Octrooirecht

IEF 17630

AEBI Schmidt behield het spoedeisend belang

Hof Den Haag 23 mei 2017, IEF 17630; ECLI:NL:GHDHA:2017:4155 (Aebi Schmidt tegen Rasco), http://www.ie-forum.nl/artikelen/aebi-schmidt-behield-het-spoedeisend-belang

Hof Den Haag 23 mei 2017, IEF 17630; ECLI:NL:GHDHA:2017:4155 (Aebi Schmidt tegen Rasco) Spoedeisend belang. Octrooirecht. Aebi Schmidt is houdster van EP0995838 voor een 'vrachtwagen met een daarop afneembaar opgebouwd opzetwerktuig'. Rasco houdt zich bezig met verhandeling van wintermachines voor wegbeheer. Op de Reinigingsdemodagen in Lelystad is een vrachtwagen met een onder de beschermingsomvang van EP 838 vallend opzetstrooiwerktuig getoond. Na aanbesteding en na de schouw van werktuigen, werd de aanbesteding ingetrokken, en kwam de concrete dreiging van inbreuk door geïntimeerde te vervallen. Aebi hoefde niet af te leiden dat geïntimeerden op de markt zou komen met haar inbreukmakende werktuigen. Aebi kon onder de hiervoor weergegeven omstandigheden, waarbij slechts twee eerdere aanbiedingen en geen leveringen hebben plaatsgevonden en geïntimeerden na sommatie steeds feitelijk ieder inbreukmakend handelen heeft gestaakt, niet het verwijt worden gemaakt dat zij onvoldoende voortvarend heeft opgetreden in de periode tot medio 2015. Zij behield daarom spoedeisend belang bij een voorlopige maatregel toen medio 2015 duidelijk werd dat geïntimeerden daadwerkelijk en niettegenstaande EP 838 met inbreukmakende werktuigen in Nederland op de markt zou gaan komen. Het Hof vernietigt het vonnis [IEF 15301].

IEF 17618

Niet in strijd met de op haar rustende ‘artikel 6:2 lid 1’-verplichting om een concreet product van een variant te verlangen na inbreukvonnis

Hof Den Haag 14 nov 2017, IEF 17618; ECLI:NL:GHDHA:2017:4156 (Ruby Decor-Aparto tegen Basic Holdings), http://www.ie-forum.nl/artikelen/niet-in-strijd-met-de-op-haar-rustende-artikel-6-2-lid-1-verplichting-om-een-concreet-product-van-ee
sfeerhaarden varianten

Hof Den Haag 14 november 2017, IEF 17618; ECLI:NL:GHDHA:2017:4156 (Ruby Decor-Aparto tegen Basic Holdings) Octrooirecht. Executie. In de kern gaat het onderhavige geschil over de vraag of Basic Holdings gehouden was de vraag van Ruby Decor, of Basic Holdings van mening was dat Ruby Decor dwangsommen zou verbeuren uit hoofde van Vonnis I indien zij met een sfeerhaard conform Variant 1, 2 of 3 op de markt zou komen, te beantwoorden. De op grond van artikel 6:2 BW door de redelijkheid en billijkheid beheerste rechtsverhouding tussen partijen die ontstaat na betekening van een vonnis waarin een inbreukverbod is opgelegd, is beperkt tot de reikwijdte van dat verbod. Ruby Decor heeft aan Basic Holdings voorgelegd of de Varianten 1, 2 of 3 volgens Basic Holdings onder de reikwijdte van het opgelegde inbreukverbod vielen, maar er waren slechts een beperkt aantal (één per variant) zeer abstracte tekeningen gevoegd. BH heeft on concreet product gevraagd, maar niet ontvangen. De grieven die erop zijn gebaseerd dat de voorzieningenrechter heeft miskend dat Basic Holdings ongerechtvaardigd heeft geweigerd duidelijkheid te verschaffen over de te innen dwangsommen voor Varianten 1, 2 of 3 dwangsommen zou innen, slagen niet.

IEF 17615

Fulvestrant formulation-octrooien toch niet inventief

Rechtbank Den Haag 11 apr 2018, IEF 17615; ECLI:NL:RBDHA:2018:4127 (Sandoz tegen Astrazeneca), http://www.ie-forum.nl/artikelen/fulvestrant-formulation-octrooien-toch-niet-inventief

Rechtbank Den Haag 11 april 2018, IEF 17615; LS&R 1593; ECLI:NL:RBDHA:2018:4127 (Sandoz tegen Astrazeneca) Octrooirecht. AstraZeneca is houdster van EP 1 250 138 B2 en EP 2 266 573 die behoren tot de octrooifamilie "Fulvestrant formulation" en een preparaat NL 1 1017 075 C2. Anders dan de rechtbank met een inbreukverbod en gebod tot verwijdering uit de G-standaard [IEF 16152] en door het Hof bekrachtigd [IEF 17231]), oordeelt de bodemrechter dat deze octrooien niet inventief zijn. Vakman zou op zoek gaan naar formulering waarvan hij weet dat klinische tests goede resultaten gaven, zou tweede document vinden en met redelijke verwachting van succes formulering daar genoemd testen. De rechtbank vernietigt het Nederlandse deel van het Europese octrooi EP 138 en EP 573 en verklaart voor recht dat het Nederlandse octrooi NL 075 sinds 11 februari 2015 niet de in de artikelen 53, 53a, 71 en 73 ROW bedoelde rechtsgevolgen heeft.

IEF 17591

Het nat verpakken en de niet-gasdoorlatende verpakking dragen gezamenlijk bij aan de oplossing van hetzelfde probleem

Hof Den Haag 27 mrt 2018, IEF 17591; ECLI:NL:GHDHA:2018:513 (Coloplast tegen Medical4You), http://www.ie-forum.nl/artikelen/het-nat-verpakken-en-de-niet-gasdoorlatende-verpakking-dragen-gezamenlijk-bij-aan-de-oplossing-van-h

Hof Den Haag 27 maart 2018, IEF 17591; LS&R 1589; ECLI:NL:GHDHA:2018:513 (Coloplast tegen Medical4You) Coloplast is houdster van EP1145729B1 voor een gebruiksklaar urinekathetersamenstel (dochter van EP398). EP729 is gewijzigd in stand gelaten bij de EOB oppositiedivisie, maar in beroep bij de TKB zijn het (ook in de Nederlandse procedure voorliggende) hoofd- en hulpverzoek herroepen [zie eerder IEF 16484]. Het Hof komt tot een ander oordeel over de geldigheid van de aangepaste conclusies van EP729 dan de TKB. De TKB achtte het nat verpakken van een van coating voorziene katheter inventief aangezien D1 juist het gebruik van een hydrofiele coating afraadt. Zoals Medical4You terecht stelt: "Eenmaal op het spoor van het 'nat verpakken' is het vervolgens een one way street om te kiezen voor een dampdichte (gas impermeable) verpakking". Conclusie 1, alsmede de volgconclusies 2 t/m 6 en 11 van het octrooi - waarvan Coloplast niet heeft onderbouwd waarin de inventiviteit daarvan gelegen zou zijn, ontberen inventiviteit.

IEF 17551

Uitvinding behandeling seksuele disfunctie voor de vakman niet meer dan het uitlopen van een 'one-way-street'

Rechtbank Den Haag 14 mrt 2018, IEF 17551; ECLI:NL:RBDHA:2018:2668 (Teva tegen Icos), http://www.ie-forum.nl/artikelen/uitvinding-behandeling-seksuele-disfunctie-voor-de-vakman-niet-meer-dan-het-uitlopen-van-een-one-way

Rechtbank Den Haag 14 maart 2018, IEF 17551, ECLI:NL:RBDHA:2018:2668 (Teva tegen Icos) Octrooirecht. VRO-bodemzaak. Icos is houdster van EP 1 173 181 B3 met de titel Compositions comprising phosphodiesterase inhibitors for the treatment of sexual disfunction. In een kort geding, aanhangig gemaakt tegen Teva, heeft de voorzieningenrechter de vordering tot inbreukverbod van Icos afgewezen [IEF 17330]. In de bodemzaak vordert Teva met succes vernietiging van het Nederlands deel van EP 181 wegens gebrek aan inventiviteit. De uitvinding vloeit voor de vakman op voor de hand liggende wijze voort uit de stand van de techniek. Het is voor de vakman niet meer dan het uitlopen van een 'one-way-street'. Het Nederlandse deel van EP 181 wordt vernietigd wegens een gebrek aan inventiviteit.

IEF 17531

Octrooirechtvorderingen Ono zien enkel op acties die in het buitenland moeten worden ondernomen

Rechtbank Den Haag 27 feb 2018, IEF 17531; ECLI:NL:RBDHA:2018:2284 (Ono Pharmaceutical tegen Pfizer), http://www.ie-forum.nl/artikelen/octrooirechtvorderingen-ono-zien-enkel-op-acties-die-in-het-buitenland-moeten-worden-ondernomen

Vzr. Rechtbank Den Haag 27 februari 2018, IEF 17530; LS&R 1581; ECLI:NL:RBDHA:2018:2284 (Ono Pharmaceutical tegen Pfizer) Octrooirecht. Geneesmiddel. Procesrecht. Ono heeft een Europese octrooiaanvrage gedaan bij het EOB voor EP 517 met als titel 'Immunopotentiating compositions comprising anti-PD-L1 antibodies’. Pfizer heeft bij het Verwaltungsgericht München met betrekking tot EP 517 een opeisingsprocedure aanhangig gemaakt strekkende tot het verkrijgen van mede-eigendom en wordt de verleningsprocedure van EP 517 door het EOB geschorst. Ono vordert de rechtbank Pfizer te bevelen aan het EOB mee te delen dat de verleningsprocedure dient te worden hervat en de opeisingsprocedure in München in te trekken. De rechtbank verklaart zich onbevoegd tot kennisname van de vorderingen van Ono, omdat de vorderingen enkel zien op acties die in het buitenland moeten worden ondernomen.

IEF 17518

Octrooi Biogen voor gebruik rituximab bij chronic lymphocytic leukemia vernietigd wegens gebrek aan inventiviteit

Rechtbank Den Haag 21 feb 2018, IEF 17518; ECLI:NL:RBDHA:2018:1704 (Celltrion tegen Biogen), http://www.ie-forum.nl/artikelen/octrooi-biogen-voor-gebruik-rituximab-bij-chronic-lymphocytic-leukemia-vernietigd-wegens-gebrek-aan

Rechtbank Den Haag 21 februari 2018, IEF 17518; LS&R 1578; ECLI:NL:RBDHA:2018:1704 (Celltrion tegen Biogen) Octrooirecht. Biogen is een Amerikaans (bio)farmaceutisch bedrijf en houdster van EP 2 055 313 voor een 'Treatment of hematologic malignancies associated with circulating tumor cells using chimeric anti-CD20 antibody'. Celltrion vordert vernietiging van het Nederlandse deel het octrooi wegens gebrek aan inventiviteit. Biogen stelt dat er bepaalde 'pointers-away' zijn die de vakman zouden afhouden van het onderzoeken van het gebruik van rituximab bij CLL-patiënten in een hogere dosering dan 375 mglm2. Haar argumenten zijn onvoldoende onderbouwd. Dit betekent dat conclusies 1 en 3 van het hulpverzoek nietig zijn wegens gebrek aan inventiviteit en het octrooi niet door dit hulpverzoek kan worden gered. Het Nederlandse deel van het octrooi wordt vernietigd.

IEF 17517

VG Colours mag zich uitlaten over nietigheidsverweren ten aanzien van gewijzigde werkwijzeconclusie

Rechtbank Den Haag 21 feb 2018, IEF 17517; (HE Licenties tegen VG Colours), http://www.ie-forum.nl/artikelen/vg-colours-mag-zich-uitlaten-over-nietigheidsverweren-ten-aanzien-van-gewijzigde-werkwijzeconclusie

Rechtbank Den Haag 21 februari 2018, IEF 17516; ECLI:NL:RBDHA:2018:1977 (HE Licenties tegen VG Colours) Octrooirecht. Zie eerder IEF 15239. Hanson heeft gedeeltelijk afstand gedaan van het octrooi, in die zin dat hoofdconclusies 1 en 11 niet langer zien op planten in het algemeen, maar zijn beperkt tot planten die behoren tot de orchideeënfamilie. De gewijzigde tekst van het octrooi, zoals deze luidt na gedeeltelijke afstand, geldt als uitgangspunt bij de beoordeling. De vorderingen van HE Licenties worden afgewezen voor zover zij zien op inbreuk op de werkwijze-conclusies 1 tot en met 3, 5, 6 en 10 . Ten aanzien van voortbrengsel-conclusie 11, wordt VG Colours in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over nadere nietigheidsverweren ten aanzien van de wijziging in de tekst van conclusie 11. HE Licenties kan daarna een antwoord-akte nemen. VG Colours wordt daarnaast bevolen om bepaalde bewijsstukken in het geding te brengen.