"4.3. Nu Bege behoudens de bepaling van dwangsommen overigens geen verweer voert tegen de gevorderde overdracht, begrijpt de voorzieningenrechter dat Bege zich niet verzet tegen toewijzing van de hoofdvorderingen en het debat beperkt tot de dwangsommen en de proceskosten.”
Omdat Bege aanvankelijk en herhaaldelijk heeft geweigerd aan de overdracht mee te werken, bepaalt de rechter een dwangsom van €1000,- per dag. Door deze dwangsom is het volgens de voorzieningrecht niet nodig te bepalen dat het vonnis, ex artikel 3:300 BW, dezelfde kracht heeft als een opdracht van gedaagde aan Eurid tot overdracht van de domeinnaam aan Der-tec.
Aan de proceskosten wijdt de voorzieningenrechter vervolgens ongeveer twee pagina’s van het vonnis. De overwegingen laten zich ook lezen als een meer algemene uiteenzetting over de uitleg van het leerstuk van de werkelijke proceskostenverdeling:
“4.8 (…) In beginsel voorziet deze algemene regel niet in een matiging van de toe te wijzen kosten naar de mate van verwijtbaarheid van de inbreuk op het IE recht. De mate van verwijtbaarheid kan tezamen met andere omstandigheden wel leiden tot een door de billijkheid geboden matiging”
“4.10. Bij deze stand van maken staat in elk geval wast dat Bege bewust en opzettelijk een domeinnaam heeft geregistreerd die overeenstemt met het merk en de handelsnaam van haar concurrent, Bege heeft op de koop toegenomen dat die domeinnaam vervolgens doorlinkt naar haar eigen website. Dergelijke inbreukmakende handelingen zijn naar voorlopig oordeel niet als ter goeder trouw gedaan aan te merken. Er is grond Bege terzake een aanmerkelijk verwijt te maken waarbij een volledige kostenvergoeding aangewezen is. “
“4.11 Dit wordt niet anders in het licht van het door Bege aangedragen billijkheidargument. Dit argument komt er immers op neer dat Der-tec wordt voorgehouden dat zij de inbreuk op haar IE-recht eenvoudig had kunnen afkopen (…) Met deze redenering gaat Bege eraan voorbij dat er geen rechtsgrond is voor vaststelling van een vergoeding voor overdracht van de domeinnaam.”
“4.13. De ervaring leert dat, indicatief, voor een kort geding in een gemiddelde merk-, model-, auteursrechtzaak afhankelijk van complexiteit en belang rekening is te houden met een bedrag tussen de 15.000 tot €25.000 aan proceskosten aan de zijde van de eisende partij. In dit geval heeft eiser zich, terecht, beroepen op zijn merkrecht en handelsnaamrecht. Verweerder heeft tot en met de dag van de zitting wat de hoofdzaak betreft geen serieus verweer gevoerd. Dit betekent dat eiser in zijn voorbereiding volledig dient te zijn. In het licht hiervan dient de kostenopgave van Der-Tec voor redelijk te worden gehouden en kan Bege niet volstaan met het enkel roepen dat het wel erg veel is. Bege zal dan ook worden veroordeeld in de kosten van de procedure conform de opgave van Der-tec.” (€13.635,38)
Lees het vonnis hier.