Filter
  • Datum
  • Dossier
zoeken

Dossiers

 
 
21.341 artikelen gevonden
IEF 23993

Uitspraak ingezonden door Eva Bon en Arnout Groen, Visser, Schaap & Kreijger.

Geen auteursrechtelijke bescherming voor witte zool van Loro Piana

Rechtbank Midden-Nederland 4 nov 2026, IEF 23993; zaaknr. C/16/616596 / KG ZA 26-522 (Loro Piana tegen ICON), https://www.ie-forum.nl/artikelen/geen-auteursrechtelijke-bescherming-voor-witte-zool-van-loro-piana

Rb. Midden-Nederland 4 november 2026, IEF 23993; zaaknr. C/16/616596 / KG ZA 26-522 (Loro Piana tegen ICON). In deze zaak tussen Loro Piana en SUJ B.V., handelend onder de naam ICON, staat de vraag centraal of de witte zool uit de 'white sole collection' van Loro Piana auteursrechtelijk wordt beschermd. Loro Piana stelt dat zij deze zool tussen 2002 en 2005 voor het eerst heeft gebruikt en dat ICON met de verkoop van schoenen onder de naam 'The Classic', die een vergelijkbare zool hebben, inbreuk maakt op haar auteursrecht. Loro Piana vordert daarom onder meer een verbod op de verkoop van deze schoenen. De voorzieningenrechter stelt voorop dat voor auteursrechtelijke bescherming vereist is dat het ontwerp het resultaat is van vrije en creatieve keuzes van de maker, waarmee diens persoonlijkheid tot uitdrukking komt. Daarbij verwijst de voorzieningenrechter naar het arrest Mio [IEF 23142]. Volgens de voorzieningenrechter is onvoldoende aannemelijk geworden dat de witte zool van Loro Piana aan deze vereisten voldoet.

IEF 23992

Gerecht EU: verwarringsgevaar tussen Le SAC OUTLET en Lesac, behalve voor wandelstokken

4 nov 2026, IEF 23992; T-119/25 (Le Sac tegen EUIPO, Asunción), https://www.ie-forum.nl/artikelen/gerecht-eu-verwarringsgevaar-tussen-le-sac-outlet-en-lesac-behalve-voor-wandelstokken

Gerecht EU 4 november 2026, IEF 23992; IEFbe 4384; T-119/25 (Le Sac tegen EUIPO, Asunción). In deze zaak tussen Le Sac Srl en EUIPO staat de vraag centraal of het aangevraagde Uniebeeldmerk Le SAC OUTLET verwarringsgevaar oplevert met het oudere Spaanse beeldmerk Lesac. Le Sac heeft merkbescherming aangevraagd voor onder meer tassen, kleding, accessoires en detailhandelsdiensten in de klassen 18, 25 en 35. Felipe Domingo Asunción heeft hiertegen oppositie ingesteld op basis van twee oudere Spaanse beeldmerken. De oppositieafdeling van EUIPO heeft de oppositie gedeeltelijk toegewezen. De Kamer van Beroep heeft deze beslissing bevestigd, waarna Le Sac beroep heeft ingesteld bij het Gerecht. Het Gerecht stelt voorop dat bij de beoordeling van het verwarringsgevaar rekening moet worden gehouden met de overeenstemming tussen de merken en de betrokken waren en diensten. Volgens het Gerecht heeft de Kamer terecht vastgesteld dat de meeste betrokken waren en diensten identiek of in verschillende mate soortgelijk zijn. Dit geldt onder meer voor tassen, kledingaccessoires en de bijbehorende detailhandelsdiensten. Voor wandelstokken in klasse 18 geldt echter iets anders. Volgens het Gerecht verschillen wandelstokken en tassen in materiaal, functie en gebruiksdoel. Dat beide producten in dezelfde sportwinkel kunnen worden verkocht, maakt ze niet soortgelijk. Ook de detailhandelsdiensten met betrekking tot wandelstokken in klasse 35 zijn niet soortgelijk aan de betrokken waren van het oudere merk.

IEF 23991

Gerecht EU: BMV profiteert ongerechtvaardigd van reputatie BMW-merk

Gerecht EU (voorheen GvEA) 4 nov 2026, IEF 23991; T-468/25 (Victron Energy tegen EUIPO, BMW), https://www.ie-forum.nl/artikelen/gerecht-eu-bmv-profiteert-ongerechtvaardigd-van-reputatie-bmw-merk

Gerecht EU 4 november 2026, IEF 23991; IEFbe 4383; T-468/25 (Victron Energy tegen EUIPO, BMW). In deze zaak tussen Victron Energy en het EUIPO, met BMW als interveniënte, staat de vraag centraal of het aangevraagde Uniewoordmerk BMV ongerechtvaardigd voordeel trekt uit de reputatie van het oudere Uniewoordmerk BMW. Victron Energy heeft het merk BMV aangevraagd voor onder meer accumonitoren in klasse 9. BMW heeft hiertegen oppositie ingesteld op grond van artikel 8 lid 1 onder b en artikel 8 lid 5 UMVo. De oppositieafdeling van het EUIPO heeft de oppositie op grond van artikel 8 lid 5 UMVo toegewezen. Victron Energy komt op tegen de weigering van haar merkaanvraag.

IEF 23990

Gerecht EU: verwarringsgevaar tussen EM | BLEU en BLUE voor elektronische producten aangenomen

Gerecht EU (voorheen GvEA) 4 nov 2026, IEF 23990; T‑493/25 (EM Microelectronic-Marin tegen EUIPO en O2 Worldwide), https://www.ie-forum.nl/artikelen/gerecht-eu-verwarringsgevaar-tussen-em-bleu-en-blue-voor-elektronische-producten-aangenomen

Gerecht EU 4 november 2026, IEF 23990; IEFbe 4382; T-493/25 (EM Microelectronic-Marin tegen EUIPO, O2 Worldwide). In deze zaak tussen EM Microelectronic-Marin en EUIPO, met O2 Worldwide als interveniënte, staat de vraag centraal of het woordmerk EM | BLEU verwarringsgevaar oplevert met het oudere Duitse woordmerk BLUE. EM Microelectronic-Marin heeft merkbescherming aangevraagd voor EM | BLEU, onder meer voor elektronische componenten, microchips, software en andere producten in klasse 9. O2 Worldwide heeft hiertegen oppositie ingesteld op basis van haar oudere Duitse woordmerken BLUE, BLUE 1 en BLUE ONE. De oppositieafdeling van EUIPO wees de oppositie aanvankelijk af, maar de kamer van beroep oordeelde dat sprake was van verwarringsgevaar tussen EM | BLEU en BLUE en weigerde bescherming van het aangevraagde merk in de Europese Unie.

IEF 23989

Maken en verspreiden pornografische deepfakes van (ex)collega's leidt tot ontbinding arbeidsovereenkomst

Rechtbank Limburg 4 nov 2026, IEF 23989; ECLI:NL:RBLIM:2026:11057 ([ex-werknemer] tegen [de N.V.]), https://www.ie-forum.nl/artikelen/maken-en-verspreiden-pornografische-deepfakes-van-ex-collega-s-leidt-tot-ontbinding-arbeidsovereenkomst

Rb. Limburg 22 oktober 2026, IEF 23989; IEFbe 5633; ECLI:NL:RBLIM:2026:11057 ([ex-werknemer] tegen [de N.V.]). In deze zaak tussen [ex-werknemer] en [N.V.] staat de vraag centraal of het maken en verspreiden van pornografische deepfake-afbeeldingen van onder meer (oud-)collega's een ontslag op staande voet en ontbinding van de arbeidsovereenkomst rechtvaardigt. [ex-werknemer] heeft tijdens zijn dienstverband bij een eerdere werkgever zonder toestemming gezichten van bestaande personen digitaal op pornografische afbeeldingen geplaatst en deze op een openbare website gepubliceerd. Onder de slachtoffers bevinden zich meerdere voormalige collega's, van wie één inmiddels bij zijn nieuwe werkgever [N.V.] werkzaam is. Bij zijn indiensttreding heeft [ex-werknemer] deze gedragingen en zijn eerdere aanhouding door de politie verzwegen, ondanks een door hem ondertekende integriteitsverklaring. Nadat de werkgever van de deepfakes op de hoogte raakt en aanwijzingen ontvangt dat [ex-werknemer] mogelijk opnieuw bij de verspreiding van dergelijke afbeeldingen betrokken is, wordt hij op staande voet ontslagen. De kantonrechter oordeelt dat onvoldoende vaststaat dat [ex-werknemer] na zijn eerdere aanhouding is doorgegaan met het vervaardigen en verspreiden van deepfakes. Hoewel er aanwijzingen zijn voor betrokkenheid bij een nieuw account, is nader onderzoek nodig om dit met voldoende zekerheid vast te stellen. Omdat ontslag op staande voet een uiterste middel is en de werkgever de werknemer al op non-actief had gesteld, houdt het ontslag geen stand.

IEF 23986

UPC CoA: laat ingediend hulpverzoek Barco terecht afgewezen

Unified Patent Court (UPC) 16 okt 2026, IEF 23986; UPC-CoA-145/2026 (Barco tegen Yealink), https://www.ie-forum.nl/artikelen/upc-coa-laat-ingediend-hulpverzoek-barco-terecht-afgewezen

UPC CoA 16 oktober 2026, IEF 23986; IEFbe 4379; UPC-CoA-145/2026 (Barco tegen Yealink). In deze zaak tussen Barco en Yealink staat de vraag centraal of Barco tijdens een lopende octrooi-inbreukprocedure bij het UPC een aanvullend hulpverzoek tot wijziging van haar octrooi mag indienen. Barco heeft een inbreukprocedure ingesteld op basis van Europees octrooi EP 3 732 827, waarna Yealink een tegenvordering tot nietigverklaring van de ingeroepen octrooiconclusies heeft ingesteld. Parallel hieraan loopt een oppositieprocedure bij het Europees Octrooibureau (EOB). Tijdens die procedure heeft Barco een nieuw hulpverzoek ingediend, dat zij vervolgens ook in de UPC-procedure wil toelaten. De Lokale Divisie Brussel heeft dit verzoek afgewezen, waarna Barco hoger beroep heeft ingesteld.

IEF 23985

Gerecht Curaçao: partijen treffen regeling over gebruik handelsnaam Regimac

Antilliaanse Gerechten 12 okt 2026, IEF 23985; ECLI:NL:OGEAC:2026:210 (Dijtham tegen CAS), https://www.ie-forum.nl/artikelen/gerecht-curacao-partijen-treffen-regeling-over-gebruik-handelsnaam-regimac

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 12 oktober 2026, ECLI:NL:OGEAC:2026:210 (Djitham tegen CAS). In deze zaak tussen Dijtham Home 'n Garden en Caribbean Aluminium Solutions (CAS), handelend onder de naam Regimac, staat een geschil over een samenwerkingsovereenkomst, een overnameovereenkomst en het gebruik van de handelsnaam Regimac centraal. Tijdens de mondelinge behandeling van het kort geding bereiken partijen een minnelijke regeling, die zij door het Gerecht laten vastleggen in een vonnis.

IEF 23984

Conclusie Szpunar: AI-chatbots kunnen inbreuk maken op persuitgeversrecht bij gebruik van nieuwsartikelen

3 nov 2026, IEF 23984; C-250/25 (Like Company tegen Google), https://www.ie-forum.nl/artikelen/conclusie-szpunar-ai-chatbots-kunnen-inbreuk-maken-op-persuitgeversrecht-bij-gebruik-van-nieuwsartikelen

HvJ EU Conlusie A-G Szpunar 3 november 2026, IEF 23984; IEFbe 4378; C-250/25 (Like Company tegen Google). Op 10 maart 2025 heeft de Hongaarse rechter vragen gesteld aan het HvJEU over het gebruik van perspublicaties door AI-bots [IEF 22771]. In deze zaak tussen de Hongaarse uitgever Like Company en Google staat de vraag centraal of het gebruik van nieuwsartikelen door AI-chatbots, zoals Google Gemini, inbreuk kan maken op het persuitgeversrecht van artikel 15 DSM-richtlijn. Like Company stelt dat Google zonder toestemming artikelen van haar nieuwswebsites heeft gebruikt voor het trainen van AI-modellen en voor het genereren van antwoorden op gebruikersvragen. De Hongaarse rechter heeft hierover vier prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie. Advocaat-generaal Szpunar maakt in zijn conclusie onderscheid tussen het trainen van AI-modellen en het gebruik van nieuwsartikelen door chatbots via Retrieval-Augmented Generation (RAG). Volgens de A-G worden bij het trainen van AI-modellen reproducties van auteursrechtelijk beschermd materiaal gemaakt. Deze reproducties kunnen in beginsel onder de uitzondering voor tekst- en datamining van artikel 4 DSM-richtlijn vallen, mits aan de voorwaarden is voldaan en rechthebbenden het gebruik niet uitdrukkelijk hebben voorbehouden. De A-G adviseert het Hof echter om de prejudiciële vragen over AI-training niet-ontvankelijk te verklaren, omdat onvoldoende is aangetoond dat de artikelen van Like Company daadwerkelijk voor het trainen van Gemini zijn gebruikt. Bovendien valt AI-training volgens hem buiten het begrip onlinegebruik van perspublicaties in de zin van artikel 15 DSM-richtlijn.

IEF 23973

UPC CoA: Geen tussentijdse zitting nodig als partijen daarvoor geen redenen aanvoeren

Unified Patent Court (UPC) 7 okt 2026, IEF 23973; UPC-CoA-38/2026 (TCL Europe tegen Corning), https://www.ie-forum.nl/artikelen/upc-coa-geen-tussentijdse-zitting-nodig-als-partijen-daarvoor-geen-redenen-aanvoeren

UPC CoA 7 oktober 2026, IEF 23973; IEFbe 4376; UPC-CoA-38/2026 (TCL Europe tegen Corning). In deze zaak tussen TCL Europe en Corning staat de vraag centraal of in een hogerberoepsprocedure bij het UPC een tussentijdse zitting (interim conference) moet worden gehouden. TCL heeft hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van de centrale divisie München van 24 februari 2026 in een geschil over Europees octrooi EP 3 296 274. Daarbij heeft TCL op grond van Rules 239.1 en 101.1 van het RoP verzocht om een tussentijdse zitting.

IEF 23979

Openbare verdediging proefschrift ‘Rechtsvorming door het HvJ in het Europese merkenrecht' door Marjolein Bronneman op maandag 23 november 2026

Binnenkort verschijnt bij uitgeverij deLex het boek ‘Rechtsvorming door het HvJ in het Europese merkenrecht – Een onderzoek naar de rechten van de merkhouder’. In dit proefschrift onderzoekt Bronneman hoe het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ) de rechten van de merkhouder in zijn rechtspraak heeft gevormd en verder ontwikkeld en hoe deze rechtspraak zich verhoudt tot het wettelijke systeem van het Europese merkenrecht.

Het boek biedt inzicht in de rechtsvormende rol van het HvJ en behandelt onder meer de functieleer, de door het Hof ontwikkelde rechten van de merkhouder en de beperkingen daarop. Bronneman laat zien waar de rechtspraak en het wettelijke systeem met elkaar wringen en doet concrete voorstellen voor een begrijpelijker, evenwichtiger en toekomstbestendiger Europees merkenrecht. Ook actuele vraagstukken komen aan bod, zoals de vraag of de merkhouder kan optreden tegen het verhandelen van refurbished en upcycled merkproducten.

De verdediging van het proefschrift vindt plaats op maandag 23 november 2026 in de Senaatszaal van de Erasmus Universiteit Rotterdam en vangt aan om stipt 15:30.

Geïnteresseerden zijn van harte welkom. Aanmelding wordt op prijs gesteld via bronneman@law.eur.nl.

Voor route en parkeermogelijkheden, zie: Route en bereikbaarheid campus Woudestein | Erasmus University Rotterdam

Vanaf 24 november 2026 is het boek verkrijgbaar bij uitgeverij deLex.