Proceskostenveroordeling (bijzondere uitspraken)

IEF 16168

Ondanks medewerking, noodzaak dwangsom vanwege dreiging van hernieuwde handelsnaaminbreuk

Rechtbank Gelderland 2 aug 2016, IEF 16168; ECLI:NL:RBGEL:2016:4299 (Juniverselmediums), http://www.ie-forum.nl/artikelen/ondanks-medewerking-noodzaak-dwangsom-vanwege-dreiging-van-hernieuwde-handelsnaaminbreuk
juniversalmediums

Vzr. Rechtbank Gelderland 2 augustus 2016, IEF 16168; ECLI:NL:RBGEL:2016:4299 (Juniverselmediums)
Handelsnaamrecht. Dwangsom. Proceskosten. Eiseres is allround medium/paragnoste. Microbel exploiteert medium-paragnostelijnen via o.a. medium(s).nl. Microbel weerspreekt niet de vorderingen en heeft zich bereid verklaard aan de vorderingen te voldoen; verbod op voeren handelsnaam en overdracht domeinnamen wordt dan ook bevolen. Verder blijft er de noodzaak van het opleggen van een dwangsom vanwege dreiging van hernieuwde inbreuk op handelsnaam. De procedure is ondanks voor de zitting getoonde bereidheid tot nakoming door gedaagde terecht voortgezet, zodat proceskostenveroordeling op grond van artikel 1019h Rv volgt.

IEF 16154

HvJ EU: Redelijke forfaitaire tarieven advocaten mogen, geen te lage maximumtarieven, kosten octrooigemachtigde niet foutafhankelijk

HvJ EU 28 jul 2016, IEF 16154; ECLI:EU:C:2016:611 (United Video Properties tegen Telenet), http://www.ie-forum.nl/artikelen/hvj-eu-redelijke-forfaitaire-tarieven-advocaten-mogen-geen-te-lage-maximumtarieven-kosten-octrooigem

HvJ EU 28 juli 2016, IEF 16154; IEFbe 1884; ECLI:EU:C:2016:611; C-57/15 (United Video Properties tegen Telenet)
Proceskosten. Advocaten en deskundigen/octrooigemachtigden. Artikel 14 handhavingsrichtlijn. Proceskosten. Vergoeding van kosten voor bijstand van advocaten en deskundigen. Maximumbedrag voor honoraria en kosten van een advocaat en deskundige. Artikel 14 Handhavingsrichtlijn verzet zich niet tegen een nationale proceskostenregeling met een systeem van forfaitaire tarieven, mits tarieven redelijk zijn. Artikel 14 van deze richtlijn verzet zich wel tegen een nationale regeling met forfaitaire tarieven die, wegens te lage maximumbedragen, niet waarborgen dat minstens een significant en passend deel van de redelijke kosten van de in het gelijk gestelde partij door de verliezende partij wordt gedragen. Kosten van een technisch raadgever mag niet slechts worden vergoed in geval van een fout van de verliezende partij. HvJ EU:
 

IEF 15990

Geen spoedeisend belang bij vordering over identiteit producenten nu octrooi geëxpireerd is

Hof Den Haag 18 nov 2014, IEF 15990; ECLI:NL:GHDHA:2014:4703 (Astellas tegen Synthon), http://www.ie-forum.nl/artikelen/geen-spoedeisend-belang-bij-vordering-over-identiteit-producenten-nu-octrooi-ge-xpireerd-is

Hof Den Haag 18 november 2014, IEF 15990; LS&R 1329; ECLI:NL:GHDHA:2014:4703 (Astellas tegen Synthon)
Octrooirecht. Astellas is houdster van EP0661045B1 voor een ‘hydrogelpreparaat met aanhoudende afgifte’. Op de Spaanse markt heeft ze producten aangetroffen waar Synthon als fabrikant is vermeld op de bijsluiters. Synthon bestrijdt met succes het spoedeisend belang tot verkrijging van informatie omtrent de identiteit van de producenten van de Synthon-producten nu het octrooi inmiddels is geëxpireerd. De beslissing rond de proceskostenveroordeling wordt in verband met aanhangige bodemprocedure aangehouden. [red. HR heeft arrest gewezen IEF 15883]

IEF 15988

HR creërt rechterlijk overgangsrecht voor de aanhangigheid en proceskosten na intrekken kort geding

Hoge Raad 3 jun 2016, IEF 15988; ECLI:NL:HR:2016:1087 (Wieland tegen Gia Systems), http://www.ie-forum.nl/artikelen/hr-cre-rt-rechterlijk-overgangsrecht-voor-de-aanhangigheid-en-proceskosten-na-intrekken-kort-geding

HR 3 juni 2016, IEF 15988; IT 2080; RB 2730; ECLI:NL:HR:2016:1087 (Wieland tegen Gia Systems)
Procesrecht. Rechterlijk overgangsrecht. Wieland sommeert GIA tot staken merkgebruik en als nevenvordering rectificatie van merkgebruik en misleidende mededelingen. Nadat het kort geding wordt ingetrokken, wordt een bodemprocedure met nagenoeg identieke vorderingen ingesteld. GIA verzoekt de redelijke en evenredige proceskosten te vergoeden ex 249 jo. 250 jo. 1019h Rv ad € 32.978,00. Hoge Raad beantwoord prejudicieel gesteld vragen [IEF 15098]. dat art. 9.1 van het Procesreglement onverbindend is en stelt eigen regels op, geënt op wettelijke regeling van bodemprocedure. Mogelijkheid tot behandeling van vordering tot proceskostenveroordeling, dat vonnis is vatbaar voor hoger beroep en uitvoerbaarverklaring bij voorraad [deels anders: Conclusie AG].

IEF 15971

Geen verklaring en recht omdat inbreuk op porseleinen servies al was toegegeven

Hof Den Haag 24 mei 2016, IEF 15971; (P. Van Roon tegen Hermès), http://www.ie-forum.nl/artikelen/geen-verklaring-en-recht-omdat-inbreuk-op-porseleinen-servies-al-was-toegegeven
Porselein servies Hermès

Hof Den Haag 24 mei 2016, IEF 15971 (P. Van Roon tegen Hermès)
Auteursrecht. Beslagkosten. Hoofdzaak niet binnen termijn aanhangig gemaakt na vrijwillige afgifte door Van Roon van administratie. Hoger beroep na IEF 13903, waarin auteursrechtinbreuk op het porseleinen servies van Hermès werd aangenomen. De rechtbank had, aldus het hof, de verklaring voor recht moeten afwijzen, omdat het belang is komen te vervallen op het moment dat Van Roon bij conclusie van antwoord auteursrechtinbreuk erkende. Nu Van Roon inbreuk heeft gemaakt, was Hermès gerechtigd conservatoir (bewijs)beslag te leggen op producten en de administratie. Die beslagkosten zijn wel voor rekening van Van Roon. Dat de hoofdzaak niet binnen de in de beschikking vermelde termijn aanhangig is gemaakt, leidt niet dat Hermès daarom geen aanspraak kan maken op vergoeding van die kosten. Hermès wordt veroordeeld tot terugbetaling van de proceskosten, de kosten in het hoger beroep worden gecompenseerd.

IEF 15883

Aanhouding door Hof van onbepaalde duur niet te rechtvaardigen

Hoge Raad , IEF 15883; ECLI:NL:HR:2016:666 (Astellas tegen Synthon), http://www.ie-forum.nl/artikelen/aanhouding-door-hof-van-onbepaalde-duur-niet-te-rechtvaardigen

HR 15 april 2016, IEF 15883; LS&R 1297 ECLI:NL:HR:2016:666 (Astellas tegen Synthon)
(Appel)procesrecht, octrooirecht. Spoedeisend belang. Belang bij hoger beroep in verband met proceskostenveroordeling in eerste aanleg. De beslissing van het hof tot aanhouding is niet het waken tegen onredelijke vertraging van de procedure (art. 20 Rv).  Astellas is houdster van een Europees octrooi voor een zogenaamd hydrogelpreparaat met aanhoudende afgifte. De voorzieningenrechter [IEF 12913] heeft Astellas' vorderingen afgewezen en veroordeeld in de kosten van de procedure, aan de zijde van Synthon begroot op € 75.000. Het hof heeft iedere beslissing aangehouden totdat in de tussen partijen aanhangige bodemprocedure onherroepelijk is beslist of dat die procedure anderszins definitief is beëindigd. Gelet op de onbepaalde en daarom mogelijk (zeer) lange duur van de door het hof bepaalde aanhouding, zijn de aan zijn beslissing tot aanhouding ten grondslag gelegde omstandigheden – dat het belang van Astellas bij beoordeling van de in eerste aanleg uitgesproken proceskostenveroordeling niet spoedeisend is en dat inmiddels een bodemprocedure over de inbreukvraag aanhangig is – onvoldoende om die aanhouding te kunnen rechtvaardigen.

IEF 15837

Conclusie AG: Handhavingsrichtlijn verzet zich niet tegen maximum proceskosten, wel tegen kosten voor deskundigen

HvJ EU 5 apr 2016, IEF 15837; ECLI:EU:C:2016:201 (United Video Properties tegen Telenet), http://www.ie-forum.nl/artikelen/conclusie-ag-handhavingsrichtlijn-verzet-zich-niet-tegen-maximum-proceskosten-wel-tegen-kosten-voor

Conclusie AG HvJ EU 5 april 2016, IEF 15837; IEFbe 1754; zaak C-57/15; ECLI:EU:C:2016:201 (United Video Properties tegen Telenet)
Richtlijn 2004/48/EG – Artikel 14 – Proceskosten – Vergoeding van kosten voor bijstand van advocaten en deskundigen – Maximumbedrag voor honoraria en kosten van een advocaat. Conclusie AG:

1) Artikel 14 van [de Handhavingsrichtlijn 2004/48/EG], verzet zich niet tegen nationale wetgeving zoals in deze prejudiciële procedure aan de orde is, die een maximumbedrag voor de vergoeding door de in de kosten veroordeelde partij van de advocaatkosten van de in het gelijk gestelde partij vastlegt voor alle soorten procedures, daaronder begrepen die ter bescherming van intellectuele-eigendomsrechten.

2) Artikel 14 van richtlijn 2004/48 verzet zich tegen het foutcriterium als noodzakelijke voorwaarde voor de verplichting van de in het ongelijk gestelde partij tot vergoeding van de door de in het gelijk gestelde partij gemaakte kosten voor bijstand van een deskundige die voldoen aan de eisen van redelijkheid, evenredigheid en billijkheid, mits deze kosten rechtstreeks en onmiddellijk verband houden met de aanhangigmaking van de procedure ter bescherming van de intellectuele-eigendomsrechten.

IEF 15575

Ondanks schikking gaat HR vragen over proceskostenvergoeding beantwoorden

HR lopende zaak (Wieland tegen GIA systems)
Uit persbericht
: Hoewel partijen de zaak [zie eerder IEF 15098] inmiddels hebben geschikt, heeft de Hoge Raad besloten de vragen toch te beantwoorden (art. 393 lid 9 Rv). De vragen stellen aan de orde of/wanneer na intrekking van een kort geding aanleiding bestaat tot het toekennen van een proceskostenvergoeding. Derden kunnen tot 4 januari 2016 verzoeken gelegenheid te krijgen schriftelijke opmerkingen in te dienen. Ze moeten daarvoor een advocaat bij de Hoge Raad inschakelen (art. 393 lid 2 en 3 Rv).

Ze kunnen als volgt worden samengevat:
1. Zijn de artikelen 125-127 resp. 249-250 Rv van (overeenkomstige) toepassing in KG?
2. Hoe verhouden die bepalingen zich in dat geval tot elkaar?
3. Hoe moet art. 249 lid 2 Rv worden toegepast?
4. Maakt het verschil of het gaat om 1019h Rv?
5. Is griffierecht verschuldigd?
6. Gelding van art. 9 Procesreglement; is overgangsrecht nodig?