Filter
  • Datum
  • Dossier
zoeken

Dossiers

 
 
21.098 artikelen gevonden
IEF 23741

Uitspraak ingezonden door Quirijn Meijnen, LMO Advocaten.

Geen kwade trouw bij depot AEROINTEL-merk na conflict tussen medeoprichters

BBIE 26 jun 2026,, IEF 23741; nr. 3000861 (Aerointel tegen [verweerder]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/geen-kwade-trouw-bij-depot-aerointel-merk-na-conflict-tussen-medeoprichters

BBIE 26 juni 2026, IEF 23741; IEFbe 4274; nr. 3000861 (Aerointel tegen [verweerder]). In deze zaak verzoekt Aerointel B.V. op grond van artikel 2.30bis lid 1 onder a in verbinding met artikel 2.2bis lid 2 BVIE om doorhaling van het op 6 juni 2025 aangevraagde en op 30 augustus 2025 ingeschreven gecombineerde woord-/beeldmerk AEROINTEL. Het merk is ingeschreven voor waren en diensten in de klassen 9, 12 en 42, die onder meer betrekking hebben op drones en dronetechnologie. Aerointel stelt dat zij de naam en het logo heeft ontwikkeld en deze vanaf 27 juli 2024 openbaar en ononderbroken gebruikt, aanvankelijk via een onderneming in oprichting en vanaf 4 oktober 2024 via Aerointel B.V. In april en mei 2025 ontstaat tussen Aerointel en [verweerder] een geschil over diens beoogde participatie in de onderneming. Volgens Aerointel deponeert [verweerder] het teken vervolgens zonder besluit van de algemene vergadering of volmacht op persoonlijke naam, terwijl hij weet dat Aerointel het teken al intensief gebruikt. Aerointel voert aan dat [verweerder] het merk na het depot niet zelf in de Benelux gebruikt, maar de registratie inzet als drukmiddel om haar gebruik van AEROINTEL en haar bedrijfsvoering te blokkeren. Zij wijst daarbij onder meer op een sommatie van 21 mei 2025, de inzet van het depot tegenover een derde op 20 juni 2025, een e-mail van 25 juni 2025 waarin overleg afhankelijk wordt gesteld van staking van het gebruik van AEROINTEL, het offline gaan van de website van Aerointel op 26 juni 2025 en de presentatie van vergelijkbare activiteiten onder een andere handelsnaam op 30 juni 2025. Volgens Aerointel blijkt uit deze chronologie dat sprake is van een blokkeringsdepot zonder legitiem ondernemingsdoel. [Verweerder] betwist dat Aerointel een zelfstandig ouder recht op de naam of het logo heeft. Hij stelt dat hij samen met de bestuurder van Aerointel al vanaf augustus 2023 een gezamenlijke onderneming op het gebied van drones ontwikkelt, dat zij in maart 2024 gezamenlijk onder een eerdere handelsnaam en vervolgens onder de naam Aerointel naar buiten treden en dat zij het bestreden logo in mei 2024 ontwikkelen. Volgens [verweerder] richten zij Aerointel B.V. op als gezamenlijke onderneming, waarbij het de bedoeling is dat ieder uiteindelijk vijftig procent van de aandelen houdt. Die afspraak wordt volgens hem niet uitgevoerd, waarna hij wordt uitgesloten van bestanden, communicatiekanalen, de website en de presentatie van de onderneming. Hij stelt dat hij het merk deponeert om de door hem mede opgebouwde goodwill, het onderscheidend vermogen van de naam en het logo en de herkomst van de gezamenlijk ontwikkelde dronetechnologie te beschermen. Het depot dient volgens hem daarmee de wezenlijke functie van een merk en is geen leeg, speculatief of uitsluitend blokkerend depot.

IEF 23740

Uitspraak ingezonden door Martijn de Lange, Octrooicentrum Nederland.

Geen ABC voor nieuwe therapeutische toepassing van cladribine na eerdere handelsvergunningen

Rechtbank Den Haag 5 aug 2026,, IEF 23740; ECLI:NL:RBDHA:2026:21645 (Merck Serono tegen Octrooicentrum Nederland), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/geen-abc-voor-nieuwe-therapeutische-toepassing-van-cladribine-na-eerdere-handelsvergunningen

Rb. Den Haag 5 augustus 2026, IEF 23740; LS&R 2435; ECLI:NL:RBDHA:2026:21645 (Merck Serono tegen Octrooicentrum Nederland). In deze zaak bepaalt de bestuursrechter of Octrooicentrum Nederland (hierna: OCNL) terecht weigert aan Merck Serono S.A. (hierna: Merk) een aanvullend beschermingscertificaat (hierna: ABC) te verlenen voor het product cladribine. Merck dient op 22 februari 2018 een ABC-aanvraag in onder inroeping van Europees octrooi EP 1 827 461 voor een behandelingsregime met cladribine bij multiple sclerose en de Europese handelsvergunning uit 2017 voor Mavenclad®, waarvan cladribine de werkzame stof is. Het OCNL wijst de aanvraag af wegens strijd met artikel 3 onder d van Verordening (EG) nr. 469/2009, omdat cladribine al eerder als geneesmiddel is toegelaten: in 1995 voor Leustatin® en in 2004 voor Litak®, beide voor de behandeling van haarcelleukemie. Merck stelt dat de handelsvergunning voor Mavenclad® desondanks als relevante eerste handelsvergunning moet gelden, omdat Mavenclad® het eerste gebruik van cladribine voor de behandeling van multiple sclerose betreft, het basisoctrooi op deze tweede medische indicatie ziet en voor Mavenclad® een volledig de novo ontwikkelingstraject met klinische studies is doorlopen. Volgens Merck biedt het arrest Santen niet het juiste toetsingskader en moet aansluiting worden gezocht bij het eerdere arrest Neurim. Subsidiair verzoekt zij de rechtbank prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie te stellen, mede onder verwijzing naar de prejudiciële vragen van het Duitse Bundespatentgericht in de parallelle Boehringer-zaak. Partijen zijn het erover eens dat aan artikel 3 onder a, b en c van de ABC-verordening is voldaan; uitsluitend de voorwaarde van artikel 3 onder d is in geschil.

IEF 23742

HOYNG ROKH MONEGIER verwelkomt 2 nieuwe associates

Persbericht HOYNG ROKH MONEGIER, 10 augustus 2026.

Sjoerd Peters is per 1 augustus gestart bij HOYNG ROKH MONEGIER. Peters was hiervoor werkzaam bij Vondst Advocaten, waar hij ruime ervaring heeft opgedaan binnen de IE-praktijk. Zijn praktijk richt zich in het bijzonder op complexe nationale en internationale octrooigeschillen. Peters is tevens geregistreerd als UPC representative. Ook adviseert en procedeert hij in geschillen op het gebied van bedrijfsgeheimen, merken en modellen

Stephanie de Beer is per augustus gestart bij HOYNG ROKH MONEGIER. De Beer heeft ruime internationale ervaring binnen de IE-praktijk en is gespecialiseerd in de life sciences-sector, met een bijzondere focus op de farmaceutische industrie en farmaceutische octrooien. Zij promoveerde in de farmaceutische chemie, waarna zij zich kwalificeerde als advocaat. Sindsdien is zij werkzaam in de internationale IE-praktijk en adviseert zij cliënten over complexe nationale en internationale octrooigeschillen. De Beer werkte eerder bij verschillende grote advocatenkantoren in Amsterdam, waaronder de Brauw Blackstone Westbroek, en New York.

IEF 23739

Uitspraak ingezonden door Quirijn Meijnen, LMO advocaten.

Depot A-Team-logo na sommatie niet te kwader trouw

BBIE 24 apr 2026,, IEF 23739; 3000826 (Afix tegen The A-Team Agency), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/depot-a-team-logo-na-sommatie-niet-te-kwader-trouw

BBIE 24 april 2026, IEF 23739; IEFbe 4273; nr. 3000826 (Afix tegen The A-Team Agency). In deze zaak verzoekt Afix BV op grond van artikel 2.30bis lid 1 onder a in verbinding met artikel 2.2bis lid 2 BVIE om doorhaling van het op 10 december 2024 aangevraagde en op 25 februari 2025 ingeschreven gecombineerde woord-/beeldmerk van International Video Company B.V., handelend onder de naam The A-Team Agency. Het merk is ingeschreven voor diensten in de klassen 35, 41 en 42, waaronder marketing, video- en filmproductie en het ontwerpen en ontwikkelen van websites. Afix stelt dat zij het door haar ingeroepen A-logo sinds 2016 onafgebroken gebruikt en daarop auteursrechten bezit. Nadat Afix The A-Team Agency op 10 december 2024 had gesommeerd het volgens haar inbreukmakende gebruik van een aangepaste versie van haar logo te staken, diende The A-Team Agency nog diezelfde dag de merkaanvraag in. Volgens Afix blijkt daaruit dat het merk is aangevraagd om het volgens haar inbreukmakende gebruik achteraf te legitimeren en haar rechtmatige gebruik te frustreren. The A-Team Agency betwist dat sprake is van kwade trouw en voert aan dat het bestreden merk onderdeel is van een reeds gebruikte, op de televisieserie The A-Team geïnspireerde merkidentiteit. Zij stelt dat zij het logo zelf heeft ontworpen en ten tijde van het depot alleen bekend was met het volledige Afix-logo, en niet met het afzonderlijke A-logo waarop Afix zich later beriep.

IEF 23738

Uitspraak ingezonden door Hans Bousie, &bousie.

Geen auteursrecht op functionele websiteteksten, wel verbod op nep reviews

Hof Amsterdam 4 aug 2026,, IEF 23738; 200.343.772/01 (Fixiq Legal tegen Bonnetje c.s.), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/geen-auteursrecht-op-functionele-websiteteksten-wel-verbod-op-nep-reviews

Hof Amsterdam 4 augustus 2026, IEF 23738; RB 4075; IT 5415; 200.343.772/01 (Fixiq Legal tegen Bonnetje c.s.). In deze zaak tussen Fixiq Legal en Bonnetje c.s. staat een geschil over websites en apps voor het aanvechten van verkeersboetes centraal. Nadat gesprekken over een mogelijke samenwerking waren stukgelopen, lanceerde Bonnetje een eigen website en app. Fixiq Legal stelde dat Bonnetje auteursrechtelijk beschermde teksten had overgenomen en misleidende handelspraktijken toepaste door onder meer nep reviews te plaatsen. Anders dan de kantonrechter oordeelt het hof dat de teksten op de testwebsite van Bonnetje openbaar waren gemaakt. De URL was via sociale media gedeeld en de website was, zij het met enige moeite, toegankelijk voor derden. Dat de openbaarmaking mogelijk niet was beoogd, maakt dat niet anders. Van auteursrechtinbreuk is volgens het hof echter geen sprake. Het format en de opbouw van de website zijn te zeer door functionaliteit bepaald. Ook de teksten van de Q&A, het doorloopproces en het machtigingsformulier zijn overwegend functioneel, technisch en juridisch van aard. Zij dragen geen waarneembaar persoonlijk stempel en voldoen daarom niet aan de werktoets.

IEF 23737

Uitspraak ingezonden door Barbara Mooij, Brinkhof.

Rb. Den Haag: apothekersvrijstelling biedt geen ruimte voor structurele bereiding van semaglutide

Rechtbank Den Haag 5 aug 2026,, IEF 23737; C/09/704955 / KG ZA 26-494 (Novo Nordisk tegen Ceban), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/rb-den-haag-apothekersvrijstelling-biedt-geen-ruimte-voor-structurele-bereiding-van-semaglutide

Rb. Den Haag 5 augustus 2026, IEF 23737; LS&R 2434; C/09/704955 / KG ZA 26-494 (Novo Nordisk tegen Ceban). Novo Nordisk is een kort geding gestart tegen Ceban Ziekenhuisfarmacie op grond van haar aanvullende beschermingscertificaat voor semaglutide, de werkzame stof in onder meer Ozempic®, Wegovy® en Rybelsus®. Ceban heeft een semaglutide bevattende neusspray onder de naam Semanova bereid, en brengt deze op de markt als apotheekbereiding. Ook liet zij de neusspray opnemen in de G-Standaard. Novo Nordisk heeft Ceban aangeschreven met het verzoek de inbreuk op haar ABC te staken en gestaakt te houden, maar Ceban heeft geweigerd om een onthoudingsverklaring met boete te ondertekenen. Novo Nordisk is daarom een kort geding gestart. De geldigheid van het basisoctrooi en het ABC is niet betwist. Omdat Ceban semaglutide heeft ingevoerd, in voorraad heeft gehad, verwerkt en verhandeld, moet volgens de voorzieningenrechter in beginsel van inbreuk worden uitgegaan. Centraal staat vervolgens de vraag of Ceban een beroep kan doen op de apothekersvrijstelling van artikel 54c, aanhef en onder e, ROW.

IEF 23736

Uitspraak ingezonden door Quirijn Meijnen, LMO Advocaten.

Doorhaling DJ ROSSI afgewezen: geen bewijs van depot te kwader trouw

BBIE 20 jul 2026,, IEF 23736; 3000858 ([verzoeker] tegen Traveltex Beheer), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/doorhaling-dj-rossi-afgewezen-geen-bewijs-van-depot-te-kwader-trouw

BBIE 20 juli 2026, IEF 23736; IEFbe 4272; nr. 3000858 ([verzoeker] tegen Traveltex Beheer). In deze zaak beslist het BBIE op een vordering tot doorhaling van het Benelux-woordmerk DJ ROSSI. Het merk is op 27 juni 2022 aangevraagd en op 7 september 2022 ingeschreven voor waren in klasse 9 en diensten in de klassen 35 en 41. [verzoeker], een Britse dj en producer die sinds 2018 optreedt onder de artiestennaam ROSSI., stelt dat [verweerder] het merk te kwader trouw heeft aangevraagd. Volgens [verzoeker] wist of behoorde [verweerder] te weten van zijn gebruik van ROSSI. en diende het depot uitsluitend om hem het verdere gebruik van dat teken te verhinderen, de positie van [verweerder] in onderhandelingen en procedures te versterken en de gebruiksplicht van een eerdere, in 2013 vervallen merkregistratie te omzeilen. [verweerder] betwist dit en voert aan dat zijn bestuurder al sinds 1990 als dj optreedt onder de namen ROSSI en DJ ROSSI, tussen 2003 en 2013 over een eerdere Benelux-registratie van DJ ROSSI beschikte en het bestreden merk heeft aangevraagd om deze bestaande merkpositie opnieuw te beschermen.

IEF 23735

Uitspraak ingezonden door Alexander Heirwegh en Dieter Delarue, Co & Delarue

La Mer-, Mirante- en Penida-meubels maken inbreuk of dreigen inbreuk te maken op model- en auteursrechten van Tribù

Belgische gerechten 6 aug 2026,, IEF 23735; (Tribù tegen [verweersters]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/la-mer-mirante-en-penida-meubels-maken-inbreuk-of-dreigen-inbreuk-te-maken-op-model-en-auteursrechten-van-tribu

Ondernemingsrechtbank Brussel 22 juli 2026, IEF 23735; IEFbe 4271; A/25/02427; A/25/03798 (Tribù tegen [verweersters]). In deze samengevoegde zaken stelt Tribù, een Belgische onderneming die actief is in het ontwerp, de productie en de commercialisering van outdoor designmeubilair, dat twee Griekse vennootschappen via een website en commerciële documentatie de La Mer plus sofa, La Mer sofa, La Mer plus lounge armchair, La Mer sunlounger, Mirante dining armchair en Penida armchair afbeelden en aanbieden. Volgens Tribù maken deze meubels inbreuk op vier ingeschreven Uniemodellen en een internationaal model dat in de Europese Unie bescherming geniet, alsmede op haar auteursrechten op de Tosca sofa, Tosca lounge chair, Tosca lounger, Amanu dining chair en Suro armchair. Tribù vordert onder meer vaststelling en staking van de modelrechtelijke en auteursrechtelijke inbreuken, oplegging van een dwangsom en verstrekking van informatie over de herkomst en verhandeling van de aangevochten meubels. Verweersters betwisten onder meer de internationale bevoegdheid van de Belgische rechter, de geldigheid en beschermingsomvang van de ingeroepen modellen, de auteursrechtelijke bescherming, de gestelde inbreuken en het procesbelang van Tribù ten aanzien van enkele inmiddels offline gehaalde meubels. Zij beroepen zich voor de La Mer sunlounger tevens op een verklaring uit 2019. In reconventie vorderen zij nietigverklaring van de modelregistraties, staking van een beweerdelijk misleidende marktpraktijk door Tribù en schadevergoeding wegens tergend en roekeloos geding.

IEF 23734

Artikel geschreven door Dirk Visser. 

AI Muziek aanbieder maakt inbreuk op auteursrecht

Artikel geschreven door Dirk Visser

Suno, de aanbieder van een AI-systeem waarmee muziek kan worden gegenereerd, maakt inbreuk op het auteursrecht van de componisten van een zestal bekende
nummers.
Dat besliste het Landgericht München op 31 juli 2026 in een zaak aangespannen door GEMA, de Duitse BumaStemra.

Het gaat om de nummers Atemlos durch die Nacht, Rasputin, Big in Japan, Forever Young, Mambo No. 5 en Daddy Cool. GEMA voerde de liedteksten van deze nummers als prompt in met een indicatie van de muziekstijl, waarna Suno nummers genereerde die erg leken op het origineel.

De Duitse rechtbank oordeelde dat Suno zowel bij het trainen van het AI-model, als bij de opslag in het AI-model en bij de output inbreuk maakt op de reproductie- en openbaarmakingsrechten van de componisten.

Bij het trainen had Suno geen ‘rechtmatige toegang’, omdat zij gebruik maakte van nummers op YouTube waarbij ‘technische voorzieningen’ werden omzeild.

In het AI-model is sprake van ‘memorisatie’, waarbij nummers worden opgeslagen op een manier die het mogelijk maakt dat dat ze er ook weer uit komen, hetgeen blijkt uit het feit dat in de output sterk gelijkende nummers terugkomen. Dit valt niet onder de Europese uitzondering voor tekst- en datamining, die in Nederland in artikel 15o Auteurswet is vastgelegd.

Het trainen van het AI-model, dat in de VS plaatsvindt, in combinatie met de memorisatie, valt volgens de Duitse rechter naar Amerikaans recht niet onder de zogenaamde ‘fair use’ uitzondering. De Duitse rechter besprak daarbij ook de tegenstrijdige uitspraken van vorig jaar in de zaken Bartz/Anthropic en Kadry/Meta, waarvan de eerste leidde tot een recent goedgekeurde schikking van 1,5 miljard dollar.

Suno kreeg een verbod opgelegd, moet informatie verschaffen en schadevergoeding betalen, maar gaat in hoger beroep. Eind vorig jaar won GEMA bij dezelfde rechtbank een vergelijkbare zaak tegen OpenAI over liedteksten. Ook in die zaak is hoger beroep ingesteld. GEMA biedt sinds kort ook een muziekdatabase aan waar tegen betaling en onder aanvullende voorwaarden wel AI-modellen op mogen worden getraind.

In Amerika procederen de muzieklabels Universal Music en Sony Music ook tegen Suno. Met Warner Music heeft Suno een schikking getroffen, maar de precieze inhoud daarvan is niet bekend. Er loopt in de VS ook een zogenaamde class action tegen Suno namens onafhankelijke artiesten. In Denemarken procedeert Koda, de Deense BumaStemra, ook tegen Suno. In die zaken is nog geen uitspraak.

De uitspraak van de Duitse rechter is ook voor Nederland en de rest van de EU van belang, omdat het auteursrecht in de EU is geharmoniseerd.

IEF 23732

Aanbieden en verhandelen van automatten met Audi- en Volkswagen-tekens vormt merkinbreuk

Rechtbank Den Haag 27 jul 2026,, IEF 23732; ECLI:NL:RBDHA:2026:21393 (Audi c.s. tegen [gedaagde]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/aanbieden-en-verhandelen-van-automatten-met-audi-en-volkswagen-tekens-vormt-merkinbreuk

Rb. Den Haag 27 juli 2026, IEF 23732; ECLI:NL:RBDHA:2026:21393 (Audi c.s. tegen [gedaagde]). Audi en Volkswagen komen in kort geding op tegen de invoer, aanbieding en verkoop van automatten waarop tekens staan die identiek zijn aan verschillende Audi- en Volkswagen-merken. De Nederlandse douane houdt meerdere voor de handelaar bestemde zendingen tegen, waarna automatten met de merken worden aangetroffen in advertenties op onder meer Instagram, TikTok, Marktplaats, Etsy en Facebook. Hoewel de handelaar na sommatie verklaart de verkoop te hebben gestaakt, verschijnen daarna opnieuw advertenties via bestaande en nieuwe accounts. Omdat meerdere malen nieuwe aanbiedingen worden geplaatst en de handelaar geen onthoudingsverklaring wil afgeven, acht de voorzieningenrechter het spoedeisend belang aanwezig. Niet betwist is dat de handelaar via zijn eigen handelsnaam automatten met tekens gelijk aan de Audi- en Volkswagen-merken aanbiedt en verkoopt. De tekens worden in het economisch verkeer gebruikt voor dezelfde waren als waarvoor de merken zijn ingeschreven. Daarmee is voorshands sprake van merkinbreuk op de a-grond van artikel 9 lid 2 onder a UMVo en artikel 2.20 lid 2 onder a BVIE. Dat de handelaar naar eigen zeggen te goeder trouw handelt, staat aan merkinbreuk en een verbod niet in de weg. Omdat de inbreuk op de a-grond vaststaat, hoeft niet meer te worden onderzocht of ook sprake is van verwarringsgevaar op de b-grond.