Gebruik e.plus+ niet aangetoond voor SIM-kaarten, maar wel voor telecommunicatiediensten
Gerecht EU 30 september 2026, IEF 23907; IEFbe 4345; ECLI:EU:T:2026:615 (e.plus+). ePlus Inc. had verzocht om vervallenverklaring van het Uniebééldmerk e.plus+ van Telefónica Germany wegens het ontbreken van normaal gebruik in de zin van artikel 58 lid 1 onder a UMVo. De nietigheidsafdeling verklaarde het merk vervallen voor alle betrokken waren en diensten en de kamer van beroep liet die beslissing in stand. In beroep beperkte Telefónica haar vordering tot SIM-kaarten in klasse 9 en telecommunicatiediensten in klasse 38. Voor de SIM-kaarten bevestigt het Gerecht het oordeel van de kamer van beroep. De overgelegde bewijsstukken betroffen onder meer starterspakketten, opwaardeertegoeden en prepaidkaarten, maar geen SIM-kaarten als fysieke chips die een abonnee op een mobiel netwerk identificeren en authenticeren. Dat de aangeboden pakketten mogelijk dergelijke SIM-kaarten bevatten, bewijst niet dat e.plus+ overeenkomstig zijn wezenlijke merkfunctie voor die goederen is gebruikt. De consument zal het teken in deze context volgens het Gerecht verbinden met de commerciële herkomst van de telecommunicatiediensten en niet met die van de SIM-kaart als zelfstandig product. De kamer van beroep heeft daarom terecht geoordeeld dat de aard van het gebruik voor SIM-kaarten in klasse 9 niet was aangetoond.