Modellenrecht

IEF 17441

Alle kenmerken van model wall washer zijn uitsluitend technisch bepaald

Rechtbank Den Haag 17 jan 2018, IEF 17441; (SGM tegen CLF c.s.), http://www.ie-forum.nl/artikelen/alle-kenmerken-van-model-wall-washer-zijn-uitsluitend-technisch-bepaald

Rechtbank Den Haag 17 januari 2018, IEF 17441 (SGM tegen CLF c.s.) Modellenrecht. SGM is houdster van een serie gemeenschapsmodellen voor toneelverlichting. CLF vervaardigt de wallwasher CLF Ares. Een wall washer dient om een zo groot mogelijk oppervlak zo egaal mogelijk uit te lichten. Alle door SGM als relevant voor de modelrechtelijke bescherming beschouwde uiterlijke kenmerken worden geacht uitsluitend door hun technische functie te zijn bepaald. Dit maakt het haar modellen eigen karakter ontberen; deze zijn nietig en moeten worden doorgehaald.

4.12 (...) Gelet op dit alles gaat de rechtbank uit van de juistheid van de stelling van CLF c.s. dat er geen wijzigingen kunnen worden gemaakt aan de vorm van de lichtbak en aan de aantallen en vorm van (de behuizing van) de LEDs zonder afbreuk te doen aan het technisch effect van deze elementen. Deze elementen kunnen ingevolge artikel 8 GModVo dan ook niet b0dragen aan het eigen karakter van de Gemeenschapsmodellen 0007 en 0008.

4.15 Naar het oordeel van de rechtbank vormen de twist locks een technische oplossing voor een bepaald technisch effect, te weten het op de tast traploos kunnen afstemmen en stevig vastzetten van een lichtbak in een gewenste hoek. (..)

4.20 (...) De rechtbank maakt hieruit op dat CLF c.s. terecht stelt dat het aantal vormgevingsalternatieven, gelet op de technische functie, zodanig beperkt is dat moet worden geoordeeld dat ook dit element van de Gemeenschapsmodellen door de technische functie is bepaald en niet kan bijdragen aan het eigen karakter daarvan.

IEF 17439

EU-wijd verbod modelrechtinbreuk op ovaal palmbladservies

Rechtbank Den Haag 17 jan 2018, IEF 17439; (Pacovis tegen Sustainable Disposable Trading), http://www.ie-forum.nl/artikelen/eu-wijd-verbod-modelrechtinbreuk-op-ovaal-palmbladservies
ellipse raaga

Rechtbank Den Haag 17 januari 2018, IEF 17439 (Pacovis tegen Sustainable Disposable Trading) Modellenrecht. Pacovis ontwikkelt en produceert voedselverpakkingen en consumables-wegwerpservies, waaronder een van palmblad gemaakt Ellipse-bord. SDT ontwerpt wegwerpserviezen van natuurlijke restmaterialen, zoals Areca-palmbladeren. SDT heeft de modelrechten voor de RAAGA-borden. Pacovis vordert verklaring voor recht van geen inbreuk. SDT heeft met succes deels spiegelbeeldige reconventionele vorderingen ingesteld. Pacovis maakt met haar Ellipse-borden in elk geval inbreuk op de modelrechten van SDT. Verbod in de gehele EU en nevenvorderingen toegewezen.

IEF 17412

HvJ EU: Reparatieclausule afhankelijk van gelijkenis uiterlijke kenmerken reserveonderdeel

HvJ EU 20 dec 2017, IEF 17412; ECLI:EU:C:2017:992 (Acacia tegen Audi en Fallimento Pneusgarda), http://www.ie-forum.nl/artikelen/hvj-eu-reparatieclausule-afhankelijk-van-gelijkenis-uiterlijke-kenmerken-reserveonderdeel-1

HvJ EU 20 december 2017, IEF 17412; C‑397/16 en C‑435/16; ECLI:EU:C:2017:992 (Acacia tegen Audi en Fallimento Pneusgarda) Gemeenschapsmodellen - Geen bescherming – Reparatieclausule - Begrip ‚onderdeel van een samengesteld voortbrengsel’ - Reparatie van het samengestelde voortbrengsel om het de oorspronkelijke uiterlijke kenmerken terug te geven - Maatregelen die de gebruiker moet treffen om zich te kunnen beroepen op de reparatieclausule - Autovelg die een identieke replica van het model van de originele velg is.

1)      Artikel 110, lid 1, van verordening (EG) nr. 6/2002 van de Raad van 12 december 2001 betreffende gemeenschapsmodellen moet aldus worden uitgelegd dat de erin vervatte reparatieclausule de uitsluiting van bescherming als gemeenschapsmodel voor een model dat een onderdeel vormt van een samengesteld voortbrengsel dat wordt gebruikt voor de reparatie van dit samengestelde voortbrengsel om het de oorspronkelijke uiterlijke kenmerken terug te geven, niet afhankelijk stelt van de voorwaarde dat de uiterlijke kenmerken van het samengestelde voortbrengsel bepalend zijn voor het beschermde model.

IEF 17352

Noch in Nederland, noch in België aanspraak op auteursrechtelijke bescherming voor Eames-stoel

Rechtbank Den Haag 13 dec 2017, IEF 17352; ECLI:NL:RBDHA:2017:14483 (Kwantum tegen Vitra), http://www.ie-forum.nl/artikelen/noch-in-nederland-noch-in-belgi-aanspraak-op-auteursrechtelijke-bescherming-voor-eames-stoel

Rechtbank Den Haag 13 december 2017, IEF 17352; IEFbe 2430; ECLI:NL:RBDHA:2017:14483 (Kwantum tegen Vitra) Auteursrecht. Modellenrecht. Internationale verdragen. Vitra heeft de Eames stoel DWS ontworpen en constateert de 'Paris'-stoel die door Kwantum op de markt is gebracht. In kort geding is een auteursrechtinbreuk verbod opgelegd [IEF 14584]. Vitra beroept zich op artikel 2 lid 1 van het Unieverdrag. Ook artikel X van het Nederlands-Amerikaanse Vriendschapsverdrag en artikel 5.3 van het Belgisch-Amerikaanse Vriendschapsverdrag bieden volgens Vitra basis voor auteursrechtelijke bescherming van de DSW. Daarnaast voert Vitra aan dat 10 lid 2 Duurrichtlijn in Nederland in artikel 51 Aw en in België in de WER en de interpretatie hiervan in HvJ EU Sony/Falcon auteursrecht aan de DSW toekent. In het onderhavige geval staat tussen partijen vast dat de DSW in het land van oorsprong geen auteursrechtelijke bescherming toekomt. Voor de groep modellen waar de DSW toe behoort heeft in Nederland en België immers nooit de mogelijkheid bestaan om modelrechtelijke bescherming te verkrijgen omdat die groep nooit heeft voldaan aan de nationale beschermingsvoorwaarden. Verklaring voor recht dat er geen auteursrechtinbreuk is en geen slaafse nabootsing.

IEF 17281

Blijk geven van professioneel gebruik bij toestaan van behangdessin door fotograaf, is geen afstand doen van recht

15 nov 2017, IEF 17281; ECLI:NL:RBDHA:2017:13386 (Cashman tegen Marc Cain), http://www.ie-forum.nl/artikelen/blijk-geven-van-professioneel-gebruik-bij-toestaan-van-behangdessin-door-fotograaf-is-geen-afstand-d
Cashman Marc Cain behangdessin

Rechtbank Den Haag 15 november 2017, IEF 17281; ECLI:NL:RBDHA:2017:13386 (Cashman tegen Marc Cain GmbH). Modellenrecht. Auteursrecht. Schadeberekening. Cashman ontwerpt bloemendessins voor papier- en kledingsindustrie, waaronder het behang Dark Floral II. Fotograaf voor de reclamecampagne van Marc Cain heeft behang gekocht en verzocht om een factuur, in reactie daarop is geantwoord dat Cashman uitkijkt naar het gebruik van het behangdessin 'in any of your work'. Op de kaft van de catalogus, op foto's, in de tv-commercial en op Facebook en de website is het dessin terug te zien. Partijen onderhandelen en Marc Cain heeft bij elke afbeelding een link naar de ontwerpster geplaatst. Dat het behangdessin aansluit bij een klassiek motief dat reeds door schilders in de Gouden Eeuw werden gebruikt, leidt niet tot een ander oordeel dat er geen auteursrecht op zou gelden. Uit de mail blijkt dat Cashman rekening hield met gebruik voor professionele doeleinden, maar niet wat de aard en omvang daarvan zou zijn, laat staan dat zij daarmee afstand deed van enig door haar in te roepen recht. Over betaling van vergoeding is geen akkoord bereikt. Van de 207 winkel wereldwijd zijn er 11 winkels (5,3%) in Nederland. Over een bedrag van €35.000 dat gevraagd zou worden voor de gehele reclamecampagne is dat €1.860,00. En wegens het ontbreken van de naamsvermelding gedurende een periode: €650 euro, in totaal €2.510,00.

IEF 17192

Conclusie AG: Bescherming gemeenschapsmodel centreerpennen uitgesloten als uiterlijke kenmerken zijn gekozen met het oog op technische functie

HvJ EU 19 okt 2017, IEF 17192; ECLI:EU:C:2017:779 (Doceram tegen CeramTec), http://www.ie-forum.nl/artikelen/conclusie-ag-bescherming-gemeenschapsmodel-centreerpennen-uitgesloten-als-uiterlijke-kenmerken-zijn

Conclusie AG HvJ EU 19 oktober 2017, IEF 17192; IEFbe 2385; ECLI:EU:C:2017:779; C-395/16 (Doceram tegen CeramTec). Modellenrecht. Docecream is houdster van diverse gemeenschapsmodellen die centreerpennen beschermen in drie verschillende geometrische vormen. Docecream stelt nietigverklaring van de soortgelijke modellen van Ceramtec omdat de bekendgemaakte uiterlijke kenmerken van de producten uitsluitend door de technische functie worden bepaald. Relevant is of er sprake is van technische bepaaldheid die bescherming in de zin van artikel 8.1 van Vo. 6/2002 uitsluit wanneer de (technische) functionaliteit de enige factor is die het design bepaalt. De Duitse rechter vraagt zich af of de bescherming zich al dan niet dient uit te strekken tot onderdelen die onzichtbaar zijn wanneer eenmaal op hun plaats zijn aangebracht. 

Conclusie AG:

1)      Artikel 8, lid 1, van verordening (EG) nr. 6/2002 van de Raad van 12 december 2001 betreffende gemeenschapsmodellen moet aldus worden uitgelegd dat de door genoemde verordening geboden bescherming is uitgesloten indien de uiterlijke kenmerken van het aan de orde zijnde voortbrengsel uitsluitend zijn gekozen met het doel dat dat voortbrengsel kan voldoen aan een gegeven technische functie, dus zonder enige creatieve bijdrage van de ontwerper ervan; het feit dat er mogelijk andere vormen bestaan waarmee hetzelfde technische resultaat kan worden bereikt, is dienaangaande op zichzelf niet beslissend.
2)      Teneinde te bepalen of de uiterlijke kenmerken van een voortbrengsel zijn gekozen op grond van overwegingen die uitsluitend verband houden met de technische functie van een voortbrengsel, in de zin van genoemd artikel 8, lid 1, moet de aangezochte rechter een objectief oordeel vellen, door gebruik te maken van zijn eigen beoordelingsbevoegdheid, rekening houdend met alle relevante omstandigheden van het concrete geval.

IEF 17138

Conclusie AG: Autovelgen zijn 'onderdeel van samengesteld voortbrengsel' die voor normaal gebruik nodig en zichtbaar zijn

HvJ EU 28 sep 2017, IEF 17138; ECLI:EU:C:2017:730 (Acacia tegen Fallimento Pneusgarda), http://www.ie-forum.nl/artikelen/conclusie-ag-autovelgen-zijn-onderdeel-van-samengesteld-voortbrengsel-die-voor-normaal-gebruik-nodig

Conclusie AG HvJ EU 28 september 2017, IEF 17138; IEFbe; 2354; ECLI:EU:C:2017:730; C-397/16; C-435/16 (Acacia tegen Audi en Fallimento Pneusgarda) Modelrecht. Audi en Pneusgara zijn houder van het gemeenschapsmodel voor lichtmetalen wielvelgen voor Audi's. Audi vordert dat Acacia stopt met de invoer, productie of verkoop van haar replicavelgen. Sluiten de beginselen van het vrije verkeer van goederen de wettelijke interpretatie (die een reparatieclausule bevat die uitsluitend uit replica wielen die esthetisch identiek aan origineel wielen zijn), met het oog op de reparatie van dit samengestelde voortbrengsel en het herstel van zijn oorspronkelijke vorm, uit? Conclusie AG:

1)      Artikel 110, lid 1, van [GemModVo] moet aldus worden uitgelegd dat het begrip ‚onderdeel van een samengesteld voortbrengsel’ niet is beperkt tot onderdelen waarvan de vorm afhankelijk is van de uiterlijke kenmerken van het samengestelde voortbrengsel, maar betrekking heeft op elk product dat in een ander product, dat als ‚samengesteld voortbrengsel’ wordt aangemerkt, is verwerkt, dat eruit kan worden gehaald en vervangen, dat nodig is voor een normaal gebruik van het samengestelde voortbrengsel en dat bij een normaal gebruik van dit samengestelde voortbrengsel zichtbaar blijft.

IEF 17133

HvJ EU: Afbeelden van game console bij het aanbieden van accessoires is toegestaan

HvJ EU 27 sep 2017, IEF 17133; ECLI:EU:C:2017:724 (Nintendo-afstandbediening), http://www.ie-forum.nl/artikelen/hvj-eu-afbeelden-van-game-console-bij-het-aanbieden-van-accessoires-is-toegestaan

HvJ EU 27 september 2017, C-24/16 en C-25/16, ECLI:EU:C:2017:724; IEF 17133; IEFbe 2351; IT 2352 (Nintendo tegen BigBen) Jurisdictie. Modelrecht. Via een website worden afstandsbedieningen voor game consoles aangeboden met daarbij een afbeelding van een game console waarop modelrechten gelden. HvJ EU antwoordt (FR/DUI), kort gezegd, dat artikel 20 lid 1 onder c GemModVo zo moet worden uitgelegd dat een derde die zonder toestemming van de Gemeenschapsmodelgerechtigde bij rechtmatig voeren van een bedrijf in accessoires die toebehoren aan waren van de modelrechthouder om de toepassing van die waren toe te lichten middel het plaatsen van een afbeelding op de website of daartoe te citeren dat dat toelaatbaar is.

1)      Verordening (EG) nr. 6/2002 van de Raad van 12 december 2001 betreffende gemeenschapsmodellen, gelezen in samenhang met artikel 6, punt 1, van verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, moet aldus worden uitgelegd dat in omstandigheden als die van de hoofdgedingen, waarin de internationale bevoegdheid van een rechtbank voor het gemeenschapsmodel waarbij een vordering wegens inbreuk aanhangig is gemaakt, ten aanzien van een eerste verweerder is gebaseerd op artikel 82, lid 1, van verordening nr. 6/2002 en ten aanzien van een in een andere lidstaat gevestigde tweede verweerder op dat artikel 6, punt 1, gelezen in samenhang met artikel 79, lid 1, van verordening nr. 6/2002, omdat deze tweede verweerder producten vervaardigt en levert aan de eerste verweerder die deze verkoopt, deze rechtbank op verzoek van de verzoekende partij ten aanzien van de tweede verweerder maatregelen overeenkomstig artikel 89, lid 1, en artikel 88, lid 2, van verordening nr. 6/2002 kan gelasten die ook betrekking hebben op gedragingen van deze tweede verweerder die geen verband houden met bovengenoemde toeleveringsketen en die gelden voor de gehele Europese Unie.

2)      Artikel 20, lid 1, onder c), van verordening nr. 6/2002 moet aldus worden uitgelegd dat een derde die, zonder toestemming van de houder van de aan een gemeenschapsmodel verbonden rechten, onder meer via zijn website gebruikmaakt van afbeeldingen van producten die overeenstemmen met dergelijke modellen in het kader van de rechtmatige verkoop van producten die bestemd zijn voor gebruik als accessoires voor specifieke producten van de houder van de aan deze modellen verbonden rechten, teneinde het gezamenlijke gebruik van de aldus verkochte producten en de specifieke producten van de houder van die rechten uit te leggen en te tonen, een handeling bestaande in de reproductie ter „illustratie” in de zin van dat artikel 20, lid 1, onder c), verricht, zodat een dergelijke handeling krachtens deze bepaling toegestaan is voor zover is voldaan aan de daarin gestelde cumulatieve voorwaarden, hetgeen de nationale rechter dient na te gaan.

3)      Artikel 8, lid 2, van verordening (EG) nr. 864/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen („Rome II”) moet aldus worden uitgelegd dat het begrip „land waar de inbreuk is gepleegd” in de zin van die bepaling ziet op het land van de plaats waar de schadeveroorzakende gebeurtenis zich heeft voorgedaan. In omstandigheden waarin eenzelfde verweerder verschillende inbreukmakende handelingen worden verweten die in verschillende lidstaten zijn verricht, dient voor de vaststelling van de schadeveroorzakende gebeurtenis niet te worden gerefereerd aan elke verweten inbreukmakende handeling, maar dient het gedrag van die verweerder in zijn totaliteit te worden beoordeeld teneinde de plaats vast te stellen waar de oorspronkelijke inbreukmakende handeling die ten grondslag ligt aan het verweten gedrag, door die verweerder is verricht of dreigt te worden verricht.