IEF 23274
9 februari 2026
Uitspraak

Belangenafweging privacy veroordeelde en persvrijheid bij online zittingsverslag NRC

 
IEF 23273
9 februari 2026
Uitspraak

Toepassing Mio/Konektra op auteursrechtelijke bescherming van meubelontwerpen door ondernemingsrechtbank Brussel

 
IEF 23272
9 februari 2026
Uitspraak

Geen verwarringsgevaar tussen WelMedis en médis bij gezondheids- en schoonheidsdiensten

 
IEF 23274

Belangenafweging privacy veroordeelde en persvrijheid bij online zittingsverslag NRC

Rechtbank Amsterdam 17 dec 2025, IEF 23274; ECLI:NL:RBAMS:2025:10200 ([eiser] tegen MEDIAHUIS NRC B.V.), https://www.ie-forum.nl/artikelen/belangenafweging-privacy-veroordeelde-en-persvrijheid-bij-online-zittingsverslag-nrc

Rb Amsterdam 17 december 2025, IEF 23274; ECLI:NL:RBAMS:2025:10200 ([eiser] tegen MEDIAHUIS NRC B.V.). De zaak betreft een zorgverlener die in 2022 is veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf (waarvan een half jaar voorwaardelijk) wegens seksuele uitbuiting van twee 17‑jarige meisjes, over wie NRC een artikel in de rubriek “De Zitting” publiceerde met vermelding van zijn voornaam, leeftijd en beroep. Volgens eiser is de publicatie onrechtmatig op grond van artikel 6:162 BW, omdat NRC zonder noodzaak strafrechtelijke persoonsgegevens verwerkt in strijd met zijn recht op eer en goede naam (artikel 8 EVRM) en in strijd met de AVG en de UAVG, met name omdat de gegevens niet noodzakelijk zouden zijn voor het doel van de publicatie. Eiser vordert dat NRC het artikel aanpast door deze persoonsgegevens te verwijderen, op straffe van een dwangsom, plus 750 euro immateriële schadevergoeding, subsidiair een voorziening waardoor NRC zijn strafrechtelijke persoonsgegevens niet meer verwerkt. NRC beroept zich op vrijheid van meningsuiting en persvrijheid en stelt dat het artikel feitelijk verslag doet van een openbare strafzitting, met bewust weglaten van de achternaam en andere privé‑details.

IEF 23273

Uitspraak ingezonden door Anthony van der Planken, CO & DELARUE

Toepassing Mio/Konektra op auteursrechtelijke bescherming van meubelontwerpen door ondernemingsrechtbank Brussel

Belgische gerechten 29 jan 2026, IEF 23273; A/25/02084 (Gommaire nv tegen verwerende partij), https://www.ie-forum.nl/artikelen/toepassing-mio-konektra-op-auteursrechtelijke-bescherming-van-meubelontwerpen-door-ondernemingsrechtbank-brussel

Ond.Rb Brussel 29 januari 2026, IEF 23273; IEFbe 4104; A/25/02084 (Gommaire nv tegen verwerende partij). De ondernemingsrechtbank Brussel behandelt een geschil tussen interieurmerk Gommaire en een internationale interieurspeler over vermeende kopieën van meubelontwerpen en oneerlijke marktpraktijken. Gommaire ontwerpt en verkoopt sinds 2015 diverse meubels (tafels, stoelen, zetels, bureau, modulaire sofa) en stelt dat meerdere modellen van de tegenpartij daar nagenoeg op aansluiten. Zij vraagt een stakingsbevel, dwangsommen en verregaande informatie over producenten, aantallen en prijzen; de tegenpartij vordert afwijzing én nietigverklaring van bepaalde Benelux‑modellen van Gommaire. De rechtbank maakt in haar beoordeling expliciet gebruik van het Mio/Konektra‑arrest van het Hof van Justitie (C‑580/23 en C‑795/23) van 4 december 2025. Zij benadrukt dat er geen hiërarchie bestaat tussen model‑ en auteursrecht en dat voor toegepaste kunst, zoals meubels, dezelfde originaliteitstoets geldt als voor andere werken: beschermd is de concrete uitdrukking van een eigen intellectuele schepping via vrije en creatieve keuzes die de persoonlijkheid van de maker weerspiegelen. Er is geen verhoogde drempel voor design, waardoor trends en stijlen niet beschermd zijn, maar een specifieke combinatie van vormen, verhoudingen en lijnen binnen zo’n trend wel auteursrechtelijke bescherming genieten. Voor de inbreuktoets neemt de rechtbank afstand van een benadering die louter focust op de totaalindruk. Doorslaggevend is of de creatieve elementen van het beschermde werk op herkenbare wijze zijn gereproduceerd in het betwiste meubel. Algemene stijlverwantschap volstaat niet, terwijl evenmin kan worden volstaan met het aanwijzen van enkele detailverschillen om een inbreuk uit te sluiten.

IEF 23272

Geen verwarringsgevaar tussen WelMedis en médis bij gezondheids- en schoonheidsdiensten

Gerecht EU (voorheen GvEA) 4 feb 2026, IEF 23272; ECLI:EU:T:2026:70 (Médis - Companhia portuguesa de seguros de saúde, S. A. tegen EUIPO en RGCC Holdings AG), https://www.ie-forum.nl/artikelen/geen-verwarringsgevaar-tussen-welmedis-en-medis-bij-gezondheids-en-schoonheidsdiensten

Gerecht EU 4 februari 2026, IEF 23272; IEFbe 4103; ECLI:EU:T:2026:70 (Médis - Companhia portuguesa de seguros de saúde, S. A. tegen EUIPO en RGCC Holdings AG). Het Gerecht verwerpt het beroep van Médis – Companhia portuguesa de seguros de saúde tegen de beslissing van het EUIPO om de oppositie tegen het Uniemerk WelMedis af te wijzen (zaak T-142/25). De oppositie was gebaseerd op het oudere internationale beeldmerk médis en ingesteld op grond van artikel 8 lid 1 onder b UMVo wegens vermeend verwarringsgevaar. De aangevraagde WelMedis-inschrijving zag op cosmetica en schoonheidsdiensten (klassen 3 en 44), terwijl het oudere merk médis onder meer betrekking had op medische en gezondheidsgerelateerde producten en diensten (klassen 5, 41 en 44). Het EUIPO en de Kamer van Beroep hadden geoordeeld dat, hoewel sommige waren en diensten (beperkt) soortgelijk zijn, de verschillen tussen de tekens zodanig zijn dat geen sprake is van verwarringsgevaar. Het Gerecht bevestigt dit oordeel.

IEF 23268

Kort geding over octrooibeslag en wapperverbod

Rechtbank Den Haag 29 jan 2026, IEF 23268; ECLI:NL:RBDHA:2026:1562 ([eiseressen] tegen Millboard), https://www.ie-forum.nl/artikelen/kort-geding-over-octrooibeslag-en-wapperverbod

Rb. Den Haag 29 januari 2026, IEF 23268; ECLI:NL:RBDHA:2026:1562 ([eiseressen] tegen Millboard). In dit kort geding vorderen de distributeurs van de TimberTouch-vlonderplanken opheffing van een door Millboard gelegd conservatoir beslag, alsmede een verbod voor Millboard om derden aan te schrijven over vermeende octrooi-inbreuk (wapperverbod), een bevel tot opgave van aangeschreven afnemers en rectificatie. Millboard is exclusief licentienemer van Europees octrooi EP 1 951 971 B1 voor een specifieke opbouw van een vlonderplank en stelt dat de TimberTouch-planken inbreuk maken op conclusie 1 van dat octrooi. De eiseressen voeren aan dat het octrooi nietig is wegens toegevoegde materie en gebrek aan nieuwheid en inventiviteit, en dat hun product bovendien buiten de beschermingsomvang valt. Volgens hen is het beslag daarom ondeugdelijk en heeft Millboard onrechtmatig gehandeld door retailers te sommeren.

IEF 23269

Inzage in bewijsbeslag geweigerd in kort geding Bacardi en Polmos tegen Excellent Drinks

Rechtbank Rotterdam 17 dec 2025, IEF 23269; ECLI:NL:RBROT:2025:14965 (BACARDI AND COMPANY LIMITED en POLMOS ZYRARDÓW SP. ZO. O. tegen EXCELLENT DRINKS B.V.), https://www.ie-forum.nl/artikelen/inzage-in-bewijsbeslag-geweigerd-in-kort-geding-bacardi-en-polmos-tegen-excellent-drinks

Rb. Rotterdam 17 december 2025, IEF 23269; ECLI:NL:RBROT:2025:14965 (BACARDI AND COMPANY LIMITED en POLMOS ZYRARDÓW SP. ZO. O. tegen EXCELLENT DRINKS B.V.). De zaak betreft Bacardi, merkhouder van Grey Goose, en Polmos, merkhouder van Belvedere, tegen groothandelaar Excellent Drinks, die eerder namaakflessen wodka met hun merken heeft verhandeld en zich daarom via een vaststellingsovereenkomst en onthoudingsverklaring heeft verbonden om verdere merkinbreuk te staken. Bacardi en Polmos vermoeden opnieuw handel in namaak en leggen conservatoir bewijsbeslag onder Excellent Drinks. Bacardi en Polmos vorderen elk inzage in en afschrift van de beslagen data op straffe van een dwangsom om die gegevens als bewijs voor (verdere) merkinbreuk en contractschending te gebruiken, terwijl Excellent Drinks onder meer aanvoert dat de voorzieningenrechter niet bevoegd is en dat de inzagevorderingen in de verkeerde procedure zijn ingesteld dan wel onvoldoende zijn onderbouwd.

IEF 23266

EHRM over vrijheid van meningsuiting van rechters op sociale media

EHRM 25 dec 2025, IEF 23266; 16915/21 (DANILEŢ tegen Roemenië), https://www.ie-forum.nl/artikelen/ehrm-over-vrijheid-van-meningsuiting-van-rechters-op-sociale-media

EHRM 25 december 2025, IEF 23266; IT 5103; IEFbe 4100; 16915/21 (DANILEŢ tegen Roemenië). Deze zaak gaat over een klacht op grond van artikel 10 EVRM, ingediend door een Roemeense rechter, naar aanleiding van een disciplinaire sanctie wegens twee berichten die hij in januari 2019 op zijn openbare Facebookpagina had geplaatst. De verzoeker was op dat moment rechter bij het gerechtshof Cluj en genoot aanzienlijke publieke bekendheid, mede door eerdere functies binnen de rechterlijke macht en zijn actieve deelname aan maatschappelijke debatten over democratie, rechtsstaat en justitie. Op zijn Facebookpagina, die ongeveer 50.000 volgers telde, publiceerde hij twee berichten. Het eerste bericht ging over vermeende pogingen om kerninstituties van de staat (waaronder justitie, politie en leger) te ondermijnen en bevatte een retorische passage over de constitutionele rol van het leger bij het beschermen van de democratie. Het tweede bericht bestond uit een link naar een persartikel waarin een officier van justitie kritiek uitte op hervormingen binnen het strafrecht, met daarbij de tekst: “Now here’s a prosecutor with some blood in his veins (sânge în instalaţie), speaking his mind about dangerous prisoners being freed, our leaders’ bad ideas on legislative reform, and judges and prosecutors being ‘lynched’!” (Vertaald). De Judicial Inspection Board startte ambtshalve een onderzoek wegens mogelijk gedrag dat de eer en het imago van de rechterlijke macht zou aantasten, zoals bedoeld in artikel 99(a) van Wet nr. 303/2004. Na onderzoek werd de zaak voorgelegd aan de disciplinaire kamer van de Nationale Raad voor de Magistratuur, die oordeelde dat de verzoeker zijn plicht tot terughoudendheid had geschonden. Daarbij werd benadrukt dat zijn uitlatingen, mede gelet op hun vorm en publieke verspreiding, het vertrouwen in staatsinstellingen en de rechterlijke macht konden ondermijnen. Als sanctie werd een tijdelijke salarisverlaging van 5% voor twee maanden opgelegd. Het door de verzoeker ingestelde beroep werd door het Hoog Gerechtshof van Cassatie en Justitie verworpen. Dat hof oordeelde dat de beperking van zijn uitingsvrijheid wettelijk was voorzien, een legitiem doel diende (het beschermen van het gezag en de onpartijdigheid van de rechterlijke macht) en proportioneel was. 

IEF 23267

WAMCA-zaak React tegen Sara Mart: procedurele kaders en kennisgeving definitief vastgesteld

Rechtbank Den Haag 28 jan 2026, IEF 23267; ECLI:NL:RBDHA:2026:1523 (Stichting React tegen Sara Mart c.s.), https://www.ie-forum.nl/artikelen/wamca-zaak-react-tegen-sara-mart-procedurele-kaders-en-kennisgeving-definitief-vastgesteld

Rb. Den Haag 28 januari 2026, IEF23267; ECLI:NL:RBDHA:2026:1523 (Stichting React tegen Sara Mart c.s.). In dit tweede procedurele tussenvonnis in een WAMCA-procedure stelt de rechtbank Den Haag de nadere voorschriften vast voor de collectieve actie van Stichting Namaakbestrijding React tegen Sara Mart c.s. De rechtbank bouwt voort op het eerdere tussenvonnis, waarin React ontvankelijk werd verklaard en als exclusieve belangenbehartiger is aangewezen. In dit vonnis wordt de nauw omschreven groep definitief afgebakend: alle rechthebbenden op intellectuele eigendomsrechten – in het bijzonder leden van Coöperatie SNB-REACT U.A. – op wier rechten volgens React inbreuk is gemaakt door Sara Mart c.s. via de websites saramart.eu, saramart.pl/nl-NL/ en hacoo.pl/nl-NL/ en via de mobiele applicaties SARAMART en Hacoo – sara lower price mart, met name door de verkoop van namaakproducten. Voor rechthebbenden die geen woonplaats of verblijf in Nederland hebben, verklaart de rechtbank het opt-outregime van artikel 1018f lid 1 Rv van toepassing.

IEF 23265

Terugblik op het deLex Media IE-diner 2026

Vorige week donderdag 29 januari vond het deLex Media IE-Diner plaats in de kapel van Hotel Arena te Amsterdam. De avond begon om 18.00 uur met een receptie en een glas bubbels, muzikaal omlijst door IE-jurist Thomas Jonker, gevolgd door een driegangendiner waarbij vanaf 19.00 uur werd aangeschoven. Zoals vertrouwd leidde prof. mr. Bernt Hugenholtz, emeritus hoogleraar Intellectueel Eigendomsrecht en voormalig directeur van het IViR, de avond als ceremoniemeester.

Tijdens het diner werd inhoudelijke verdieping op aangename wijze gecombineerd met ontmoeting, mede dankzij bijdragen van Rian Kalden (rechter bij het Hof van Beroep van het Unified Patent Court en voorzitter van het tweede panel), Alexander Tsoutsanis (legal director bij DLA Piper en redacteur van Berichten Industriële Eigendom) en Sophie van Loon (partner IE & Media bij Kennedy Van der Laan en redacteur van Auteursrecht). Na afloop werd de avond voortgezet met een borrel op de Vide, begeleid door saxofonist Friso Bleeker. Het was een geslaagde bijeenkomst waarin het aankomende (congres)jaar feestelijk werd ingeluid en volop gelegenheid was om met IE-collega’s bij te praten en nieuwe contacten te leggen.

IEF 23264

Geen staatsaansprakelijkheid voor art. 81 RO-afdoening in thuiskopiegeschil

Hof Den Haag 20 jan 2026, IEF 23264; ECLI:NL:GHDHA:2026:29 (HP c.s. tegen de Staat), https://www.ie-forum.nl/artikelen/geen-staatsaansprakelijkheid-voor-art-81-ro-afdoening-in-thuiskopiegeschil

Hof Den Haag 20 januari 2026, IEF 23264; ECLI:NL:GHDHA:2026:29 (HP c.s. tegen de Staat). Het gerechtshof Den Haag verwerpt het hoger beroep van HP Nederland, Dell en branchevereniging FIAR tegen de Staat, waarmee het vonnis van de rechtbank wordt bekrachtigd. De zaak draait om een vordering tot schadevergoeding wegens gestelde onrechtmatige rechtspraak: volgens HP c.s. heeft de Hoge Raad het Unierecht geschonden door hun cassatieberoep over het Nederlandse thuiskopiestelsel af te doen met een verkorte motivering op grond van artikel 81 Wet RO, zonder prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie van de EU. HP c.s. betoogden dat dit in strijd was met artikel 267, derde alinea, VWEU, artikel 6 EVRM en diverse normen van Unierecht, onder meer omdat het Nederlandse stelsel zou berusten op het onjuiste licentiemodel (in plaats van het substitutiemodel), onvoldoende rekening zou houden met zakelijk gebruik en zou kunnen leiden tot overcompensatie. Het hof stelt voorop dat voor aansprakelijkheid van de Staat wegens rechterlijk handelen de zeer strenge Köbler-maatstaf geldt: alleen bij een kennelijk voldoende gekwalificeerde schending van het Unierecht kan staatsaansprakelijkheid ontstaan.

IEF 23263

ANP niet-ontvankelijk wegens gebrekkige dagvaarding bij gestelde auteursrechtinbreuk

Rechtbank Oost-Brabant 27 nov 2025, IEF 23263; ECLI:NL:RBOBR:2025:8151 (ANP tegen [gedaagde]), https://www.ie-forum.nl/artikelen/anp-niet-ontvankelijk-wegens-gebrekkige-dagvaarding-bij-gestelde-auteursrechtinbreuk

Rb. Oost-Brabant 27 november 2025, IEF 23263; ECLI:NL:RBOBR:2025:8151 (ANP tegen [gedaagde]). De kantonrechter verklaart het Algemeen Nederlands Persbureau (ANP) niet-ontvankelijk in zijn vordering tot betaling van € 500 wegens vermeende auteursrechtinbreuk. ANP stelde dat een door een aan haar gelicentieerde fotograaf gemaakte nieuwsfoto zonder toestemming was overgenomen op een niet-commerciële website die door een collectief van vrijwilligers werd bijgehouden, waaronder gedaagde. De kantonrechter oordeelt dat ANP op grond van de licentieovereenkomst met de fotograaf in beginsel bevoegd is om zelfstandig op te treden en dat gedaagde als aangesproken partij kan gelden, mede omdat hij één van de vrijwilligers was en geen duidelijkheid gaf over een andere verantwoordelijke beheerder. Daarmee komt de rechter toe aan de inhoudelijke beoordeling van de processtukken.