Filter
  • Datum
  • Dossier
  • Instantie
zoeken

Dossiers

 
 
20.735 artikelen gevonden
IEF 23357

Gerecht verwerpt procedurele bezwaren tegen nieuwe vervallenverklaringsbeslissing over het merk Rebell

Gerecht EU (voorheen GvEA) 14 jan 2026, IEF 23357; ECLI:EU:T:2026:3 (Schönegger Käse-Alm GmbH tegen EUIPO en Jumpseat3D plus Germany GmbH), https://www.ie-forum.nl/artikelen/gerecht-verwerpt-procedurele-bezwaren-tegen-nieuwe-vervallenverklaringsbeslissing-over-het-merk-rebell

Gerecht EU 14 januari 2026, IEF 23357; IEFbe 4134; ECLI:EU:T:2026:3 (Schönegger Käse-Alm GmbH tegen EUIPO en Jumpseat3D plus Germany GmbH). In dit arrest staat niet de inhoudelijke beoordeling van het normale gebruik van het Uniewoordmerk Rebell centraal, maar de vraag of de Tweede Kamer van Beroep van het EUIPO de procedure na een eerdere vernietiging door het Gerecht op juiste wijze had voortgezet. Het merk Rebell was in 2005 ingeschreven voor melk en zuivelproducten in klasse 29. In 2020 had Jumpseat3D plus Germany een verzoek tot vervallenverklaring ingediend wegens niet-gebruik. Na een eerdere beslissing van de Kamer van Beroep had het Gerecht in 2024 die beslissing gedeeltelijk vernietigd wegens ontoereikende motivering. Vervolgens nam de Tweede Kamer van Beroep op 22 augustus 2024 een nieuwe beslissing, waarin zij de beslissing van de annuleringsafdeling gedeeltelijk vernietigde, de merkhouder vervallen verklaarde voor een groot deel van de betrokken zuivelwaren, en het merk alleen in stand liet voor “kaas” en “producten op basis van kaas”. Schönegger Käse-Alm kwam daartegen op met drie procedurele middelen, die alle verband hielden met het feit dat tegen Jumpseat3D plus Germany inmiddels in Duitsland een insolventieprocedure was geopend.

IEF 23362

Gerecht bevestigt weigering van het Uniewoordmerk CRYPTOSTAMP wegens beschrijvend karakter

Gerecht EU (voorheen GvEA) 14 jan 2026, IEF 23362; ECLI:EU:T:2026:11 (Variuscard Produktions – und Handels GmbH tegen EUIPO), https://www.ie-forum.nl/artikelen/gerecht-bevestigt-weigering-van-het-uniewoordmerk-cryptostamp-wegens-beschrijvend-karakter

Gerecht EU 14 januari 2026, IEF 23362; IEFbe 4139; ECLI:EU:T:2026:11 (Variuscard Produktions – und Handels GmbH tegen EUIPO). In het arrest beoordeelt het Gerecht de weigering van het woordmerk CRYPTOSTAMP voor goederen en diensten in de klassen 9, 16, 36 en 42, waaronder elektronische postzegels, geïntegreerde circuitpostzegels, postzegelalbums, vouchers, blockchaingerelateerde financiële diensten en software- en platformdiensten. De examinator had de aanvraag afgewezen op grond van artikel 7, lid 1, onder b en c, van Verordening (EU) 2017/1001, en de Tweede Kamer van Beroep had die weigering bevestigd. De Kamer van Beroep baseerde haar beoordeling op het Engelstalige publiek in onder meer Ierland, Cyprus en Malta. Zij oordeelde dat het relevante publiek het teken CRYPTOSTAMP zou begrijpen als de combinatie van het voorvoegsel “crypto”, in de betekenis van versleuteld of cryptografisch, en het woord “stamp”, onder meer in de betekenis van postzegel. Volgens de Kamer van Beroep zou het merk daarom worden opgevat als een “encrypted stamp” of “cryptographic stamp”, en had het een voldoende direct en concreet verband met de betrokken goederen en diensten. Voor sommige goederen, zoals elektronische postzegels en geïntegreerde circuitpostzegels, wees het teken volgens haar rechtstreeks op de aard van de goederen. Voor andere goederen, zoals postzegelhouders, albums, vouchers, gedrukte documenten en ruilkaarten, kon het teken wijzen op hun bestemming of op hun relatie met cryptografische postzegels. Voor de diensten in de klassen 36 en 42 kon het merk volgens de Kamer van Beroep eveneens beschrijven dat deze betrekking hadden op cryptografische postzegels, digitale tweelingen, NFT’s, blockchaintransacties of de technische verwerking daarvan.

IEF 23369

Artikel ingezonden door Dirk Visser. 

Podcast Dirk Visser - Auteursrecht, AI en de vraag van wie creativiteit eigenlijk is

Hij gooit KitKats door de zaal. Studenten nemen Audi-grilles mee naar college. En hij droomt van een Mitsubishi-voorkant.

Zo ziet intellectueel eigendomsrecht eruit als je het met passie doceert.

Dirk Visser. Hoogleraar in Leiden. Partner bij Visser Schaap & Kreijger. En winnaar van de Gouden Peer IE 2025 van Mr. Magazine Online.

Als je hem in één woord moet omschrijven: enthousiasme. In deze aflevering van Jong Juridisch ontdek je waar dat vandaan komt. En waarom het er nu meer toe doet dan ooit.

IEF 23371

Normaal gebruik en verwarringsgevaar tussen AOURA en AURA LOEWE

Gerecht EU (voorheen GvEA) 18 mrt 2026, IEF 23371; ECLI:EU:T:2026:193 (Debonair Trading Internacional Lda. (Zona Franca da Madeira) tegen EUIPO en Loewe SA), https://www.ie-forum.nl/artikelen/normaal-gebruik-en-verwarringsgevaar-tussen-aoura-en-aura-loewe

Gerecht EU 18 maart 2026, IEF 23371; ECLI:EU:T:2026:193 (Debonair Trading Internacional Lda. (Zona Franca da Madeira) tegen EUIPO en Loewe SA). Debonair Trading vraagt inschrijving van het Uniewoordmerk AOURA voor parfumerie en aanverwante cosmetische producten in klasse 3, waartegen Loewe oppositie instelt op basis van haar oudere Uniewoordmerk AURA LOEWE voor “perfumery, cosmetics”. De oppositiedivisie acht normaal gebruik van AURA LOEWE in de periode 26 maart 2016–25 maart 2021 bewezen en wijst de oppositie toe voor alle betrokken waren. Debonair gaat tevergeefs in beroep bij de kamer van beroep en vordert vervolgens bij het Gerecht vernietiging van de beslissing (inclusief de kostenbeslissingen) en vergoeding van haar kosten. Het Gerecht verklaart de globale verwijzing naar de bij EUIPO ingenomen stellingen niet‑ontvankelijk, omdat een beroep zelfstandig de wezenlijke middelen moet bevatten. Inhoudelijk beroept Debonair zich op twee middelen: schending van artikel 47 UMVo (onterecht aanvaarden van het gebruiksbewijs) en artikel 8 lid 1 onder b UMVo (geen verwarringsgevaar). Ten aanzien van artikel 47 bevestigt het Gerecht de gebruiksnorm en oordeelt het dat gebruik van een rebranded variant, waarin LOEWE groter boven AURA staat, een toelaatbare afwijking is die het onderscheidende karakter van het woordmerk AURA LOEWE niet wijzigt. Het bewijs moet globaal worden beoordeeld: persknipsels en social‑mediastukken met mindere kwaliteit kunnen worden ondersteund door onder meer website‑uittreksels, facturen en advertenties; ongedateerde stukken en stukken net buiten de relevante periode mogen meewegen om continuïteit te staven. Dat sommige bewijsstukken geen bronvermelding hebben of producten “out of stock” of met korting tonen, doet aan de vaststelling van normaal gebruik voor parfumeriewaren in klasse 3 niet af. Het eerste middel wordt volledig verworpen.

IEF 23356

Gerecht bevestigt weigering van het merk DEINS wegens gebrek aan onderscheidend vermogen

Gerecht EU (voorheen GvEA) 21 jan 2026, IEF 23356; ECLI:EU:T:2026:38 (HTG GmbH tegen EUIPO), https://www.ie-forum.nl/artikelen/gerecht-bevestigt-weigering-van-het-merk-deins-wegens-gebrek-aan-onderscheidend-vermogen

Gerecht EU 21 januari 2026, IEF 23356; IEFbe 4133; ECLI:EU:T:2026:38 (HTG GmbH tegen EUIPO). In dit arrest staat de aanvraag centraal voor het woordmerk DEINS voor diverse waren en diensten in de klassen 10, 20, 24, 25, 27 en 35, waaronder medische steunkousen, meubels, textiel, kleding, vloerbedekkingen en detailhandelsdiensten voor die producten. De examinator had de aanvraag geweigerd op grond van art. 7 lid 1, onder b, UMVo, gelezen in samenhang met art. 7 lid 2 UMVo, en de Vijfde Kamer van Beroep had die weigering bevestigd. Het Gerecht laat die beslissing in stand. Het stelt voorop dat onderscheidend vermogen ontbreekt wanneer het relevante publiek het teken niet als aanduiding van commerciële herkomst opvat, maar slechts als een promotionele of informatieve boodschap. Het relevante publiek bestaat hier uit zowel het grote publiek als professionals, waarbij voor de beoordeling met name is gekeken naar het Duitstalige publiek in Duitsland en Oostenrijk. Volgens het Gerecht zal dat publiek het woord DEINS onmiddellijk begrijpen als een informele vorm van “deines”, dus als een bezittelijk voornaamwoord in de betekenis van “van jou”. In de context van de betrokken waren en diensten zal dat woord uitsluitend worden opgevat als een eenvoudige wervende boodschap, bijvoorbeeld dat het product of de dienst voor de consument bestemd is, bij hem past of op zijn behoeften is afgestemd. Het teken mist daarom de originaliteit, pregnantie en interpretatieve inspanning die nodig zijn om, naast die promotionele functie, ook als merk te kunnen functioneren.

IEF 23375

Article written by Michaël de Vroey, Simont Braun.

Another Belgian judgment applying #Mio

In a judgment rendered last week, the Brussels Court of Appeal denied copyright protection for both a cosmetic treatment device and its graphical user interface (GUI).

Relying on the CJEU’s hashtag#Mio / Konektra case law, the court recalls that copyright protection requires free and creative choices reflecting the author’s personality, which cannot be presumed and must be identified concretely. Mere aesthetic appeal, elegance or a distinct visual impression are insufficient. Copyright originality must not be confused with novelty or individual character under design law (express reference to Cofemel).

The device

The features relied upon were largely technically or functionally determined (e.g. central rectangular screen, slightly tilted display, metal plate for branding, handpiece holders, footed structure).

Where choices were possible, they were considered banal and commonplace, consistent with pre‑existing design trends (including tablet‑like devices such as the iPad and prior registered designs).

Even the combination and arrangement of these elements was not regarded as original, as it did not confer a unique expressive character. The court stresses that the mere existence of alternative designs does not, in itself, establish sufficient creative freedom.

IEF 23370

Artikel geschreven door Luuk Jonker, Holla.

Lego afgeblokt? Oftewel: waarom niet elk ontwerp een geldig modelrecht oplevert.

L. Jonker, 16 februari 2026.

Op 14 januari 2026 wees het Gerecht van de Europese Unie een opvallende uitspraak in een zaak tussen Lego en een concurrent. Centraal stond de vraag of een specifiek Lego‑blokje – een langwerpig plaatje met twee noppen en een halfronde ‘clip’ aan de zijkant – als EU‑modelrecht beschermd kon blijven. De uitkomst? Nee: het model mist voldoende eigen karakter en is dus nietig. Lees hieronder waarom Lego van de koude kermis thuis kwam.

Hoewel het op het eerste gezicht een nogal “technisch” juridisch geschil lijkt, is de uitspraak juist interessant voor eigenlijk elke partij die via het modellenrecht probeert vormen van producten te beschermen. En Lego is bij uitstel zo’n partij. Sinds het verlopen van haar octrooien op de bouwblokjes die we allemaal kennen, probeert Lego het modellenrecht en het merkenrecht in te zetten om haar producten zoveel mogelijk te monopoliseren. Soms lukt dat. Maar soms ook niet.

Wat speelde er?

Lego had al in 2008 een model geregistreerd voor het betreffende blokje. Een van haar concurrenten vocht dat model aan, met het argument dat er al eerder een vrijwel identiek ontwerp bestond — eveneens een Lego‑blokje. Volgens het Europese modellenrecht moet een geldig model aan twee vereisten voldoen. Als eerste eis geldt dat een model nieuw dient te zijn. Dit betekent dat vóór de relevante datum geen identiek model openbaar is gemaakt. Modellen gelden als identiek wanneer hun kenmerken slechts in onbelangrijke details van elkaar verschillen.  Als tweede eis geldt dat een model eigen karakter dient te hebben. Dit houdt in dat de algemene indruk die het model wekt bij een geïnformeerde gebruiker verschilt van de algemene indruk van elk ouder model dat al reeds vóór de relevante datum voor het publiek beschikbaar is gesteld. Met andere woorden; het nieuwe model mag niet te veel lijken op al eerder openbaar gemaakte ontwerpen. 

Eerst zie je een plaatje van het model. En daarna een afbeelding van een eerder ontwerp van Lego zelf.

IEF 23355

Gerecht bevestigt normaal gebruik van het woordmerk Genussländer voor kaas

Gerecht EU (voorheen GvEA) 28 jan 2026, IEF 23355; ECLI:EU:T:2026:49 (Land Oberösterreich (Oostenrijk) tegen EUIPO en Norma Lebensmittelfilialbetrieb Stiftung & Co. KG), https://www.ie-forum.nl/artikelen/gerecht-bevestigt-normaal-gebruik-van-het-woordmerk-genusslander-voor-kaas

Gerecht EU 28 januari 2026, IEF 23355; IEFbe 4132; ECLI:EU:T:2026:49 (Land Oberösterreich (Oostenrijk) tegen EUIPO Norma Lebensmittelfilialbetrieb Stiftung & Co. KG). In dit arrest staat een vervallenverklaringsprocedure centraal tegen het Uniewoordmerk Genussländer, dat onder meer was ingeschreven voor kaas in klasse 29. Land Oberösterreich had vervallenverklaring gevorderd op grond van art. 58 lid 1, onder a, UMVo wegens gebrek aan normaal gebruik. De annuleringsafdeling had het merk voor alle betrokken waren vervallen verklaard, behalve voor kaas, en de Kamer van Beroep had dat oordeel bevestigd. Voor het Gerecht voerde verzoeker aan dat Genussländer niet als merk, maar als aanduiding van een kaassoort werd gebruikt, en dat bovendien onvoldoende bewijs van normaal gebruik was geleverd. Het Gerecht verwerpt dat betoog. Het stelt voorop dat een ingeschreven merk ten minste een minimum aan onderscheidend vermogen heeft en daarom niet zonder meer als soortaanduiding kan worden aangemerkt. Uit de overgelegde etiketten en verpakkingen blijkt volgens het Gerecht dat Genussländer daadwerkelijk als merk is gebruikt. Dat het teken op de verpakking samen voorkwam met Leckerrom, doet daaraan niet af: het relevante publiek zal die tekens opvatten als naast elkaar gebruikte, zelfstandige tekens, waarbij Genussländer eventueel als ondermerk fungeert. Ook de aanvullende afbeeldingen en beschrijvende vermeldingen op de verpakking tasten het onderscheidend vermogen van het ingeschreven merk niet aan. Daarmee is voldaan aan art. 18 lid 1, onder a, UMVo: het merk is gebruikt in een vorm die slechts afwijkt zonder dat het onderscheidend vermogen wordt gewijzigd.

IEF 23367

Neoperl / EUIPO: tastbaar positiemerk voor sanitair inzetstuk mist onderscheidend vermogen

Gerecht EU (voorheen GvEA) 17 dec 2025, IEF 23367; ECLI:EU:T:2025:1120 (Neoperl AG tegen EUIPO), https://www.ie-forum.nl/artikelen/neoperl-euipo-tastbaar-positiemerk-voor-sanitair-inzetstuk-mist-onderscheidend-vermogen

Gerecht EU 17 december 2026, IEF 23367; IEFbe 4142; ECLI:EU:T:2025:1120 (Neoperl AG tegen EUIPO). In deze zaak ging het om een Uniemerkaanvraag van Neoperl voor een zogenoemd tastbaar positiemerk, bestaande uit concentrische, elastische, cirkelvormige lamellen aan het uiteinde van een cilindrisch sanitair inzetstuk voor waterafvoer, bestemd voor waren in klasse 11, zoals straalregelaars en straalvormers. De Vijfde Kamer van Beroep van het EUIPO had geoordeeld dat dit teken onderscheidend vermogen miste in de zin van artikel 7, lid 1, onder b), van verordening nr. 207/2009. Nadat het Gerecht die beslissing aanvankelijk had vernietigd, vernietigde het Hof van Justitie dat arrest in hogere voorziening en verwees het de zaak terug. In de verwijzingsprocedure moest het Gerecht nog oordelen over de beoordeling van het onderscheidend vermogen, de motiveringsplicht van artikel 94, lid 1, van verordening 2017/1001, en de verplichting tot ambtshalve onderzoek van de feiten van artikel 95, lid 1, van die verordening.

IEF 23365

Nieuw alumninetwerk voor de Master Intellectueel Eigendomsrecht, Innovatie en Technologie

Sinds kort is er een alumninetwerk opgericht voor de master Intellectueel Eigendomsrecht, Innovatie en Technologie van de Universiteit Utrecht!

Het doel van het alumninetwerk is om alumni en huidige studenten op een laagdrempelige en toegankelijke manier met elkaar in contact te brengen. Er is een LinkedIn-groep gecreëerd ter ondersteuning van dit initiatief. 

Via de LinkedIn-groep zullen wij activiteiten aankondigen en worden er updates en mijlpalen van alumni toegejuicht.

Wij nodigen alle alumni uit om de LinkedIn-groep te volgen en zich hierbij aan te sluiten!  

Meld je aan via: https://www.linkedin.com/groups/17234018/