Filter
  • Datum
  • Dossier
  • Instantie
zoeken

Dossiers

 
 
20.933 artikelen gevonden
IEF 23572

Uitspraak ingezonden door C. Theunis, Artes.

Arrondissementsrechtbank Antwerpen: particulier kan ook in kort geding naar ondernemingsrechtbank

Belgische gerechten 21 apr 2026, IEF 23572; 26/20/E (([particulier] tegen [persuitgevers]) ), https://www.ie-forum.nl/artikelen/arrondissementsrechtbank-antwerpen-particulier-kan-ook-in-kort-geding-naar-ondernemingsrechtbank

Arrondissementsrechtbank Antwerpen 21 april 2026, IEF 23572; IEF-BE 4227; 26/20/E ([particulier] tegen [persuitgevers]). In deze zaak tussen een particuliere eiser en twee persuitgevers als verwerende partijen stond de vraag centraal of de voorzitter van de ondernemingsrechtbank, zetelend in kort geding, bevoegd is om kennis te nemen van een vordering ingesteld door een niet-onderneming tegen ondernemingen. Aanleiding voor het geschil vormden online nieuwsartikelen waarin eiseres – volgens haar ten onrechte en op identificeerbare wijze – werd neergezet in verband met strafrechtelijke feiten. Zij stelde dat de berichtgeving feitelijke onjuistheden en misleidende citaten bevatte en dat zij daardoor aanzienlijke reputatieschade had geleden. In kort geding vorderde zij onder meer dat de publicaties binnen 24 uur offline zouden worden gehaald, althans zouden worden geanonimiseerd en gecorrigeerd, telkens op straffe van een dwangsom van € 5.000 per dag of per overtreding. De zaak werd aanhangig gemaakt bij de ondernemingsrechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen. De voorzitter stelde evenwel ambtshalve de vraag naar de materiële bevoegdheid. Hoewel vaststond dat de verwerende partijen ondernemingen zijn, is eiseres dat niet. In de rechtsleer bestaat een opvatting dat artikel 573, tweede lid Ger. W. – dat toelaat dat een niet-ondernemer een onderneming voor de ondernemingsrechtbank dagvaardt – niet geldt in kort geding. Volgens deze visie heeft die bepaling een uitzonderlijk karakter en moet zij restrictief worden uitgelegd, zodat zij enkel toepassing vindt in bodemprocedures en niet in spoedeisende procedures. Om die reden werd de zaak bij beschikking van 3 april 2026 verwezen naar de arrondissementsrechtbank Antwerpen, teneinde zich uit te spreken over deze bevoegdheidsvraag. De arrondissementsrechtbank verwerpt deze beperkende lezing en geeft een meer systematische interpretatie van artikel 573 Ger. W. Zij overweegt dat deze bepaling, mede in het licht van de Wet Natuurlijke Rechter, niet (langer) kan worden beschouwd als een uitzondering op de algemene bevoegdheidsregels.

IEF 23573

Uitspraak ingezonden door Sabin Tigu & Evianne Roos, Ploum.

Modelinbreuk via dropshipping: rb. Den Haag passeert verweren over art. 21 Rv en misbruik van procesrecht

Rechtbank Den Haag 13 mei 2026, IEF 23573; C/09/690949 ((Graypants tegen Venema)), https://www.ie-forum.nl/artikelen/modelinbreuk-via-dropshipping-rb-den-haag-passeert-verweren-over-art-21-rv-en-misbruik-van-procesrecht

Rb. Den Haag 13 mei 2026, IEF 23573; C/09/690949 (Graypants tegen Venema). In deze zaak tussen Graypants en Venema (handelend onder de naam Neora) staat de vraag centraal of het aanbieden van een LED-tafellamp via een dropshipwebsite inbreuk maakt op het Uniemodel van Graypants en, in het verlengde daarvan, of Graypants nog belang heeft bij haar vorderingen nadat de vermeende inbreuk al was gestaakt en een onthoudingsverklaring was afgegeven. Graypants is houder van een geregistreerd Uniemodel voor de zogeheten Wick-lamp. Venema exploiteert een webshop waarop onder meer de “Olyx – Moderne LED tafellamp” werd aangeboden. Volgens Graypants wekt dit product dezelfde algemene indruk als haar Wick-model. Na sommatie heeft Venema het product van de website verwijderd. Partijen hebben vervolgens onderhandeld over een minnelijke regeling, waarbij Graypants onder meer een onthoudingsverklaring en vergoeding van juridische kosten verlangde. Venema weigerde die kosten te betalen, maar stuurde uiteindelijk wel een, beperkter, ondertekende onthoudingsverklaring waarin hij expliciet erkent inbreuk te hebben gemaakt en toezegt iedere verdere inbreuk te staken, op straffe van een boete. Omdat geen overeenstemming werd bereikt over de kosten, startte Graypants een bodemprocedure waarin zij onder meer een stakingsbevel, opgave van verkoopgegevens, rectificatie, schadevergoeding en een volledige proceskostenveroordeling vordert. Venema voert als kernverweer dat Graypants geen belang meer heeft bij haar vorderingen, nu de inbreuk al is gestaakt en grotendeels aan de verlangde maatregelen is voldaan. Volgens hem is de procedure uitsluitend ingesteld om een proceskostenveroordeling te verkrijgen, hetgeen strijd zou opleveren met artikel 21 Rv en neerkomt op misbruik van procesrecht. De rechtbank stelt voorop dat, gelet op de door Venema ondertekende onthoudingsverklaring, tussen partijen vaststaat dat sprake is van inbreuk op het Wick-model. De daarin opgenomen erkenning van de modelrechten en de inbreuk daarop, alsmede de toezegging om deze te staken, maken dat dit punt geen nadere inhoudelijke beoordeling meer vergt. Eventuele nietigheidsverweren tegen het model blijven buiten beschouwing, nu geen reconventionele nietigheidsvordering is ingesteld en de geldigheid van het model daarom wordt verondersteld. Het verweer dat Graypants geen belang meer heeft bij haar vorderingen wordt verworpen.

IEF 23571

Rapport geschreven door de advocaten van Härting.

WK 2026 en reclame: juridische spelregels in kaart gebracht

Het wereldkampioenschap voetbal 2026 komt eraan. Bedrijven bereiden zich voor op campagnes die meeliften op de wereldwijde aandacht, maar die zichtbaarheid brengt ook de nodige juridische vragen met zich mee: wat mag je eigenlijk zeggen, tonen of suggereren als je geen officiële sponsor bent?

In een recent rapport zetten de advocaten van Härting de belangrijkste juridische kaders rondom reclame in het kader van het WK 2026 uiteen. Het rapport behandelt onder meer de grenzen van het merkenrecht bij het gebruik van officiële aanduidingen en symbolen van het toernooi, de rol van auteursrecht bij logo’s en visuele elementen, en de ruimte die niet-sponsoren hebben om aan te haken bij de publieke aandacht rond het evenement. Ook komt het fenomeen ‘ambush marketing’ aan bod en de wijze waarop dit juridisch wordt beoordeeld.

Daarnaast wordt stilgestaan bij actuele ontwikkelingen, zoals het gebruik van AI in reclame-uitingen – waaronder deepfakes en fake out-of-home campagnes – en de bijbehorende juridische aandachtspunten. Tot slot gaan de auteurs in op het kader voor public viewing, inclusief vragen rond licenties, uitzendrechten en praktische regelgeving. Het rapport biedt daarmee een overzicht van de belangrijkste juridische thema’s waarmee ondernemingen rekening moeten houden bij marketingactiviteiten rondom het WK 2026.

Lees het volledige rapport via: HaertingAdvertising regulations for the 2026 FIFA World Cup | HÄRTING Rechtsanwälte

Ook bij deLex staan we stil bij de juridische aspecten van het WK. Tijdens ons event op 23 juni gaan we dieper in op de vraag hoe bedrijven binnen de grenzen van het recht kunnen inspelen op grote sportevenementen. 

IEF 23569

WK & Recht op dinsdag 23 juni 2026

Op dinsdag 23 juni 2026 organiseren we ons nieuwe seminar WK & Recht

Het wereldkampioenschap voetbal staat weer voor de deur. Midden juni speelt Nederland zijn eerste wedstrijd in de strijd om de wereldtitel. Heel Nederland kijkt mee naar de prestaties van het Nederlands elftal.

Maar het WK speelt niet alleen op het veld. Het roept ook juridische vragen op. Daarom organiseren we op dinsdag 23 juni het seminar WK & Recht in Buro de Pijp, Amsterdam. Samen met Sabin Tigu (Ploum) gaan we in op de juridsiche aspecten van het WK. Zo bespreken we bijvoorbeeld hoe het zit met privacy-aspecten, zoals gezichtsherkenning en wedstrijddata. Ook gaan we in op licenties. We sluiten de middag af met een paneldiscussie, waarin we de marketing rondom het WK bespreken. Mag je bijvoorbeeld het WK als reclame voor je bedrijf gebruiken? En zijn WK-logo's beschermd? 

IEF 23526

In één lunch helemaal bij: Actualiteiten Reclamerecht op woensdag 3 juni 2026

Wilt u in korte tijd weer helemaal up-to-date zijn in het reclamerecht? Kom naar de Actualiteitenlunch Reclamerecht. Tijdens deze interactieve bijeenkomst nemen Ebba Hoogenraad en Lisa Peek (beide Hoogenraad & Haak) u in twee uur mee langs de belangrijkste Nederlandse en Europese rechtspraak, wetgeving en ontwikkelingen. U krijgt daarmee in korte tijd een actueel, volledig en praktijkgericht overzicht van wat er speelt in het reclamerecht.

Zo staan we stil bij de aangescherpte regels rond reclame gericht op jongeren en de nieuwe Reclamecode Voedingsmiddelen. Ook de laatste ontwikkelingen op het gebied van duurzaamheidsclaims komen uitgebreid aan bod. Daarnaast bespreken we de rol van influencers: wat is toegestaan, waar liggen de grenzen en welke verantwoordelijkheid rust daarbij op de adverteerder? Denk hierbij aan juice-channels of andere overeenkomsten.

Tot slot zoomen we in op het Europese kader. We behandelen nieuwe en aankomende regelgeving zoals de Empowering Consumers Directive en de Digital Fairness Act, de ontwikkelingen rond groene claims op Europees niveau en de transparantievereisten uit de AI Act voor het gebruik van generatieve AI in reclame. Uiteraard wordt dit aangevuld met de relevante rechtspraak van het Hof van Justitie.

Kortom, een praktische en actuele update van het reclamerecht. We verwelkomen u graag. 

IEF 23570

Article written by Thomas Fröhlich, CMS

Advertising for the 2026 and 2027 World Cups – Getting ready for the big event

It's now just a few months until June, when the 2026 Men's World Cup will be held across three countries for the first time: the USA, Canada and Mexico. The Women's World Cup will follow next year in Brazil. For official tournament sponsors and FIFA partners, the World Cup is a magnet for publicity. However, such official partnerships are open to only a select few companies. Anyone wishing to capitalise on the hype surrounding the World Cup should carefully check whether their advertising is legally permissible: Trade mark law, competition law and, where applicable, local laws in the host countries, as well as FIFA regulations set limits on how the event is allowed to be referenced in advertising, and violations can quickly prove costly.

The World Cup as a FIFA brand

The World Cup is organised by FIFA (Fédération Internationale de Football Association) and is far more than just a major sporting event – it is a global brand. Unlike the Olympic Games, for which the name and symbol are specially protected in Germany by a separate Act on the Protection of the Olympic Emblem and Olympic Names (OlympSchG), there is no comparable special law for the World Cup. Neither in Europe nor in the host countries.

However, this does not alter the fact that FIFA wishes to secure exclusive rights to the commercial exploitation of the World Cup – from media rights and marketing to licensing and ticketing – to the greatest extent possible, and consistently protects this exclusivity through its own intellectual property rights and contractual arrangements: With an extensive international trade mark portfolio, it protects such things as official tournament names, logos, slogans, graphic elements and product designs against unauthorised use. In doing so, FIFA pursues a brand strategy that is also broad in scope: The protection covers numerous classes of goods and services, from food and drink to financial services, musical instruments and means of transport. This means that FIFA's trade marks are also protected for many goods and services that one might not immediately associate with the World Cup or football.

FIFA has protected numerous signs

FIFA's protected signs for the 2026 and 2027 World Cups include:

- the official logo of the 2026 FIFA World Cup "26"

- the official slogans for the 2026 World Cup: "WE ARE 26", "SOMOS 26" and "NOUS SOMMES 26"

- the mascots for the 2026 World Cup: Clutch the Bald Eagle, Maple the Moose and Zayu the Jaguar

- the official logo of the 2027 FIFA Women's World Cup "BRAZIL 2027"

- the FIFA World Cup trophy

- host city designs

This list is by no means exhaustive. The official logo and the official slogan of the 2027 Women's World Cup, "GO EPIC", are, for example, still being reviewed by the German Patent and Trade Mark Office in Germany. Details of which other symbols and designs FIFA has protected, and the terms of use that apply to them, can be found in the official FIFA guidelines, which have already been published for the 2026 World Cup.

IEF 23567

“Laat je (b)likkuh”: geen strijd met Nederlandse Reclame Code

Overig 16 apr 2026, IEF 23567; 2026/00112 ((klacht tegen Stëlz)), https://www.ie-forum.nl/artikelen/laat-je-b-likkuh-geen-strijd-met-nederlandse-reclame-code

SRC 16 april 2026, IEF 23567; RB 4012; 2026/00112 (klacht tegen Stëlz). In deze zaak staat een klacht centraal over een billboardposter van Stëlz hard iced tea, waarop een vrouw in carnavalskleding lachend en knipogend een blikje vasthoudt, met daarbij de slogan “laat je (b)likkuh!” en een illustratie van een mond met uitgestoken tong. De poster was geplaatst in de openbare ruimte en voorzien van onder meer de aanduiding “vastelaovend” en het NIX18-logo. Klager stelt dat de slogan een seksueel suggestieve woordspeling vormt op het woord “likken”, die in combinatie met de beeldtaal een expliciete seksuele lading krijgt. Volgens klager leidt dit bovendien tot objectivering van vrouwen, nu de knipogende vrouw onderdeel wordt van deze dubbelzinnige boodschap. Daarbij wordt benadrukt dat de uiting zich in de openbare ruimte bevindt (bushokjes) en daarmee ook zichtbaar is voor minderjarigen. In het licht van de maatschappelijke discussie over seksisme en straatintimidatie acht klager de uiting in strijd met de normen van goede smaak en fatsoen als bedoeld in de Nederlandse Reclame Code. Adverteerder betwist dit en voert aan dat sprake is van een carnavaleske woordspeling waarin het woord “blik” centraal staat, passend binnen een traditie van dubbelzinnige en speelse humor tijdens carnaval. Van een expliciete seksuele boodschap is volgens adverteerder geen sprake. De vrouw wordt neergezet als een zelfverzekerde deelnemer aan een feestelijke setting, zonder dat sprake is van seksuele objectivering of een suggestieve lichaamshouding. Bovendien maakt de uiting deel uit van een bredere campagne waarin zowel mannen als vrouwen voorkomen in een vergelijkbare setting met vergelijkbare humoristische woordspelingen.

IEF 23568

AI en auteursrecht medio 2026: internationale consensus over output, verdeeldheid over input

In aanloop naar het ALAI Congress 2026 in Den Haag zijn achttien nationale rapporten gepubliceerd over auteursrecht en AI. De rapporten zijn afkomstig uit verschillende rechtsstelsels, waaronder diverse EU-lidstaten, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten, Mexico, Argentinië en Zwitserland. Daarnaast organiseerde deLex afgelopen week een online update over AI en auteursrecht met professor Daniel Gervais, waarin de meest recente internationale ontwikkelingen op dit terrein werden besproken.

De rapporten en online update bieden samen een scherp overzicht van de huidige stand van het internationale debat rond AI en auteursrecht. Daarbij valt een duidelijke tweedeling op. Over de outputzijde van generatieve AI bestaat veel consensus, terwijl de opvattingen over de inputzijde juist uiteenlopen. In dit artikel bespreken we deze ontwikkelingen uitgebreider.

IEF 23566

MUKA/LAMUCCA: nietigverklaring van Uniebeeldmerk wegens verwarringsgevaar voor restaurantdiensten

Gerecht EU (voorheen GvEA) 13 mei 2026, IEF 23566; ECLI:EU:T:2026:341 (Ixo Restauración, SL tegen EUIPO en Promollum 142 B, SL), https://www.ie-forum.nl/artikelen/muka-lamucca-nietigverklaring-van-uniebeeldmerk-wegens-verwarringsgevaar-voor-restaurantdiensten

Gerecht EU 13 mei 2026, IEF 23566; IEFbe 4223; ECLI:EU:T:2026:341 (Ixo Restauración, SL tegen EUIPO en Promollum 142 B, SL). In dit arrest gaat het om een nietigheidsprocedure tegen het Uniebeeldmerk MUKA, bestaande uit het woordelement “muka” in licht gestileerde zwarte hoofdletters, geregistreerd voor catering-/restaurantdiensten in klasse 43. Promollum 142 B, SL verzocht om nietigverklaring op basis van haar oudere Spaanse woordmerk LAMUCCA, eveneens geregistreerd voor catering-/restaurantdiensten in klasse 43. De nietigheidsgrond was artikel 60 lid 1 onder a UMVo, gelezen in samenhang met artikel 8 lid 1 onder b en artikel 8 lid 5 UMVo, maar de nietigheidsafdeling en vervolgens de Kamer van Beroep wezen de nietigheid toe op grond van verwarringsgevaar ex artikel 8 lid 1 onder b UMVo. Ixo Restauración betoogde bij het Gerecht onder meer dat normaal gebruik van het oudere merk niet was bewezen, omdat het bewijs volgens haar vooral betrekking had op voedingsmiddelen of verkoopdiensten en niet op restaurantdiensten. Het Gerecht verwerpt dat betoog. Voor de relevante perioden, 20 september 2018 tot en met 19 september 2023 en, vanwege de vijfjaarstoets op de datum van aanvraag van het jongere merk, 8 april 2017 tot en met 7 april 2022, had Promollum voldoende bewijs overgelegd van daadwerkelijk gebruik van LAMUCCA voor restaurantdiensten in Spanje. Daarbij ging het onder meer om persartikelen, belasting- en btw-aangiften, leveranciersverklaringen, kassabonnen, facturen en stukken waaruit bleek dat restaurants binnen de LAMUCCA-groep onder dat teken diensten aanboden. Dat sommige stukken betrekking hadden op eten of ingrediënten deed daaraan niet af, omdat de kassabonnen wezen op bereide gerechten die ter plaatse werden geconsumeerd, bijvoorbeeld in de zaal of op het terras, en leveranciersfacturen zagen op onder meer bestek, ingrediënten en drank voor restaurants die onder LAMUCCA exploiteerden. Ook gebruik door restaurants zoals “Lamucca Andes”, “Lamucca Carmen” en “Lamucca Fuencarral” kon worden meegewogen, omdat dat gebruik door de merkhouder was toegestaan. Bovendien kan gebruik als handelsnaam of vennootschapsnaam als merkgebruik gelden wanneer de betrokken diensten zelf onder dat teken worden aangeboden, wat hier het geval was.