Gepubliceerd op maandag 5 januari 2026
IEF 23189
Hof Den Haag ||
12 dec 2025
Hof Den Haag 12 dec 2025, IEF 23189; ECLI:NL:GHDHA:2025:2741 ([verzoekster] tegen Napiferyn), https://www.ie-forum.nl/artikelen/geen-voorlopig-getuigenverhoor-meer-na-inschrijving-bodemprocedure-art-196-lid-1-rv

Geen voorlopig getuigenverhoor meer na inschrijving bodemprocedure (art. 196 lid 1 Rv)

Hof Den Haag 12 december 2025, IEF 23189; ECLI:NL:GHDHA:2025:2741([verzoekster] tegen Napiferyn). In deze zaak bij het Gerechtshof Den Haag verzocht [verzoekster] om een voorlopig getuigenverhoor in een octrooirechtelijk geschil met Napiferyn. Tussen partijen liep al een bodemprocedure in hoger beroep (de zogenoemde opeisingsprocedure), waarin [verzoekster] mede-eigendom van octrooien en octrooiaanvragen claimt. Een belangrijk geschilpunt daarin is de uitleg van een investeringsovereenkomst. [verzoekster] wilde via een afzonderlijke verzoekschriftprocedure twee getuigen horen om bewijs te verzamelen voor haar standpunten in die reeds lopende procedure. Het verzoek werd ingediend op 7 januari 2025, terwijl de bodemzaak al sinds 20 augustus 2024 op de rol van het hof stond.

Het hof verklaart [verzoekster] niet-ontvankelijk. Op grond van het nieuwe bewijsrecht (van kracht sinds 1 januari 2025) bepaalt artikel 196 lid 1 Rv dat een voorlopige bewijsverrichting alleen kan worden verzocht vóórdat een procedure aanhangig is of vóórdat een zaak op de rol is ingeschreven. Anders dan onder het oude recht is een voorlopig getuigenverhoor dus niet meer mogelijk ter voorbereiding van een procedure die al loopt. Dat de bodemprocedure nog onder het oude bewijsrecht valt, maakt dit niet anders, omdat het verzoek om een voorlopig getuigenverhoor een zelfstandige procedure is waarop het nieuwe recht van toepassing is. Een eventueel beroep op artikel 166 Rv moet binnen de bodemprocedure zelf worden gedaan. [verzoekster] wordt veroordeeld in de proceskosten van € 2.606. 

3.2

Artikel 196 lid 1 Rv bepaalt dat een voorlopige bewijsverrichting, waaronder een voorlopig getuigenverhoor, verzocht kan worden voorafgaand aan een procedure of voordat een aanhangige zaak op de rol is ingeschreven. Anders dan onder het oude recht mogelijk was op grond van artikel 186 lid 2 Rv (oud), is het op grond van het huidige bewijsrecht dus niet meer mogelijk om een voorlopig getuigenverhoor te verzoeken als dat dient tot bewijsgaring voor een procedure die al op de rol is ingeschreven.

3.3

[verzoekster] wil met het verzochte getuigenverhoor bewijs verzamelen ten behoeve van de Opeisingsprocedure. Die procedure is ingeschreven op de rol van het hof op 20 augustus 2024, dus voordat het verzoekschrift werd ingediend. Er is derhalve geen wettelijke grondslag voor de door [verzoekster] verzochte voorlopige bewijsverrichting.