23 jun 2026,
Hof Den Haag: merkinbreuk door levering van namaak-Puma-boxershorts en uitputting voor afzonderlijke handelspartijen
Hof Den Haag 23 juni 2026, IEF 23675; ECLI:NL:GHDHA:2026:1975 (Sporttrading tegen Puma). Puma verweet Sporttrading inbreuk op haar Benelux- en Uniemerken door 10.500 dubbelverpakkingen Puma-boxershorts aan de Noorse detailhandelaar Europris te verkopen en te leveren. Omdat Sporttrading daarbij aan de Puma-merken identieke tekens gebruikte voor identieke waren, stond in beginsel merkinbreuk vast op grond van artikel 2.20 lid 2 onder a BVIE en artikel 9 lid 2 onder a UMVo. Sporttrading beriep zich op uitputting en stelde dat zij de boxershorts had gekocht van GTS, die deze van Puma’s licentienemer Stichd zou hebben verkregen. Het hof oordeelt echter dat vier onderzochte, van Europris afkomstige boxershorts namaak waren. De PO- of PID-nummers op de verpakkingen verwezen naar productie in 2017, terwijl de boxershorts waren voorzien van securitylabels met QR-codes die toen nog niet werden gebruikt. Voor één ander onderzocht exemplaar, sample 3, was namaak onvoldoende onderbouwd. Sporttrading had evenwel niet onderbouwd betwist dat uit de meerdere steekproefsgewijs vastgestelde namaakproducten, behoudens bijzondere omstandigheden, mocht worden afgeleid dat de gehele aan Europris geleverde partij namaak was. Het beroep op uitputting slaagt daarom niet. Toestemming van de merkhouder moet bovendien betrekking hebben op ieder afzonderlijk exemplaar en kan niet worden afgeleid uit toestemming voor andere, soortgelijke producten. Dat een licentienemer mogelijk meer producten heeft vervaardigd of verhandeld dan was toegestaan, betekent dus niet dat de merkrechten voor die extra exemplaren zijn uitgeput.
Voor de ongeveer 9.996 dubbelverpakkingen die Sporttrading aan Aldi en de 720 dubbelverpakkingen die zij aan Interspar had geleverd, komt het hof tot een ander oordeel. Uit de facturenstroom, de administratie van Sporttrading en de vastgestelde leveringen van Stichd aan GTS acht het hof voldoende aannemelijk dat deze partijen wel van Stichd afkomstig waren. Puma had bovendien niet onderbouwd dat deze boxershorts namaak waren. De merkrechten waren ten aanzien van deze producten daarom uitgeput, zodat Puma zich niet tegen hun verdere verhandeling kon verzetten en Sporttrading daarvoor geen schadevergoeding verschuldigd was. Dit leidt niet tot vernietiging van de vonnissen, omdat de door de rechtbank toegewezen schadevergoeding, op te maken bij staat, alleen betrekking had op de levering aan Europris. Het stakingsbevel, de beperkte opgaveverplichting en de dwangsommen blijven in stand. Winstafdracht wordt afgewezen, omdat niet is aangetoond dat Sporttrading moedwillig en dus te kwader trouw inbreuk maakte; wetenschap van de namaak is niet gebleken en voorwaardelijk opzet is daarvoor onvoldoende. De incidentele grieven van Puma tegen het oordeel dat geen namaak was aangetoond slagen, maar leiden niet tot een andere beslissing. Het hof bekrachtigt daarom zowel het deelvonnis als het eindvonnis. In het principale en incidentele hoger beroep tegen het deelvonnis worden de proceskosten gecompenseerd; in het hoger beroep tegen het eindvonnis wordt Sporttrading veroordeeld tot betaling van € 2.646 aan proceskosten, vermeerderd met eventuele rente en betekeningskosten.
6.26
Op grond van het bovenstaande is het hof van oordeel dat voormelde vier door Sporttrading in oktober 2020 aan Europris geleverde Puma boxershorts onverenigbare kenmerken (een PO- of PID-nummer dat refereert aan productie in 2017 en een QR-code op het security label) vertonen en al daarom namaak zijn.
6.34
Bovendien is het op zijn minst hoogst onwaarschijnlijk dat, als een licentienemer of fabrikant al meer van het merk voorziene producten op de markt zou brengen dan hem door de merkhouder is toegestaan, hij naast de toegestane merkproducten, daarvan afwijkende producten met onverenigbare kenmerken of producten die afwijken van de hem bekende echtheidskenmerken of de Puma-kwaliteitsstandaarden in de handel zou brengen. Die zou hij immers speciaal moeten (laten) produceren, terwijl die voor de Merkhouder eenvoudig als namaak te herkennen zijn. Dat zich deze situatie voordoet heeft Sporttrading niet gesteld, laat staan onderbouwd.
6.52
De stelling van Puma dat uit deze “papertrail” zou volgen dat GTS met (veel) verlies Puma boxershorts heeft doorverkocht, hetgeen ongeloofwaardig is (zodat de geleverde boxershorts wel namaak moeten zijn of geen sprake van uitputting kan zijn), kan hier onvoldoende aan afdoen. Allereerst heeft Sporttrading gemotiveerd betwist dat GTS de door Puma gestelde prijzen aan Stichd betaalde, stellende dat de door GTS aan Stichd betaalde prijzen die Puma noemt (€ 7,72) veel te hoog zijn omdat Puma (de haar bekende) kortingen op die prijzen buiten beschouwing laat, waardoor de betaalde prijs de facto € 6,52 of € 6,14 bedroeg. Ook heeft Sporttrading betwist dat zij de door Puma gestelde lage prijs aan GTS heeft betaald. Echter ook als er met enig verlies is doorverkocht, kan dat niet voldoende afdoen aan voormeld oordeel. Sporttrading heeft immers onbetwist gesteld dat een (parallel) handelaar in verband met zijn liquiditeitspositie soms genoodzaakt is met verlies door te verkopen en dat dat zeker voor GTS gold die een vaste maandelijkse afnameverplichting bij Stichd had. De dochter van de inmiddels overleden directeur van GTS heeft ook bevestigd dat die situatie zich in die periode voordeed.