Modellenrecht

IEF 17281

Blijk geven van professioneel gebruik bij toestaan van behangdessin door fotograaf, is geen afstand doen van recht

15 nov 2017, IEF 17281; (Cashman tegen Marc Cain), http://www.ie-forum.nl/artikelen/blijk-geven-van-professioneel-gebruik-bij-toestaan-van-behangdessin-door-fotograaf-is-geen-afstand-d
Cashman Marc Cain behangdessin

Rechtbank Den Haag 15 november 2017, IEF 17281 (Cashman tegen Marc Cain GmbH) Modellenrecht. Auteursrecht. Schadeberekening. Cashman ontwerpt bloemendessins voor papier- en kledingsindustrie, waaronder het behang Dark Floral II. Fotograaf voor de reclamecampagne van Marc Cain heeft behang gekocht en verzocht om een factuur, in reactie daarop is geantwoord dat Cashman uitkijkt naar het gebruik van het behangdessin 'in any of your work'. Op de kaft van de catalogus, op foto's, in de tv-commercial en op Facebook en de website is het dessin terug te zien. Partijen onderhandelen en Marc Cain heeft bij elke afbeelding een link naar de ontwerpster geplaatst. Dat het behangdessin aansluit bij een klassiek motief dat reeds door schilders in de Gouden Eeuw werden gebruikt, leidt niet tot een ander oordeel dat er geen auteursrecht op zou gelden. Uit de mail blijkt dat Cashman rekening hield met gebruik voor professionele doeleinden, maar niet wat de aard en omvang daarvan zou zijn, laat staan dat zij daarmee afstand deed van enig door haar in te roepen recht. Over betaling van vergoeding is geen akkoord bereikt. Van de 207 winkel wereldwijd zijn er 11 winkels (5,3%) in Nederland. Over een bedrag van €35.000 dat gevraagd zou worden voor de gehele reclamecampagne is dat €1.860,00. En wegens het ontbreken van de naamsvermelding gedurende een periode: €650 euro, in totaal €2.510,00.

IEF 17192

Conclusie AG: Bescherming gemeenschapsmodel centreerpennen uitgesloten als uiterlijke kenmerken zijn gekozen met het oog op technische functie

HvJ EU 19 okt 2017, IEF 17192; ECLI:EU:C:2017:779 (Doceram tegen CeramTec), http://www.ie-forum.nl/artikelen/conclusie-ag-bescherming-gemeenschapsmodel-centreerpennen-uitgesloten-als-uiterlijke-kenmerken-zijn

Conclusie AG HvJ EU 19 oktober 2017, IEF 17192; IEFbe 2385; ECLI:EU:C:2017:779; C-395/16 (Doceram tegen CeramTec). Modellenrecht. Docecream is houdster van diverse gemeenschapsmodellen die centreerpennen beschermen in drie verschillende geometrische vormen. Docecream stelt nietigverklaring van de soortgelijke modellen van Ceramtec omdat de bekendgemaakte uiterlijke kenmerken van de producten uitsluitend door de technische functie worden bepaald. Relevant is of er sprake is van technische bepaaldheid die bescherming in de zin van artikel 8.1 van Vo. 6/2002 uitsluit wanneer de (technische) functionaliteit de enige factor is die het design bepaalt. De Duitse rechter vraagt zich af of de bescherming zich al dan niet dient uit te strekken tot onderdelen die onzichtbaar zijn wanneer eenmaal op hun plaats zijn aangebracht. 

Conclusie AG:

1)      Artikel 8, lid 1, van verordening (EG) nr. 6/2002 van de Raad van 12 december 2001 betreffende gemeenschapsmodellen moet aldus worden uitgelegd dat de door genoemde verordening geboden bescherming is uitgesloten indien de uiterlijke kenmerken van het aan de orde zijnde voortbrengsel uitsluitend zijn gekozen met het doel dat dat voortbrengsel kan voldoen aan een gegeven technische functie, dus zonder enige creatieve bijdrage van de ontwerper ervan; het feit dat er mogelijk andere vormen bestaan waarmee hetzelfde technische resultaat kan worden bereikt, is dienaangaande op zichzelf niet beslissend.
2)      Teneinde te bepalen of de uiterlijke kenmerken van een voortbrengsel zijn gekozen op grond van overwegingen die uitsluitend verband houden met de technische functie van een voortbrengsel, in de zin van genoemd artikel 8, lid 1, moet de aangezochte rechter een objectief oordeel vellen, door gebruik te maken van zijn eigen beoordelingsbevoegdheid, rekening houdend met alle relevante omstandigheden van het concrete geval.

IEF 17138

Conclusie AG: Autovelgen zijn 'onderdeel van samengesteld voortbrengsel' die voor normaal gebruik nodig en zichtbaar zijn

HvJ EU 28 sep 2017, IEF 17138; ECLI:EU:C:2017:730 (Acacia tegen Fallimento Pneusgarda), http://www.ie-forum.nl/artikelen/conclusie-ag-autovelgen-zijn-onderdeel-van-samengesteld-voortbrengsel-die-voor-normaal-gebruik-nodig

Conclusie AG HvJ EU 28 september 2017, IEF 17138; IEFbe; 2354; ECLI:EU:C:2017:730; C-397/16; C-435/16 (Acacia tegen Audi en Fallimento Pneusgarda) Modelrecht. Audi en Pneusgara zijn houder van het gemeenschapsmodel voor lichtmetalen wielvelgen voor Audi's. Audi vordert dat Acacia stopt met de invoer, productie of verkoop van haar replicavelgen. Sluiten de beginselen van het vrije verkeer van goederen de wettelijke interpretatie (die een reparatieclausule bevat die uitsluitend uit replica wielen die esthetisch identiek aan origineel wielen zijn), met het oog op de reparatie van dit samengestelde voortbrengsel en het herstel van zijn oorspronkelijke vorm, uit? Conclusie AG:

1)      Artikel 110, lid 1, van [GemModVo] moet aldus worden uitgelegd dat het begrip ‚onderdeel van een samengesteld voortbrengsel’ niet is beperkt tot onderdelen waarvan de vorm afhankelijk is van de uiterlijke kenmerken van het samengestelde voortbrengsel, maar betrekking heeft op elk product dat in een ander product, dat als ‚samengesteld voortbrengsel’ wordt aangemerkt, is verwerkt, dat eruit kan worden gehaald en vervangen, dat nodig is voor een normaal gebruik van het samengestelde voortbrengsel en dat bij een normaal gebruik van dit samengestelde voortbrengsel zichtbaar blijft.

IEF 17133

HvJ EU: Afbeelden van game console bij het aanbieden van accessoires is toegestaan

HvJ EU 27 sep 2017, IEF 17133; ECLI:EU:C:2017:724 (Nintendo-afstandbediening), http://www.ie-forum.nl/artikelen/hvj-eu-afbeelden-van-game-console-bij-het-aanbieden-van-accessoires-is-toegestaan

HvJ EU 27 september 2017, C-24/16 en C-25/16, ECLI:EU:C:2017:724; IEF 17133; IEFbe 2351; IT 2352 (Nintendo tegen BigBen) Jurisdictie. Modelrecht. Via een website worden afstandsbedieningen voor game consoles aangeboden met daarbij een afbeelding van een game console waarop modelrechten gelden. HvJ EU antwoordt (FR/DUI), kort gezegd, dat artikel 20 lid 1 onder c GemModVo zo moet worden uitgelegd dat een derde die zonder toestemming van de Gemeenschapsmodelgerechtigde bij rechtmatig voeren van een bedrijf in accessoires die toebehoren aan waren van de modelrechthouder om de toepassing van die waren toe te lichten middel het plaatsen van een afbeelding op de website of daartoe te citeren dat dat toelaatbaar is.

1)      Verordening (EG) nr. 6/2002 van de Raad van 12 december 2001 betreffende gemeenschapsmodellen, gelezen in samenhang met artikel 6, punt 1, van verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, moet aldus worden uitgelegd dat in omstandigheden als die van de hoofdgedingen, waarin de internationale bevoegdheid van een rechtbank voor het gemeenschapsmodel waarbij een vordering wegens inbreuk aanhangig is gemaakt, ten aanzien van een eerste verweerder is gebaseerd op artikel 82, lid 1, van verordening nr. 6/2002 en ten aanzien van een in een andere lidstaat gevestigde tweede verweerder op dat artikel 6, punt 1, gelezen in samenhang met artikel 79, lid 1, van verordening nr. 6/2002, omdat deze tweede verweerder producten vervaardigt en levert aan de eerste verweerder die deze verkoopt, deze rechtbank op verzoek van de verzoekende partij ten aanzien van de tweede verweerder maatregelen overeenkomstig artikel 89, lid 1, en artikel 88, lid 2, van verordening nr. 6/2002 kan gelasten die ook betrekking hebben op gedragingen van deze tweede verweerder die geen verband houden met bovengenoemde toeleveringsketen en die gelden voor de gehele Europese Unie.

2)      Artikel 20, lid 1, onder c), van verordening nr. 6/2002 moet aldus worden uitgelegd dat een derde die, zonder toestemming van de houder van de aan een gemeenschapsmodel verbonden rechten, onder meer via zijn website gebruikmaakt van afbeeldingen van producten die overeenstemmen met dergelijke modellen in het kader van de rechtmatige verkoop van producten die bestemd zijn voor gebruik als accessoires voor specifieke producten van de houder van de aan deze modellen verbonden rechten, teneinde het gezamenlijke gebruik van de aldus verkochte producten en de specifieke producten van de houder van die rechten uit te leggen en te tonen, een handeling bestaande in de reproductie ter „illustratie” in de zin van dat artikel 20, lid 1, onder c), verricht, zodat een dergelijke handeling krachtens deze bepaling toegestaan is voor zover is voldaan aan de daarin gestelde cumulatieve voorwaarden, hetgeen de nationale rechter dient na te gaan.

3)      Artikel 8, lid 2, van verordening (EG) nr. 864/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen („Rome II”) moet aldus worden uitgelegd dat het begrip „land waar de inbreuk is gepleegd” in de zin van die bepaling ziet op het land van de plaats waar de schadeveroorzakende gebeurtenis zich heeft voorgedaan. In omstandigheden waarin eenzelfde verweerder verschillende inbreukmakende handelingen worden verweten die in verschillende lidstaten zijn verricht, dient voor de vaststelling van de schadeveroorzakende gebeurtenis niet te worden gerefereerd aan elke verweten inbreukmakende handeling, maar dient het gedrag van die verweerder in zijn totaliteit te worden beoordeeld teneinde de plaats vast te stellen waar de oorspronkelijke inbreukmakende handeling die ten grondslag ligt aan het verweten gedrag, door die verweerder is verricht of dreigt te worden verricht.

IEF 17130

Onjuiste rechtsopvatting dat de geïnformeerde gebruiker bekend moet zijn met voortbrengsel waarin het oudere model is verwerkt

HvJ EU 21 sep 2017, IEF 17130; ECLI:EU:C:2017:720 (Easy Sanitary Solutions tegen Group Nivelles), http://www.ie-forum.nl/artikelen/onjuiste-rechtsopvatting-dat-de-ge-nformeerde-gebruiker-bekend-moet-zijn-met-voortbrengsel-waarin-he

HvJ EU 21 september 2017, IEF 17130; ECLI:EU:C:2017:720; C-361/15 (Easy Sanitary Solutions tegen Group Nivelles) Modellenrecht. ESS heeft het gemeenschapsmodel 000107834‑0025 ingeschreven als een douchegoot. De Nietigheidsafdeling heeft dit model vernietigd wegens niet-nieuwheid. De Derde Kamer van Beroep [IEF 12209] vernietigd dit oordeel omdat de aanvrage geen aanwijzing bevat of het model een onderdeel van een samengesteld voortbrengsel is. Zij oordeelt dat het model nieuw is ten opzichte van het vormgevingserfgoed. Deze uitspraak wordt door het Gerecht in stand gehouden. Bij het onderzoek van het eigen karakter van een model wordt de voorwaarde opgelegd dat het oudere model ter kennis is genomen van de geïnformeerde gebruiker van het betwiste model. Het Hof oordeelt dat dit niet uit artikel 7 lid 1 van Verordening 6/2002 volgt; op die manier wordt het bewijs verlangd van 2 openbaarmakingen, jegens het publiek van de 'ingewijden in de betrokken sector' en de gebruikers van het type voortbrengsel waarop het model betrekking heeft. Het Gerecht heeft blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting om te eisen dat de geïnformeerde gebruiker van het betwiste model bekend is met het voortbrengsel waarin het oudere model is verwerkt. 

IEF 17111

Geen inbreuk model- en auteursrechten: alle elementen Bunch O Balloons technisch bepaald

Rechtbank Den Haag 15 sep 2017, IEF 17111; ECLI:NL:RBDHA:2017:10588 (Toi-Toys tegen Tinnus Enterprises), http://www.ie-forum.nl/artikelen/geen-inbreuk-model-en-auteursrechten-alle-elementen-bunch-o-balloons-technisch-bepaald

Vzr. Rechtbank Den Haag 15 september 2017, IEF 17111; ECLI:NL:RBDHA:2017:10588 (Toi-Toys tegen Tinnus Enterprises) Van het assortiment van Toi-Toys maakt het product 'Water Bombs' deel uit. Tinnus is houdster van Gemeenschapsmodellen 0001-0010 betreffende een 'Fluid distribution equipment', en heeft het product 'Bunch O Balloons' ontwikkeld. Toi-Toys vordert dat Tinnus zich onmiddellijk onthoudt van iedere mededeling aan derden dat de Water Bombs inbreuk maken op de intellectuele eigendomsrechten van Tinnus. De voorzieningenrechter acht de vormgeving van de waterballonnen en de rietjes en het gebruik van de elastiekjes technisch bepaald. Model 0001 wordt nietig verklaard. De technische bepaaldheid wordt onderstreept door de ingediende octrooiaanvraag met een grotendeels op dezelfde wijze vormgegeven voortbrengsel. Met betrekking tot het auteursrecht geldt eveneens de techniekrestrictie: op de Bunch O Balloons rust daarom geen auteursrecht. Nu alle elementen van de Bunch O Balloons technisch bepaald zijn, is het Toi-Toys toegestaan deze in haar Water Bombs over te nemen: van slaafse nabootsing is daarom geen sprake. Toi-Toys maakt geen inbreuk op de gestelde model- en auteursrechten van Tinnus.

IEF 17110

Wapperverbod op één lijn met een vordering als bedoeld in art. 81b GModVo en art. 3 Uitvoeringswet

Rechtbank Amsterdam 15 sep 2017, IEF 17110; (Toi-Toys tegen Tinnus Enterprises), http://www.ie-forum.nl/artikelen/wapperverbod-op-n-lijn-met-een-vordering-als-bedoeld-in-art-81b-gmodvo-en-art-3-uitvoeringswet

Vzr. Rechtbank Amsterdam 15 september 2017, IEF (Toi-Toys tegen Tinnus Enterprises) Verwijzingsvonnis. Van het assortiment van Toi-Toys maakt het product 'Water Bombs' deel uit. Tinnus is houdster van Gemeenschapsmodellen betreffende een 'Fluid distribution equipment', en heeft het product 'Bunch O Balloons' ontwikkeld. Toi-Toys vordert in de hoofdzaak dat Tinnus zich onmiddellijk onthoudt van iedere mededeling aan derden dat de Water Bombs inbreuk maken op de intellectuele eigendomsrechten van Tinnus. Uit art. 3 Uitvoeringswet volgt dat alle vorderingen in kort geding ingevolge art. 81 GModVo tot de exclusieve bevoegdheid van de Haagse voorzieningenrechter behoren, zowel EU wijd als nationaal. De voorzieningenrechter stelt een wapperverbod op één lijn met een vordering als bedoel in art. 81b GModVo en art. 3 Uitvoeringswet. De voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd en verwijst de zaak naar de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag. 

IEF 17108

Nietigheidsaanvraag LAMZAC afgewezen: modelregistratie niet technisch bepaald

EUIPO - OHIM 14 sep 2017, IEF 17108; (Hirams Trade GmbH tegen Fatboy the Original), http://www.ie-forum.nl/artikelen/nietigheidsaanvraag-lamzac-afgewezen-modelregistratie-niet-technisch-bepaald

EUIPO invalidity division 14 september 2017, IEF 17108; IEFbe 2344 (Hirams Trade tegen Fatboy the Original) Modellenrecht. Fatboy the Original heeft een Gemeenschapsmodel voor een 'chaisse longue': De LAMZAC is een middels 'luchtscheppen' te vullen ligzak. De nietigheidsactie is ingesteld door Hirams Trade GmbH nadat Fatboy deze partij (in Duitsland) in rechte had aangesproken voor de verhandeling van de aan de LAMZAC (vrijwel) identieke LayBag. Het EUIPO wijst de nietigheidsaanvraag af. Het EUIPO oordeelt dat de modelregistratie voor de Lamzac niet technisch is bepaald. De Cozy Canoe en de Sensory Pea Pod doen geen afbreuk aan de nieuwheid en het eigen karakter van de registratie van Fatboy.