IEF 23794
4 september 2026
Uitspraak

Geen verwarringsgevaar tussen driedimensionaal RIVES-merk en 1890 ESPECIAL EXÓTICA GIN PREMIUM; geen kwade trouw

 
IEF 23798
4 september 2026
Artikel

Het verschil tussen een tomaat en Mickey Mouse

 
IEF 23793
4 september 2026
Uitspraak

Verwarringsgevaar tussen NPhealthLABS+ en ondernemingsnaam Health Labs; EUIPO beoordeelt ‘health’ onjuist

 
IEF 23794

Geen verwarringsgevaar tussen driedimensionaal RIVES-merk en 1890 ESPECIAL EXÓTICA GIN PREMIUM; geen kwade trouw

Gerecht EU (voorheen GvEA) 2 sep 2026,, IEF 23794; ECLI:EU:T:2026:507 (Jaime García Ávila tegen EUIPO en Rives Distillery, SA), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/geen-verwarringsgevaar-tussen-driedimensionaal-rives-merk-en-1890-especial-exotica-gin-premium-geen-kwade-trouw

Gerecht EU 2 september 2026, IEF 23794; ECLI:EU:T:2026:507 (Jaime García Ávila tegen EUIPO en Rives Distillery, SA). Jaime García Ávila verzoekt het Gerecht om vernietiging en wijziging van de beslissing van de Eerste kamer van beroep van het EUIPO, waarbij zijn verzoek tot nietigverklaring van een driedimensionaal Uniemerk van Rives Distillery is afgewezen. Het betwiste merk bestaat uit een blauwe fles met verschillende figuratieve en woordelementen, waaronder ‘rives’, ‘sweet spirit’, ‘exótica’ en ‘gin’, en is ingeschreven voor onder meer alcoholhoudende dranken, gedistilleerde dranken, gin, cocktails en preparaten voor het maken van alcoholhoudende dranken in klasse 33. García Ávila baseert zijn verzoek onder meer op het oudere Spaanse beeldmerk 1890 ESPECIAL EXÓTICA GIN PREMIUM en op artikel 60 lid 1 onder a, gelezen in samenhang met artikel 8 lid 1 onder b UMVo. Het Gerecht bevestigt dat de betrokken waren deels identiek en deels soortgelijk zijn, maar dat de tekens slechts beperkt overeenstemmen. In het betwiste merk is ‘rives’ een dominant en normaal onderscheidend woordelement. ‘Exótica’ is daarentegen zwak onderscheidend, omdat het voor het Spaanse publiek verwijst naar bijzondere, ongebruikelijke of exotische ingrediënten of smaken. In het oudere merk zijn ‘1890’ en ‘exótica’, ondanks hun geringe onderscheidend vermogen, mededominant. De tekens stemmen visueel slechts in zeer geringe mate, fonetisch in geringe mate en begripsmatig in geringe tot zeer geringe mate overeen. De gemeenschappelijke elementen ‘exótica’ en ‘gin’ wegen daarbij beperkt, terwijl met name het onderscheidende en visueel prominente element ‘rives’ bijdraagt aan een verschillende totaalindruk.

IEF 23793

Verwarringsgevaar tussen NPhealthLABS+ en ondernemingsnaam Health Labs; EUIPO beoordeelt ‘health’ onjuist

Gerecht EU (voorheen GvEA) 2 sep 2026,, IEF 23793; ECLI:EU:T:2026:506 (Health Labs Care S.A. tegen EUIPO en NP Supplements Monoprosopi I.K.E.), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/verwarringsgevaar-tussen-nphealthlabs-en-ondernemingsnaam-health-labs-euipo-beoordeelt-health-onjuist

Gerecht EU 2 september 2026, IEF 23783; ECLI:EU:T:2026:506 (Health Labs Care S.A. tegen EUIPO en NP Supplements Monoprosopi I.K.E.). Health Labs Care verzoekt het Gerecht om vernietiging van de beslissing van de Tweede kamer van beroep van het EUIPO, waarbij haar oppositie tegen de aanvraag voor het figuratieve Uniemerk NPhealthLABS+ is afgewezen. De aanvraag ziet op onder meer voedingssupplementen en dieetpreparaten in klasse 5 en gezondheids-, hygiëne- en schoonheidsdiensten in klasse 44. De oppositie is gebaseerd op artikel 8 lid 4 UMVo en onder meer op de in Polen beschermde ondernemingsnaam Health Labs. Voor dit oudere teken is gebruik in het economisch verkeer van meer dan plaatselijke betekenis in Polen vastgesteld voor verschillende soorten supplementen. Voor de beoordeling of Health Labs Care op grond van het toepasselijke Poolse recht het gebruik van het jongere merk kan verbieden, worden de criteria voor verwarringsgevaar van artikel 8 lid 1 onder b UMVo overeenkomstig toegepast. Het Gerecht verwerpt het oordeel van de kamer van beroep dat het gehele relevante Poolse publiek het Engelse woord ‘health’ begrijpt en dat dit bestanddeel daarom slechts zwak onderscheidend is. Kennis van een Engels woord mag bij een niet-Engelstalig publiek niet zonder meer worden verondersteld. ‘Health’ behoort bovendien niet tot de Engelse basiswoordenschat waarvan mag worden aangenomen dat zij algemeen bekend is bij consumenten in de Unie, terwijl het Poolse equivalent ‘zdrowie’ visueel noch fonetisch overeenstemt met ‘health’. Voor een niet-verwaarloosbaar deel van het Poolse algemene publiek heeft ‘health’ daarom geen betekenis en beschikt dit bestanddeel over een gemiddeld onderscheidend vermogen. Gelet op hun centrale plaats en relatieve omvang kunnen ‘health’ en ‘labs’ voor dat deel van het publiek bovendien als medebepalend voor de totaalindruk van NPhealthLABS+ worden beschouwd.

IEF 23792

ROYAL mist zowel intrinsiek als door gebruik verkregen onderscheidend vermogen

Gerecht EU (voorheen GvEA) 2 sep 2026,, IEF 23792; ECLI:EU:T:2026:505 (Royal tegen EUIPO), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/royal-mist-zowel-intrinsiek-als-door-gebruik-verkregen-onderscheidend-vermogen

Gerecht EU 2 september 2026, IEF 23792; ECLI:EU:T:2026:505 (Royal tegen EUIPO). Royal verzoekt het Gerecht om vernietiging van de beslissing van de Vierde kamer van beroep van het EUIPO, waarbij de aanvraag voor het figuratieve Uniemerk ROYAL wordt geweigerd voor waren en diensten in de klassen 29, 31 en 35, waaronder bevroren fruit, verse groenten, zaden en andere landbouw-, tuinbouw- en bosbouwproducten en daarmee verband houdende reclame-, import-, export-, groot- en detailhandelsdiensten. De kamer van beroep gaat uit van het Engelstalige relevante publiek van de Unie, met name het publiek in Ierland en Malta, en oordeelt dat dit publiek het woord ‘royal’ onmiddellijk zal begrijpen als een lovende aanduiding die verwijst naar een bovengemiddelde of superieure kwaliteit. Het Gerecht bevestigt dit oordeel. Dat ‘royal’ geen concrete eigenschap van de betrokken waren en diensten beschrijft, verhindert niet dat het teken een uitsluitend promotionele betekenis heeft: een teken kan ook laudatief zijn doordat het abstracte kwaliteiten van waren of diensten aanprijst. Het relevante publiek zal ‘royal’ daarom opvatten als een aanprijzing van vermeend superieure kwaliteit, en niet als een aanduiding van commerciële herkomst. Ook de figuratieve vormgeving verleent het teken geen onderscheidend vermogen. Het gouden lettertype, de grotere beginletter ‘R’ en de overige grafische elementen zijn onvoldoende om de aandacht af te leiden van de promotionele betekenis van het woordelement; de gouden kleur versterkt volgens het Gerecht juist de associatie met koninklijkheid en hoge kwaliteit.

IEF 23797

BGH bevestigt pastiche-exceptie voor sample uit ‘Metall auf Metall’

Duitse Gerechten 3 sep 2026,, IEF 23797; https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/bgh-bevestigt-pastiche-exceptie-voor-sample-uit-metall-auf-metall

Bundesgerichtshof 3 september 2026, IEF 23797; IEFbe 4290; I ZR 74/22 (Metall auf Metall VI). In deze zaak tussen Kraftwerk c.s. en Pelham c.s. staat de vraag centraal of het gebruik van een twee seconden durende ritmische sequentie uit het nummer Metall auf Metall door middel van sampling kan worden aangemerkt als een toegestane pastiche. De sample werd gebruikt in het nummer Nur mir van Sabrina Setlur en daarin voortdurend herhaald. De zaak kent een lange voorgeschiedenis. Nadat het Bundesgerichtshof eerder prejudiciële vragen had gesteld over de rechten van fonogrammenproducenten [IEF 18613], legde het in 2023 opnieuw vragen voor aan het Hof van Justitie [IEF 21672], ditmaal over de uitleg van het begrip ‘pastiche’ in artikel 5 lid 3 onder k van Richtlijn 2001/29/EG. Het Hof beantwoordde die vragen op 14 april 2026 [IEF 23472]. Het Bundesgerichtshof oordeelt nu dat de overname van de ritmische sequentie weliswaar een ingreep vormt in de reproductierechten van de fonogrammenproducenten en uitvoerende kunstenaars en in de reproductie- en distributierechten van de auteur, maar dat het gebruik vanaf 7 juni 2021 onder de Duitse pastiche-exceptie van § 51a UrhG valt.

IEF 23791

EUIPO schendt recht om te worden gehoord door niet alle vertalingen van bewijsstukken door te sturen

Gerecht EU (voorheen GvEA) 2 sep 2026,, IEF 23791; ECLI:EU:T:2026:525 (Stratio Big Data Inc. tegen EUIPO en Stra, SA), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/euipo-schendt-recht-om-te-worden-gehoord-door-niet-alle-vertalingen-van-bewijsstukken-door-te-sturen

Gerecht EU 2 september 2026, IEF 23791; ECLI:EU:T:2026:525 (Stratio Big Data Inc. tegen EUIPO en Stra, SA). Stratio Big Data Inc. verzoekt om vernietiging van de beslissing van de Vierde kamer van beroep van het EUIPO in een procedure tot vervallenverklaring van het Uniewoordmerk STRATIO van Stra SA. De vordering tot vervallenverklaring is gebaseerd op artikel 58 lid 1 onder a UMVo wegens het ontbreken van normaal gebruik gedurende een ononderbroken periode van vijf jaar. De nietigheidsafdeling verklaart het merk vervallen voor het merendeel van de betrokken diensten, maar handhaaft de inschrijving voor bepaalde diensten in klasse 42, waaronder diensten voor het ontwerpen van computers en software en IT-diensten. Stratio Big Data voert in beroep onder meer aan dat zij niet alle Spaanse vertalingen heeft ontvangen van de bewijsstukken waarop het gestelde normale gebruik is gebaseerd. Door een technisch probleem in het IT-systeem van het EUIPO zijn bepaalde door Stra SA ingediende vertalingen niet aan Stratio Big Data doorgestuurd. De kamer van beroep baseert haar beslissing niettemin mede op die bewijsstukken.

IEF 23796

A-G: Uniemerkinbreukprocedure moet in beginsel worden geschorst bij later ingestelde nietigheidsprocedure bij EUIPO

HvJ EU 3 sep 2026,, IEF 23796; ECLI:EU:C:2026:699 (Bodegas Sanviver, SL tegen Bodegas Vega Sicilia, SA), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/a-g-uniemerkinbreukprocedure-moet-in-beginsel-worden-geschorst-bij-later-ingestelde-nietigheidsprocedure-bij-euipo

HvJ EU 3 september 2026, IEF 23796; IEFbe 4289; ECLI:EU:C:2026:699 (Bodegas Sanviver, SL tegen Bodegas Vega Sicilia, SA). Bodegas Vega Sicilia is houdster van het Uniewoordmerk UNICO voor wijnen en stelt in Spanje een inbreukprocedure in tegen Bodegas Sanviver wegens het gebruik van het teken ÚNICO voor vermout. Nadat de inbreukprocedure is gestart, dient Sanviver bij het EUIPO een vordering tot nietigverklaring van het merk in, zonder bij de nationale rechter een reconventionele nietigheidsvordering in te stellen. Het EUIPO verklaart het merk vervolgens nietig op absolute nietigheidsgronden, maar die beslissing is nog niet definitief. De Spaanse Tribunal Supremo oordeelt dat Sanviver de geldigheid van het merk via een procedure bij het EUIPO mocht betwisten en dat de inbreukprocedure na het instellen daarvan in beginsel had moeten worden geschorst. De Audiencia Provincial de Alicante twijfelt aan die uitleg en vraagt het Hof van Justitie onder meer of een verweerder na aanvang van een Uniemerkinbreukprocedure nog een nietigheids- of vervallenverklaringsprocedure bij het EUIPO kan starten en welke gevolgen dat heeft voor de lopende gerechtelijke procedure.

IEF 23795

HvJ EU: socialmediapost kan auteursrechtelijk beschermd werk zijn; algemeen verbod op commercieel voordeel bij actualiteitsverslaggeving niet toegestaan

HvJ EU 3 sep 2026,, IEF 23795; ECLI:EU:C:2026:682 (CY tegen Gândul Media Network SRL en HO), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/hvj-eu-socialmediapost-kan-auteursrechtelijk-beschermd-werk-zijn-algemeen-verbod-op-commercieel-voordeel-bij-actualiteitsverslaggeving-niet-toegestaan

HvJ EU 3 september 2026, IEF 23795; IT 5499; IEFbe 4288; ECLI:EU:C:2026:682 (CY tegen Gândul Media Network SRL en HO). CY, een Roemeense lerares, publiceert op Facebook een tekst van 22 regels waarin zij ouders laat weten geen cadeaus te willen ontvangen bij de start van het schooljaar. Enkele dagen later neemt journalist HO de tekst integraal over in een artikel op de website van het online dagblad Gândul, zonder voorafgaande toestemming van CY. Volgens de verwijzingsbeslissing worden haar naam en een hyperlink naar de Facebookpagina pas later toegevoegd. Nadat de Roemeense rechters in eerste aanleg en hoger beroep oordelen dat de tekst niet voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking komt, vraagt de hoogste Roemeense rechter het Hof van Justitie om uitleg van artikel 2 onder a Richtlijn 2001/29. Het Hof oordeelt dat een tekst die op een sociaal netwerk is gepubliceerd en een mening over maatschappelijke praktijken bevat, onder het begrip ‘werk’ kan vallen wanneer hij een eigen intellectuele schepping vormt die de persoonlijkheid van de auteur weerspiegelt. De lengte van de tekst, de online publicatie en het al dan niet behoren tot een bepaald literair genre zijn daarbij op zichzelf niet relevant. Het is aan de nationale rechter om na te gaan of CY bij het schrijven van de tekst vrije en creatieve keuzes heeft gemaakt die in de tekst tot uitdrukking komen.

IEF 23790

Verwarringsgevaar tussen NEWBLUE en JETBLUE/BYBLUE; gemeenschappelijk bestanddeel ‘BLUE’ weegt zwaar

Gerecht EU (voorheen GvEA) 2 sep 2026,, IEF 23790; ECLI:EU:T:2026:504 (World 2 Meet Travel, SL tegen EUIPO en JetBlue Airways Corp.), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/verwarringsgevaar-tussen-newblue-en-jetblue-byblue-gemeenschappelijk-bestanddeel-blue-weegt-zwaar

Gerecht EU 2 september 2026, IEF 23790; ECLI:EU:T:2026:504 (World 2 Meet Travel, SL tegen EUIPO en JetBlue Airways Corp.). World 2 Meet Travel verzocht het Gerecht om nietigverklaring van de beslissing van de Vierde kamer van beroep van het EUIPO, waarbij de weigering van haar aanvraag voor het figuratieve Uniemerk NEWBLUE was gehandhaafd. JetBlue Airways had oppositie ingesteld op grond van artikel 8 lid 1 onder b UMVo, onder meer op basis van de oudere Uniewoordmerken JETBLUE en BYBLUE. De aanvraag zag op waren en diensten in de klassen 16, 35, 39, 41 en 43. De kamer van beroep had vastgesteld dat de betrokken waren en diensten identiek of soortgelijk waren aan die waarvoor de oudere merken bescherming genoten; World 2 Meet Travel bestreed die beoordeling niet. Voor het verwarringsgevaar mocht worden uitgegaan van het Engelstalige deel van het relevante publiek, dat bestaat uit zowel het algemene publiek als professionele afnemers en, afhankelijk van de betrokken waren en diensten, een gemiddeld tot hoog aandachtsniveau heeft.

IEF 23789

Verwarringsgevaar tussen PHI GROUP en PHIACADEMY; Gerecht bevestigt weigering Uniemerkaanvraag

Gerecht EU (voorheen GvEA) 2 sep 2026,, IEF 23789; ECLI:EU:T:2026:518 (RGCC Holdings AG tegen EUIPO en Phiacademy Doo Beograd), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/verwarringsgevaar-tussen-phi-group-en-phiacademy-gerecht-bevestigt-weigering-uniemerkaanvraag

Gerecht EU 2 september 2026, IEF 23789; ECLI:EU:T:2026:518 (RGCC Holdings AG tegen EUIPO en Phiacademy Doo Beograd). RGCC Holdings AG verzocht het Gerecht om nietigverklaring en wijziging van de beslissing van de Eerste kamer van beroep van het EUIPO, waarbij de weigering van haar aanvraag voor het figuratieve Uniemerk PHI GROUP was gehandhaafd. De aanvraag zag onder meer op ‘software’ in klasse 9 en ‘education’ in klasse 41. Phiacademy Doo Beograd had oppositie ingesteld op grond van artikel 8 lid 1 onder b UMVo, onder meer op basis van het oudere figuratieve merk PHIACADEMY, dat onder meer in Ierland bescherming genoot voor ‘providing electronic publications, non-downloadable, on a global computer network’ en ‘distance learning courses’ in klasse 41. Het Gerecht bevestigt dat ‘education’ en ‘distance learning courses’ identiek zijn en dat ‘software’ in geringe mate soortgelijk is aan het online aanbieden van niet-downloadbare elektronische publicaties. Dat oordeel berust met name op de gedeeltelijk overeenstemmende bestemming van de waren en diensten en de mogelijke overlap wat betreft eindgebruikers en commerciële herkomst. Het verschil in aard tussen software en diensten voor elektronische publicaties is onvoldoende om iedere soortgelijkheid uit te sluiten.