Processtelling van MSD is geen afdwingbare toezegging om marktintroductie van Keytruda SC uit te stellen
Rb. Den Haag 3 juli 2026, IEF 23691; ECLI:NL:RBDHA:2026:18266 (Halozyme tegen MSD). Halozyme is houdster van Europees octrooi EP 2 792 622 B1 voor gemodificeerde PH20-hyaluronidasepolypeptiden en voert met MSD een VRO-procedure over de vraag of Keytruda SC, een subcutane formulering van het kankergeneesmiddel Keytruda met het enzym ALT-B4, inbreuk maakt op dat octrooi. In haar conclusie van antwoord in reconventie had MSD onder meer betoogd dat geen concrete dreiging bestond dat zij Keytruda SC buiten Nederland op de Europese markt zou brengen. Nadat Zweedse en Deense vennootschappen van de MSD-groep Keytruda SC met gebruikmaking van de centrale Europese marktvergunning van MSD in de betreffende geneesmiddelen- en prijzendatabases hadden laten opnemen en op de markt hadden gebracht, vorderde Halozyme in kort geding verwijdering van die vermeldingen en een tijdelijk verbod op het vervaardigen, aanbieden en verhandelen van Keytruda SC in verschillende Europese landen gedurende de VRO-procedure. Volgens Halozyme had MSD met haar processtelling toegezegd, althans de gerechtvaardigde schijn gewekt, dat de MSD-groep de marktintroductie zou uitstellen. De voorzieningenrechter acht zich op grond van artikel 4 Brussel I-bis internationaal bevoegd en neemt een spoedeisend belang aan vanwege het gestelde risico op verlies van marktaandeel zolang Keytruda SC in Denemarken en Zweden beschikbaar is.