Het oudere recht op de naam ‘Leone’: afbakening tussen artikel 60 lid 2 onder a en artikel 60 lid 1 onder c UMVo
Gerecht EU 14 januari 2026, IEF 23215; ECLI:EU:T:2026:10 (Lisa Leone, Giorgio Leone, Leone & Leone OG tegen EUIPO en Incom). Verzoekers (Lisa Leone, Giorgio Leone, Leone & Leone OG) verzochten in 2022 bij de Cancellation Division van het EUIPO om nietigverklaring van het Uniemerk ‘Leone’, ingeschreven voor roomijs en diverse ijsproducten. Volgens de verzoekers hadden zij een bestaand recht volgens Nationaal Oostenrijks recht. De verzoekers stelden dat zij volgens het Oostenrijkse recht eerder rechten hadden op de naam Leone, omdat het hun familienaam is, die zij gebruiken in hun bedrijfsactiviteiten, en omdat de naam Leone op hun ijssalons en producten wordt gebruikt. De vordering tot nietigverklaring werd ingediend op grond van artikel 60, lid 2, onder a) van verordening (EU) 2017/1001, in combinatie met Oostenrijkse wettelijke regelingen, namelijk § 43 van het Allgemeine bürgerliche Gesetzbuch, § 9 van het Gesetz gegen den unlauteren Wettbewerb en § 12 van het Markenschutzgesetz. De Cancellation Division wees op 9 maart 2023 de vordering tot nietigverklaring af, waarna de kamer van beroep bij beslissing van 27 november 2024 die afwijzing bevestigde. De kamer van beroep oordeelde dat de door verzoekers aangevoerde rechten niet onder het in artikel 60, lid 2, onder a), genoemde “recht op de naam” vielen, maar eerder onder artikel 60, lid 1, onder c), dat ziet op niet‑ingeschreven merken en andere tekens die in het economische verkeer worden gebruikt om waren of diensten aan te duiden en de commerciële herkomst te waarborgen. Volgens de kamer van beroep maakten verzoekers met name aanspraak op bescherming tegen misleiding van het relevante publiek omtrent de commerciële herkomst, zodat de naam “Leone” in hun gebruik fungeerde als commercieel identificatiemiddel en niet als naam ter identificatie van een persoon. Verzoekers hebben tegen deze beslissing beroep ingesteld het gerecht van de EU.