IEF 16506

Toepassing liquidatietarief aangezien verweer in incident nauwelijks gegrond is op IE-recht

Rechtbank Gelderland 16 november 2016, IEF 16506; ECLI:NL:RBGEL:2016:7067 (FSN c.s. tegen Accon) Incident ex artikel 843a Rv. Vordering ingetrokken behoudens proceskosten. FSN c.s. hebben hun incidentele vordering verminderd in die zin dat niet langer verschaffing van een afschrift van een door Accon ingewonnen deskundig advies wordt gevorderd. Vastgesteld kan worden dat de wijziging van de grondslag van hun vorderingen er op neer lijkt te komen dat niet FSN en Kirean gezamenlijk, maar Kirean alleen de rechthebbende op de auteursrechten op de software zou zijn. Hoofdzaak deels op IE-recht gestoeld. Accon c.s. hebben in het incident nauwelijks verweer gevoerd dat is gegrond op het IE-recht, zodat een veroordeling in de volledige proceskosten op grond van artikel 1019h Rv of 'indicatietarieven in IE-zaken' niet aan de orde is. Toepassing liquidatietarief.

3.3. Vastgesteld kan worden dat de wijziging van de grondslag van hun vorderingen er op neer lijkt te komen dat niet FSN en Kirean gezamenlijk maar Kirean alleen de rechthebbende op de auteursrechten op de software zou zijn en dat Kirean de software op 31 december 2014 aan Lyanthe International Holding (LIH) heeft verkocht, maar dat Lippens, LIH en AFOS als cedenten hun vorderingen wegens (beweerdelijke) schending van auteursrechten op de software hebben overgedragen aan Kirean, alsook dat FSN in plaats van Kirean en FSN gezamenlijk de rechthebbende zou zijn op de knowhow van de scan en herken service. Volgens FSN c.s. is geen sprake van een gemeenschap tussen FSN en Kirean met als object de software.

3.4. Op grond van artikel 130 Rv kan een verandering van gronden en eis plaatsvinden totdat eindvonnis is gewezen. Alleen op grond van strijdigheid met de eisen van een goede procesorde kan dit worden geweigerd. Dat een verandering van gronden en eis enige vertraging van de procedure oplevert is onvermijdelijk, maar dat is onvoldoende om aan te nemen dat sprake is van handelen in strijd met een goede procesorde. FSN c.s. preciseren thans enkel hun stellingen en grondslagen. Immers aanvankelijk was de stelling dat FSN én Kirean rechthebbenden waren op de auteursrechten en de knowhow op de software, maar nu wordt dat dus nader geduid. Dat FSN c.s. structureel informatie achterhouden, is niet gebleken. Vooralsnog lijkt een verandering van gronden en eis langs de lijnen die FSN c.s. nu hebben uitgezet toewijsbaar. Echter, op een en ander zal pas worden beslist zodra FSN c.s. precies de gewenste wijziging hebben geformuleerd.