Gepubliceerd op maandag 20 april 2026
IEF 23486
Hof Arnhem-Leeuwarden ||
14 apr 2026
Hof Arnhem-Leeuwarden 14 apr 2026, IEF 23486; 200.357.428 ((Stokke c.s. tegen Cybex c.s.)), https://www.ie-forum.nl/artikelen/hof-arnhem-leeuwarden-vernietigt-grensoverschrijdend-verbod-wegens-auteursrechtinbreuk-op-tripp-trapp-stoel

Uitspraak ingezonden door Max van Oostrum, Leeway

Hof Arnhem-Leeuwarden vernietigt grensoverschrijdend verbod wegens auteursrechtinbreuk op Tripp Trapp-stoel

Hof Arnhem-Leeuwarden 14 april 2026, IEF23486, 200.357.428 (Stokke c.s. tegen Cybex c.s.). Op 14 april 2026 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden uitspraak gedaan in het hoger beroep in de zaak tussen Stokke c.s. en Cybex c.s. Het Hof vernietigt het opgelegde grensoverschrijdende verbod dat door de voorzieningenrechter in eerste aanleg was opgelegd (IEF22786). Het hof concludeert dat er geen grensoverschrijdende bevoegdheid kan worden aangenomen omdat er in onvoldoende mate sprake is van feitelijke samenhang tussen de vorderingen tegen de Nederlandse ankergedaagden en gedaagden Cybex c.s. Dit maakt dat niet is voldaan aan de voorwaarden van artikel 8 punt 1 Verordening Brussel I-bis en dat de Nederlandse rechter geen bevoegdheid kan ontlenen aan dit artikel. Vervolgens oordeelt het hof dat de IRIS Chair (later: Iris-stoel) van Cybex c.s. auteursrechtinbreuk maakt op de Tripp Trapp van Stokke c.s. De vorderingen worden echter beperkt tot het Nederlands grondgebied.

Stokke vorderde in kort geding een verbod op de verhandeling van de Iris-stoel wegens inbreuk op de auteursrechten op de Tripp Trapp. De voorzieningenrechter had die vorderingen grotendeels toegewezen en een vrijwel EU-breed verbod opgelegd. In hoger beroep oordeelt het hof dat de Nederlandse rechter wel bevoegd is, omdat de Iris-stoel via in Nederland toegankelijke websites is aangeboden, maar dat deze bevoegdheid beperkt is tot Nederland. Voor een grensoverschrijdend verbod ontbreekt een voldoende nauwe feitelijke samenhang tussen de Nederlandse retailers en Cybex c.s. Ook ziet het hof geen aanleiding om de zaak aan te houden vanwege parallelle procedures in Duitsland en Italië, nu die betrekking hebben op andere landen. Inhoudelijk oordeelt het hof dat de Tripp Trapp-stoel een auteursrechtelijk beschermd werk is, omdat het ontwerp het resultaat is van vrije en creatieve keuzes van de ontwerper, zichtbaar onder meer in de kenmerkende schuine L-vorm, de integratie van de verschillende onderdelen in de staanders en het daarmee gecreëerde ‘zwevende’ effect. De Iris-stoel vertoont volgens het hof zodanige overeenkomsten met deze beschermde kenmerken dat deze elementen herkenbaar zijn overgenomen, zodat sprake is van inbreuk. Dat Cybex c.s. de stoel zelfstandig zouden hebben ontworpen, is in dit kort geding onvoldoende aannemelijk gemaakt. Het hof beperkt het verbod daarom tot Nederland en schrapt het exportverbod. Voor het overige blijft het vonnis in stand, inclusief de opgelegde dwangsom. De stelling van Stokke dat Cybex buitenlandse retailers zou hebben aangezet tot inbreuk, wordt verworpen. Het principaal hoger beroep slaagt daarmee gedeeltelijk, het incidenteel hoger beroep faalt en de proceskosten worden grotendeels gecompenseerd.

4.22. De slotsom van het voorgaande is dat de Nederlandse rechter alleen bevoegdheid toekomt voor de vorderingen met betrekking tot Nederland en dat aanhouding van de onderhavige zaak niet aan de orde is. Dat betekent dat het bezwaar dat Cybex c.s. naar voren hebben gebracht tegen het vonnis (grief 4) voor een deel terecht is en voor een deel niet. Verder betekent het voorgaande ook dat het bezwaar van Stokke c.s. (grief 1) in het incidentele hoger beroep niet opgaat. Dat bezwaar is immers gericht tegen de door de voorzieningenrechter aangebrachte territoriale beperking van het verbod (door het afwijzen een verbod in Bulgarije, Cyprus, Estland, Kroatie, Malta en Slovenie). Aangezien het hof tot de conclusie komt dat de Nederlandse rechter geen rechtsmacht heeft betreffende vorderingen die niet zien op Nederland, wordt aan de vraag of daar inbreuk wordt gepleegd en een verbod kan worden opgelegd niet toegekomen.

4.33. Het hof is voorshands van oordeel dat de Tripp Trapp-stoel een auteursrechteiijk beschermd werk is omdat deze de persoonlijkheid van Peter Opsvik weerspiegelt doordat daarin uitdrukking is gegeven aan vrije en creatieve keuzen die niet (uitsluitend) technisch zijn bepaald. Daarvoor is het volgende redengevend.

4.34. De Tripp Trapp-stoel is samengesteld uit twee evenwijdige (beukenhouten) staanders waartussen een rugleuning, zitvlak en voetensteun (van multiplex) zijn geklemd. De voetensteun en het zitvlak zijn panelen die in verschillende horizontale (haifronde)sleuven aan de binnenzijden van de staanders kunnen worden geschoven. De staanders worden op afstand van elkaar geplaatst door de rugsteun, een houten dwarsligger in de voet en twee ronden stalen stangen. Voor de ondersteuning op de vloer zijn aan de onderzijde van de staanders twee liggers aangebracht. Hierdoor ontstaat een schuine L-vorm. Door verschillende posities te kiezen voor het zitvlak en de voetensteun is de stoel geschikt te maken voor gebruikers met verschillende lengten. Daarbij is er een beschermingsbeugel voor baby's aan te brengen.

4.35. In het ontwerp heeft Peter Opsvik de keuze gemaakt om alle elementen van de stoel in schuine, achterover hellende staanders te verwerken, wat tot de (hiervoor benoemde) schuine L-vorm leidt (met een scherpe hoek). Er is verder gekozen voor een vorm waarbij alle elementen van de kinderstoel in de staanders zijn verwerkt en wel zodanig dat deze elementen, van opzij bezien, zoveel mogelijk "wegvallen” tegen die staanders. Hierdoor ontstaat van de zijkant bezien het beeld van een oplopende trap en wordt een zwevend effect van de voetenplank en het zitvlak gecreeerd. Daarbij is sprake van een strakke vonngeving. Het zitvlak, het voetenplateau en de achterzijde van de rugleuning hebben dezelfde welving. Het vooraanzicht wordt gekenmerkt door een strak lijnenspel, dat gevormd wordt door verticale en horizontale elementen. Aldus geeft de Tripp Trapp-stoel naar het (voorlopig) oordeel van het hof uitdrukking aan keuzes die zowel vrij als creatief zijn, en de persoonlijkheid van de maker (Peter Opsvik) weerspiegelen. Daarbij moet ook het navolgende in aanmerking worden genomen.
 

4.44. Het hof is voorshands van oordeel dat met de Iris-stoel inbreuk wordt gemaakt op de Tripp Trapp-stoel. Weliswaar wijzen Cybex c.s. terecht erop dat er verschillen bestaan tussen de beide stoelen, maar deze verschillen doen voorshands niet af aan het feit dat in de Irisstoel oorspronkelijke creatieve elementen van de Tripp Trapp-stoel (zoals hiervoor vastgesteld) op herkenbare wijze zijn overgenomen. Net zoals de Tripp Trapp-stoel heeft de Iris-stoel dezelfde schuine L-vorm en zijn de elementen van de stoel in de staanders verwerkt op zodanige wijze dat tussen de staanders de rugleuning, zitting en voetenplank zijn opgenomen, waardoor deze elementen wegvallen tegen de staanders en vanaf de zijkant bezien hetzelfde beeld van een oplopende trap ontstaat en een zwevend effect wordt gecreëerd.

4.49. De bezwaren van Cybex c.s. tegen de ingangsdatum van het verbod (te weten onmiddellijk na betekening van het vonnis) leiden in hoger beroep niet tot succes. Dat een opgelegd verbod een grote impact heeft, is een gegeven. Dit komt evenwel voor rekening van de inbreukmaker. Bovendien hadden Cybex c.s. gelet op de insteek van de vorderingen met deze uitkomst rekening kunnen houden. In hoger beroep komt het hof bovendien alleen tot een verbod voor Nederland. Het hof ziet in de gegeven omstandigheden geen reden voor het opnemen van een uitfaseringstermijn zoals Cybex c.s. hebben bepleit.

4.54. Het hof ziet geen grand voor het opleggen van een hogere dwangsom, zoals door Stokke c.s. in (incidenteel) hoger beroep is bepleit. Het hof kan in het kader van deze procedure niet vaststellen dat de hoogte van de opgelegde dwangsom een onvoldoende prikkel is voor Cybex c.s. om zich aan het verbod te houden.

4.55. Het hof zal de door de voorzieningenrechter uitgesproken veroordeling bekrachtigen voor zover dit ziet op het Nederlandse grondgebied.

4.58. Het hof is voorshands van oordeel dat de verzending van de brieven door Columbus Trading niet onrechtmatig is. In deze brieven wordt gerefereerd aan het vonnis van de voorzieningenrechter en geeft Columbus Trading haar mening over dat vonnis. Dat staat haar vrij om te doen. Verder wordt duidelijk dat Columbus Trading zich op het standpunt stelt dat de Tripp Trapp-stoel niet beschermd is en dat Cybex c.s. geen auteursrechtinbreuk hebben gepleegd. Hierin kan in de gegeven omstandigheden geen oproep of aanmoediging tot het plegen van auteursrechtinbreuk worden gelezen en er zijn geen aanknopingspunten dat de geadresseerden dat zo hebben opgevat. Daarbij komt dat deze geadresseerden kennelijk ook een bericht van Stokke c.s. hebben gehad, waarin het tegengestelde standpunt is toegelicht.

4.59. Stokke c.s. hebben een (algemeen) bewijsaanbod gedaan. Door de aard van het kort geding is in deze procedure in het algemeen geen plaats voor uitgebreide bewijslevering. Er zijn geen redenen om van dat uitgangspunt af te wijken. Het hof gaat daarom aan deze bewijsaanbieding voorbij.

4.60. Het (principale) hoger beroep van Cybex c.s. slaagt deels. Het (incidentele) hoger beroep van Stokke c.s. slaagt niet. Het hof zal het vonnis van de voorzieningenrechter vernietigen voor zover daarin een veroordeling buiten Nederland is opgenomen, voor zover daarin een verbod op export is opgenomen en voor zover het de proceskostenveroordeling in eerste aanleg betreft (zie hierna) en voor het overige bekrachtigen.