IEF 23490
21 april 2026
Uitspraak

Verkoop van niet-authentieke AirPods levert voorshands merkinbreuk op

 
IEF 23009
21 april 2026
Artikel

Schrijf u hier in voor de gratis wekelijkse nieuwsbrief van IE-Forum

 
IEF 23225
21 april 2026
Artikel

Volg deLex op LinkedIn

 
IEF 23490

Verkoop van niet-authentieke AirPods levert voorshands merkinbreuk op

Rechtbank Den Haag 21 apr 2026, IEF 23490; ECLI:NL:RBDHA:2026:9585 (Apple tegen TTP), https://www.ie-forum.nl/artikelen/verkoop-van-niet-authentieke-airpods-levert-voorshands-merkinbreuk-op

Rb. Den Haag 21 april 2026, IEF 23490; ECLI:NL:RBDHA:2026:9585 (Apple tegen TTP). De voorzieningenrechter oordeelt dat het voorshands aannemelijk is dat TTP Concept in Style B.V. inbreuk heeft gemaakt op de Apple-merken door zonder toestemming van Apple AirPods te verkopen aan Action en Sligro en via de AH Voordeelshop. TTP had erkend dat zij deze producten, voorzien van de merken van Apple, in Nederland had verkocht, maar voerde aan dat het zou gaan om rechtmatig in de EER in het verkeer gebrachte, “remanufactured to new” of refurbished producten, zodat sprake zou zijn van uitputting. Dat verweer slaagt niet. De voorzieningenrechter stelt voorop dat het in beginsel aan de door de merkhouder aangesproken derde is om aannemelijk te maken dat de betrokken producten eerder door of met toestemming van de merkhouder in de EER in het verkeer zijn gebracht. TTP heeft dat, hoewel dat wel op haar weg lag, niet aannemelijk gemaakt. Apple had haar stellingen bovendien onderbouwd met drie interne expert opinions, waarin onder meer werd gewezen op afwijkende verpakkingen, onbekende of niet-passende serienummers, een mismatch tussen serienummers en verpakking en het gebruik van third-party onderdelen. TTP heeft die bevindingen onvoldoende gemotiveerd weersproken en heeft ter zitting zelf verklaard er inmiddels ernstig rekening mee te houden dat de door haar verhandelde producten counterfeit kunnen zijn. Daarom acht de voorzieningenrechter voorshands aannemelijk dat TTP zonder toestemming van Apple de Apple-merken in het economisch verkeer heeft gebruikt voor waren die gelijk zijn aan die waarvoor die merken zijn ingeschreven, en dus inbreuk heeft gemaakt in de zin van artikel 9 lid 2, onder a, UMVo. Dat TTP naar eigen zeggen eerder op basis van informatie van derden meende dat de producten authentiek of uitgeput waren, komt in haar verhouding tot Apple voor haar eigen rekening en risico.

IEF 23225

Volg deLex op LinkedIn

Volg onze LinkedIn-pagina’s om volledig op de hoogte te blijven van alles wat binnen ons vakgebied én bij onze activiteiten speelt.

Via de LinkedIn-pagina Uitgeverij deLex blijft u op de hoogte van de belangrijkste ontwikkelingen op het gebied van IE-, IT- en privacyrecht. Via deze pagina ontvangt u vakinhoudelijke updates over onder meer IE-, IT-, privacy- en mediarecht, inclusief nieuws rond publicaties, jurisprudentie en relevante ontwikkelingen voor de praktijk.

Via de LinkedIn-pagina IE-Forum volgt u actuele ontwikkelingen binnen het intellectuele-eigendomsrecht, waaronder rechtspraak, wetgeving, beleidsontwikkelingen en relevante signaleringen uit de IE-praktijk. Daarnaast vindt u hier bijdragen, nieuwsberichten en updates die van direct belang zijn voor professionals die het IE-recht op de voet volgen.

Op de LinkedIn-pagina deLex Media informeren wij u over nieuwe en actuele cursussen en congressen, recente en aankomende publicaties, en overige vakinhoudelijke activiteiten die voor uw praktijk van belang kunnen zijn. Daarnaast bieden wij een professioneel overzicht van onze evenementen en initiatieven, met tijdige aankondigingen zodat u relevante opleidings- en netwerkgelegenheden niet mist.

Bezoek onze pagina’s en kies voor ‘Volgen’ om onze berichten rechtstreeks in uw tijdlijn te ontvangen en onderdeel te worden van ons netwerk.

IEF 23488

Algemene thema's zijn niet auteursrechtelijk beschermd, óók niet als AI het nabootst, aldus het Duitse Hof


Het Gerechtshof Düsseldorf oordeelde dat een met AI gegenereerde afbeelding van een hond onder water geen inbreuk maakt op het auteursrecht op de foto waar de afbeelding op is gebaseerd. Volgens het hof is alleen het onbeschermde motief van de foto overgenomen, en niet de beschermde creatieve keuzes van de fotograaf. In het auteursrecht geldt: niet stijl, idee of motief worden beschermd, maar alleen de concrete creatieve uitwerking.

De uitspraak is ook voor Nederland relevant. Het hof baseert zijn beoordeling op het Unierechtelijke werkbegrip en verwijst naar recente rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie.

In deze blog lichten we toe hoe het hof tot zijn oordeel komt, en welke belangrijke vraag het juist onbeantwoord laat.

IEF 23487

Voortgezet gebruik van Thuisin-merk na einde franchise levert merkinbreuk op

Rechtbank Midden-Nederland 25 nov 2025, IEF 23487; ECLI:NL:RBMNE:2025:7836 ([eiser] tegen [gedaagde]), https://www.ie-forum.nl/artikelen/voortgezet-gebruik-van-thuisin-merk-na-einde-franchise-levert-merkinbreuk-op

Rb. Midden-Nederland 25 november 2025, IEF 23487; ECLI:NL:RBMNE:2025:7836 ([eiser] tegen [gedaagde]). De voorzieningenrechter oordeelt in kort geding dat [gedaagde] inbreuk maakt op het Benelux-merk van [eiser] door het Thuisin-merk na beëindiging van de franchiseverhouding te blijven gebruiken. Vaststaat dat [gedaagde] het merk van 1 december 2014 tot 1 april 2022 rechtsgeldig gebruikte op basis van een franchiseovereenkomst met Thuisin Franchise, een dochteronderneming van [eiser] die bevoegd was sublicenties te verlenen. Na beëindiging van die overeenkomst had [gedaagde] ieder gebruik van het merk moeten staken. Volgens de onweersproken stellingen van [eiser] bleef het merk echter nadien zichtbaar op verschillende plaatsen aan de voor- en zijkant van het pand van [gedaagde]. Ook nadat [gedaagde] na de dagvaarding delen van de aanduiding had verwijderd of overgeschilderd, stelde [eiser] dat het merk aan de voorkant nog zichtbaar was. Omdat tegen [gedaagde] verstek was verleend, worden deze stellingen tot uitgangspunt genomen voor zover zij niet onrechtmatig of ongegrond voorkomen. De voorzieningenrechter gaat er daarom van uit dat [gedaagde] het merk nog steeds gebruikte voor dezelfde waren of diensten als waarvoor het merk is ingeschreven, zodat sprake is van merkinbreuk als bedoeld in artikel 2.20 lid 2 onder a BVIE. De vordering tot staking en gestaakt houden van het gebruik van het Thuisin-merk wordt daarom toegewezen, met een termijn van 48 uur na betekening om daaraan te voldoen. De ruimere vordering om ook gebruik van een met het merk overeenstemmend teken te verbieden wordt afgewezen, omdat niet is gesteld of gebleken dat [gedaagde] zo’n teken gebruikt of dat dit in redelijkheid te verwachten is. Aan de hoofdveroordeling wordt een dwangsom verbonden van € 1.000 per dag of gedeelte daarvan, met een maximum van € 100.000. Daarnaast bepaalt de rechtbank de termijn voor het instellen van de eis in de hoofdzaak op zes maanden overeenkomstig artikel 1019i Rv.

IEF 23485

Cassatieberoep in software-auteursrechtzaak verworpen; proceskosten gematigd tot indicatietarief

Hoge Raad 17 apr 2026, IEF 23485; ECLI:NL:HR:2026:668 (Payingit c.s. tegen Workrate), https://www.ie-forum.nl/artikelen/cassatieberoep-in-software-auteursrechtzaak-verworpen-proceskosten-gematigd-tot-indicatietarief

HR 17 april 2026, IEF 23485; IT 5216; ECLI:NL:HR:2026:668 (Payingit c.s. tegen Workrate). De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van Payingit c.s. in een geschil met Workrate over de omvang van de overdracht van auteursrechten op software en de bevoegdheid van de verkoper, die tevens licentienemer was, om exploitatiehandelingen te verrichten. Het arrest zelf bevat slechts een beperkte inhoudelijke motivering. De Hoge Raad vermeldt expliciet dat onderdeel 1.5 van het cassatiemiddel klaagt over schending van het Unierecht, in het bijzonder artikel 5, lid 5, van richtlijn 2001/29/EG (Auteursrechtrichtlijn), maar oordeelt dat die klacht niet tot cassatie kan leiden op de gronden uiteengezet in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 3.32 en 3.34. De overige klachten worden verworpen met toepassing van artikel 81, lid 1, RO, zodat de Hoge Raad niet motiveert waarom zij falen, omdat beantwoording daarvan niet nodig is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het arrest is daarom vooral van belang als bevestiging van de uitkomst in hoger beroep, en niet wegens een uitgebreid inhoudelijk oordeel van de Hoge Raad over de auteursrechtelijke hoofdvragen.

IEF 23484

Inzage in X onder de AVG: beperkte ruimte voor beroep op bedrijfsgeheimen

Hof Amsterdam 14 apr 2026, IEF 23484; ECLI:NL:GHAMS:2026:961 ((X International Unlimited Company tegen [geïntimeerde])), https://www.ie-forum.nl/artikelen/inzage-in-x-onder-de-avg-beperkte-ruimte-voor-beroep-op-bedrijfsgeheimen

Hof Amsterdam 14 april 2026, IEF23484, ECLI:NL:GHAMS:2026:961(X International Unlimited Company tegen [geïntimeerde]). In deze zaak staat de reikwijdte van het inzagerecht van artikel 15 AVG centraal in de context van interne moderatie- en logsysteemgegevens van X (voorheen Twitter). [geïntimeerde], een gebruiker van het platform X, werd in oktober 2023 geconfronteerd met een tijdelijke beperking van zijn account naar aanleiding van een tweet waarin het woord “kinderporno” voorkwam met een link naar een NOS-artikel. Deze beperking bleek achteraf onterecht en werd door X opgeheven zonder dat de verzoeker daarvan op de hoogte werd gesteld. Als reactie hierop heeft de [geïntimeerde] een inzageverzoek ingediend op grond van artikel 15 AVG. Daarbij vroeg hij onder meer om toegang tot interne registraties van het platform, waaronder het systeem dat binnen X bekend staat als [Y] (ook aangeduid als “Guano Notes”), waarin moderatiehandelingen, labels en andere account gerelateerde acties worden vastgelegd. De Rechtbank Amsterdam wees dit verzoek grotendeels toe en verplichtte X tot volledige inzage, op straffe van een doorlopende dwangsom. In hoger beroep lagen echter nog slechts twee geschilpunten voor: de vraag of ook inzage moest worden verleend in de [Y]/Guano Notes en de vraag of de opgelegde dwangsommen moesten worden gemaximeerd dan wel verhoogd. X kwam in dat kader op tegen het vonnis en beriep zich op de bescherming van bedrijfsgeheimen en de rechten en vrijheden van derden als grond om de inzage te beperken. Het gerechtshof stelt voorop dat gegevens die zijn opgenomen in interne systemen zoals [Y], voor zover zij betrekking hebben op handelingen rond het account van de betrokkene, moeten worden aangemerkt als persoonsgegevens in de zin van de AVG. Dit betekent dat zij in beginsel onder het bereik van het inzagerecht vallen. Daarmee sluit het hof aan bij de lijn van het C-487/21 (FF/CRIF), waarin is benadrukt dat het inzagerecht ertoe strekt de betrokkene in staat te stellen de rechtmatigheid van de verwerking daadwerkelijk te controleren. Tegelijkertijd onderkent het hof dat het inzagerecht niet absoluut is. Op grond van artikel 15 lid 4 AVG, gelezen in samenhang met artikel 23 AVG en artikel 41 UAVG, kan de verstrekking van gegevens worden beperkt ter bescherming van onder meer de rechten en vrijheden van anderen, waaronder bedrijfsgeheimen. In dat verband verwijst het hof mede naar de rechtspraak van het C-203/22 (Dun & Bradstreet Austria), waarin is benadrukt dat een dergelijke beperking steeds het resultaat moet zijn van een concrete en zorgvuldige belangenafweging.

IEF 23483

Offline streaming copy valt niet onder de thuiskopie-exceptie

HvJ EU 16 apr 2026, IEF 23483; ECLI:EU:C:2026:296 (Stichting Onderhandelingen Thuiskopievergoeding, Stichting de Thuiskopie tegen HP Nederland BV, Dell BV, Stichting Overlegorgaan Blanco Informatiedragers), https://www.ie-forum.nl/artikelen/offline-streaming-copy-valt-niet-onder-de-thuiskopie-exceptie

HvJ EU 16 april 2026, IEF 23483; IT 5213; ECLI:EU:C:2026:296 (Stichting Onderhandelingen Thuiskopievergoeding, Stichting de Thuiskopie tegen HP Nederland BV, Dell BV, Stichting Overlegorgaan Blanco Informatiedragers). In C-496/24 oordeelt het Hof dat een offline streaming copy die door de aanbieder van een streamingdienst op verzoek van de gebruiker op diens apparaat wordt geplaatst, niet onder de uitzondering voor kopieën voor privégebruik van artikel 5, lid 2, onder b, van richtlijn 2001/29 valt, wanneer de gebruiker technisch niet buiten die dienst om over die kopie kan beschikken en de rechthebbende de controle over het werk behoudt. Het Hof stelt eerst vast dat artikel 5, lid 5, van de richtlijn de materiële inhoud van de uitzondering niet bepaalt of uitbreidt, maar alleen de voorwaarden preciseert waaronder een reeds bestaande beperking of restrictie mag worden toegepast; daarom herformuleert het de prejudiciële vragen zo dat uitsluitend de uitlegging van artikel 5, lid 2, onder b, centraal staat. Vervolgens benadrukt het Hof dat deze uitzondering alleen betrekking heeft op reproductiehandelingen in de zin van artikel 2 en niet op handelingen die in wezen onder het recht van mededeling aan het publiek, met inbegrip van beschikbaarstelling voor het publiek, van artikel 3, lid 1, vallen. In de door de Hoge Raad beschreven situatie selecteert de gebruiker weliswaar het werk, maar de streamingaanbieder plaatst dat werk op een afgeschermd deel van het apparaat, bepaalt de encryptie, houdt het uitsluitend binnen de app toegankelijk en verhindert dat de gebruiker de kopie verplaatst, overdraagt of anderszins vrij gebruikt; bovendien kan de toegang worden geblokkeerd of de kopie worden verwijderd. Onder voorbehoud van verificatie door de verwijzende rechter moet een dergelijke handeling daarom worden aangemerkt als een vorm van beschikbaarstelling voor het publiek, zodat zij niet onder de thuiskopie-exceptie valt.

IEF 23482

Kantonrechter: ook het onbewust gebruik van een foto levert auteursrechtinbreuk op

Kantonrechter 3 apr 2026, IEF 23482; ECLI:NL:RBOVE:2026:2019 (([eiser] tegen WOOD & STONES)), https://www.ie-forum.nl/artikelen/kantonrechter-ook-het-onbewust-gebruik-van-een-foto-levert-auteursrechtinbreuk-op

Rb. Overrijsel 3 april 2026, IEF23482; ECLI:NL:RBOVE:2026:2019 ([eiser] tegen WOOD & STONES). In deze zaak veroordeelt de kantonrechter Wood & Stones B.V. tot betaling van schadevergoeding aan een professioneel fotograaf wegens het zonder toestemming en zonder naamsvermelding gebruiken van een foto op haar website. De kantonrechter stelt voorop dat de betreffende foto een auteursrechtelijk beschermd werk is en dat de fotograaf als maker rechthebbende is. Vaststaat dat Wood & Stones de foto zonder toestemming heeft gebruikt én zonder naamsvermelding heeft gepubliceerd; daarom is er sprake van auteursrechtinbreuk, met daarnaast recht op aanvullende vergoeding wegens het ontbreken van naamsvermelding. Het verweer dat de foto via een klant is verkregen en dat er geen sprake was van opzet, wordt verworpen: ook gebruik ter goeder trouw kan een inbreuk van het auteursrecht opleveren.