Gepubliceerd op donderdag 4 juni 2026
IEF 23602
Gerecht EU (voorheen GvEA) ||
3 jun 2026
Gerecht EU (voorheen GvEA) 3 jun 2026, IEF 23602; ECLI:EU:T:2026:368 ((Societatea Româna de Endocrinologie tegen EUIPO - Acta Endocrinologica)), https://www.ie-forum.nl/artikelen/geen-merkrechtelijk-verwarringsgevaar-tussen-acta-endocrinologica-merken

Geen merkrechtelijk verwarringsgevaar tussen Acta Endocrinologica-merken

Gerecht EU 3 juni 2026, IEF 23602 ; ECLI:EU:T:2026:368 (Societatea Româna de Endocrinologie tegen EUIPO, Acta Endocrinologica). Het Gerecht van de Europese Unie heeft het beroep van de Roemeense Vereniging voor Endocrinologie afgewezen tegen een beslissing van het EUIPO over een oppositieprocedure tussen twee partijen die actief zijn rondom het tijdschrift Acta Endocrinologica. Centraal stond de vraag of het aangevraagde beeldmerk Acta Endocrinologica (Buc) voor onder meer bezorgingsdiensten van tijdschriften en medische rapportagediensten verwarringsgevaar opleverde met het oudere Uniewoordmerk ACTA ENDOCRINOLOGICA (BUC), The International Journal of Romanian Society of Endocrinology / Registered in 1938 New Series. Het beroep bij het Gerecht had uitsluitend betrekking op de weigering van de oppositie voor de diensten in klassen 39 en 44 van de merkaanvraag, in verhouding tot de waren in klasse 16 van het oudere merk. De oppositie was gebaseerd op artikel 8 lid 1 sub b UMVo. Het oudere merk was onder meer geregistreerd voor publicaties, drukwerk, tijdschriften, boeken en andere goederen in klasse 16, en voor diensten in de klassen 35 en 41. Het aangevraagde merk was onder meer aangevraagd voor bezorging, verzending en distributie van tijdschriften in klasse 39 en voor het opstellen, samenstellen en uitbrengen van medische rapporten in klasse 44. De Oppositieafdeling had het bezwaar voor deze diensten afgewezen, waarna de zaak bij de Kamer van Beroep en vervolgens bij het Gerecht terechtkwam. Voor het Gerecht voerde de opposant aan dat de betrokken goederen en diensten wel degelijk soortgelijk waren. Volgens haar moesten de bezorgdiensten worden opgevat als diensten die uitsluitend betrekking hebben op het tijdschrift Acta Endocrinologica en waren zowel de goederen als de diensten gericht op hetzelfde gespecialiseerde publiek van endocrinologen en andere medische professionals. Daarnaast wees zij op de nauwe professionele banden tussen partijen en stelde zij dat de betrokken goederen en diensten complementair zijn. Het Gerecht stelt voorop dat bij de beoordeling van de soortgelijkheid van goederen en diensten in de zin van artikel 8 lid 1 sub b UMVo moet worden uitgegaan van de goederen- en dienstenomschrijvingen zoals opgenomen in de registratie en de aanvraag, en niet van de wijze waarop de merken in de praktijk worden gebruikt. Verder verwijst het Gerecht naar de vaste rechtspraak dat bij de vergelijking alle relevante factoren in aanmerking moeten worden genomen, zoals aard, doel, gebruik, concurrentieverhouding en eventuele complementariteit. De diensten in klasse 39 zijn omschreven als bezorging, verzending en distributie van tijdschriften en publicaties in algemene zin en zijn niet beperkt tot endocrinologische of medische publicaties.

Hetzelfde geldt voor de goederen in klasse 16 van het oudere merk, die alle soorten publicaties omvatten en niet uitsluitend medische vakliteratuur. Dat partijen in de praktijk actief zijn binnen hetzelfde medische vakgebied maakt die beoordeling niet anders. Ten aanzien van de diensten in klasse 39 oordeelt het Gerecht dat deze niet soortgelijk zijn aan de publicaties en drukwerken van het oudere merk. De aard, het doel en de commerciële herkomst van de betrokken goederen en diensten verschillen wezenlijk. Bezorgdiensten bestaan uit het vervoeren en distribueren van goederen, terwijl publicaties bedoeld zijn om informatie over te brengen. Bezorgdiensten worden doorgaans verricht door gespecialiseerde distributiebedrijven, terwijl publicaties worden geproduceerd door uitgevers en drukkerijen en via andere kanalen worden aangeboden. Ook van complementariteit is geen sprake. Hoewel publicaties kunnen worden bezorgd, zal het relevante publiek niet aannemen dat dezelfde onderneming verantwoordelijk is voor de productie van publicaties en de bezorging daarvan; het publiek weet dat bezorgdiensten normaliter door andere ondernemingen dan de uitgevers worden verricht. Ook de medische rapportagediensten in klasse 44 worden niet soortgelijk geacht aan de goederen van het oudere merk. Deze diensten hebben betrekking op gezondheidszorg en worden in de regel verricht door medische professionals (veelal artsen). Zij verschillen volgens het Gerecht qua aard, doel, aanbieders en gebruik van publicaties en drukwerken. Zelfs indien beide zich mede zouden richten op hetzelfde professionele publiek, is dat onvoldoende om soortgelijkheid aan te nemen. Bovendien zijn de betrokken goederen en diensten niet onmisbaar of belangrijk voor elkaars gebruik in de zin van de rechtspraak over complementariteit en concurreren zij niet met elkaar. Het Gerecht verwerpt daarnaast een website‑uittreksel dat de opposant voor het eerst in de procedure bij het Gerecht had overgelegd. Omdat dit bewijsstuk niet eerder tijdens de procedure bij het EUIPO was ingebracht, wordt het op grond van de procesregels niet‑ontvankelijk verklaard. Nu geen sprake is van soortgelijke goederen of diensten ontbreekt reeds een van de cumulatieve voorwaarden voor toepassing van artikel 8 lid 1 sub b UMVo. Het Gerecht hoefde daarom geen globale beoordeling van het verwarringsgevaar meer uit te voeren. De oppositie wordt definitief afgewezen en de beslissing van de Kamer van Beroep blijft in stand.

42. Ten derde heeft de aanvrager geen bewijs geleverd dat de betreffende goederen en diensten complementair zijn in de zin van de in punt 18 hierboven aangehaalde jurisprudentie. Hoewel de aanvrager heeft verklaard economische en professionele banden te hebben met de tussenkomende partij, en dat de publicaties die onder het oudere merk vallen en de bezorgdiensten die onder het aangevraagde merk vallen, op hetzelfde publiek gericht zijn, moet worden geoordeeld dat dergelijke banden, zelfs indien bewezen, niet volstaan ​​om het bestaan ​​van een nauwe band tussen de betreffende goederen en diensten aan te tonen, in de zin dat de ene onmisbaar of belangrijk is voor het gebruik van de andere. In dit verband dient daaraan te worden toegevoegd dat de aanvrager geen specifiek argument heeft aangevoerd dat de beoordeling van de Kamer van Beroep in punt 31 van de bestreden beslissing, dat het relevante publiek weet dat de bezorgdiensten de verantwoordelijkheid zijn van een ander bedrijf dan datgene dat het drukwerk verkoopt, in twijfel kan trekken. Zoals in de bestreden uitspraak in wezen wordt gesteld, is het weliswaar zo dat tegenwoordig alle goederen op afstand kunnen worden gekocht, maar consumenten zouden niet verwachten dat de verantwoordelijkheid voor de productie van het betreffende drukwerk enerzijds en de levering van de betreffende diensten anderzijds bij hetzelfde bedrijf ligt.

43. In die omstandigheden moet worden geoordeeld dat de Raad van Beroep geen beoordelingsfout heeft gemaakt door te concluderen dat de goederen in klasse 16 die onder het eerdere merk vallen en de diensten in klasse 39 die onder het aangevraagde merk vallen, niet gelijksoortig zijn.

54. In dat verband kan, wanneer is vastgesteld dat er geen gelijkenis bestaat tussen de goederen en diensten waarop de betreffende tekens betrekking hebben, de kans op verwarring tussen die tekens worden uitgesloten, zonder dat een algehele beoordeling, waarbij rekening wordt gehouden met alle relevante factoren, van de perceptie van het relevante publiek van de betreffende tekens en van de betreffende goederen of diensten hoeft te worden uitgevoerd (arresten van 14 mei 2013, Afbeelding van een kip , T‑249/11, EU:T:2013:238, punt 19, en van 14 juni 2018, Emcur tegen EUIPO  – Emcure Pharmaceuticals (EMCURE) , T‑165/17, niet gepubliceerd, EU:T:2018:346, punt 27).

55. De Raad van Beroep heeft derhalve terecht in paragraaf 41 van de bestreden beslissing geconcludeerd, zonder een algehele beoordeling van de verwarringskans uit te voeren, dat, aangezien de betreffende goederen en diensten niet gelijksoortig waren, het bezwaar moest worden verworpen met betrekking tot de diensten in de klassen 39 en 44 die onder het aangevraagde merk vallen.