DOSSIERS
Alle dossiers

Rechtspraak  

IEF 23781

Databankrecht na actualisering bestaande databank beperkt tot aangebrachte wijzigingen

Hof Den Haag 19 mei 2026,, IEF 23781; ECLI:NL:GHDHA:2026:2739 (JD Knowledge tegen Portbase), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/databankrecht-na-actualisering-bestaande-databank-beperkt-tot-aangebrachte-wijzigingen

Gerechtshof Den Haag 19 mei 2026, IEF 23781; ECLI:NL:GHDHA:2026:2739 (JD Knowledge tegen Portbase). In deze zaak staat centraal welke databankrechten JD Knowledge (JDK) heeft op digitale lijsten met informatie over het vervoer van gevaarlijke stoffen en of Havenbedrijf Rotterdam (HbR) en Portbase daarop inbreuk hebben gemaakt. De GDS-lijsten waren oorspronkelijk ontwikkeld en bijgehouden door GDS. Na het faillissement van GDS in 2016 zette JD Holding (JDH) de dienstverlening voort en sloot zij met HbR een overeenkomst voor de levering van geactualiseerde digitale informatie. De daaruit voortvloeiende contractuele en IE-rechten zijn later aan JDK overgedragen. Vaststaat echter dat de oorspronkelijke databankrechten van GDS niet uit de faillissementsboedel aan JDH en vervolgens JDK zijn overgedragen. JDK stelt dat HbR in strijd met de overeenkomst de GDS-lijsten aan Portbase beschikbaar heeft gesteld en dat Portbase databankinbreuk heeft gemaakt door gegevens via haar Port Community System aan derden beschikbaar te stellen. De rechtbank wees de vorderingen tegen HbR af, maar oordeelde dat Portbase wel inbreuk had gemaakt. 

IEF 23744

CWO en HISWA maken onrechtmatig gebruik van software en databank door KNWV onvoldoende aannemelijk

Rechtbank Midden-Nederland 30 jun 2026,, IEF 23744; ECLI:NL:RBMNE:2026:4185 (CWO en Hiswa tegen KNWV en [handelsnaam]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/cwo-en-hiswa-maken-onrechtmatig-gebruik-van-software-en-databank-door-knwv-onvoldoende-aannemelijk

Rb. Midden-Nederland 30 juni 2026, IEF 23744; IT 5430; ECLI:NL:RBMNE:2026:4185 (CWO en Hiswa tegen KNWV en [handelsnaam]). CWO, HISWA en KNWV werkten jarenlang samen aan een uniform systeem voor watersportopleidingen en -diploma’s. Nadat binnen CWO een impasse was ontstaan, beëindigde KNWV in 2025 de samenwerking en bracht zij haar opleidingen onder bij de Watersport Academy, waarbij gebruik werd gemaakt van de door NWD ontwikkelde diplomalijn. CWO en HISWA stelden dat KNWV en de ontwikkelaar [handelsnaam] daarbij onrechtmatig handelden, onder meer door gebruik te maken van het voor CWO ontwikkelde softwareprogramma en de CWO-database. Zij beriepen zich op een exclusief gebruiksrecht en een non-concurrentiebeding uit overeenkomsten met [handelsnaam]. De voorzieningenrechter acht echter onvoldoende aannemelijk dat die bedingen daadwerkelijk tussen partijen zijn overeengekomen. De overgelegde overeenkomsten waren concepten, waren niet ondertekend en uit latere correspondentie bleek dat partijen daarover nog onderhandelden. CWO en HISWA kunnen nakoming daarvan daarom niet afdwingen. Ook het beroep op het databankenrecht leidt niet tot een verbod. KNWV betwistte niet dat zij de CWO-database eenmalig had gekopieerd, maar voor een verboden opvraging of hergebruik is volgens de voorzieningenrechter van belang of daardoor schade kan ontstaan aan de investering van de producent in de databank. CWO en HISWA maakten onvoldoende aannemelijk dat deze eenmalige kopie hun financiële terugverdiencapaciteit aantastte. Daardoor kan in het midden blijven of sprake is van een beschermde databank en of KNWV, gelet op haar investering van € 150.000, daarvan mogelijk medeproducent is.

IEF 23553

Rb. Den Haag: geen overdracht auteursrechten aan Clingendael op rapportages West-Afrika

Rechtbank Den Haag 29 apr 2026,, IEF 23553; ECLI:NL:RBDHA:2026:10358 ([eiser] tegen Clingendael), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/rb-den-haag-geen-overdracht-auteursrechten-aan-clingendael-op-rapportages-west-afrika

Rb. Den Haag 29 april 2026, IEF 23553; ECLI:NL:RBDHA:2026:10358 ([eiser] tegen Clingendael). De Rechtbank Den Haag heeft geoordeeld dat Clingendael geen auteursrechten heeft verkregen op rapportages van een onafhankelijk adviseur over geweldsincidenten in West-Afrika. Partijen werkten van 2022 tot en met 2024 samen op basis van opdrachtovereenkomsten waarbij de adviseur informatie uit zijn eigen netwerk verzamelde en verwerkte in wekelijkse rapportages voor Clingendael. Nadat de samenwerking over 2025 stukliep wegens een discussie over overdracht van het netwerk van de adviseur, weigerde Clingendael een openstaande factuur van €7.000 te betalen en stelde zij dat de adviseur met een later voor de Konrad-Adenauer-Stiftung opgesteld rapport inbreuk maakte op haar auteursrechten, bedrijfsgeheimen en databankenrechten. De rechtbank verwerpt die stellingen. Volgens de rechtbank voorziet artikel 9 van de opdrachtovereenkomsten niet in overdracht van auteursrechten. De bepaling dat “all rights of usage, including all secondary rights” eigendom van Clingendael zouden zijn, ziet volgens de rechtbank op gebruiksrechten en niet op overdracht van auteursrechten als vermogensrechten. Daarbij benadrukt de rechtbank dat art. 2 Auteurswet voor overdracht van auteursrechten een daadwerkelijke akte vereist die expliciet op die overdracht is gericht. Omdat tussen professionele partijen geen dergelijke overdrachtsakte was opgenomen, blijven eventuele auteursrechten bij de adviseur rusten. De rechtbank hoeft daarom niet meer te beoordelen of de rapportages of de daarin opgenomen nieuwsfeiten auteursrechtelijk beschermd zijn. Ook de stelling dat de adviseur verplicht was Clingendael toegang te geven tot zijn netwerk wordt verworpen: uit de overeenkomsten, correspondentie en financiering van het netwerk volgt volgens de rechtbank geen dergelijke verplichting.

IEF 23275

Prejudiciële vragen over databankenrecht en hergebruik van Handelsregistergegevens

Hof Arnhem-Leeuwarden 20 jan 2026,, IEF 23275; ECLI:NL:GHARL:2026:313 (Kamer van Koophandel tegen Vereniging voor Zakelijke B2B Informatie), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/prejudiciele-vragen-over-databankenrecht-en-hergebruik-van-handelsregistergegevens

Hof Arnhem-Leeuwarden 20 januari 2026, IEF 23275; ECLI:NL:GHARL:2026:313 (Kamer van Koophandel tegen Vereniging voor Zakelijke B2B Informatie). In deze zaak speelt een geschil tussen de Kamer van Koophandel (KVK) en de Vereniging Voor Zakelijke Borgen en Informatie (VVZBI) over het databankenrecht op het Handelsregister en de vraag in hoeverre de KVK het hergebruik van Handelsregistergegevens mag beperken of reguleren. De KVK heeft in 2020 nieuwe gebruiksvoorwaarden vastgesteld waarin zij stelt dat op het Handelsregister een sui generis databankenrecht rust en dat voor grootschalig of commercieel hergebruik toestemming van de KVK nodig is. Volgens de KVK zijn deze beperkingen nodig om haar wettelijke taken goed uit te voeren en om belangen als rechtszekerheid, privacybescherming, kostendekking en het profijtbeginsel te waarborgen. VVZBI betwist dat de KVK databankenrecht heeft op het Handelsregister en voert aan dat de vereisten voor databankrechtelijke bescherming niet zijn vervuld. De rechtbank volgt VVZBI hierin en oordeelt dat met name het vereiste investeringsrisico bij de KVK ontbreekt, zodat geen databankenrecht ontstaat.

IEF 23106

Tussenarrest Hof Arnhem-Leeuwarden: mag de KVK databankenrecht inzetten tegen commerciële doorverkoop van Handelsregisterdata?

Hof Arnhem-Leeuwarden 7 okt 2025,, IEF 23106; ECLI:NL:GHARL:2025:6167 (KVK tegen VVZBI), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/tussenarrest-hof-arnhem-leeuwarden-mag-de-kvk-databankenrecht-inzetten-tegen-commerciele-doorverkoop-van-handelsregisterdata

Hof Arnhem-Leeuwarden 7 oktober 2025, IEF 23106; ECLI:NL:GHARL:2025:6167 (KVK tegen VVZBI). In deze hoger-beroepszaak botsen de Kamer van Koophandel (KVK) en de Vereniging voor Zakelijke B2B Informatie (VVZBI) over het gebruik van gegevens uit het Handelsregister. De leden van VVZBI kopen op grote schaal uittreksels en andere Handelsregisterdata en verwerken of verkopen die door in commerciële informatieproducten. KVK heeft dat sinds 2021 met nieuwe voorwaarden beperkt, omdat zij wil voorkomen dat oude uittreksels blijven rondgaan (rechtszekerheid) en omdat zij inkomsten misloopt als bedrijven dezelfde uittreksels goedkoper bij VVZBI-leden halen (profijtargument). VVZBI vindt dat KVK geen beroep mag doen op het sui-generis databankenrecht en dat het doorverkopen juist is toegestaan als “hergebruik” van overheidsinformatie. De rechtbank gaf VVZBI grotendeels gelijk; KVK is daarvan in hoger beroep gegaan.

IEF 22663

Uitspraak ingezonden door Thomas Kriense, Guldemond Advocaten.

Hof bevestigt dat verzameling van productgegevens door Tracpartz geen databank vormt

Hof Arnhem-Leeuwarden 22 apr 2025,, IEF 22663; ECLI:NL:GHARL:2025:2565 (Tracpartz tegen gedaagde), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/hof-bevestigt-dat-verzameling-van-productgegevens-door-tracpartz-geen-databank-vormt

Hof Arnhem-Leeuwarden 22 april 2025, IEF 22663, IT 4841; ECLI:NL:GHARL:2025:2565 (Tracpartz tegen Snel Parts). Beide partijen zijn actief op de onderdelen markt voor mini-tractoren en verkopen hun goederen online via een webwinkel. Tracpartz trachtte het haar concurrent ervan te weerhouden zogenaamde technische compatibiliteitsinformatie over onderdelen van minitractoren te gebruiken. Tracpartz stelde dat zij exclusieve rechten had op deze gegevens, omdat ze naar eigen zeggen aanzienlijke investeringen had gedaan om ze te verzamelen. Ze noemde deze gegevens haar "bijzondere productinformatie" en was van mening dat dit databankrechtelijke bescherming geniet. Volgens Snel Parts draaide het hier niet om een beschermde databank, maar simpelweg om informatie die vrij beschikbaar is en waar elke concurrent gebruik van mag maken om klanten beter te bedienen. Het hof gaf Snel Parts gelijk. Belangrijk is de constatering dat databankbescherming alleen geldt als de investering specifiek gericht is op het creëren van een databank—dus op de opslag, controle en verwerking van gegevens—en niet op commerciële activiteiten zoals het verzamelen van productkennis voor verkoopdoeleinden. Het feit dat Tracpartz veel tijd en moeite besteedde aan het verkrijgen van technische informatie betekende nog niet dat zij een juridisch beschermde databank had. Daarnaast benadrukte het hof dat het overnemen van vrij beschikbare, feitelijke informatie door concurrenten in beginsel geoorloofd is, tenzij er sprake is van bijzondere omstandigheden zoals het omzeilen van technische beveiligingen, iets wat hier niet aan de orde was. De rechtbank had dit in eerste aanleg al helder vastgesteld en het hof bevestigde deze uitspraak [zie IEF 21882].

IEF 22605

Hof bevestigt afwijzing auteurs- en databankenrechtclaims door opdrachtnemer op resultaten onderzoek

Hof Arnhem-Leeuwarden 11 mrt 2025,, IEF 22605; ECLI:NL:GHARL:2025:1410 (Appellante tegen Universiteit Utrecht), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/hof-bevestigt-afwijzing-auteurs-en-databankenrechtclaims-door-opdrachtnemer-op-resultaten-onderzoek

Hof Arnhem-Leeuwarden 11 maart 2025, IEF 22605, IT 4814; ECLI:NL:GHARL:2025:1410 (Appellante tegen Universiteit Utrecht). De appellant (hierna: opdrachtnemer) heeft met de Universiteit Utrecht (hierna: de Universiteit) een samenwerkingsovereenkomst gesloten voor twee onderzoeksprojecten: "Ontwikkeling Voorop!" (OV) en "Samen Laten Opgroeien" (SLO). Deze projecten richten zich op het volgen van de ontwikkeling van kinderen in kwetsbare gezinnen met behulp van de ASQ4-vragenlijst. In een juridisch geschil vordert de opdrachtnemer dat de Universiteit de afspraken uit de samenwerkingsovereenkomst naleeft en stelt zij dat zij mede-auteursrechthebbende is op de door de projecten gecreëerde werken. In hoger beroep, specifiek in grief 3, voert de opdrachtnemer aan dat zij als samenwerkingspartner van de Universiteit mede-auteursrechthebbende is op alle auteursrechtelijk beschermde werken die binnen de projecten zijn ontwikkeld. Dit zou onder meer volgen uit haar bijdrage aan het project, zoals het meedenken en meeschrijven aan de projectvoorstellen. De Universiteit betwist dit en stelt dat de auteursrechten op grond van artikel 7 Auteurswet aan haar toekomen. De opdrachtnemer betwist dit en stelt dat het auteursrecht op alles wat haar directrice als bestuurder van de opdrachtnemer heeft (mede)gecreëerd – naast haar parttime-aanstelling bij de Universiteit – en op wat zij vóór die periode heeft (mee)ontwikkeld, aan de opdrachtnemer toekomt.  

IEF 22368

Databankenrecht: ook in hoger beroep geen inbreuk op de hitlijsten van Stichting Nederlandse Top 40

Hof Arnhem-Leeuwarden 5 nov 2024,, IEF 22368; ECLI:NL:GHARL:2024:6781 (Stichting Nederlandse Top 40 tegen geïntimeerde), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/databankenrecht-ook-in-hoger-beroep-geen-inbreuk-op-de-hitlijsten-van-stichting-nederlandse-top-40

Hof Arhnhem-Leeuwarden 5 november 2024, IEF 22368, IT 4667; ECLI:NL:GHARL:2024:6781 (De Stichting tegen geïntimeerde). In deze zaak gaat het om de vraag of de gedaagde met zijn wekelijkse publicatie van top 40-hitlijsten inbreuk maakt op de databankrechten van de Stichting. De Stichting beschuldigde de gedaagde eerst ook van inbreuk op haar merkrechten in de Benelux, maar tijdens de zitting kwamen ze tot een schikking hierover. Het hoger beroep richt zich nu alleen nog op de vraag of de Top 40-hitlijsten van de Stichting gezien kunnen worden als databanken volgens de Databankenwet, waarop gedaagde inbreuk zou maken door zijn publicaties. Het hof oordeelt dat dit niet het geval is en bevestigt het eerdere vonnis van de rechtbank. [zie IEF 21624].

IEF 22300

Hof gaat prejudiciële vragen stellen over de uitleg van de Databankenrichtlijn en de Open Data Richtlijn

Hof Arnhem-Leeuwarden 8 okt 2024,, IEF 22300; ECLI:NL:GHARL:2024:6204 (KVK tegen VVZBI), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/hof-gaat-prejudiciele-vragen-stellen-over-de-uitleg-van-de-databankenrichtlijn-en-de-open-data-richtlijn

Hof Arnhem-Leeuwarden 8 oktober 2024, IEF 22300, IT 4636; ECLI:NL:GHARL:2024:6204 (KVK tegen VVZBI). In dit tussenarrest van het hof wordt de keuze om prejudiciële vragen te stellen over de uitleg van de Databankenrichtlijn en de Open Data Richtlijn toegelicht. De zaak betreft een geschil tussen de Kamer van Koophandel (hierna: KVK) en de Vereniging voor Zakelijke B2B Informatie (hierna: VVZBI). De KVK heeft in 2020 nieuwe gebruiksvoorwaarden vastgesteld over de verstrekking en het gebruik van Handelsregistergegevens, zoals bedoeld in de Databankenwet. Daarin is bepaald dat voor het hergebruiken van het hele handelsregister of substantiële delen daarvan voortaan databankrechtelijke toestemming van de KVK is vereist. Het doel van deze voorwaarden is het grootschalige hergebruik van handelsregistergegevens tegen te gaan. De VVZBI is opgericht door commerciële dienstverleners met als doel het behartigen van collectieve belangen van zakelijke informatieleveranciers. De leden zijn grootafnemers van handelsregistergegevens. De VVZBI is van mening dat de KVK geen databankenrecht heeft op het handelsregister, omdat niet aan de materiële vereisten voor databankrechtelijke bescherming is voldaan. Subsidiair stelt de VVZBI zich op het standpunt dat, als de KVK dat recht wel heeft, de manier waarop de KVK de nieuwe voorwaarden doorvoert onrechtmatig is. In het vonnis in eerste aanleg werd de primaire vordering van VVZBI grotendeels toegewezen [zie IEF 20423] en werd vastgesteld dat de KVK inderdaad geen databankenrecht toekomt. De KVK is tegen dit vonnis in hoger beroep gekomen. 

IEF 21882

Uitspraak ingezonden door Thomas Kriense, Blenheim Advocaten

Verzameling van productgegevens door Tracpartz vormt geen databank

Rechtbank Noord-Nederland 7 feb 2024,, IEF 21882; ECLI:NL:RBNNE:2024:354 (Tracpartz tegen gedaagde), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/verzameling-van-productgegevens-door-tracpartz-vormt-geen-databank

Rb. Noord-Nederland 7 februari 2024, IEF 21882, IT 4471; C/18/220643 (Tracpartz tegen gedaagde) Uitspraak van de rechtbank Groningen inzake databankrecht versus vrijelijk gebruik van technische informatie door webshops. Tracpartz biedt via haar webshop tractoronderdelen voor oude minitractoren aan. Op haar site staat bij elk onderdeel vermeld voor welke tractormerken en/of typen dit onderdeel geschikt is. Tracpartz noemt dit de ‘bijzondere productinformatie’. Gedaagde exploiteert een soortgelijke webshop en heeft op zijn website dezelfde bijzondere productinformatie staan. Tracpartz is van mening dat gedaagde onrechtmatig jegens haar handelt, doordat hij zonder toestemming meerdere delen van de website en content van Tracpartz heeft gekopieerd en gebruikt voor zijn eigen website. Dit maakt inbreuk op het databankenrecht van Tracpartz. Na sommatie vond correspondentie plaats over de vraag of er sprake is van een databank, en of er inbreuk op gemaakt wordt door gedaagde.