Merkenrecht

IEF 16985

Flamma gel maakt inbreuk op het Uniemerk Flamigel

Belgische gerechten 27 mei 2016, IEF 16985; ( Flamigel), http://www.ie-forum.nl/artikelen/flamma-gel-maakt-inbreuk-op-het-uniemerk-flamigel

Rechtbank van Koophandel Brussel 27 mei 2016, IEF 16985; IEFbe 2270 (Flamigel) Merkenrecht. Eiser deponeerde het teken 'FLAMIGEL' als Uniemerk. Flamigel wordt gebruikt voor gels voor wondbehandeling. Verweerder heeft het merk 'FLAMMA GEL' gedeponeerd en verkregen, tevens voor de behandeling van wonden. Er is sprake van dezelfde waren en diensten, overeenstemming van het merk en het teken en verwarringsgevaar. Verweerder pleegt inbreuk op het Uniemerk 'Flamigel' door gebruik van 'Flamma gel'.

IEF 16979

Teken hoofdletter D van Sprinter is verwarringwekkend t.o.v. beeldmerk Diesel

Gerecht EU (voorheen GvEA) 20 jul 2017, IEF 16979; ECLI:EU:T:2017:536 (Diesel tegen EUIPO), http://www.ie-forum.nl/artikelen/teken-hoofdletter-d-van-sprinter-is-verwarringwekkend-t-o-v-beeldmerk-diesel

Het Gerecht EU 20 juli 2017, IEF 16979; IEFbe 2265; T-521/15; ECLI:EU:T:2017:536 (Diesel tegen EUIPO) Merkenrecht. Oppositie. Sprinter heeft een merkaanvraag ingediend voor een beeldteken, bestaande uit een hoofdletter D. Diesel heeft oppositie ingesteld. Dit werd afgewezen, waarop hoger beroep is ingesteld door Diesel. Het Gerecht stelt dat sprake is van soortgelijke tekens en verwarringsgevaar. De uitspraak van EUIPO moet worden vernietigd.

IEF 16978

Rechthoek met drie strepen in de kleuren geel, oranje en blauw is niet onderscheidend voor beeldmerk

Gerecht EU (voorheen GvEA) 20 jul 2017, IEF 16978; ECLI:EU:T:2017:537 (Basic Net tegen EUIPO), http://www.ie-forum.nl/artikelen/rechthoek-met-drie-strepen-in-de-kleuren-geel-oranje-en-blauw-is-niet-onderscheidend-voor-beeldmerk

Gerecht EU 20 juli 2017, IEF 16978; IEFbe 2264; ECLI:EU:T:2017:537; T‑612/15 (Basic Net tegen EUIPO) Merkenrecht. Beelteken. Basic Net heeft een merkaanvraag ingediend op een beeldteken van drie verticale strepen (geel-oranje-blauw). Dit werd afgewezen op grond van het gebrek aan onderscheidend vermogen. Basic Net heeft tevergeefs beroep ingesteld bij het EUIPO. Volgens vaste jurisprudentie is het niet waarschijnlijk dat een consument een eenvoudig geometrisch figuur zal herinneren, tenzij er onderscheidend vermogen is verkregen door gebruik. Zo ook hier niet. De drie kleuren zijn niet uniek voor het wekken van bepaalde gedachteassociaties of het genereren van gevoelens, waardoor ze niet in staat zijn om nauwkeurige informatie over te brengen. Daarnaast zijn dit veelgebruikte kleuren in reclame en marketing voor de aantrekkelijkheid van producten en diensten. Ook de kleuren hebben dus geen onderscheidend vermogen. Het Gerecht EU wijst het hoger beroep af.

IEF 16974

HvJ EU: naast elkaar in twee lidstaten bestaande merken scheppen geen precedent voor het ontbreken van verwarringsgevaar in de Unie

HvJ EU 20 jul 2017, IEF 16974; ECLI:EU:C:2017:571 (Ornua, The Irish Dairy Board tegen Tindale & Stanton), http://www.ie-forum.nl/artikelen/hvj-eu-naast-elkaar-in-twee-lidstaten-bestaande-merken-scheppen-geen-precedent-voor-het-ontbreken-va

HvJ EU 20 juli 2017, IEF 16974; IEFbe 2256; zaak C-93-16; ECLI:EU:C:2017:571 (Ornua, The Irish Dairy Board tegen Tindale & Stanton) Merkenrecht. Zie eerder [IEF 16685] en [IEF 15794]. Audiencia Provincial de Alicante heeft een prejudiciële vraag gesteld aan het HvJ EU, namelijk of het naast elkaar in twee lidstaten bestaande merken precedent schept voor het ontbreken van verwarringsgevaar in de gehele Unie?

Het HvJ EU verklaart voor recht:

1) Artikel 9, lid 1, onder b), van verordening (EG) nr. 207/2009 van de Raad van 26 februari 2009 inzake het [Unie]merk moet aldus worden uitgelegd dat op basis van het feit dat een Uniemerk en een nationaal merk in een deel van de Europese Unie vreedzaam co-existeren, niet kan worden geconcludeerd dat in een ander deel van de Unie, waar dit Uniemerk en het aan dit nationale merk gelijke teken niet vreedzaam co-existeren, geen gevaar voor verwarring van dit Uniemerk met dit teken bestaat.

2) Artikel 9, lid 1, onder b), van verordening nr. 207/2009 moet aldus worden uitgelegd dat de elementen die volgens de rechtbank voor het Uniemerk waarbij een vordering wegens inbreuk is ingesteld relevant zijn om te beoordelen of het de houder van een Uniemerk is toegestaan, het gebruik van een teken te verbieden in een deel van de Europese Unie waarop deze vordering geen betrekking heeft, door deze rechtbank in aanmerking kunnen worden genomen om te beoordelen of het deze houder is toegestaan het gebruik van dit teken te verbieden in het deel van de Unie waarop deze vordering betrekking heeft, mits de marktomstandigheden en de socioculturele omstandigheden in die beide delen van de Unie onderling niet duidelijk verschillen.

3) Artikel 9, lid 1, onder c), van verordening nr. 207/2009 moet aldus worden uitgelegd dat op basis van het feit dat een bekend Uniemerk en een teken in een deel van de Europese Unie vreedzaam co-existeren, niet kan worden geconcludeerd dat in een ander deel van de Unie, waar deze niet vreedzaam co-existeren, een geldige reden bestaat die het gebruik van dit teken rechtvaardigt.

IEF 16956

NBN heeft geldige reden voor gebruik van de term 'customer delight'

Belgische gerechten 27 jan 2016, IEF 16956; (Customer Delight), http://www.ie-forum.nl/artikelen/nbn-heeft-geldige-reden-voor-gebruik-van-de-term-customer-delight

Rb. van Koophandel Brussel 27 januari 2016, IEF 16956; IEFbe 2250 (Customer Delight) Merkenrecht. D-Sense is een vennootschap die onder meer tot doel heeft het verstrekken van studies, raadgevende en commerciële diensten inzake management, bedrijfsstrategieën, opleidingen, customer delight en klantentevredenheid. D-Sense is houder van het woordmerk "Customer Delight". Bij de aankondiging door NBN van een seminarie over customer delight, werd zij in gebreke gesteld en verzocht het gebruik van dit woordmerk te staken. D-Sense bewijst niet dat NBN het merk gebruikt voor de aanduiding van waren/diensten, maar louter een seminarie organiseert waarin een derde over dit onderwerp spreekt. Daarnaast wordt de term 'customer delight' slechts gebruikt ter beschrijving van het fenomeen van klantentevredenheid en daarmee de inhoud van de seminaries. Er is sprake van een geldige reden om gebruik te maken van de term 'customer delight'. De vordering van D-Sense is ongegrond.

IEF 16964

Door programmering Podium 0113 soortgelijkheid van diensten met Poppodium 013

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 20 jul 2017, IEF 16964; (Poppodium 013 tegen Podium 0113), http://www.ie-forum.nl/artikelen/door-programmering-podium-0113-soortgelijkheid-van-diensten-met-poppodium-013

Vzr. Rechtbank Zeeland-West-Brabant 20 juli 2017, IEF 16964 (Poppodium 013 tegen Podium 0113) Uitspraak uit de toekomst (20juli) Handelsnaamrecht. Merkenrecht. Poppodium 013 is exploitant van een poppodium in Tilburg, netnummer 013, en houdster van het Benelux woordmerk “013”. Podium 0113, het netnummer van Goes, start in 2017 met een poppodium in Goes. Poppodium 013 vordert staking merk- en handelsnaamrechtinbreuk. Merkinbreuk wordt aangenomen: “013” is niet uitsluitend beschrijvend. Sprake van soortgelijkheid van diensten. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is voldoende aannemelijk dat het publiek de programmering van Podium 0113 zal beschouwen als verwant met die van Poppodium 013, zodat aan het criterium van soortgelijkheid van diensten is voldaan. Vorderingen betreffende merk- en handelsnaamrechtinbreuk worden toegewezen. 

IEF 16963

Vermeende merk- en handelsnaaminbreuk Norah Plastics strandt op spoedeisend belang

Rechtbank Gelderland 10 jul 2017, IEF 16963; http://www.ie-forum.nl/artikelen/vermeende-merk-en-handelsnaaminbreuk-norah-plastics-strandt-op-spoedeisend-belang

Vzr. Rechtbank Gelderland 10 juli 2017, IEF 16963 (Norah tegen Engels) Handelsnaamrecht. Merkenrecht. Norah houdt zich bezig met de ontwikkeling en verkoop van kunststofproducten en is houdster van een aantal domein- en handelsnamen. In 2012 vindt een aandelenoverdracht aan Engels plaats en zij gaat vervolgens de domein- en handelsnamen voeren. Nadien registreren beide partijen ‘Norah’-gerelateerde merken. Norah vordert staking inbreuk handelsnaam- en merkrechtinbreuk. Discussie over vermeende inbreuken bestaat al sinds 2012. Onduidelijkheid over inhoudelijke kwesties nopen (mogelijk) tot nadere bewijslevering. Afwijzing vorderingen: geen spoedeisend belang. 

IEF 16942

Zipperformance teken stemt verwarringwekkend overeen met Uniemerk Ziptuning

Rechtbank Den Haag 11 jul 2017, IEF 16942; ECLI:NL:RBDHA:2017:7605 (ASD Holding c.s. tegen Heuvelhof c.s.), http://www.ie-forum.nl/artikelen/zipperformance-teken-stemt-verwarringwekkend-overeen-met-uniemerk-ziptuning

Vzr. Rechtbank Den Haag 11 juli 2017, IEF 16942; ECLI:NL:RBDHA:2017:7605 (ASD Holding c.s. tegen Heuvelhof c.s.) Uniemerk. Verwarringsgevaar. ASD Holding is houdster van Uniewoordmerk Ziptuning en houdt zich bezig met het ontwikkelen van maatwerksoftware voor voertuigen. Heuvelhof is opgericht door een oud-werknemer van ASD Holding en in dezelfde branche actief. ASD Holding vordert staking merkinbreuk met betrekking tot de tekens Ziptuning, Zipperformance en ZIP. In e-mail aan betrokkenen stond ‘ZIPtuning wordt ZIPperformance’. Dat wekt de onjuiste indruk dat Ziptuning van ASD Holding ophoudt te bestaan. Gebruikmaking van het teken Zipperformance kan verwarring opwekken bij het publiek. Dit gevaar wordt versterkt doordat het teken in de vorm van een logo is gebruikt door Heuvelhof c.s. Vorderingen worden toegewezen.