Filter
  • Datum
  • Dossier
zoeken

Dossiers

 
 
21.029 artikelen gevonden
IEF 23670

Liaise Advocaten verwelkomt partner Charissa Koster

Persbericht Liaise Advocaten 9 juli 2026

Charissa is nu een week bij ons en het samenwerken is nu al een feest. Haar praktijk én
persoonlijkheid matchen perfect met de onze.

Charissa Koster is een ervaren en bevlogen media-, IE- en tech-advocaat. Al jaren staat ze aan
de zijde van bekende mediapartijen: van BN'ers, kranten en uitgevers tot auteurs, film- en
televisieproducenten en gaming- en tech-bedrijven. In en buiten de rechtszaal. Ze is adviseur en
boardroom partner, maar net zo goed een actief procesadvocaat die soepel schakelt tussen
mediarecht, intellectueel eigendom, IT en ondernemersvraagstukken. Strategisch, scherp en
altijd op zoek naar het beste resultaat samen met de cliënt, of dat nu een start-up of een
multinational is.

Dit sluit perfect aan met waar we als Liaise Advocaten voor staan: vanuit een realistische en
persoonlijke stijl bouwen aan lange termijnrelaties met onze cliënten.
En we hebben ontzettend veel zin dit met Charissa samen nog verder te gaan uitbouwen!

IEF 23669

Kan AI het auteursrecht juist redden? Een nieuwe visie op licenties in het AI-tijdperk


Mogen ontwikkelaars van generatieve AI auteursrechtelijk beschermde werken gebruiken voor de training van hun modellen? En zo ja, onder welke voorwaarden? De discussie wordt al langere tijd gevoerd, maar juridische duidelijkheid laat nog op zich wachten. Ondertussen speelt een interessante vervolgvraag: hoe ziet een werkbaar licentiesysteem eruit, ervan uitgaande dat toestemming en/of compensatie van de rechthebbende is vereist?

In deze bijdrage wordt die vervolgvraag belicht. Niet het voor de hand liggende scenario van collectief beheer, maar het meer experimentele concept waarin AI-agenten namens individuele makers licenties onderhandelen en beheren. Kan AI, de technologie die het huidige auteursrecht onder druk zet, uiteindelijk ook bijdragen aan een efficiëntere uitoefening daarvan?

Dit is een preview. Het volledige artikel is nu beschikbaar op www.AI-Forum.nl.

IEF 23668

Gebruik handelsnaam “Dynamiet Nederland” in Google Ads onrechtmatig

Rechtbank Rotterdam 11 jun 2026,, IEF 23668; ECLI:NL:RBROT:2026:6806 ((Dynamiet tegen [gedaagden])), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/gebruik-handelsnaam-dynamiet-nederland-in-google-ads-onrechtmatig

Rb. Rotterdam 11 juni 2026, IEF 23668; RB 4046; ECLI:NL:RBROT:2026:6806 (Dynamiet tegen [gedaagden]). In dit kort geding bij verstek oordeelt de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam over zoekmachineadvertenties waarin de naam Dynamiet Nederland wordt gebruikt. Dynamiet Nederland B.V. en [gedaagden] zijn concurrenten op het gebied van dienstverlening aan consumenten die een BKR-registratie willen laten verwijderen. Dynamiet vordert onder meer een verbod op het gebruik van haar handelsnaam en varianten daarop in advertentie-uitingen, en verwijdering van de reclame-uiting "Beter dan Dynamiet Nederland".

IEF 23667

Aankondiging BIE-Scriptieprijs 2026

De redactie van Berichten Industriële Eigendom organiseert ook in 2026 weer de jaarlijkse competitie voor de “BIE-Scriptieprijs”. 

Met de instelling van deze prijs beogen wij studenten te stimuleren zich te verdiepen in IE-vraagstukken en kennis te laten maken met het tijdschrift BIE. Onder IE verstaan wij hier het recht van de industriële eigendom (octrooi-, merken-, modellen-, handelsnaam-, databanken-en kwekersrecht plus het recht inzake geografische aanduidingen) alsmede het recht van de ongeoorloofde mededinging, inclusief de bescherming van bedrijfsgeheimen. Ook scripties over auteursrecht kunnen meedingen voor zover deze (mede) betrekking hebben op de hiervoor genoemde gebieden, zoals industriële vormgeving, technische excepties, cumulatie van beschermingsregimes, e.d. 

De prijs voor de beste IE-scriptie bedraagt € 1500. Daarnaast vragen we de auteur om voor BIE een artikel te schrijven op basis van zijn of haar scriptie. 

Eenieder kan goede scripties op het gebied van IE aanmelden en inzenden voor de BIE-Scriptieprijs. Docenten op het gebied van IE worden speciaal daartoe uitgenodigd. De inlevertermijn eindigt op 1 oktober 2026. De jury beslist in die maand. De fysieke uitreiking van de prijs vindt plaats tijdens de redactielunch op woensdag 11 november 2026

Scripties mogen zowel in het Nederlands als Engels worden geschreven. In niet voorziene gevallen beslist de jury. De mogelijkheid wordt voorbehouden dat de prijs niet wordt uitgereikt indien de jury, gelet op de kwaliteit van de ingezonden scripties, daartoe besluit. 

Scripties kunnen worden gemaild naar de uitgever van de BIE, Claudia Zuidema czuidema@delex.nl.

IEF 23665

Philips krijgt ex parte IE-maatregelen tegen OneBlade-inbreuk

Rechtbank Den Haag 12 jun 2026,, IEF 23665; ECLI:NL:RBDHA:2026:16624 ((Philips ten verzoeke van [gerekwestreerde]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/philips-krijgt-ex-parte-ie-maatregelen-tegen-oneblade-inbreuk

Rb. Den Haag 12 juni 2026, IEF 23665; ECLI:NL:RBDHA:2026:16624 (Philips ten verzoeke van [gerekwestreerde]). In deze ex parte‑verzoekschriftprocedure op grond van artikel 1019e Rv wijst de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag het door Philips gevraagde stakingsbevel toe en wijst hij een aantal aanvullende verzoeken gedeeltelijk af. Philips verzoekt onmiddellijke maatregelen tegen [gerekwestreerde], tevens handelend onder [handelsnaam] LTD, wegens gestelde inbreuk op haar Uniemerkrechten en het OneBlade‑model. Volgens Philips worden via online platforms producten aangeboden die inbreuk maken op haar IE‑rechten en is een onmiddellijke voorziening noodzakelijk om verdere verhandeling te voorkomen.

IEF 23664

Artikel geschreven door Bas Kist, Chiever.

Haaland scoort ook bij het Europese merkenbureau

Bas Kist, 6 juli 2026

De Noorse voetballer Erling Haaland scoort niet alleen op het WK, ook bij de Board of Appeal (BOA) van het Europese merkenbureau EUIPO pakt hij zijn punten. Op 20 mei 2026 oordeelde de BOA dat Michal Was, een Poolse ondernemer, te kwader trouw was toen hij de naam Haaland als Europees merk deponeerde. De merkregistratie Haaland van de Pool wordt nu uit het register geschrapt.

IEF 23663

Rb. Noord-Nederland veroordeelt Mediahuis tot rectificatie na eenzijdige en onjuiste publicatie over tandartspraktijk

Rechtbank Noord-Nederland 6 jul 2026,, IEF 23663; ECLI:RBNNE:2026:1229 ([eisers] tegen Mediahuis), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/rb-noord-nederland-veroordeelt-mediahuis-tot-rectificatie-na-eenzijdige-en-onjuiste-publicatie-over-tandartspraktijk

Rb. Noord-Nederland 15 april 2026, IT&Recht 5336; ECLI:RBNNE:2026:1229 ([eisers] tegen Mediahuis). In deze zaak tussen [eisers] en Mediahuis staat de vraag centraal of Mediahuis onrechtmatig heeft gehandeld door een krantenartikel over de tandartspraktijk van [eisers] te publiceren. De rechtbank oordeelt dat dit het geval is. Volgens de rechtbank heeft Mediahuis een eenzijdig en gekleurd beeld van [eisers] geschetst, zonder hen voldoende gelegenheid te geven daarop vóór publicatie te reageren. De rechtbank veroordeelt Mediahuis daarom tot het plaatsen van een rectificatie. De vordering tot verwijdering van het artikel wordt afgewezen. Aanleiding voor het geschil is een artikel dat in mei 2019 verscheen in de Steenwijker Courant naar aanleiding van een tuchtuitspraak tegen [eisers]. Het artikel bevat verschillende beschuldigingen over de praktijkvoering van [eisers] en is grotendeels gebaseerd op uitlatingen van een concurrerende tandartspraktijk. De tuchtuitspraak waarop het artikel was gebaseerd, is later door het Centraal Tuchtcollege vernietigd. Volgens [eisers] bevat het artikel feitelijke onjuistheden en heeft Mediahuis onvoldoende hoor en wederhoor toegepast. Bij de beoordeling past de rechtbank het gebruikelijke toetsingskader toe van artikel 6:162 BW in het licht van de belangenafweging tussen het recht op uitingsvrijheid (artikel 10 EVRM) en het recht op bescherming van eer, goede naam en persoonlijke levenssfeer (artikel 8 EVRM). De rechtbank stelt vast dat Mediahuis [eisers] alleen om een reactie op de tuchtuitspraak heeft gevraagd en niet op de overige verwijten, beschuldigingen en conclusies die uiteindelijk in het artikel zijn opgenomen. Daardoor konden [eisers] feitelijke onjuistheden vóór publicatie niet corrigeren. Volgens de rechtbank had Mediahuis hen die mogelijkheid wel moeten bieden, gelet op de mogelijke gevolgen van de publicatie voor hun reputatie.

IEF 23662

Rb. Den Haag: geen auteursrecht op PANARA-schoencollectie, wel verbod op merkgebruik

Rechtbank Den Haag 6 jul 2026,, IEF 23662; ECLI:NL:RBDHA:2026:18180 ([partij A] tegen [partij B] c.s. en Commerbas), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/rb-den-haag-geen-auteursrecht-op-panara-schoencollectie-wel-verbod-op-merkgebruik

Rb. Den Haag 3 juli 2026, IEF 23662; ECLI:NL:RBDHA:2026:18180 ([partij A] tegen [partij B] c.s. en Commerbas). In deze zaak tussen [partij A] en [partij B] c.s. staat de vraag centraal of [partij B] c.s. met de verkoop van Borgesa-schoenen inbreuk maakt op de auteursrechten op de PANARA-schoencollectie en op het Beneluxwoordmerk PANARA. De voorzieningenrechter wijst de auteursrechtelijke vorderingen af, maar verbiedt [partij B] c.s. wel het PANARA-merk nog langer te gebruiken voor de verkoop van schoenen in de Benelux. [partij A] ontwerpt en verkoopt sinds de jaren tachtig schoenen onder het merk PANARA. De productie vond plaats bij het Italiaanse Commerbas. [partij B] c.s. exploiteert sinds 2010 een Panara-winkel in Den Haag en verkocht jarenlang uitsluitend PANARA-schoenen op basis van een overeenkomst met [partij A]. Nadat die overeenkomst feitelijk was beëindigd, liet [partij B] c.s. vergelijkbare schoenen produceren door Commerbas en verkocht zij deze onder de naam Borgesa. De voorzieningenrechter oordeelt dat de mondelinge opzegging rechtsgeldig was, ook al ontbrak de contractueel voorgeschreven aangetekende brief. Volgens de voorzieningenrechter was voor [partij B] c.s. duidelijk dat de overeenkomst was beëindigd en heeft zij zich daar ook naar gedragen. Volgens [partij A] zijn die schoenen identiek aan de PANARA-modellen en maakt [partij B] c.s. daarnaast zonder toestemming gebruik van het PANARA-merk in de winkelnaam, domeinnaam en promotie. De voorzieningenrechter ziet onvoldoende aanleiding om aan te nemen dat de PANARA-schoencollectie auteursrechtelijk beschermd is. [partij A] heeft niet duidelijk gemaakt op welke afzonderlijke schoenmodellen zij zich beroept, welke creatieve keuzes daarin zijn gemaakt en welke kenmerken voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking komen.

IEF 23661

Rb. Amsterdam: geen voorzieningen voor toegang tot bedrijfssystemen en gebruik merknaam Coconaut

Rechtbank Amsterdam 6 jul 2026,, IEF 23661; ECLI:NL:RBAMS:2026:6427 (NoNonz tegen [gedaagden]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/rb-amsterdam-geen-voorzieningen-voor-toegang-tot-bedrijfssystemen-en-gebruik-merknaam-coconaut

Rb. Amsterdam 12 juni 2026, IEF 23661; ECLI:NL:RBAMS:2026:6427 (NoNonz tegen [gedaagden]). In deze zaak tussen NoNonz en [gedaagde 1] en [gedaagde 2] (samen: [gedaagden]) staat de vraag centraal of [gedaagden] in kort geding kunnen worden verplicht volledige toegang te verschaffen tot de digitale bedrijfssystemen van NoNonz, de volledige bedrijfsadministratie af te geven en zich te onthouden van het handelen namens NoNonz of het gebruik van de merknaam Coconaut(drinks). De voorzieningenrechter oordeelt dat NoNonz haar vorderingen onvoldoende heeft onderbouwd en wijst deze volledig af. NoNonz exploiteert onder meer de drank Coconaut op basis van een licentie. De aandelen in NoNonz worden gehouden door twee persoonlijke holdings, die ieder 50% van de aandelen bezitten en ook bestuurder zijn. Sinds halverwege 2024 is de samenwerking tussen de indirect bestuurders ernstig verstoord. [gedaagde 1] liet zich op 7 april 2025 met terugwerkende kracht per 31 december 2024 uitschrijven als bestuurder in het handelsregister van de KvK. Partijen probeerden hun geschil onder meer met een uitkoop op te lossen, maar dat lukte niet. Volgens NoNonz heeft [gedaagde 1] zich zonder besluit van de algemene vergadering van aandeelhouders als bestuurder uitgeschreven. Ook zouden [gedaagden] buiten medeweten van NoNonz Coconaut hebben verkocht, voorraad en administratie hebben achtergehouden en klanten van NoNonz hebben benaderd. Volgens NoNonz heeft zij sinds november 2024 bovendien geen toegang meer tot haar digitale bedrijfsomgeving, waaronder Google Workspace, Shopify, Zoho en de bijbehorende domeinnaam. Daarom vordert zij toegang tot de bedrijfssystemen, afgifte van de administratie en een verbod om namens NoNonz of onder de merknaam Coconaut op te treden. [gedaagden] betwisten deze verwijten. Volgens hen is juist de andere aandeelhouder verantwoordelijk voor het buitensluiten van [gedaagden] uit de onderneming. Volgens [gedaagde 1] liet zij zich als bestuurder uitschrijven omdat zij geen zicht meer had op de bedrijfsvoering en niet aansprakelijk wilde zijn voor vermeende privéonttrekkingen. Verder beroept [gedaagde 1] zich op een overeenkomst waarin is afgesproken dat haar aandelen zouden worden overgenomen tegen betaling van € 30.000, waarna de toegang tot de onderneming zou worden overgedragen. [gedaagden] stellen bovendien niet over de gevorderde bedrijfssystemen of administratie te beschikken en ontkennen nog namens NoNonz of onder het merk Coconaut te handelen.

IEF 23660

Gerecht EU: ARYUNA mag naast ARMUNIA worden ingeschreven

Gerecht EU (voorheen GvEA) 2 jul 2026,, IEF 23660; ECLI:EU:T:2026:421 (Sandoz tegen EUIPO en Be Healthy), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/gerecht-eu-aryuna-mag-naast-armunia-worden-ingeschreven

Gerecht EU 1 juli 2026, IEF 23660; ECLI:EU:T:2026:421 (Sandoz tegen EUIPO en Be Healthy). In deze zaak tussen Sandoz en EUIPO, met Be Healthy als wederpartij in de oppositieprocedure, staat de vraag centraal of het Uniewoordmerk ARYUNA wegens verwarringsgevaar niet kan worden ingeschreven tegenover de oudere Benelux- en Oostenrijkse woordmerken ARMUNIA voor farmaceutische producten. Sandoz betoogt dat de Kamer van Beroep ten onrechte heeft geoordeeld dat geen sprake is van verwarringsgevaar, met name omdat bij geneesmiddelen patiëntveiligheid en het risico op vergissingen tussen geneesmiddelen een zwaardere rol zouden moeten spelen. Be Healthy diende in 2022 een Uniemerkaanvraag in voor het woordmerk ARYUNA voor onder meer jodiumtincturen, medicinale kruiden en kruidengeneesmiddelen in klasse 5. Novartis, inmiddels opgevolgd door Sandoz, stelde oppositie in op basis van de oudere merken ARMUNIA, die bescherming genieten voor farmaceutische producten, waaronder orale anticonceptiva. Zowel de oppositieafdeling als de Kamer van Beroep wezen de oppositie af omdat, ondanks (gedeeltelijk) identieke waren, geen sprake was van verwarringsgevaar. Het Gerecht verklaart allereerst een reeks door Sandoz voor het eerst in beroep overgelegde stukken niet-ontvankelijk. Het gaat onder meer om rapporten, persartikelen, studies en websitefragmenten waarmee Sandoz wilde onderbouwen dat zorgverleners en patiënten regelmatig geneesmiddelen met vergelijkbare namen verwisselen. Omdat deze stukken niet tijdens de administratieve procedure bij EUIPO zijn ingebracht en niet alleen een juridische context schetsen, kunnen zij niet alsnog in de beroepsprocedure worden betrokken. Ten aanzien van het relevante publiek ondersteund het Gerecht het oordeel van de Kamer van Beroep dat medische professionals en het algemene publiek tot het relevante publiek behoren. Voor de globale beoordeling moet worden uitgegaan van het algemene publiek, omdat dat de laagste mate van aandacht heeft binnen de relevante groepen. Die aandacht is echter nog steeds relatief hoog. Geneesmiddelen en andere gezondheidsproducten raken namelijk rechtstreeks aan de gezondheid van de consument, zodat ook producten die zonder recept verkrijgbaar zijn met verhoogde oplettendheid worden gekocht.