IEF 16940

Schending vrijheid van meningsuiting door veroordeling kritische artikelen in krant Orlovskaya Iskra

EHRM 21 feb 2017, IEF 16940; Application no. 42911/08 (Orlovskaya Iskra tegen Rusland), http://www.ie-forum.nl/artikelen/schending-vrijheid-van-meningsuiting-door-veroordeling-kritische-artikelen-in-krant-orlovskaya-iskra

EHRM 21 februari 2017, IEF 16940; IEFbe 2244; Application no. 42911/08 (Orlovskaya Iskra tegen Rusland) Persvrijheid. Vrijheid van meningsuiting. De NGO publiceert de krant Orlovskaya Iskra. De NGO werd veroordeeld voor een administratief misdrijf met betrekking tot het publiceren van kritiek op een politicus, de heer Stroyev. De NGO klaagt bij het EHRM op grond van artikel 10 (vrijheid van meningsuiting). Het EHRM stelt dat er onvoldoende dwingende redenen zijn aangetoond om vervolging en veroordeling te rechtvaardigen voor het publiceren zulke kritische artikelen. Sprake van schending van de vrijheid van meningsuiting, artikel 10 EVRM.

IEF 16939

EHRM: Verbod grootschalige publicatie belastinggegevens is geen schending van vrijheid van meningsuiting

EHRM 27 jun 2017, IEF 16939; Application no. 931/13 (Satakunnan Markkinapörssi Oy en Satamedia Oy tegen Finland), http://www.ie-forum.nl/artikelen/ehrm-verbod-grootschalige-publicatie-belastinggegevens-is-geen-schending-van-vrijheid-van-meningsuit

EHRM 27 juni 2017, IEF 16939; IEFbe 2243; IT 2316; Application no. 931/13 (Satakunnan Markkinapörssi Oy en Satamedia Oy tegen Finland). Zie eerder [IEF 7414]. De bedrijven Satakunnan Markkinapörssi Oy en Satamedia Oy hadden de persoonlijke belastinggegevens van 1,2 miljoen mensen gepubliceerd. De binnenlandse autoriteiten oordeelden dat dergelijke groothandel onwettig was. De bedrijven deden zonder succes een beroep op schending van hun vrijheid van meningsuiting. Het EHRM stelt dat er geen sprake is van schending van de vrijheid van meningsuiting, artikel 10 EVRM.

IEF 16938

DIGITAL DONE DIFFERENTLY schept geen verwarring met BUSINESS DONE DIFFERENTLY

Rechtbank Amsterdam 11 jul 2017, IEF 16938; (Conclusion tegen PWC), http://www.ie-forum.nl/artikelen/digital-done-differently-schept-geen-verwarring-met-business-done-differently

Vzr. Rechtbank Amsterdam 11 juli 2017, IEF 16938; (Conclusion tegen PWC). Onrechtmatige daad. Verwarringsgevaar. Conclusion is zakelijk dienstverlener op het gebied van informatietechnologie en maakt gebruik van de slogan BUSINESS DONE DIFFERENTLY. De onderneming stelt een vordering strekkende tot verwarringsgevaar in tegen PWC, dat gebruik maakt van de slogan DIGITAL DONE DIFFERENTLY. De woordcombinatie DONE DIFFERENTLY is niet uniek. PWC handelt niet onrechtmatig jegens Conclusion. Conclusion heeft niet aannemelijk gemaakt dat haar slogan voldoende bekendheid geniet of ingeburgerd is. Het verwateringsgevaar leidt niet tot onrechtmatig handelen. Gevraagde voorziening wordt afgewezen.

IEF 16937

Afgewezen vordering onrechtmatige uitingen in familiesferen

Rechtbank Den Haag 1 feb 2017, IEF 16937; ECLI:NL:RBDHA:2017:7197 (Autistisme en familieleden), http://www.ie-forum.nl/artikelen/afgewezen-vordering-onrechtmatige-uitingen-in-familiesferen

Rechtbank Den Haag 1 februari 2017, IEF 16937; ECLI:NL:RBDHA:2017:7197 (Autistische familieleden) Onrechtmatige uitlatingen in familiesferen. Valse beschuldigingen. Vorderingen worden over een weer afgewezen. De vordering van moeder jegens dochter dat de laatste wordt verboden om tegen derden, inclusief haar eigen familie, beschuldigingen te uiten of verhalen te verspreiden dat zij en/of haar broers tijdens hun kindertijd door hun moeder/ouders fysiek en geestelijk zouden zijn mishandeld en verwaarloosd en dat haar moeder en haar vader aan een geestelijke stoornis of een psychiatrische ziekte zouden lijden. Tevens wordt de vordering van de dochter jegens de moeder dat de moeder wordt verboden tegenover derden, waaronder de politie, artsen en de schoonouders van de dochter, kwaad te spreken over de dochter, onder meer door opzettelijk de onjuiste uitlating te doen dat de dochter en haar broer lijden aan autisme, afgewezen.

 

IEF 16935

Gestelde vragen aan HvJ EU: Is mededeling van carve out aan autoriteit een verzoek tot beperking handelsvergunning?

Hof Den Haag 4 jul 2017, IEF 16935; ECLI:NL:GHDHA:2017:1935 (CtBG tegen Warner-Lambert), http://www.ie-forum.nl/artikelen/gestelde-vragen-aan-hvj-eu-is-mededeling-van-carve-out-aan-autoriteit-een-verzoek-tot-beperking-hand

Hof Den Haag 4 juli 2017, IEF ; LS&R ; ECLI:NL:GHDHA:2017:1935 (CtBG tegen Warner-Lambert) Octrooirecht. Prejudicieel gestelde vragen over tweede medische indicatie en het beleid van CtbG om de SmPC en de bijsluiter zonder carve out te publiceren. Zie eerder IEF 15617:

1. Moet artikel 11 van richtlijn 2001/83 of enige andere bepaling van Unierecht aldus worden uitgelegd dat een mededeling waarbij de aanvrager of houder van een handelsvergunning voor een generiek geneesmiddel in de zin van artikel 10 van richtlijn 2001/83 de autoriteit laat weten dat hij de delen van de samenvatting van productkenmerken van het referentiegeneesmiddel die verwijzen naar indicaties of doseringsvormen die onder het octrooirecht van een derde vallen, niet vermeldt in de samenvatting van productkenmerken en de bijsluiter, worden aangemerkt als een verzoek tot beperking van de handelsvergunning dat ertoe moet leiden dat de handelsvergunning niet of niet meer geldt voor de geoctrooieerde indicaties of doseringsvormen?

 

IEF 16929

Leestips voor het IE-zomerforum:

Voor een optimale voorbereiding op het IE zomerforum verdient het aanbeveling van de volgende publicaties:
- C.E.F.M. Gielen, Een eigen, oorspronkelijk karakter, Spoorbundel 2007.
- P.G.F.A. Geerts, Over fietsmandjes, My Little Pony-paardjes en X-vormige kauwstokjes voor honden, ook bekend als bescherming tegen nodeloos verwarringsgevaar, Wolters Kluwer 2015.
- D.W.F. Verkade, Bescherming door art. 6:162 BW tegen nabootsing na verval van modelrecht?, Wolters Kluwer 2015.
- F.W. Grosheide, Hoe slaafs mag men nabootsen, IER 2005/64
- A.A. Quaedvlieg, verwarren en onderscheiden. De slaafse nabootsing in een veranderend perspectief, BIE 1992, p. 367.

De eerste drie publicaties zijn hier te vinden.

IEF 16926

Schorsing ex artikel 83 lid 3 ROW tot uitspraak hoger beroep over geldigheid octrooi

Rechtbank Den Haag 28 jun 2017, IEF 16926; ECLI:NL:RBDHA:2017:7109 (VWS tegen Ventraco), http://www.ie-forum.nl/artikelen/schorsing-ex-artikel-83-lid-3-row-tot-uitspraak-hoger-beroep-over-geldigheid-octrooi

Rechtbank Den Haag 28 juni 2017, IEF 16926; ECLI:NL:RBDHA:2017:7109 (VWS tegen Ventraco) Octrooirecht. Incident. Zie eerder IEF 16155. In dat arrest is het Ventraco verboden indirect inbreuk te maken op het octrooi EP2389415B1 van VWS. Hier is hoger beroep tegen ingesteld. VWS stelt dat Ventraco in de procedure ten onrechte heeft aangevoerd dat RheoFalt HP-AM een vernieuwde samenstelling had. Gebleken is dat RheoFalt HP-AM wel degelijk gebaseerd is op CNSL en waarschijnlijk gelijk is aan RheoFalt HP-EM. Ventraco heeft daarmee de verboden indirecte inbreuk voortgezet. De door het hof te nemen beslissingen in hoger beroep over het octrooigeschil, zijn van belang voor de uitkomst van deze procedure. De beslissing over proceskosten in het incident wordt aangehouden tot het eindvonnis in de hoofdzaak o.g.v. artikel 83 lid 3 ROW.

Zie ook ECLI:NL:RBDHA:2017:7113.

IEF 16934

Uitputting Hennessy producten zelfs indien geleverd aan derden buiten de EER gevestigd en het doel niet was te verhandelen binnen de EER

Rechtbank Den Haag 7 jul 2017, IEF 16934; ECLI:NL:RBDHA:2017:7541 (Hennessy c.s. tegen Van Caem Klerks Groep), http://www.ie-forum.nl/artikelen/uitputting-hennessy-producten-zelfs-indien-geleverd-aan-derden-buiten-de-eer-gevestigd-en-het-doel-n

Rechtbank Den Haag 7 juli 2017, IEF 16934; ECLI:NL:RBDHA:2017:7541 (Hennessy c.s. tegen Van Caem Klerks Groep) Uitputting. Merkenrecht. Eiseressen maken deel uit van het concern Louis Vuitton Moët Hennessy dat zich bezighoudt met de handel in (alcoholhoudende) dranken, waaronder producten voorzien van de merken MOËT & CHANDON, VEUVE CLICQUOT, KRUG, DOM PERIGNON, BELVEDERE, HENNESSY, ARDBERG EN GLENMORANGIE. LB11, JMN, DelicaSea en KFW behoren tot het Van Caem Klerks concern, houdt zich bezig met de groothandel, import en export van (originele) merkgoederen, waaronder alcoholhoudende dranken voorzien van de merken van Hennessy. Hennessy c.s. vordert een bevel om elke inbreuk op diens merken te staken, waaronder begrepen het aanbieden, (doen) invoeren, (doen) verhandelen en ter verhandeling in voorraad (doen) hebben van producten voorzien van bovengenoemde merken. LB11 beroept zich succesvol op uitputting nu de betreffende producten feitelijk door Hennessy c.s. binnen de EER zijn verkocht en geleverd aan derden. Dat deze derden zelf niet statutair gevestigd zijn in de EER staat daar niet aan in de weg. Ook het feit dat de leveringen hebben plaatsgevonden met het doel de producten buiten de EER te in de handel te brengen, staat er evenmin aan in de weg.

 

IEF 16933

Een teken kan geen geografische herkomstaanduiding zijn als het verwijst naar een waar of dienst met hoge waarde en kwaliteit dat in overvloed op eenzelfde plaats kan worden aangetroffen

HvJ EU 6 jul 2017, IEF 16933; ECLI:EU:C:2017:518 (Moreno Marin), http://www.ie-forum.nl/artikelen/een-teken-kan-geen-geografische-herkomstaanduiding-zijn-als-het-verwijst-naar-een-waar-of-dienst-met

HvJ EU 6 juli 2017, IEF 16933; IEFbe 2242; ECLI:EU:C:2017:518 (Moreno Marin) Nationaal woordmerk La Milla de Oro. Gronden voor weigering van inschrijving of nietigheid. Tekens die de geografische herkomst aanduiden.

1) Een teken als „la Milla de Oro”, dat verwijst naar de kenmerkende eigenschap van een waar of dienst erin bestaande dat die waar of dienst, met een hoge waarde en kwaliteit, in overvloed op eenzelfde plaats kan worden aangetroffen, kan geen aanduiding van een geografische herkomst zijn, aangezien dat teken vergezeld moet gaan van een naam die een geografische plaats aanduidt opdat de fysieke plaats waarmee een sterke concentratie van een waar of dienst van hoge waarde en kwaliteit wordt geassocieerd, kan worden geïdentificeerd.

2) Artikel 3, lid 1, onder c), van richtlijn 2008/95/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2008 betreffende de aanpassing van het merkenrecht der lidstaten, moet aldus worden uitgelegd dat een teken als „la Milla d’Oro”, dat verwijst naar de kenmerkende eigenschap van waren of diensten erin bestaande dat die waren of diensten, met een hoge waarde en kwaliteit, op eenzelfde plaats in overvloed kunnen worden aangetroffen, kan vallen buiten de kenmerkende eigenschappen waarvan het gebruik als merk een grond voor nietigheid in de zin van die bepaling zou vormen.

IEF 16932

Voor opzegging van exploitatieovereenkomst in beginsel wel een voldoende zwaarwegende grond nodig

Hoge Raad 7 jul 2017, IEF 16932; ECLI:NL:HR:2017:1270 (Nanada tegen Golden Earring), http://www.ie-forum.nl/artikelen/voor-opzegging-van-exploitatieovereenkomst-in-beginsel-wel-een-voldoende-zwaarwegende-grond-nodig

HR 7 juli 2017, IEF 16932 (Nanada tegen Golden Earring) Auteurscontractenrecht. Zie eerder IEF 11451, IEF 13004 en IEF 14826. Nanada vordert in het principaal beroep voor recht te verklaren dat de door verweerders ingeroepen buitengerechtelijke ontbinding van de met Nanada gesloten overeenkomsten en de ingeroepen beëindiging, rechtsgevolg missen dan wel nietig zijn en dat Nanada onverminderd beschikt over de overgedragen muziekuitgaverechten ter zake van de muziekwerken. Onderdeel III stelt dat het ongebrijpelijk is dat volgens het hof onvoldoende gronden aanwezig zijn om te oordelen dat opzegging van de overeenkomsten alleen mogelijk is indien voldoende zwaarwegende grond bestaat. Deze klacht slaagt nu volgesn vaste rechtspraak de eisen van r&b kunnen meebregen dat opzegging slechts mogelijk is indien daarvoor een voldoende zwaarwegende grond bestaat en het niet wenselijk wordt geacht dat exploitatiecontracten zonder meer opzegbaar zijn omdat dit, met het oog op de investeringen waartoe een exploitatnt zich t.b.v. het een werk verbindt, voor deze te veel rechtsonzekerheid zou meebrengen, hetgeen de bereidheid tot investeren en daarmee uiteindelijk ook de makers niet ten goede zou komen. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof Amsterdam en verwijst het geding naar het hof Den Haag ter verdere behandeling en beslissing.

IEF 16931

Geen verzet Service-Bund mogelijk nu 2e merk beschouwd wordt als gebruik van het 1e merk in afwijkende vorm

Rechtbank Oost-Brabant 5 jul 2017, IEF 16931; (Service-Bund tegen Rodeo Nederland Beheer), http://www.ie-forum.nl/artikelen/geen-verzet-service-bund-mogelijk-nu-2e-merk-beschouwd-wordt-als-gebruik-van-het-1e-merk-in-afwijken

Rechtbank Oost-Brabant 5 juli 2017, IEF 16931 (Service-Bund tegen Rodeo Nederland Beheer) Merkenrecht. SB is een verband van 30 middelgrote toeleveranciers van levensmiddelen voor de horeca. Houdster van het internationale woordmerk 'Rodeo'. Rodeo exploiteert een franchiseformule voor restaurants in Nederland en België en heeft in dit kader een Benelux woord- en beeldmerken 'Saloon Restaurant Rodeo' en 'Rodeo Latin American Grill Restaurant' gedeponeerd. Rodeo biedt daarnaast op haar menukaart verschillende gerechten aan onder de naam 'Rodeo' en heeft de website: www.restaurant-rodeo.nl. SB verzet zich niet tegen het gebruik van het 1e Rodeomerk. De rechtbank stelt dat haar merk in de Benelux in die periode heeft bloot gestaan aan vervallenverklaring waardoor verzet door SB ook niet mogelijk zou zijn geweest. Nu de meest dominante en onderscheidende bestanddelen (het woord 'Rodeo' en de afbeelding van de stier) aanwezig zijn in beide Rodeomerken, kan het 2e Rodeomerk worden beschouwd als gebruik van het 1e Rodeomerk in afwijkende vorm. Nu SB zich niet kan verzetten tegen het 1e Rodeomerk kan zij dit ook niet t.a.v. het 2e Rodeomerk. Verder ook geen sprake van verwarringsgevaar of inbreuk door gebruik van handelsnaam, domeinnaam en als teken voor vleesproducten. De rechtbank wijst de vorderingen af.

Leestip: r.o. 4.2 & 4.5.

IEF 16930

BAS KIST - VEEL VUNZIGE MERKEN

Juli 2017. De laatste drie weken is er bij het Amerikaanse merkenregister een opvallend groot aantal nieuwe aanvragen voor smerige en racistische merken binnengekomen. Cock Sucker, Nigger Please, Crackhead Jesus en Dicks by Mail, het zijn maar enkele voorbeelden.

SUPREME COURT
De oorzaak van deze golf aan schunnige aanvragen is een uitspraak van 19 juni in de zaak Matal v Tam, waarin de Supreme Court, de hoogste Amerikaanse rechter, heeft bepaald dat merken die kleinerend of vernederend zijn, niet meer geweigerd mogen worden. De kwestie voor de Supreme Court was aangespannen door Simon Tam, de voorman van de Aziatisch-Amerikaanse rockband The Slants.

THE SLANTS GEWEIGERD
Toen Tam in 2011 merkbescherming aanvroeg voor de bandnaam The Slants, werd de registratie door het Amerikaanse merkenbureau geweigerd. Volgens het merkenbureau heeft Slant een negatieve betekenis. Slant (scheef, steil) verwijst naar de stand van de ogen van mensen met een Aziatische afkomst en wordt vaak in spottende of beledigende zin gebruikt. Omdat de Amerikaanse merkenwet bepaalt dat een merk dat voor een bepaalde groep mensen kleinerend kan zijn niet geregistreerd mag worden, weigerde het bureau The Slants in te schrijven.

IN STRIJD MET GRONDWET
Tam ging in beroep en vervolgens begon een lange weg langs verschillende rechters. Hoewel hij in eerste instantie in het ongelijk werd gesteld, trok Tam uiteindelijk in juni van dit jaar in hoger beroep toch aan het langste eind. De Supreme Court stelt dat de 70 jaar oude bepaling in de merkenwet dat kleinerende of beledigende merken geweigerd moeten worden, in strijd is met de vrijheid van meningsuiting en daarmee met de Amerikaanse Grondwet.

OOK VOOR VUNZIGE MERKEN?
Hoewel de uitspraak in de Slants-zaak in principe alleen betrekking heeft op kleinerende (disparaging) merken, is de verwachting dat hij ook consequenties heeft voor beledigende of onfatsoenlijke merken. Dat verklaart de instroom van alle vunzigheid van de laatste weken.

REDSKINS NU WEL?
De zaak zal vermoedelijk ook een nieuwe wending geven aan het al jaren voortslepende conflict over de merknaam Redskins. Dit merk, dat is aangevraagd door het football-team de Washington Redskins, is ook geweigerd omdat het kleinerend en beledigend zou zijn. Op basis van The Slants-uitspraak zal de merkregistratie van Redskins nu vermoedelijk ook geaccepteerd moeten worden.

VUNZIGHEDEN ON HOLD
En ondertussen staat er bij het Amerikaanse merkenbureau nog een groot aantal aanvragen van het afgelopen jaar ‘on hold’, allemaal in afwachting van de uitspraak van de hoogste rechter in The Slants-zaak. Vermoedelijk zal het Amerikaanse merkenbureau nu ook deze aanvragen, van Camel Toe Camouflage tot Anal Overdose, opnieuw bekijken in het licht van de Slant-beslissing.

Onderstaande afbeelding: voorbeelden van merken die on hold staan / bron Ed Timberlake op Instagram

Dit artikel werd eerder gepubliceerd in de Volkskrant, 5 juli 2017.

IEF 16915

Ziggo mag vanaf augustus 2017 geen FOX Sports Channels meer verstrekken aan vroegere UPC klanten

Rechtbank Amsterdam 29 jun 2017, IEF 16915; ECLI:NL:RBAMS:2017:4634 (Ziggo c.s. tegen EMM en FOX), http://www.ie-forum.nl/artikelen/ziggo-mag-vanaf-augustus-2017-geen-fox-sports-channels-meer-verstrekken-aan-vroegere-upc-klanten

Vzr. Rechtbank Amsterdam 29 juni 2017, IEF 16915; IT 2312; ECLI:NL:RBAMS:2017:4634 (Ziggo c.s. tegen EMM en FOX). Distributieovereenkomst. Uitleg definitiebepalingen. Ziggo B.V. heeft een distributieovereenkomst gesloten met EMM en Fox. Ziggo B.V. heeft blijkens deze overeenkomst tot minimaal 31 juli 2020 het recht om het signaal voor de voetbalkanalen FOX Sports Eredivisie en Fox Sports Channels in heel Nederland te distribueren. Eind 2014 zijn Ziggo B.V. en Ziggo Services (het voormalige UPC Nederland) onderdeel van dezelfde onderneming geworden. Ziggo Services heeft een nieuwe distributieovereenkomst gesloten met EMM en Fox, die afloopt op 31 juli 2017. Geschil omtrent uitleg definitiebepaling. In kort geding vordert Ziggo c.s. FOX te gebieden tot nakoming van haar verplichting tot aanlevering van de signalen voor de FOX Sport Channels. Ziggo mag vanaf 1 augustus 2017 geen betaald voetbal, zoals aangeboden door FOX Sports, meer doorgeven aan zijn abonnees die vroeger klant waren van UPC. Het contract van het vroegere UPC met Fox Sports verloopt namelijk op 31 juli 2017. Gezien het commerciële belang van EMM en FOX mag geen ruime uitleg gegeven worden aan de definitiebepaling. Niet aannemelijk is dat Ziggo B.V. zal slagen in het leveren van tegenbewijs.

IEF 16923

Woordmerk 'drivewise' beschrijvend voor Allstate Insurance

Gerecht EU (voorheen GvEA) 5 jul 2017, IEF 16923; (Allstate tegen EUIPO), http://www.ie-forum.nl/artikelen/woordmerk-drivewise-beschrijvend-voor-allstate-insurance

Gerecht EU 5 juli 2017, IEF 16923; IEFbe 2239; ECLI:EU:T:2017:467; T‑3/16 (Allstate tegen EUIPO) Merkenrecht. Beschrijvend karakter. Allstate heeft het woordmerk 'DRIVEWISE' gedeponeerd bij het EUIPO. Dit werd afgewezen op de grond dat het beschrijvend was voor de ingeschreven goederen en diensten. Beroep bij EUIPO werd afgewezen. Allstate vordert vernietiging van dit vonnis. Het is algemeen bekend dat bepaalde bijwoorden en bijvoeglijk naamwoorden in het Engels worden gebruikt, bijvoorbeeld de uitdrukking 'drive safe' wat wordt gezien als equivalent van 'drive safely'. Hieruit volgt dat de term 'drivewise' met betrekking tot de betrokken goederen en diensten onmiddellijk door het relevante publiek kan worden begrepen als de grammaticale correcte uitdrukking 'drive safely'. Het beroep wordt verworpen.

IEF 16928

‘RECHTERS, STEL VRAGEN AAN EUROPEES HOF!’

Nederlandse rechters moeten meer prejudiciële vragen stellen aan het Europese Hof van Justitie. “Die dragen bij aan de ontwikkeling van het Unierecht in alle lidstaten van de Europese Unie,” zegt Sacha Prechal. De rechter van het Europese Hof van Justitie reageert daarmee op het vorige week gepresenteerde jaarverslag over 2016 van het Hof waaruit blijkt dat Nederland uit de top 3 is geduikeld van landen met de meeste prejudiciële verwijzingen. In 2015 was Nederland nog derde.

Nationale rechters kunnen een prejudiciële vraag aan het Europese Hof van Justitie stellen als ze duidelijkheid willen over de interpretatie van Unierecht of geldigheid van Europese maatregelen. In totaliteit nam het aantal prejudiciële verzoeken wel toe: van 537 in 2012 tot 575 in 2016.

De Nederlandse strafrechter en hoogleraar Europese rechtspleging Marc de Werd (Gerechtshof Amsterdam en Universiteit Maastricht) zegt dat vooral Nederlandse strafrechters een stap extra moeten zetten. “Ze zijn vaak huiverig om een vraag aan het Hof te stellen,” betoogt hij.

In 2015 stelden Nederlandse rechters nog 40 prejudiciële vragen aan het Hof, maar in 2016 gingen er nog maar 26 adviesvragen naar Luxemburg. Nederland laat daarmee Duitsland (84 vragen), Italië (62) en Spanje (47) voorgaan.

OP EIGEN HOUTJE
Een zorgwekkende ontwikkeling, vindt Prechal, zeker in het licht van de Nederlandse verwijzingspraktijk in de afgelopen jaren. “Prejudiciële vragen zijn voor ons de kans om opheldering te verschaffen over juridische onderwerpen. Als we over een onderwerp te weinig of geen vragen krijgen, bestaat het risico dat rechters op eigen houtje het Unierecht gaan uitleggen. Dus als je twijfelt: stel de vraag!”

Met een aantal maatregelen wil het Hof rechters ondersteunen bij het stellen van vragen aan Luxemburg. Op de website van het Hof staan aanbevelingen over hoe en in welke gevallen rechters kunnen verwijzen. “De tekst daarvan is in 2016 grondig herzien,” zegt Prechal. Verder wil het Hof alle prejudiciële verwijzingen publiceren op een website.

Ook start het Hof van Justitie met een afgeschermde website waarop rechters uit verschillende landen van gedachten kunnen wisselen. Onderzoeksnota’s van het hof Europeesrechtelijk interessante nationale uitspraken zullen daar worden bekendgemaakt. Prechal: “We hopen zo de interpretatie van EU-recht te vergemakkelijken.”

TIPS EN TRUCS
Marc de Werd, raadsheer bij het Gerechtshof in Amsterdam en hoogleraar Europees Recht aan de Universiteit van Maastricht betwijfelt of het zin heeft dat het Hof zijn aanbevelingen verduidelijkt. “Ik denk dat in Nederland wel duidelijk is hoe de procedure formeel in elkaar steekt,” meent hij. “Er zijn handleidingen beschikbaar met tips en trucs. Aan de informatie zal het niet liggen.”

Het plaatsen van onderzoeksnota’s is wel nuttig, denkt De Werd. “In de praktijk blijken rechters koudwatervrees te hebben voor het EU-recht. Tot voor kort kwamen ook lang niet alle rechters ermee in aanraking.”

Er is volgens De Werd binnen de Rechtspraak een tweedeling tussen players en repeatplayers: “Rechters in het vreemdelingenrecht, de internationale rechtshulpkamer, belastingrechters, de sociale zekerheid en bij het College voor Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) hebben veel met EU-recht te maken. Aan de andere kant is er een grote groep rechters in het strafrecht, bestuursrecht en het civiele recht die zelden een Europeesrechtelijke zaak zien, of deze niet als zodanig erkennen.”

Die laatsten zullen in hun carrière waarschijnlijk nooit een prejudiciële vraag stellen, vermoedt De Werd, en maken dus ook geen Europese vlieguren. “Die ene keer dat het EU-recht mogelijk een vraag aan Luxemburg rechtvaardigt, wordt dan gezien als een onevenredige tijdsinvestering. Reden te meer om in de rechtspraak ervoor te zorgen dat de toepassing van het EU-recht niet afhankelijk is van toevalstreffers of hobbyisme.”

Daarom pleit De Werd voor meer regie in het strafrecht. Hij constateert dat Nederlandse strafrechters vaak huiverig zijn om een vraag aan het Hof te stellen. Rechters zijn vooral bevreesd dat een procedure daardoor ernstige vertraging oploopt. “De Hoge Raad overwoog in 2015 zelfs dat prejudiciële vragen een doeltreffende en voortvarende strafrechtspleging ernstig kunnen belemmeren,” zegt De Werd. Hij wijst erop dat Nederlandse advocaten bij de Europese Commissie hebben geklaagd dat Nederlandse rechters te weinig verwijzen.

De Werd vindt dat Nederlandse strafrechters zeker de hand in eigen boezem moeten steken. “Wij moeten ons afvragen hoe wij onze verantwoordelijkheden onder het EU-recht beter vorm kunnen geven. We moeten voorkomen dat noodzakelijke prejudiciële vragen in het strafrecht als hete aardappels worden doorgeschoven van eerstelijns- naar appel- en cassatierechters.”

“De realiteit is dat wij als rechters ons nog weleens laten verrassen door ontwikkelingen in het Europese recht, ook als wij die kunnen zien aankomen,” meent De Werd. “In plaats van afwachten kunnen strafrechters ook proactief in beweging komen. Bijvoorbeeld door zaken actief te monitoren en een strategie en een taakverdeling tussen gerechten te bepalen.”

Nederlandse rechters moeten volgens De Werd nadenken over wat een goed moment is om uitleg te vragen aan het EHvJ en hoe de vraag moet worden geformuleerd om het benodigde antwoord te krijgen.

In 2016 behandelde het Hof 702 zaken. Daarvan gingen er 80 over intellectuele eigendom, 65 over vrijheid van verkeer en vestiging en 56 over mededinging en staatssteun. Nederland leverde in totaal 45 zaken. De meest spraakmakende daarvan was Sanoma/GeenStijl, over het hyperlinken naar naaktfoto’s van Britt Dekker.

In 2016 deed de instelling Hof van Justitie van de EU in totaal 1628 zaken af: 924 Gerecht 924 zaken en 702 bij het Hof van Justitie.

IEF 16927

Wie deze tekst vertaalt wordt aangeklaagd

6 juli 2017: In dezelfde periode waarin de streamboxjes met Kodi-addons zoals Exodus in de ban gingen, kwam ook een uitspraak van de rechter over de (il)legaliteit van ondertitelvertaalgroepen.

Juridische stalking door BREIN?
Eerder schreef ik al op deze site over een groep ondertitelaars voor het illegale filmcircuit die BREIN voor de rechter sleurde wegens, vrij vertaald, juridische stalking (brieven met  “stop en betaal maar 1500 euro, want anders”). Hoe durfde BREIN hun hobby af te nemen? Je mag ook niks meer in dit land!

Alle argumenten onderuit
Ik sprak daarbij de profetische woorden “vrij kansloze missie voor de ondertitelaars”. Af en toe is het goed om een realitycheck te doen en te kijken of je voorspelling is uitgekomen. De “ja maars” van de advocaat van de ondertitelaars hebben het niet gehaald. De groep gaf toe dat er auteursrecht op ondertitels zit (gelukkig maar, hoeven we het daar niet meer over te hebben). Enigszins merkwaardig was de stelling dat een vertaling een zelfstandig werk is. Umm ja, dus als ik een boek vertaal in het Nederlands en dat in Nederland uitgeef, heeft de schrijver daar niks over te zeggen? Toch ging de rechter er op in – hij moet wel – door eenvoudig te verwijzen naar de wet: je hebt als vertaler een auteursrecht op de vertaling, maar met je vertaling schendt je het auteursrecht op de ondertitel in de oorspronkelijke taal. Ook al kansloos: “ja maar vrijheid van meningsuiting”. Theoretisch kan een beroep op het auteursrecht het in een concreet geval afleggen tegen een grondrecht. De rechter hoeft die afweging echter pas te maken als degene die zich beroept op de vrijheid van meningsuiting concreet meldt hoezo in dit geval de vrijheid van meningsuiting voorrang zou hebben op het recht dat mensen van jouw intellectuele eigendom afblijven, en dit niet bij voorbaat onzin is. In “Ja maar ze vinden hun hobby zo leuk” (of wat er dan ook maar werd aangevoerd) zag de rechter in elk geval geen aanleiding om überhaupt maar aan die afweging te beginnen. “Ja maar de auteurswet is al 100 jaar oud en dit is een nieuwe techniek”: nee. Gewoon nee.

Vage sommatie onrechtmatig?
Verder klaagde de groep nog dat in de sommaties van Brein niet stond voor wie ze precies optraden, hoe ver hun volmacht reikte en welke auteursrechtelijk beschermde trekken allemaal waren overgenomen. Dat wilden ze onrechtmatig verklaard zien. Eh, nee. Als je een vage sommatie op je mat krijgt heb je de keuze om er al dan niet aan te voldoen. Onrechtmatig is het sturen van een vage sommatie niet. Als je echter direct gaat dagvaarden na zo’n vage sommatie zal dat wel zijn weerslag hebben in wie de proceskosten van BREIN moet betalen.

Column van Hub Dohmen.

IEF 16913

Woordmerk 'Resto box' afgewezen want beschrijvende diensten niet geweerd uit depot

Belgische gerechten 25 nov 2015, IEF 16913; (Atos Worldline tegen BBIE), http://www.ie-forum.nl/artikelen/woordmerk-resto-box-afgewezen-want-beschrijvende-diensten-niet-geweerd-uit-depot

Hof van beroep Brussel 25 november 2015, IEF 16913; IEFbe 2237 (Atos Worldline tegen BBIE) Merkenrecht. Atos heeft het woordmerk 'Resto Box' gedeponeerd. BBIE weigert het depot omdat het teken beschrijvend is. Het is samengesteld uit de gebruikelijke aanwijzing Resto (voor restaurant) en Box (Engels woord voor apparaat, mechanisme). Eiseres vordert een verklaring BBIE te bevelen om het woordmerk in te schrijven. Atos heeft tijdens de procedure niet voorgesteld om de waren en diensten waarvoor het teken beschrijvend is uit haar aanvraag te weren. Om deze reden heeft het BBIE de inschrijving terecht geweigerd.

IEF 16921

Deurklink van Gamet met fijne verticale groef erin is niet onderscheidend

Gerecht EU (voorheen GvEA) 5 jul 2017, IEF 16921; (Gamet tegen EUIPO), http://www.ie-forum.nl/artikelen/deurklink-van-gamet-met-fijne-verticale-groef-erin-is-niet-onderscheidend

Gerecht EU 5 juli 2017, IEF 16921; IEFbe 2238;  ECLI:EU:T:2017:466; T‑306/16 (Gamet tegen EUIPO) Modelrecht. Gamet heeft een registratie verkregen voor het model van een deurklink. Metal-Bud II heeft verzocht dit model nietig te verklaren wegens een eerder model genaamd 'DORA'. Dit werd afgewezen door de nietigheidsafdeling omdat eerdergenoemd model voldeed aan de vereisten van nieuwheid en individueel karakter. Het beroep bij de Derde Kamer van Beroep van EUIPO werd in stand gehouden en de uitspraak van de nietigheidsafdeling werd vernietigd. Gamet stelt dat de uitspraak van EUIPO moet worden vernietigd. Het Gerecht stelt dat er een grote mate van ontwerpvrijheid is bij het maken van deurklinken nu deze alle soorten kleuren, patronen, vormen en materialen kunnen bevatten. Daarnaast bestaat de verticale groef uit een fijne lijn die maar een klein gebied omvat en is het nogal een eenvoudige vorm van decoratie waarvan het onwaarschijnlijk is dat de geïnformeerde gebruiker dit zal opmerken. De algehele indruk is daarom identiek. Het beroep wordt verworpen.

IEF 16924

Verwarringsgevaar aangenomen tussen Raw Blue en RAW

Rechtbank Den Haag 5 jul 2017, IEF 16924; ECLI:NL:RBDHA:2017:7178 (G-Star c.s. tegen Topstreetwear c.s.), http://www.ie-forum.nl/artikelen/verwarringsgevaar-aangenomen-tussen-raw-blue-en-raw

Rechtbank Den Haag 5 juli 2017, IEF 16924; ECLI:NL:RBDHA:2017:7178 (G-Star c.s. tegen Topstreetwear c.s.) Merkenrecht. G-star roept Uniewoordmerk RAW in tegen het gebruik van RAW BLUE, een merk van kledingstukken die via de website van Topstreetwear verhandeld worden. RAW heeft als gevolg van intensief gebruik sterk onderscheidend vermogen verkregen. Nu er grote mate van overeenstemming bestaat tussen de gebruikte tekens en het feit dat ze gebruikt worden voor soortgelijke waren, wordt verwarringsgevaar vastgesteld door de rechtbank.

IEF 16925

Stichting de Thuiskopie heeft onvoldoende aangetoond dat geleverd is aan privégebruikers

Rechtbank Den Haag 5 jul 2017, IEF 16925; ECLI:NL:RBDHA:2017:7153 (Stichting De Thuiskopie tegen Imation Europe B.V.), http://www.ie-forum.nl/artikelen/stichting-de-thuiskopie-heeft-onvoldoende-aangetoond-dat-geleverd-is-aan-priv-gebruikers

Rechtbank Den Haag 5 juli 2017, IEF 16925; ECLI:NL:RBDHA:2017:7153 (Stichting De Thuiskopie tegen Imation Europe B.V.) Zie eerder IEF 13010, IEF 14984 en IEF 16637. Tussenvonnis. Imation betwist het gevorderde bedrag van €1.484.157,49 euro. Het bedrag dat Imation aan Stichting de Thuiskopie voor leveringen via het Consumer en het Commercial Channel gezamenlijk aan thuiskopievergoeding verschuldigd is, wordt vastgesteld op in totaal €406.932,48 euro, nu door Stichting de Thuiskopie onvoldoende is aangetoond dat uiteindelijk is geleverd aan privégebruikers. Of de vordering van Stichting de Thuiskopie toewijsbaar is tot dit bedrag, hangt af van de beoordeling van de overige verweren van Imation. De rechtbank houdt iedere beslissing aan in afwachting van de beantwoording door de Hoge Raad van de prejudiciële vragen die zijn gesteld.