IEF 23696
17 juli 2026
Artikel

Alle buitenlanders beschermd door de Nederlandse Auteurswet

 
IEF 23695
17 juli 2026
Uitspraak

Geen verplichting tot vervolgopdrachten en geen opschortingsrecht wegens gevreesde auteursrechtinbreuk

 
IEF 23693
16 juli 2026
Uitspraak

Gerecht bevestigt verwarringsgevaar tussen beeldmerk go VEGE en woordmerk végé’

 
IEF 23696

Artikel geschreven door Dirk Visser.

Alle buitenlanders beschermd door de Nederlandse Auteurswet

De Nederlandse Auteurswet beschermt alle binnenlandse én alle buitenlandse ‘makers van werken van letterkunde, wetenschap of kunst, ongeacht de nationaliteit of de gewone verblijfplaats van de maker’. Dat blijkt binnenkort ook duidelijk uit artikel 47 Auteurswet, zodra dat is aangepast zoals wordt voorgesteld in een wetsvoorstel dat sinds 14 juli 2026 bij de Raad van State ligt.

Het voorstel voor een ‘Wet collectief rechtenbeheer en toezicht’ dient vooral ter vervanging van de huidige ‘Wet toezicht en geschillenbeslechting collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten’ uit 2003, maar bevat ook een zeer wenselijk verduidelijking van de Auteurswet. Wie nu in de Auteurswet kijkt vindt in het huidige artikel 47 een ingewikkelde bepaling met allerlei voorwaarden die helemaal niet in overeenstemming is met het geldende recht. Discriminatie op grond van nationaliteit mocht binnen de EU al heel  lang niet en sinds het Kwantum/Vitra arrest uit 2024 mag discriminatie van buitenlandse auteurs helemaal niet meer. Binnenkort blijkt dat dus ook duidelijk uit de wet.

Wel zijn er twee uitzonderingen:

  • Het zogenaamde ‘volgrecht’, het recht op een heffing bij verkoop van originele kunstwerken’, geld alleen voor EU-onderdanen en onderdanen van ander landen die zelf ook een volgrecht kennen. Dat blijkt uit artikel 43g Auteurswet.
  • Daarnaast blijft er sprake van ‘termijn-vergelijking’ van artikel 42 Auteurswet: buitenlandse auteurs zijn in Nederland niet meer beschermd als het auteursrecht in hun eigen land is verlopen.

Het is voor studenten en rechtszoekenden zeer wenselijk dat het geldende recht op dit punt gewoon duidelijk uit de wet blijkt en niet op basis van rechtspraak en literatuur bij elkaar gepuzzeld hoeft te worden. Het voorstel is in overeenstemming met het advies van de Commissie auteursrecht van 23 juni 2026.

Artikel 32 Wet op de Naburige Rechten dat ook absoluut geen weergave van het geldend recht over de toepasselijkheid op buitenlandse artiesten en producenten bevat wordt (nog) niet aangepast. De reden daarvoor is dat dat veel ingewikkelder is én dat er mogelijk op EU-niveau een zogenaamde ‘RAAP-fix’ aan zit te komen, waardoor de gevolgen van het RAAP-arrest mogelijk zullen worden terug gedraaid en het weer anders wordt dan het nu is.

IEF 23695

Geen verplichting tot vervolgopdrachten en geen opschortingsrecht wegens gevreesde auteursrechtinbreuk

Rechtbank Amsterdam 29 jan 2018,, IEF 23695; ECLI:NL:RBAMS:2018:409 (Agendum tegen Dutchlabel), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/geen-verplichting-tot-vervolgopdrachten-en-geen-opschortingsrecht-wegens-gevreesde-auteursrechtinbreuk

Rb. Amsterdam 29 januari 2018, IEF 23695; ECLI:NL:RBAMS:2018:409 (Agendum tegen Dutchlabel). Agendum gaf reclamebureau Dutchlabel opdracht een communicatieconcept te ontwikkelen, dat Dutchlabel presenteerde met een daarbij ontworpen logo en huisstijl. Vervolgens sloten partijen een afzonderlijke overeenkomst voor het maken van drie foto’s en het gebruik daarvan gedurende één jaar. Nadat Agendum had meegedeeld geen verdere uitwerkingen door Dutchlabel te willen laten verzorgen, weigerde Dutchlabel de reeds betaalde foto’s te leveren. Zij stelde dat Agendum verplicht was vervolgopdrachten te verstrekken of het gestelde auteursrecht op het communicatieconcept af te kopen en dat zij de levering mocht opschorten uit vrees dat Agendum het concept door een andere vormgever zou laten uitwerken. De kantonrechter verwerpt dit verweer. Gesteld noch gebleken was dat partijen bij de opdracht tot conceptontwikkeling vervolgopdrachten waren overeengekomen. Ook indien op het concept auteursrecht rustte, volgde daaruit niet dat Dutchlabel zonder uitdrukkelijke afspraak vervolgopdrachten of afkoop van dat auteursrecht kon afdwingen. Als professioneel reclamebureau had Dutchlabel Agendum bij het aangaan van de overeenkomst duidelijk moeten informeren over de door haar gestelde auteursrechtelijke beperkingen. Omdat zij dat onvoldoende had gedaan, mocht zij er niet gerechtvaardigd op vertrouwen dat Agendum zich ook tot vervolgopdrachten had verbonden.

IEF 23693

Gerecht bevestigt verwarringsgevaar tussen beeldmerk go VEGE en woordmerk végé’

Gerecht EU (voorheen GvEA) 15 jul 2026,, IEF 23693; ECLI:EU:T:2026:469 (Desimo, Lda. tegen EUIPO en Topas GmbH), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/gerecht-bevestigt-verwarringsgevaar-tussen-beeldmerk-go-vege-en-woordmerk-vege

Gerecht 15 juli 2026, IEF 23693; IEFbe 4262; ECLI:EU:T:2026:469 (Desimo, Lda. tegen EUIPO en Topas GmbH). Het Gerecht verwerpt het beroep van Desimo tegen de beslissing van de vijfde kamer van beroep van het EUIPO, waarbij de inschrijving van het beeldmerk go VEGE gedeeltelijk is geweigerd wegens verwarringsgevaar met het oudere Uniewoordmerk végé’ van Topas. De betrokken waren en diensten bestaan onder meer uit vegetarische en plantaardige voedingsmiddelen in de klassen 29 en 30 en detailhandelsdiensten voor voedingsmiddelen in klasse 35. Desimo betwistte niet dat het relevante publiek bestaat uit het algemene en professionele publiek in de Europese Unie, met een laag tot gemiddeld aandachtsniveau, dat de betrokken waren en diensten deels identiek en deels, ten minste in geringe mate, soortgelijk zijn en dat het oudere merk een zwak onderscheidend vermogen heeft. Volgens het Gerecht mocht de kamer van beroep oordelen dat het woordelement ‘VEGE’ het dominante bestanddeel van het aangevraagde merk vormt. Dit element trekt door zijn centrale positie en omvang in de eerste plaats de aandacht van de consument. Het kleinere woord ‘go’ heeft voor het Engelstalige publiek een zwak onderscheidend karakter, omdat het kan worden opgevat als een aansporing om een vegetarische levensstijl aan te nemen. De groene cirkel en de tak met bladeren zijn hoofdzakelijk decoratief en verwijzen in de context van de betrokken waren en diensten naar een ecologisch of milieuvriendelijk karakter. Een element met een zwak onderscheidend vermogen kan niettemin dominant zijn wanneer het door zijn positie of omvang de totaalindruk van het merk bepaalt.

IEF 23692

Gerecht bevestigt gedeeltelijke weigering van het teken OPENAI wegens beschrijvend karakter

Gerecht EU (voorheen GvEA) 15 jul 2026,, IEF 23692; ECLI:EU:T:2026:472 (OpenAI tegen EUIPO), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/gerecht-bevestigt-gedeeltelijke-weigering-van-het-teken-openai-wegens-beschrijvend-karakter

Gerecht EU 15 juli 2026, IEF 23692; IEFbe 4261; ECLI:EU:T:2026:472 (OpenAI tegen EUIPO). Het Gerecht verwerpt het beroep van OpenAI, Inc. tegen de beslissing van de vijfde kamer van beroep van het EUIPO om het woordteken OPENAI niet in te schrijven voor bepaalde waren en diensten in de klassen 9, 42 en 45. Het relevante publiek bestaat uit het Engelstalige algemene en professionele publiek in de Europese Unie, met een aandachtsniveau dat varieert van gemiddeld tot hoog. Volgens het Gerecht zal dit publiek het teken gemakkelijk herkennen als een combinatie van ‘open’ en ‘AI’, waarbij ‘AI’ algemeen wordt begrepen als de afkorting van artificial intelligence en ‘open’ in de technologische context onder meer kan verwijzen naar toegankelijke, onbeperkte, transparante of vrij beschikbare kunstmatige intelligentie. Voor toepassing van artikel 7 lid 1 onder c UMVo is voldoende dat ten minste één mogelijke betekenis van een teken een kenmerk van de betrokken waren of diensten beschrijft. De combinatie OPENAI volgt bovendien de gewone Engelse grammaticale structuur en creëert geen indruk die voldoende afwijkt van de som van haar bestanddelen. Dat de woorden zonder spatie zijn samengevoegd en dat de combinatie niet als vaste uitdrukking in een woordenboek voorkomt, neemt het beschrijvende karakter daarom niet weg.

IEF 23691

Processtelling van MSD is geen afdwingbare toezegging om marktintroductie van Keytruda SC uit te stellen

Rechtbank Den Haag 3 jul 2026,, IEF 23691; ECLI:NL:RBDHA:2026:18266 (Halozyme tegen MSD), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/processtelling-van-msd-is-geen-afdwingbare-toezegging-om-marktintroductie-van-keytruda-sc-uit-te-stellen

Rb. Den Haag 3 juli 2026, IEF 23691; ECLI:NL:RBDHA:2026:18266 (Halozyme tegen MSD). Halozyme is houdster van Europees octrooi EP 2 792 622 B1 voor gemodificeerde PH20-hyaluronidasepolypeptiden en voert met MSD een VRO-procedure over de vraag of Keytruda SC, een subcutane formulering van het kankergeneesmiddel Keytruda met het enzym ALT-B4, inbreuk maakt op dat octrooi. In haar conclusie van antwoord in reconventie had MSD onder meer betoogd dat geen concrete dreiging bestond dat zij Keytruda SC buiten Nederland op de Europese markt zou brengen. Nadat Zweedse en Deense vennootschappen van de MSD-groep Keytruda SC met gebruikmaking van de centrale Europese marktvergunning van MSD in de betreffende geneesmiddelen- en prijzendatabases hadden laten opnemen en op de markt hadden gebracht, vorderde Halozyme in kort geding verwijdering van die vermeldingen en een tijdelijk verbod op het vervaardigen, aanbieden en verhandelen van Keytruda SC in verschillende Europese landen gedurende de VRO-procedure. Volgens Halozyme had MSD met haar processtelling toegezegd, althans de gerechtvaardigde schijn gewekt, dat de MSD-groep de marktintroductie zou uitstellen. De voorzieningenrechter acht zich op grond van artikel 4 Brussel I-bis internationaal bevoegd en neemt een spoedeisend belang aan vanwege het gestelde risico op verlies van marktaandeel zolang Keytruda SC in Denemarken en Zweden beschikbaar is.

IEF 23690

Concurrent moet gebruik van sterk overeenstemmende handelsnaam voor elektrische tweewielers staken

Rechtbank Den Haag 19 jun 2026,, IEF 23690; ECLI:NL:RBDHA:2026:17794 ([eiser] tegen [gedaagde]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/concurrent-moet-gebruik-van-sterk-overeenstemmende-handelsnaam-voor-elektrische-tweewielers-staken

Rb. Den Haag 19 juni 2026, IEF 23690; ECLI:NL:RBDHA:2026:17794 ([eiser] tegen [gedaagde]). Een ondernemer die elektrische fietsen, scooters en steppen verkoopt, vorderde in kort geding dat een later opgerichte concurrent het gebruik van een sterk overeenstemmende handelsnaam en domeinnaam zou staken. De concurrent voerde aan dat niet zij, maar een zustervennootschap de onderneming onder de bestreden naam dreef. De voorzieningenrechter verwerpt dit verweer. De domeinnaam stond geregistreerd op naam van de gedaagde en via de bijbehorende website werden onder de bestreden naam fatbikes aangeboden. Mede gelet op de groepsstructuur, de gemeenschappelijke indirect bestuurder en een wijziging van de domeinnaamregistratie kort na de oprichting van de gedaagde, acht de voorzieningenrechter voorshands voldoende aannemelijk dat zij onder die naam aan het handelsverkeer deelnam. Ook acht hij voldoende aannemelijk dat de eiser zijn handelsnaam al vóór de start van de concurrerende onderneming voerde. De oudere handelsnaam is volgens de voorzieningenrechter niet zuiver beschrijvend, omdat uit de naam niet direct of indirect blijkt welke producten of diensten worden aangeboden, en heeft daarom onderscheidend vermogen.

IEF 23688

Hof Arnhem-Leeuwarden: plaatsing van volledige krantenartikelen in eigen systeem is auteursrechtinbreuk; schade in dit geval begroot op gemiste advertentie-inkomsten

Hof Arnhem-Leeuwarden 11 jul 2017,, IEF 23688; ECLI:NL:GHARL:2017:5916 ([appellant] tegen Cozzmoss), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/hof-arnhem-leeuwarden-plaatsing-van-volledige-krantenartikelen-in-eigen-systeem-is-auteursrechtinbreuk-schade-in-dit-geval-begroot-op-gemiste-advertentie-inkomsten

Hof Arnhem-Leeuwarden 11 juli 2017, IEF 23688; ECLI:NL:GHARL:2017:5916 ([appellant] tegen Cozzmoss). Een onderneming nam volledige pdf-bestanden van zeven artikelen uit Trouw en de Volkskrant op in haar eigen digitale informatiesysteem en plaatste in haar eigen opiniestukken hyperlinks naar die bestanden. Het hof oordeelt dat zij de artikelen daarmee zonder toestemming heeft verveelvoudigd en openbaar gemaakt. Dat de artikelen ook op de websites van de dagbladen beschikbaar waren, maakt dit niet anders. Anders dan in Svensson werd niet gelinkt naar de door de rechthebbenden zelf gepubliceerde artikelen, maar naar eigen verveelvoudigingen, waardoor volgens het hof een nieuw publiek werd bereikt. De betwisting dat de auteursrechten bij Trouw en de Volkskrant berustten, was pas bij pleidooi aangevoerd en daarom op grond van de tweeconclusieregel te laat. Voor één artikel was evenmin impliciete toestemming verkregen. Ook het beroep op artikel 15a Aw faalt. Hoewel het integraal citeren van een werk niet principieel is uitgesloten, was de volledige opname van de artikelen hier niet proportioneel en niet functioneel noodzakelijk. Een relevant gedeelte of een samenvatting had kunnen volstaan en de gekozen wijze van publicatie deed afbreuk aan de normale exploitatie van de artikelen, waaronder het genereren van advertentie-inkomsten op de websites van de kranten. De handhaving van het auteursrecht hoefde evenmin te wijken voor artikel 10 EVRM, omdat andere manieren beschikbaar waren om de inhoud onder de aandacht te brengen en de gevorderde maatregel niet disproportioneel was.

IEF 23687

Hof Arnhem-Leeuwarden gelast mondelinge behandeling in auteursrechtelijk geschil over Excel-templates

Hof Arnhem-Leeuwarden 18 jul 2023,, IEF 23687; ECLI:NL:GHARL:2023:6124 ([appellanten] tegen [geïntimeerden]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/hof-arnhem-leeuwarden-gelast-mondelinge-behandeling-in-auteursrechtelijk-geschil-over-excel-templates

Hof Arnhem-Leeuwarden 18 juli 2023, IEF 23687; ECLI:NL:GHARL:2023:6124 ([appellanten] tegen [geïntimeerde]). In het hoger beroep tegen de vonnissen van de rechtbank Gelderland van 27 oktober 2021 en 13 juli 2022 hebben appellanten principaal hoger beroep ingesteld en heeft geïntimeerde incidenteel hoger beroep ingesteld. Volgens de inhoudsindicatie betreft de zaak een gestelde auteursrechtinbreuk op negen Excel-templates. Het hof beoordeelt in dit arrest echter nog niet of de templates auteursrechtelijk beschermd zijn, of daarop inbreuk is gemaakt en evenmin of de grieven van partijen slagen. Het betreft een processueel tussenarrest waarin het hof op grond van artikel 87 Rv een mondelinge behandeling voor de meervoudige kamer bepaalt en iedere verdere beslissing aanhoudt.

IEF 23689

Rechtbank Frankfurt verduidelijkt wanneer AI-gegenereerde afbeeldingen auteursrechtinbreuk opleveren


Generatieve AI maakt het eenvoudig om bestaande foto's als uitgangspunt te nemen voor nieuwe afbeeldingen. Daarmee rijst een fundamentele vraag: wanneer levert een met AI gegenereerde afbeelding een auteursrechtelijke bewerking van de oorspronkelijke foto op? En wanneer is de afstand tot het origineel zo groot geworden dat van auteursrechtinbreuk geen sprake meer is?

Nadat het Hof Düsseldorf eerder dit jaar oordeelde dat een AI-afbeelding van een hond onder water geen inbreuk opleverde omdat alleen het onbeschermde motief was overgenomen, komt ook de Rechtbank Frankfurt tot een vergelijkbaar oordeel. In haar uitspraak van 27 mei 2026 bevestigt zij dat het gebruik van AI geen afwijkend toetsingskader vereist: doorslaggevend blijft de vraag of wel of geen beschermde creatieve trekken zijn overgenomen. Wel kan het gebruik van AI bewijsrechtelijke vragen oproepen, met name hoe kan worden aangetoond dat een beschermde afbeelding daadwerkelijk als input voor een AI-systeem is gebruikt. Daarbij wordt uitdrukkelijk niet ingegaan op de vraag of die invoering op zichzelf een auteursrechtelijk relevante handeling oplevert.

Dit is een preview. Het volledige artikel is nu beschikbaar op www.AI-Forum.nl.

IEF 23684

Gerecht EU laat terugverwijzingsbeslissing over het beschrijvende karakter van ‘MICUIR HANDMADE IN SPAIN’ in stand

Gerecht EU (voorheen GvEA) 8 jul 2026,, IEF 23684; ECLI:EU:T:2026:448 (Elena Nayra Peña de Paz tegen EUIPO en Cuchy & Charly, SL), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/gerecht-eu-laat-terugverwijzingsbeslissing-over-het-beschrijvende-karakter-van-micuir-handmade-in-spain-in-stand

Gerecht EU 8 juli 2026, IEF 23684; IEFbe 4258; ECLI:EU:T:2026:448 (Elena Nayra Peña de Paz tegen EUIPO en Cuchy & Charly, SL). Cuchy & Charly verzocht om nietigverklaring van het Uniewoordmerk MICUIR HANDMADE IN SPAIN voor waren in de klassen 18 en 25. De nietigheidsafdeling wees het verzoek af, maar de kamer van beroep vernietigde die beslissing en verwees de zaak terug voor een volledig onderzoek naar het beschrijvende karakter en het gebrek aan onderscheidend vermogen voor alle betrokken waren. Het Gerecht oordeelt dat het beroep van de merkhouder tegen deze terugverwijzingsbeslissing ontvankelijk is. Een beslissing van een kamer van beroep is ook voor beroep vatbaar wanneer de zaak wordt terugverwezen, omdat de nietigheidsafdeling op grond van artikel 71 lid 2 UMVo aan de motivering en het dictum daarvan gebonden is. De merkhouder moest daarom onmiddellijk kunnen opkomen tegen de bindende vaststelling dat een niet te verwaarlozen deel van het Franstalige publiek het teken beschrijvend opvat. Dat zij in de procedures bij het EUIPO geen opmerkingen had ingediend, stond niet aan haar beroep of argumenten in de weg: actieve deelname is daarvoor geen voorwaarde. Het Gerecht legt haar verzoek om de beslissing te “vernietigen of in te trekken” uitsluitend uit als een verzoek tot nietigverklaring, omdat intrekking op grond van artikel 103 UMVo aan het EUIPO zelf is voorbehouden. Ook de overgelegde bijlagen waren ontvankelijk, hetzij omdat zij al tot het EUIPO-dossier behoorden, betrekking hadden op registratiepraktijk of noodzakelijk waren voor het beroep, hetzij omdat zij waren bedoeld om door de kamer van beroep als algemeen bekend aangemerkte feiten te betwisten.