IEF 20423

Kamer van Koophandel komt geen databankrechtelijke bescherming toe

Rechtbank Midden-Nederland 22 december 2021, IEF 20423, IT 3756; ECLI:NL:RBMNE:2021:6183 (VVZBI tegen KVK) Het handelsregister is een ‘databank’, maar de Kamer van Koophandel (KVK) draagt geen risico voor investeringen daarin en kwalificeert daarom niet als ‘producent’. De KVK voert een wettelijke taak uit en de daarmee gemoeide kosten (die niet uit verkoopopbrengsten kunnen worden voldaan) worden op basis van de wet gedekt door de rijksoverheid. Prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie vindt de rechtbank niet nodig: aan de KVK komt geen databankrechtelijke bescherming op het Handelsregister toe. De KVK mag zich jegens aanbieders van bedrijfsinformatiediensten derhalve niet beroepen op het exclusieve privaatrechtelijke verbodsrecht; daarop gebaseerde voorwaarden niet toepassen; en aan eindgebruikers van commerciële bedrijfsinformatiediensten geen aanwijzingen geven over het al dan toegestaan zijn van die diensten (vanwege een beweerdelijke databankrechtelijke inbreuk). De rechtbank veroordeelt de KVK ex art. 1019h Rv in de proceskosten, incl. deskundigenkosten, van € 67.678,30.

3.7. Tussen partijen is niet (langer) in geschil dat aan overheidsorganen die een publieke taak uitoefenen een databankenrecht kan toekomen, mits aan de daarvoor geldende voorwaarden is voldaan. Ook is niet in geschil dat het handelsregister voldoet aan de hiervoor in 3.4. genoemde vereisten a), b) en c). Het handelsregister is een verzameling van gegevens, die geordend zijn, zodat de verzameling op gerichte wijze kan worden doorzocht, en de daarin opgenomen gegevens zijn afzonderlijk toegankelijk via een ontsluitingssysteem, namelijk onder meer via de zoekfunctie op de website van de KVK.

3.25. De KVK voert dus ten aanzien van de aanleg en het beheer van het handelsregister een wettelijke taak uit. Daardoor heeft de KVK de verplichting het handelsregister op te tuigen, te actualiseren en te onderhouden. Een (te beschermen) economische drijfveer is daarbij niet aanwezig. Want ook als ze haar kosten niet zou terug (kunnen) verdienen, moet zij die taak uitvoeren. Dat laat onverlet dat er wel vanuit wordt gegaan dat de KVK in het kader van die taakuitoefening ook inkomsten genereert, waarmee een deel van de kosten kan worden gedekt. De overige kosten komen echter op grond van de wet in beginsel ten laste van de rijksbegroting. De ratio van databankrechtelijke bescherming is om degene die substantieel investeert in de inhoud van een databank en het risico van die investering draagt met een databankenrecht de zekerheid te geven dat hij daarvoor wordt vergoed, om zo te stimuleren dat die investering wordt gedaan. Die situatie doet zich - gelet op wat hiervoor is overwogen - hier niet voor. De KVK (1) draagt immers niet het financiële risico van de investeringen in het handelsregister, omdat wettelijk is geregeld dat de (goedgekeurde begrote) kosten van de KVK die niet uit haar inkomsten kunnen worden voldaan, worden gedekt door de Rijksoverheid en (2) behoeft geen stimulans om de investeringen te doen, omdat zij die stimulans al heeft vanwege de aan haar opgedragen wettelijke taak (ofwel: een economische rechtvaardigingsgrond ontbreekt bij de KVK). De rechtbank is daarom van oordeel dat de KVK niet kwalificeert als producent in de zin van de Databankenwet, zodat haar geen databankrechtelijke bescherming toekomt op het handelsregister.

3.26. De rechtbank ziet geen aanleiding om ten aanzien van het databankenrecht een prejudiciële vraag te stellen aan het HvJEU, omdat het antwoord op de voorliggende (eerste) vraag voldoende duidelijk volgt uit de Databankenrichtlijn en de aangehaalde jurisprudentie van het HvJEU.