Filter
  • Datum
  • Dossier
zoeken

Dossiers

 
 
21.247 artikelen gevonden
IEF 23897

Linzy-knuffels maken inbreuk op modelrechten van Jellycat

Rechtbank Den Haag 30 sep 2026, IEF 23897; ECLI:NL:RBDHA:2026:28949 (Jellycat tegen TJX NL), https://www.ie-forum.nl/artikelen/linzy-knuffels-maken-inbreuk-op-modelrechten-van-jellycat

Rb. Den Haag 30 september 2026, IEF 23897; ECLI:NL:RBDHA:2026:28949 (Jellycat tegen TJX NL). De voorzieningenrechter oordeelt voorshands dat de door Jellycat ingeroepen modellen van een honkbal, regenboogtaart en tafeltennisbatje geldig zijn. Het nietigheidsverweer van TJX Nederland, dat de modellen technisch bepaald zouden zijn en nieuwheid en eigen karakter zouden missen, slaagt niet. De vormgeving berust mede op esthetische keuzes en TJX heeft geen eerdere identieke modellen aangetoond. Ook hebben de drie Jellycat-modellen voldoende eigen karakter ten opzichte van het aangedragen vormgevingserfgoed. Dat geantropomorfiseerde gebruiksvoorwerpen met gezichtjes en ledematen al voorkomen binnen de zogenoemde kawaii-stijl, staat aan modelrechtelijke bescherming niet in de weg. Wel is sprake van een vol ontwerpveld en kunnen de basisvormen van een honkbal, taart en tafeltennisbatje niet worden gemonopoliseerd. De beschermingsomvang is daarom beperkt tot vrijwel identieke ontwerpen. Bepalend zijn met name de combinatie van het basisvoorwerp, de vermenselijkende elementen en hun onderlinge maatverhoudingen. Kleur en materiaal spelen geen rol, omdat de modellen in zwart-wit zijn ingeschreven en deze kenmerken niet uit de registraties blijken.

IEF 23894

UPC CoA: verklaring van niet-inbreuk vóór octrooiverlening is kwestie van ontvankelijkheid

Unified Patent Court (UPC) 21 sep 2026, IEF 23894; UPC-CoA-90/2026 (OMNIA tegen Sidel), https://www.ie-forum.nl/artikelen/upc-coa-verklaring-van-niet-inbreuk-voor-octrooiverlening-is-kwestie-van-ontvankelijkheid

UPC CoA 21 september 2026, IEF 23894; IEFbe 4334; UPC-CoA-90/2026 (OMNIA tegen Sidel). In deze zaak tussen OMNIA en Sidel staat de vraag centraal of bij het UPC een vordering tot verklaring van niet-inbreuk kan worden ingesteld voordat de betrokken Europese octrooien zijn verleend. OMNIA stelde op 3 maart 2026 bij de Centrale Divisie Parijs een vordering in tot verklaring dat haar Opera Omnia labelling module geen inbreuk maakt op EP 4 594 194 en EP 4 624 351. Beide octrooien waren op dat moment nog niet verleend. Sidel diende daarna opt-outverzoeken in en stelde in een preliminary objection dat het UPC niet bevoegd was van de vordering kennis te nemen. De Centrale Divisie verwierp dat bezwaar, waarna Sidel in hoger beroep ging.

IEF 23893

Article written by Nick Aries, Bird & Bird.

Agentic AI: what should brand owners’ trade mark teams be thinking about?

Nick Aries, 20 August, 2026. 

Everyone is talking about agentic AI, but what impact will it have on brands? This article looks at some trademark questions arising from the growth of agentic AI and identifies topics for brand owners and technology providers to plan for.

What is agentic AI?

An agentic AI system uses language models to carry out a task, acting flexibly, learning from experience, and making decisions with limited human intervention. For example, a shopping agent is an AI system that carries out some or all of a purchase on a consumer’s behalf, triggered by an everyday-language request the person types or speaks. The consumer might type: “Find me the best-reviewed waterproof running shoes under £120 and order a pair in size 9.” The agent carries out the task independently and is able to query product databases, consider price and reviews, choose a product, and finalise the purchase without the consumer ever browsing.

IEF 23892

AIPPI Young Members bezoek aan Secrid op 12 november 2026

Beste Young Members,

Van Nederlandse ontwerpstudio tot internationaal succes: Secrid laat goed zien hoe design, innovatie en intellectuele eigendom elkaar kunnen versterken. Maar hoe ziet dat er in de praktijk uit? Welke rol speelt IE bij het ontwikkelen van nieuwe producten, welke keuzes maak je bij de bescherming ervan en hoe ga je om met inbreuk, zonder daarbij je bredere waarden uit het oog te verliezen? 

Op donderdag 12 november 2026 zijn de AIPPI Young Members te gast bij Secrid in Den Haag. Founders, het innovatieteam en IE-specialisten van binnen en buiten Secrid nemen ons mee door de hele levenscyclus van een Secrid-product: van idee en ontwerp tot bescherming en handhaving. We sluiten we de middag natuurlijk af met een borrel.

IEF 23891

Toeval en onbewuste ontlening in het auteursrecht

Dirk Visser, 2 oktober 2026.

Voor auteursrechtelijke bescherming van een object is een zekere mate van (menselijke) creativiteit vereist én is vereist dat het ‘werk’ niet is ‘ontleend’ aan het werk van een ander. Voor auteursrechtinbreuk is vereist dat de creatieve trekken van het oudere werk herkenbaar zijn overgenomen én dat het beweerdelijke inbreuk makende werk wél ‘ontleend’ is aan het oudere werk.

Wat betekent ‘ontlening’ hier precies en hoe zit het met toevallige gelijkenis en onbewuste ontlening? En maakt het verschil of er Generatieve AI is gebruikt bij het ontwerpen van een nieuw object?  

Bij de vraag naar auteursrechtelijke bescherming betekent ‘ontlening’ dat de ‘creatieve trekken’ van het werk niet ‘gekopieerd’ mogen zijn van een bestaand werk. Dan is er immers geen sprake van eigen creativiteit van de maker van het nieuwe werk, maar van ‘pikken’ van de creativiteit van de maker van het oudere werk. Bij de vraag of sprake is van auteursrechtinbreuk gaat het er ook om of de ‘creatieve trekken’ van het oudere werk ‘gekopieerd’ zijn.  

In beide gevallen geldt dat er niet is ‘ontleend’, als er geen creatieve trekken zijn overgenomen of gekopieerd. 

IEF 23889

Gerecht EU: normaal gebruik VECTOR FUND aangetoond en verwarringsgevaar met MARKETVECTOR

Gerecht EU (voorheen GvEA) 1 okt 2026, IEF 23889; ECLI:EU:T:2026:610 (MARKETVECTOR), https://www.ie-forum.nl/artikelen/gerecht-eu-normaal-gebruik-vector-fund-aangetoond-en-verwarringsgevaar-met-marketvector

Gerecht EU 30 september 2026, IEF 23889; IEFbe 4332; ECLI:EU:T:2026:610 (MARKETVECTOR). Van Eck Associates Corp. verzocht om vernietiging van een beslissing van de Vierde kamer van beroep van het EUIPO in een oppositieprocedure tegen de internationale registratie MARKETVECTOR voor financiële diensten in klasse 36. De oppositie van Vector S.A. was gebaseerd op het oudere Uniewoordmerk VECTOR FUND. Het Gerecht bevestigt dat normaal gebruik van het oudere merk is aangetoond. Hoewel VECTOR FUND niet in exact de geregistreerde vorm was gebruikt, werd het element ‘vector’ wel als merk gebruikt ter identificatie van de commerciële herkomst van de betrokken fondsen en financiële diensten. Dat het teken daarnaast ook als handelsnaam of vennootschapsnaam werd gebruikt, sluit merkgebruik niet uit wanneer het tevens een verband legt tussen het teken en de aangeboden diensten. De weglating van het beschrijvende element ‘fund’ tast het onderscheidend vermogen van het oudere merk niet aan. Ook de toevoeging van aanduidingen als ‘navigator’, ‘flexible’, ‘top managers mixed’ en ‘SICAV’ verandert dat onderscheidend vermogen niet, omdat deze elementen voor het relevante publiek beschrijvend zijn voor de kenmerken of juridische vorm van de verschillende fondsen. De kamer van beroep had daarom terecht geoordeeld dat sprake was van normaal gebruik in de zin van artikel 47 leden 2 en 3, gelezen in samenhang met artikel 18 lid 1 onder a UMVo.

IEF 23890

Article written by Joel Smith, Sarah Bailey and Christina Thompson, Simmons & Simmons. 

AI x Dispute Resolution: AI and IP - protecting rights & managing risk

Joel Smith, Sarah Bailey and Christina Thompson, 15 September 2026.

AI and IP disputes are here: what businesses need to know now

From landmark copyright cases to ownership questions and cross-border risk, this quick guide distils the latest legal developments and the practical steps organisations should take now.

AI-related disputes are no longer a hypothetical risk for organisations rolling-out use of AI models and tools. With cases already before courts across the UK, Europe and the US, early rulings are beginning to reshape the risk landscape, particularly in terms of IP infringement.

In the latest session of our AI x Dispute Resolution Webinar Series 2026, Joel Smith, Sarah Bailey and Christina Thompson examined the key cases on AI training and outputs, whether AI-generated inventions and outputs are capable of IP protection and set out the practical steps organisations should be taking now to manage risk. This article summarises the key issues discussed, the practical takeaways, some of the interesting questions raised by attendees and what organisations should be thinking about next.

IEF 23888

Gerecht EU bevestigt verwarringsgevaar tussen T-HEAD en oudere HEAD-merken

Gerecht EU (voorheen GvEA) 30 sep 2026, IEF 23888; ECLI:EU:T:2026:616 (T-HEAD), https://www.ie-forum.nl/artikelen/gerecht-eu-bevestigt-verwarringsgevaar-tussen-t-head-en-oudere-head-merken

Gerecht EU 30 september 2026, IEF 23888; IEFbe 4331; ECLI:EU:T:2026:616 (T-HEAD). T-Head (Shanghai) Semiconductor Co. Ltd verzocht om vernietiging van een beslissing van de Tweede kamer van beroep van het EUIPO in een oppositieprocedure tegen de inschrijving van het beeldmerk T-HEAD voor onder meer waren en diensten in de klassen 9, 35, 41, 42 en 45. De oppositie van Head Technology GmbH was gebaseerd op verschillende oudere HEAD-merken, waaronder Oostenrijkse woordmerken en een internationale registratie. Het Gerecht verwerpt eerst het betoog dat de kamer van beroep haar motiveringsplicht had geschonden bij de vergelijking van de waren in klasse 9. Voor zover T-Head bepaalde waren in haar beroep bij het EUIPO niet uitdrukkelijk had betwist, mocht de kamer van beroep aansluiten bij de motivering van de oppositieafdeling. Ook was de motivering niet tegenstrijdig waar onderscheid werd gemaakt tussen gespecialiseerde technologische componenten met meerdere mogelijke toepassingen en waren die volgens hun omschrijving specifiek als computerhardware moesten worden aangemerkt. Voor die laatste categorie, waaronder computerchips, centrale verwerkingseenheden en netwerkhardware, mocht de kamer van beroep aannemen dat sprake was van ten minste een geringe mate van soortgelijkheid met de software waarop de oudere merken betrekking hadden. Ook de overige door T-Head bestreden vergelijkingen van waren en diensten in de klassen 35, 41, 42 en 45 konden volgens het Gerecht standhouden.

IEF 23885

Oorspronkelijk verschenen op AI-Forum.

Thomson Reuters wint ook in hoger beroep: geen fair use bij AI-training met headnotes

Het Amerikaanse Third Circuit (equivalent van ons gerechtshof) heeft de overwinning van Thomson Reuters op ROSS Intelligence bevestigd. Het gebruik van de koptitels uit de juridische databank van Reuters voor de ontwikkeling van een met die databank concurrerende AI-zoektool, valt niet onder fair use. Het betreft de eerste Amerikaanse uitspraak in hoger beroep over fair use in de context van AI.

Bent u graag up to date op het snijvlak van AI en recht? Meld u vandaag nog aan voor het aankomende Nationaal AI & Data Congres van donderdag 5 november.

IEF 23886

Gerecht EU: geen restitutio in integrum na gemiste verlengingstermijn voor Uniemodel

Gerecht EU (voorheen GvEA) 9 sep 2026, IEF 23886; ECLI:EU:T:2026:551 (Barth tegen EUIPO), https://www.ie-forum.nl/artikelen/gerecht-eu-geen-restitutio-in-integrum-na-gemiste-verlengingstermijn-voor-uniemodel

Gerecht EU 9 september 2026, IEF 23886; IEFbe 4329; ECLI:EU:T:2026:551 (Barth tegen EUIPO). Barth GmbH verzocht om vernietiging en wijziging van een beslissing van de Derde kamer van beroep van het EUIPO over een geregistreerd Uniemodel voor isolerende dozen. De bescherming van het model liep op 17 juni 2024 af. Nadat noch binnen de reguliere termijn, noch binnen de aanvullende termijn tegen betaling van een toeslag om verlenging was verzocht, stelde het EUIPO vast dat de bescherming was verstreken. Barth diende vervolgens een verzoek om restitutio in integrum in op grond van artikel 67 lid 1 van Verordening nr. 6/2002. Volgens Barth was de termijnoverschrijding het gevolg van een samenloop van fouten van twee medewerkers van haar gemachtigde. Het Gerecht bevestigt dat herstel in de vorige toestand alleen mogelijk is wanneer de betrokkene, ondanks alle door de omstandigheden vereiste zorgvuldigheid, een termijn niet heeft kunnen naleven. Daarvoor moet een systeem van interne controle en termijnbewaking bestaan dat onbedoelde termijnoverschrijdingen in beginsel uitsluit. Menselijke fouten bij de handmatige verwerking van termijnen zijn volgens het Gerecht niet uitzonderlijk of onvoorzienbaar. Het gebruikte controlesysteem bood onvoldoende waarborgen: de controle berustte in wezen op de ene medewerker die het werk van een andere medewerker controleerde, terwijl geen systematische controle plaatsvond op de medewerker die de verlengingstermijn uit het systeem verwijderde. Ook werd niet in ieder dossier gecontroleerd of de verlengingsvergoeding daadwerkelijk was betaald. Systematische controles, zoals het opvragen van een betalingsbewijs of een controle achteraf of de verlenging in het register was ingeschreven, hadden de fout kunnen ontdekken.