Filter
  • Datum
  • Dossier
zoeken

Dossiers

 
 
21.157 artikelen gevonden
IEF 23805

Oorspronkelijk gepubliceerd op AI-Forum.

Auteursrecht op door AI gegenereerde output? De VS en EU zijn kritisch, maar India opent de deur


Kan een werk auteursrechtelijk beschermd zijn wanneer de vormgeving volledig door een AI-systeem is bepaald? Ja, aldus het Indiase Copyright Office. Het door DABUS gegenereerde beeld A Recent Entrance to Paradise voldoet aan de originaliteitsdrempel. DABUS kan zelf geen auteur zijn, maar zijn ontwikkelaar Stephen Thaler wel. Dezelfde Thaler wiens verzoek om bescherming van hetzelfde werk een halfjaar terug in de Verenigde Staten nog definitief strandde. Slaat India daarmee een andere route in dan de VS en naar alle waarschijnlijkheid ook de Europese Unie? Dat lichten we toe.

IEF 23804

Hof stelt vertrouwelijkheidsregime in voor bedrijfsgeheime financiële informatie in IE-procedure

Hof Den Haag 1 sep 2026, IEF 23804; ECLI:NL:GHDHA:2026:2738 (Polmos tegen Sasha), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/hof-stelt-vertrouwelijkheidsregime-in-voor-bedrijfsgeheime-financiele-informatie-in-ie-procedure

Hof Den Haag 1 september 2026, IEF 23804; ECLI:NL:GHDHA:2026:2738 (Polmos tegen Sasha). Polmos, rechthebbende op merken die zij aanbrengt op flessen wodka, procedeert tegen distributeur Sasha wegens gestelde merk- en auteursrechtinbreuk en onrechtmatig handelen. De rechtbank had haar vorderingen grotendeels toegewezen, maar voor de schadevergoeding verwezen naar de schadestaatprocedure. In hoger beroep wil Polmos haar primaire vordering van € 10 schadevergoeding per namaakfles nader onderbouwen met aanvullende producties over de inkoop- en verkoopprijzen van haar producten en die van licentienemers binnen het Moët Hennessy-concern, alsmede de daarmee behaalde nettowinsten in 2022. Zij verzoekt daarom om een vertrouwelijkheidsregime. Het hof oordeelt dat deze informatie als bedrijfsgeheim in de zin van de Wet bescherming bedrijfsgeheimen kwalificeert: zij is slechts voor een beperkte groep toegankelijk, vertegenwoordigt handelswaarde omdat concurrenten daarmee hun commerciële positie kunnen verbeteren, is ondanks het feit dat zij uit 2022 dateert nog voldoende actueel en wordt door geheimhoudingsafspraken en technische toegangsbeperkingen beschermd. Het hof benadrukt daarbij dat ook financiële bedrijfsinformatie een bedrijfsgeheim kan vormen.

IEF 23802

HvJ EU: politieke parodie rechtvaardigt gebruik bekend merk alleen als belang van gebruiker zwaarder weegt

HvJ EU 8 sep 2026, IEF 23802; ECLI:EU:C:2026:721 (Inter IKEA Systems), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/hvj-eu-politieke-parodie-rechtvaardigt-gebruik-bekend-merk-alleen-als-belang-van-gebruiker-zwaarder-weegt

HvJ EU 8 september 2026, IEF 23802; IEFbe 4293; ECLI:EU:C:2026:721 (Inter IKEA Systems). In het arrest Inter IKEA Systems (C-298/23) beantwoordt de Grote kamer van het Hof van Justitie prejudiciële vragen van de Nederlandstalige Ondernemingsrechtbank Brussel over de verhouding tussen de bescherming van bekende merken en de vrijheid van meningsuiting. Aanleiding is de campagne van Vlaams Belang uit 2022 onder de titel “IKEA-plan – Immigratie Kan Echt Anders”, waarin een politiek programma over de hervorming van het Belgische asiel- en immigratiebeleid werd gepresenteerd met tekens en visuele elementen die verwezen naar de bekende IKEA-merken en naar de montagehandleidingen van IKEA. Inter IKEA stelde wegens dit gebruik een merkinbreukvordering in tegen onder meer Algemeen Vlaams Belang en Vrijheidsfonds; de verwijzende rechter verklaarde die vordering uitsluitend ten aanzien van Vrijheidsfonds ontvankelijk. Vrijheidsfonds, dat de campagne namens en voor rekening van Vlaams Belang of zijn vertegenwoordigers voerde, erkende de IKEA-merken zonder toestemming te hebben gebruikt en stelde dat de bekendheid daarvan was benut om de politieke boodschap kracht bij te zetten en de verspreiding ervan te vergroten. De verwijzende rechter vraagt of de vrijheid van meningsuiting, waaronder politieke meningsuiting en politieke parodie, een “geldige reden” kan vormen in de zin van artikel 9 lid 2 onder c UMVo en artikel 10 lid 2 onder c en lid 6 Merkenrichtlijn. Het Hof maakt daarbij eerst onderscheid tussen twee juridische routes. Artikel 9 lid 2 onder c UMVo en artikel 10 lid 2 onder c Merkenrichtlijn zien op gebruik van een bekend merk in het economische verkeer voor waren of diensten. Artikel 10 lid 6 Merkenrichtlijn laat daarentegen nationale bescherming toe tegen gebruik anders dan ter onderscheiding van waren of diensten; voor Benelux-merken is die bescherming opgenomen in artikel 2.20 lid 2 onder d BVIE. Een dergelijk gebruik kan zowel binnen als buiten het economische verkeer plaatsvinden, maar is in ieder geval geen gebruik voor waren of diensten. Het Hof kan op basis van de verwijzingsbeslissing niet vaststellen onder welke route het gebruik door Vrijheidsfonds valt en laat die beoordeling aan de nationale rechter. Daarbij is van belang dat ook een vereniging zonder winstoogmerk in het economische verkeer kan handelen wanneer zij als marktdeelnemer optreedt. Een politiek programma is op zichzelf geen waar of dienst, maar gebruik van een merk bij bijvoorbeeld politieke bijeenkomsten, op reclamemateriaal of in promotionele onlinecontent kan onder omstandigheden wel als gebruik voor waren of diensten worden aangemerkt.

IEF 23801

Loop Cocoon maakt geen inbreuk op Uniemodel van Alpine voor baby-oorkappen

Rechtbank Den Haag 7 sep 2026, IEF 23801; ECLI:NL:RBDHA:2026:25842 (Alpine tegen Loop), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/loop-cocoon-maakt-geen-inbreuk-op-uniemodel-van-alpine-voor-baby-oorkappen

Rb. Den Haag 7 september 2026, IEF 23801; ECLI:NL:RBDHA:2026:25842 (Alpine tegen Loop). Alpine Nederland B.V., producent van onder meer gehoorbescherming voor baby’s, vordert in kort geding een inbreukverbod met nevenvorderingen tegen Loop B.V. Alpine beroept zich op haar op 19 december 2023 geregistreerde Uniemodel voor de Muffy Baby en stelt dat Loop door het ter verkoop aanbieden van de Loop Cocoon inbreuk maakt op dit model, omdat de Loop Cocoon bij de geïnformeerde gebruiker geen andere algemene indruk wekt. De voorzieningenrechter gaat voorshands uit van de geldigheid van het Alpine-model, omdat Loop de nietigheid daarvan niet heeft ingeroepen. Bij de beoordeling van de gestelde inbreuk is bepalend of de Loop Cocoon bij de geïnformeerde gebruiker een andere algemene indruk wekt, waarbij rekening wordt gehouden met de vrijheid van de ontwerper en de afstand van het model tot het vormgevingserfgoed. De voorzieningenrechter gaat voor de geïnformeerde gebruiker uit van ouders van baby’s en jonge kinderen.

IEF 23803

Bericht ingezonden door Nika Nazarian, LL.M. Intellectueel Eigendomsrecht, Innovatie en Technologie.

Verplaatsing eerste alumniborrel naar 16 september

Vanwege de hitte hebben we de eerste borrel van het alumni-netwerk van de "LL.M. Intellectueel Eigendomsrecht, Innovatie en Technologie" moeten verplaatsen.

De nieuwe datum voor de eerste alumni borrel is bekend: woensdag 16 september. De borrel vindt plaats in Grand Café Lodewijk, Universiteitsbibliotheek Binnenstad, Drift 27, 3512 BR Utrecht, met inloop vanaf 18:00 uur en is verder kosteloos.  

Zoals aangegeven is dit een mooie gelegenheid om bij te praten en nieuwe connecties te maken.

Om een goede inschatting te kunnen maken van het aantal aanwezigen, hebben wij een nieuwe poll aangemaakt, zie hieronder. Mocht je aanwezig kunnen zijn bij de borrel, laat dat alsjeblieft weten.

https://lnkd.in/eWHk8Y6j

Tot 16 september!

IEF 23800

Aanstaande woensdag: Entertainment & Recht 2026 – schrijf je nu nog in!

Aanstaande woensdag 9 september vindt het seminar Entertainment & Recht 2026 plaats. In één middag word je bijgepraat over de belangrijkste juridische ontwikkelingen in de entertainmentsector. Dagvoorzitters Marijn Kingma (Höcker) en Michiel Odink (Leeway) openen de middag met de Entertainment Top 10. Daarna bespreekt Peter Marx (MVVP) de juridische aspecten van sync, gaat Merel Teunissen (Liaise Advocaten) in op Film & AI en recente ontwikkelingen in het filmrecht en behandelen Janneke Popma (Höcker) en Vera Nederpelt (Dikhoff Van Dongen Advocaten) exploitatiecontracten. De middag wordt afgesloten met een paneldiscussie over muziekcontracten, auteurscontractenrecht, beëindiging en billijke vergoeding.

Er zijn nog enkele plekken beschikbaar, dus wil je erbij zijn? Schrijf je dan nu nog in! Het programma vindt plaats van 12.30 tot 17.15 uur (inloop vanaf 12.00 uur), levert 4 opleidingspunten op en wordt afgesloten met een netwerkborrel.

Schrijf je hier in voor Entertainment & Recht

IEF 23799

Uitspraak ingezonden door Maarten Russchen, Coda Advocaten.

Muziekuitgaveovereenkomsten opzegbaar; auteursrechten moeten na zes maanden worden terug overgedragen

Rechtbank Midden-Nederland 26 aug 2026, IEF 23799; ECLI:NL:RBMNE:2026:6161 (eisers tegen [gedaagde]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/muziekuitgaveovereenkomsten-opzegbaar-auteursrechten-moeten-na-zes-maanden-worden-terug-overgedragen

Rb. Midden-Nederland 26 augustus 2026, IEF 23799; ECLI:NL:RBMNE:2026:6161 (eisers tegen [gedaagde]). Eisers, een artiestenduo, sloten in 1996 met de rechtsvoorganger van gedaagde verschillende overeenkomsten over de exploitatie van hun muziek, waaronder afspraken over twee muziekfondsen, een voorschot van fl. 1,2 miljoen, een winstaandeel van 50% en overdracht van auteursrechten. De rechtbank verwerpt het standpunt van eisers dat de twee fondsen vennootschappen onder firma waren. Uit de inhoud van de overeenkomsten en de wijze waarop partijen daar gedurende ongeveer dertig jaar uitvoering aan hebben gegeven, volgt volgens de rechtbank dat sprake was van muziekuitgaveovereenkomsten met onderfondsen als handelsnaam van de muziekuitgeverij en niet van zelfstandig opererende vof’s. De vorderingen tot ontbinding, vereffening en verdeling worden daarom afgewezen. Ook bestaat geen recht op een aanvullende financiële eindafrekening over de latere jaren: het recht op 50% van de netto-opbrengst gold alleen gedurende de looptijd van de exclusieve optieovereenkomsten, die voor het ene fonds eindigde in 1996 en voor het andere, na verlenging, op 31 december 1998. Over die perioden hebben eisers afgerekend gekregen.

IEF 23794

Geen verwarringsgevaar tussen driedimensionaal RIVES-merk en 1890 ESPECIAL EXÓTICA GIN PREMIUM; geen kwade trouw

Gerecht EU (voorheen GvEA) 2 sep 2026, IEF 23794; ECLI:EU:T:2026:507 (Jaime García Ávila tegen EUIPO en Rives Distillery, SA), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/geen-verwarringsgevaar-tussen-driedimensionaal-rives-merk-en-1890-especial-exotica-gin-premium-geen-kwade-trouw

Gerecht EU 2 september 2026, IEF 23794; ECLI:EU:T:2026:507 (Jaime García Ávila tegen EUIPO en Rives Distillery, SA). Jaime García Ávila verzoekt het Gerecht om vernietiging en wijziging van de beslissing van de Eerste kamer van beroep van het EUIPO, waarbij zijn verzoek tot nietigverklaring van een driedimensionaal Uniemerk van Rives Distillery is afgewezen. Het betwiste merk bestaat uit een blauwe fles met verschillende figuratieve en woordelementen, waaronder ‘rives’, ‘sweet spirit’, ‘exótica’ en ‘gin’, en is ingeschreven voor onder meer alcoholhoudende dranken, gedistilleerde dranken, gin, cocktails en preparaten voor het maken van alcoholhoudende dranken in klasse 33. García Ávila baseert zijn verzoek onder meer op het oudere Spaanse beeldmerk 1890 ESPECIAL EXÓTICA GIN PREMIUM en op artikel 60 lid 1 onder a, gelezen in samenhang met artikel 8 lid 1 onder b UMVo. Het Gerecht bevestigt dat de betrokken waren deels identiek en deels soortgelijk zijn, maar dat de tekens slechts beperkt overeenstemmen. In het betwiste merk is ‘rives’ een dominant en normaal onderscheidend woordelement. ‘Exótica’ is daarentegen zwak onderscheidend, omdat het voor het Spaanse publiek verwijst naar bijzondere, ongebruikelijke of exotische ingrediënten of smaken. In het oudere merk zijn ‘1890’ en ‘exótica’, ondanks hun geringe onderscheidend vermogen, mededominant. De tekens stemmen visueel slechts in zeer geringe mate, fonetisch in geringe mate en begripsmatig in geringe tot zeer geringe mate overeen. De gemeenschappelijke elementen ‘exótica’ en ‘gin’ wegen daarbij beperkt, terwijl met name het onderscheidende en visueel prominente element ‘rives’ bijdraagt aan een verschillende totaalindruk.

IEF 23793

Verwarringsgevaar tussen NPhealthLABS+ en ondernemingsnaam Health Labs; EUIPO beoordeelt ‘health’ onjuist

Gerecht EU (voorheen GvEA) 2 sep 2026, IEF 23793; ECLI:EU:T:2026:506 (Health Labs Care S.A. tegen EUIPO en NP Supplements Monoprosopi I.K.E.), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/verwarringsgevaar-tussen-nphealthlabs-en-ondernemingsnaam-health-labs-euipo-beoordeelt-health-onjuist

Gerecht EU 2 september 2026, IEF 23783; ECLI:EU:T:2026:506 (Health Labs Care S.A. tegen EUIPO en NP Supplements Monoprosopi I.K.E.). Health Labs Care verzoekt het Gerecht om vernietiging van de beslissing van de Tweede kamer van beroep van het EUIPO, waarbij haar oppositie tegen de aanvraag voor het figuratieve Uniemerk NPhealthLABS+ is afgewezen. De aanvraag ziet op onder meer voedingssupplementen en dieetpreparaten in klasse 5 en gezondheids-, hygiëne- en schoonheidsdiensten in klasse 44. De oppositie is gebaseerd op artikel 8 lid 4 UMVo en onder meer op de in Polen beschermde ondernemingsnaam Health Labs. Voor dit oudere teken is gebruik in het economisch verkeer van meer dan plaatselijke betekenis in Polen vastgesteld voor verschillende soorten supplementen. Voor de beoordeling of Health Labs Care op grond van het toepasselijke Poolse recht het gebruik van het jongere merk kan verbieden, worden de criteria voor verwarringsgevaar van artikel 8 lid 1 onder b UMVo overeenkomstig toegepast. Het Gerecht verwerpt het oordeel van de kamer van beroep dat het gehele relevante Poolse publiek het Engelse woord ‘health’ begrijpt en dat dit bestanddeel daarom slechts zwak onderscheidend is. Kennis van een Engels woord mag bij een niet-Engelstalig publiek niet zonder meer worden verondersteld. ‘Health’ behoort bovendien niet tot de Engelse basiswoordenschat waarvan mag worden aangenomen dat zij algemeen bekend is bij consumenten in de Unie, terwijl het Poolse equivalent ‘zdrowie’ visueel noch fonetisch overeenstemt met ‘health’. Voor een niet-verwaarloosbaar deel van het Poolse algemene publiek heeft ‘health’ daarom geen betekenis en beschikt dit bestanddeel over een gemiddeld onderscheidend vermogen. Gelet op hun centrale plaats en relatieve omvang kunnen ‘health’ en ‘labs’ voor dat deel van het publiek bovendien als medebepalend voor de totaalindruk van NPhealthLABS+ worden beschouwd.