahuis hen die mogelijkheid wel moeten bieden, gelet op de mogelijke gevolgen van de publicatie voor hun reputatie.