IEF 17299

Samenwerking Stichting Reclame Code en Commissariaat voor de Media

Op donderdag 23 november 2017 hebben de Stichting Reclame Code en het Commissariaat voor de Media een samenwerkingsprotocol ondertekend. Doel van deze overeenkomst is het bevorderen van efficiënte en doelgerichte vervulling van de taken van beide partijen. Zowel de SRC als het CvdM zijn betrokken bij het toezicht op reclame. Voornaamste verschil is dat de SRC zich hoofdzakelijk bezighoudt met de inhoud en verspreiding van reclame-uitingen op basis van de regels van de Nederlandse Reclame Code (NRC). In deze Reclamecode staat onder meer dat reclame als zodanig herkenbaar moet zijn. Alle media-instellingen die reclame maken dienen zich volgens de Mediawet aan te sluiten bij de Nederlandse Reclame Code en zijn onderworpen aan toezicht van de SRC. Het CvdM houdt toezicht op de Mediawet. Daarin staan onder meer regels over (de hoeveelheid en herkenbaarheid van) reclame in het media-aanbod van publieke- en commerciële media instellingen en regels over reclame voor alcoholhoudende dranken en medische behandelingen.

Omdat er soms toch sprake is van overlap, was er behoefte om hier duidelijke afspraken over te maken en de samenwerking die in de praktijk al plaatsvindt in een protocol vast te leggen. Het samenwerkingsprotocol is bedoeld om ervoor te zorgen dat de SRC en het Commissariaat hun taken ieder zo efficiënt en doelgericht mogelijk kunnen uitvoeren. Samengevat staan in het samenwerkingsprotocol uitgangspunten vastgelegd voor samenwerking, afspraken over het verstrekken van inlichtingen tussen de SRC en het CvdM en het doorverwijzen van indieners van klachten en signalen.

Over de Stichting Reclame Code
Om te bevorderen dat reclame maken op verantwoorde wijze gebeurt, is de SRC actief op twee gebieden:
*  Pro-actieve dienstverlening: door training, copy advies, monitoring en overige diensten aan het adverterend bedrijfsleven aan te bieden, stimuleert de Stichting Reclame Code reclamemakers campagnes te ontwikkelen die voldoen aan de regels.
*  Regelgeving en klachtenprocedure: de Reclame Code Commissie en het College van Beroep stellen vast – na ontvangst van klachten – of de aan hen voorgelegde reclame-uitingen voldoen aan de Nederlandse Reclame Code.

Over het Commissariaat voor de Media
Het Commissariaat voor de Media houdt toezicht op de naleving van de mediawet. Daarmee bewaakt het de toegankelijkheid, pluriformiteit en onafhankelijkheid van de media. Het maken van reclame is gebonden aan een aantal regels die zijn vastgelegd in de Mediawet en het Mediabesluit. Het uitgangspunt daarbij is dat programma-inhoud en commercie duidelijk van elkaar zijn gescheiden. In de regelgeving is onder meer vastgelegd hoeveel reclame mag worden uitgezonden, dat het als zodanig herkenbaar moet zijn en dat een omroep moet beschikken over een redactiestatuur, zodat de onafhankelijkheid van de omroep wordt gewaarborgd. Ook bevat de Mediawet regels over reclame voor alcoholhoudende reclame en medische behandelen.

IEF 17298

Russische Federatie en FKP Sojuzplodoimport houden informatie achter: buitenlandse rechters schorsen zaken met betrekking tot wodkamerken

20 nov 2017, IEF 17298; (FKP Sojuzplodoimport tegen Spirits), http://www.ie-forum.nl/artikelen/russische-federatie-en-fkp-sojuzplodoimport-houden-informatie-achter-buitenlandse-rechters-schorsen

Federal Court of Australia 20 november 2017, IEF 17298; NSD 1816 of 2014 (FKP tegen Spirits) Afgelopen weken zijn er in Australië, de Verenigde Staten en Brazilië belangwekkende uitspraken gewezen in de procedures tussen Spirits International B.V. en FKP Sojuzplodoimport met betrekking tot de wodkamerken “Stolichnaya” en “Moskovskaya”.

Australië Op 20 november 2017 heeft de Federal Court of Australia een belangrijk vonnis gewezen in een procedure aangespannen door de Russische staatsonderneming FKP Sojuzplodoimport (“FKP”) in verband met het eigendom van de Stolichnaya merken in Australië. FKP spande een procedure aan tegen Spirits International B.V. (“Spirits”), de huidige houder van de Stolichnaya merken.

In het vonnis velt de Federal Court een oordeel over het bevel dat in 2013 werd gegeven aan het adres van FKP met betrekking tot de ‘discovery’ procedure in Australië. In het kader van deze procedure moet FKP alle relevante documenten aan de rechtbank en de wederpartij overleggen. De Federal Court is van oordeel dat de Russische Federatie (de daadwerkelijke eisende partij ‘achter’ FKP) geen redelijke poging heeft gedaan om aan het bevel te voldoen. Zo blijkt de Russische Federatie in het bezit te zijn van een geheim archief, waarin zich documenten bevinden die van belang zijn voor deze zaak die niet in het geding worden gebracht. Daarnaast worden rapportages aan President Poetin, waarvan het bestaan is aangetoond, niet in het geding gebracht.

IEF 17297

Exhibitievordering niet voldoende concreet bepaald, nu tijdsbestek meer dan drie jaar beslaat

Rechtbank Overijssel 10 okt 2017, IEF 17297; ECLI:NL:RBOVE:2017:4205 (Bewoners tegen Gemeente Losser), http://www.ie-forum.nl/artikelen/exhibitievordering-niet-voldoende-concreet-bepaald-nu-tijdsbestek-meer-dan-drie-jaar-beslaat

Rechtbank Overijssel 10 oktober 2017, IEF 17297; ECLI:NL:RBOVE:2017:4205 (Bewoners tegen Gemeente Losser). Exhibitie. 843a Rv. Gemeente vraagt inzage in een grote hoeveelheid stukken, waarvan zij de inhoud niet kent. Het tijdsbestek van de documenten die zij vordert beslaat meer dan drie jaar. De Gemeente wil de gevraagde stukken aanwenden ter onderbouwing van haar verweren in de hoofdzaak. Voor nu kan de Gemeente echter volstaan met het gemotiveerd betwisten van de door de bewoners ingenomen standpunten. Kennis van de gevraagde bescheiden is daarvoor niet noodzakelijk.

IEF 17300

Supreme Court of the Netherlands MSD/Teva Pharma (english translation)

Hoge Raad 3 nov 2017, IEF 17300; (MSD tegen Teva), http://www.ie-forum.nl/artikelen/supreme-court-of-the-netherlands-msd-teva-pharma-english-translation

Supreme Court of the Netherlands 3 November 2017, IEF 17300; LS&R 1539 (Merck Sharp & Dohme v. Teva Pharma and Pharmachemie; English translation of IEF 17241) Patent. Swiss-type claim. Classic second medical indication.

3.5 Against the background of all of the foregoing factors, cassation grounds 1.1, 1.2 and 1.3 correctly complain that the distinction drawn by the Appellate Court in the scope of protection of patents for the 'classic second medical indication' and the 'sub-group indication', mentioned at 4.2 of the contested judgment, is an incorrect distinction. As follows from the deliberations at 3.4.4 above, it is necessary in all cases of Swiss-type claims for (direct) infringement, and also sufficient, that the average person skilled in the art will consider that the substance is (also) intended for or suited to the treatment covered by the second medical indication patent, that the manufacturer or seller foresees or ought to foresee that the generic drug he manufactures or offers will intentionally be used for that treatment and that he does not take the steps specified above in 3.4.4. There is no place in the system of the EPC for a categorical distinction between the two types of second medical indications, introduced in abstracto, as done by the Appellate Court at the end of 4.4 – in relation to the specifically indicated use. The remaining complaints in cassation ground 1 require no discussion. The same applies to cassation ground 2.

IEF 17295

De juistheid van een uitlating kan ook blijken uit onderbouwing van ná de uitlating

Rechtbank Rotterdam 15 nov 2017, IEF 17295; ECLI:NL:RBROT:2017:8878 (Uitlatingen over vermeend afperser), http://www.ie-forum.nl/artikelen/de-juistheid-van-een-uitlating-kan-ook-blijken-uit-onderbouwing-van-n-de-uitlating

Rechtbank Rotterdam 15 november 2017, IEF 17295; IT&R 2415; ECLI:NL:RBROT:2017:8878 (Uitlatingen over vermeend afperser). Laster. Media. Eiser stelt dat gedaagde diffamerende en onware uitlatingen heeft gedaan via het VPRO radioprogramma Argos en via de websites van BN de Stem, Breda Vandaag en Omroep Brabant. Gedaagde heeft de naam van eiser niet genoemd, of de beschuldigingen aan eiser geadresseerd, maar de beschuldigingen zijn wel, zonder de naam van eiser te noemen, door journalisten gepubliceerd. Gedaagde voert aan dat de beschuldigingen dat eiser gefraudeerd en afgeperst heeft gegrond zijn. Eiser onderbouwt zijn stelling dat er sprake is van onware uitlatingen niet met stukken of concrete feiten. Het feit dat de uitlatingen mede gebaseerd zijn op verklaringen van recenter datum dan de uitlatingen zelf ontneemt niet de kracht van die onderbouwingen. De juistheid van een uitlating kan ook blijken uit onderbouwing van ná de uitlating. Gedaagde heeft de grenzen van de vrijheid van meningsuiting niet overschreden.

IEF 17296

Door zichzelf op te geven voor TV-programma is inbreuk op privacy niet onevenredig

Hof Amsterdam 21 nov 2017, IEF 17296; (Appellant tegen SBS c.s.), http://www.ie-forum.nl/artikelen/door-zichzelf-op-te-geven-voor-tv-programma-is-inbreuk-op-privacy-niet-onevenredig

Hof Amsterdam 21 november 2017, IEF 17296; IT&R 2416; (Appellant tegen SBS c.s.). Privacy. Mediarecht. Appellant heeft een langlopend conflict met zijn buren, welk conflict is behandeld in het SBS-programma "Mr. Visser doet uitspraak". In eerste aanleg werd een uitzendverbod afgewezen [ECLI:NL:RBAMS:2016:7288]. In hoger beroep heeft appellant nog steeds belang bij het uitzendverbod, omdat er een heruitzending van de aflevering kan plaatsvinden. Dat SBS c.s. na het vonnis in eerste aanleg de datum van uitzending heeft vervroegd maakt niet dat zij onjuist gehandeld heeft. Appellant heeft zelf contact gezocht met de makers van het programma. Uit niets blijkt dat hij een cognitieve beperking heeft, ook al stelt hij zelf dat door het jarenlange conflict met de buren hij psychisch en fysiek 'geknakt' is. Aan SBS c.s. komt het recht op vrijheid van meningsuiting toe. Het privacyrecht van appellant wordt medebepaald door het Reglement Bindend Advies, waaraan partijen zich hebben onderworpen, waarin onder meer is opgenomen dat partijen toestemming geven voor de uitzending van de opnames. Voorts heeft appellant zichzelf aangemeld voor het programma en was hij bekend met het programma, dus wist hij zijn toestemming betekende. Er zijn aldus geen omstandigheden die inbreuk op het recht op vrijheid van meningsuiting rechtvaardigen.

IEF 17293

Nathalie Rodriguez - Kan een architect de sloop van zijn gebouw tegenhouden?

Nathalie Rodriguez

Een actuele vraag binnen het auteursrecht is of een architect de sloop of verbouwing van een door hem ontworpen gebouw kan tegenhouden. De eigenaar van een gebouw mag namelijk niet altijd zelf beslissen wat hij met zijn gebouw mag doen, omdat er auteursrechten in de weg kunnen staan. De maker van een auteursrechtelijk beschermd werk, zoals het ontwerp van een gebouw, heeft het exclusieve recht om zijn werk te verveelvoudigen en openbaar te maken. Echter, als een verveelvoudigd ontwerp, een gerealiseerd gebouw, eenmaal verkocht is, dan is het recht van de maker op dit ‘exemplaar’ van het werk uitgeput. Dat betekent dat de eigenaar van het gebouw dit gebouw gewoon kan verkopen als hij dat wil. Dit wil niet zeggen dat daarmee het recht van de architect is begrensd.

IEF 17289

Geen auteursrecht voor vertaler lied, nu dat zo is bedongen bij de toestemming tot vertaling

Rechtbank Oost-Brabant 1 mrt 2017, IEF 17289; ECLI:NL:RBOBR:2017:1456 (Het Feestduo), http://www.ie-forum.nl/artikelen/geen-auteursrecht-voor-vertaler-lied-nu-dat-zo-is-bedongen-bij-de-toestemming-tot-vertaling

Rechtbank Oost-Brabant 1 maart 2017, IEF 17289; ECLI:NL:RBOBR:2017:1456 (Het Feestduo). Auteursrecht. Eiser, aangesloten geweest bij Buma/Stemra, heeft een Nederlandstalige vertaling gemaakt van een Duitstalig nummer. Universal en de Duitse auteurs van het lied zijn aangesloten bij de Duitse auteursrechtenorganisatie GEMA, een zusterorganisatie van de Buma/Stemra. In 2009 is het Nederlandse nummer via YouTube openbaar gemaakt. Hierna heeft 'het feestduo' een opname vervaardigd van het Nederlandse nummer, zonder hierbij de naam van eiser op enige wijze te vermelden. Echter, door het sluiten van exploitatiecontracten met Buma/Stemra heeft eiser zijn auteurs- en exploitatierechten overgedragen. Daarnaast heeft Universal bij de toestemming om een vertaling van het lied te maken, bedongen dat eiser geen aandeel in het auteursrecht en de inkomsten zou verkrijgen. De aanmelding van het lied van eiser heeft niet geleid tot een rechtsgeldige inschrijving bij Buma/Stemra. Omdat eiser aan zijn persoonlijkheidsrechten geen specifieke vordering verbindt, wordt dit onbesproken gelaten.

IEF 17292

Rectificatie van artikelen over voormalig directeur Buma/Stemra afgewezen

Rechtbank Amsterdam 21 nov 2017, IEF 17292; ECLI:NL:RBAMS:2017:8478 (voormalige directeur tegen Buma/Stemra), http://www.ie-forum.nl/artikelen/rectificatie-van-artikelen-over-voormalig-directeur-buma-stemra-afgewezen
beeldcitaat RTLZ bumastemra

Vzr. Rechtbank Amsterdam 21 november 2017, IEF 17292; ECLI:NL:RBAMS:2017:8478 (voormalige directeur tegen Buma/Stemra) Afwijzing vordering tot rectificatie van artikelen over de voormalige directeur van twee aan elkaar gelieerde rechtspersonen. De artikelen, verschenen in het FD en RTLZ, zijn gebaseerd op interviews met de huidige directeur en de advocaat van de rechtspersonen. Tegen de laatstgenoemde twee is de vordering gericht. De termen “fraude” en “frauduleus” in die artikelen zijn echter niet gebezigd door de huidige directeur of de advocaat en komen voor rekening van de journalist. De uitlatingen die de huidige directeur en de advocaat wél hebben gedaan vinden voldoende steun in de feiten en zijn gerechtvaardigd. De handelwijze van Buma/Stemra kan in de hiervoor geschetste omstandigheden niet als onrechtmatig tegenover [eiser] worden aangemerkt.

 

IEF 17291

Bjorn Schipper - Uitspraak Hoge Raad in zaak Golden Earring: Dan zeg je toch gewoon op (met een reden)

Bjorn Schipper, Uitspraak Hoge Raad in zaak Golden Earring - Dan zeg je toch gewoon op (met een reden), Muziekwereld 2017-3, p. 28-30. Op 7 juli 2017 heeft de Hoge Raad een interessante uitspraak gedaan in het langlopende conflict tussen de bandleden van de Golden Earring en muziekuitgevers Nanada cs. De zaak draait in de kern om de buitengerechtelijke beëindiging van muziekuitgavecontracten vanwege het vermeend stilzitten (niet-gebruik, non usus) van de muziekuitgevers. In eerdere edities van Muziekwereld is deze kwestie al vaker aan de orde geweest.

IEF 17290

Edward Appelman - Verlening van een dwanglicentie ingeval van geneesmiddelen

De vraag wanneer een dwanglicentie dient te worden verleend is vaak aan de orde in het kader van specifieke, dure medicijnen tegen bepaalde ziektes. Zo ook de afgelopen weken in het kader van het dure medicijn Spinraza tegen de zeldzame spierziekte SMA. Spinraza is afgelopen 1 juni goedgekeurd door de Europese Unie en sindsdien verkrijgbaar op de markt. Het biedt duidelijk soelaas in de behandeling van de ziekte, maar levenslang hebben patiënten driemaal per jaar een injectie nodig, dat €80.000 per medicijn kost. Inmiddels heeft dit aanleiding gegeven tot een aantal kamervragen, onder meer vanwege het feit dat de werkzame stof van Spinraza, Nusinersen, eenvoudig door apothekers kan worden nagemaakt. Dat kunnen zij echter tot op heden niet omdat het octrooi van de fabrikant, Biogen, daaraan in de weg staat. Ook kan worden gedacht aan de recente situatie van farmaceut Vertex, die het medicijn Orkambi voor €170.000 per patiënt per jaar aanbiedt. Ook hier zijn apothekers in staat het medicijn na te maken, hetzij dat het octrooi daaraan in de weg staat. Reden om in deze bijdrage in te gaan op de vraag onder welke voorwaarden een dwanglicentie kan worden verleend, dan wel dat derden in de mogelijkheid worden gesteld om een alternatief op de markt te brengen.

IEF 17287

Kamerstuk: Maak gebruik van wettelijke instrumenten, zoals dwanglicenties, importvergunning, stimulering van apothekersbereiding

Brief regering 16 november 2017, Geneesmiddelenbeleid, Kamerstukken II 2017-2018, 29 477, nr.  453. Geneesmiddelenontwikkeling duurt vaak lang en is complex. Er zijn veel actoren, ingewikkelde Europese regelgeving en een grote faalkans. Bij succes wordt er aan het eind van de rit steeds vaker een duur geneesmiddel op de markt gebracht, meestal door de grote farmaceutische industrie. Nederlandse academische en private partijen spelen een rol in dat ontwikkelproces. Steeds vaker nemen deze partijen ook initiatieven om het proces anders in te richten. In dat licht vroeg de vorige minister in 2016 aan de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving om met vernieuwende inzichten te komen en om oplossingen aan te dragen. «Hoe kan de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen doelmatiger, waarbij bereikte efficiencyverbeteringen resulteren in lagere prijzen of anderszins ten goede komen aan de samenleving?» Op 9 november jongsleden ontving de huidige minister het advies van de Raad

IEF 17288

Noorse klachtencommissie bevestigt dat Vigelands werken niet als merk kunnen worden geregistreerd

Overig 13 nov 2017, IEF 17288; (Oslo Municipality - Vigeland), http://www.ie-forum.nl/artikelen/noorse-klachtencommissie-bevestigt-dat-vigelands-werken-niet-als-merk-kunnen-worden-geregistreerd

Noorse KFIR 13 november 2017, IEF 17288; IEFbe 2408; cases: 16/00148, 16/00149, 16/00150, 16/00151, 16/00153 and 16/00154 (Oslo Municipality - Vigeland) Tijdens de voorbereiding van de zaak heeft de Kamer van Beroep de zaak voorgelegd aan het EFTA-Hof [IEF 16706] voor een advies. De klachtencommissie concludeerde dat de merkregistratie moest worden geweigerd op basis van artikel 15, eerste alinea, letter a, van de merkenwet, deels omdat het merken zijn die die kunstwerken vertegenwoordigen met een zeer speciale culturele waarde voor de Noorse samenleving, en deels omdat de beperking van de auteursrechtperiode op grond van de auteursrechtwetgeving de basis moet zijn op fundamentele, sociale overwegingen.

IEF 17282

Menno Heerma van Voss - Geen enkele reden (meer) om concurrenten een beroep op artikelen 6:193a-j BW te ontzeggen

M.J. Heerman van Voss, 'Geen enkele reden (meer) om concurrenten een beroep op artikelen 6:193a-j BW te ontzeggen', eerder gepubliceerd in IER 2017, nr. 23, RB 3033.
1. Inleiding Het komt nog steeds voor dat ondernemingen als eiser geen beroep doen op de oneerlijke handelspraktijk (OHP)-wetgeving of bot vangen als zij daarop een (rechtstreeks) beroep doen.

In het afgelopen anderhalf jaar zijn er negen procedures geweest. In vier daarvan werd een beroep van de eisende concurrent op artikel 6:193a-j BW afgewezen. Daarbij is eenmaal het (subsidiaire) beroep op artikel 6:194 BW inzake misleidende reclame toegewezen. In een van deze negen is er geen beroep op gedaan en is het niet ambtshalve toegepast. Het beroep op de OHP-bepalingen is slechts viermaal gehonoreerd, waarvan slechts een keer rechtstreeks en drie keer indirect via artikel 6:162 BW.

 
IEF 17286

Nieuwe serie sfeerhaarden maakt eveneens inbreuk op octrooi

Rechtbank Den Haag 14 nov 2017, IEF 17286; ECLI:NL:RBDHA:2017:13109 (Basic Holdings tegen Ruby Decor II), http://www.ie-forum.nl/artikelen/nieuwe-serie-sfeerhaarden-maakt-eveneens-inbreuk-op-octrooi
Basic Holdings Ruby Decor Sfeerhaard

Vzr. Rechtbank Den Haag 14 november 2017, IEF 17286; ECLI:NL:RBDHA:2017:13109 (Basic Holdings tegen Ruby Decor II). Octrooirecht. Basic Holdings (BH) houdt zich bezig met de ontwikkeling van sfeerhaarden en is houdster van Europees octrooi EP 2 029 941 B1 (EP 941). Ruby Decor houdt zich onder andere bezig met de verhandeling van diverse typen sfeerhaarden. In een eerdere procedure heeft de kortgedingrechter geoordeeld dat Ruby Decor inbreuk maakt op EP 941 met de sfeerhaard 'Mystic Fire' [IEF 15931]. Dit vonnis is door het Hof bekrachtigt [IEF 17049]. In 2017 is Ruby Decor begonnen met de verhandeling van sfeerhaarden in de '16-/17-serie'. BH stelt dat ook deze sfeerhaarden inbreuk maken op EP 941. Deze nieuwe sfeerhaarden maken inderdaad inbreuk op EP 941. De uitvoeringsvorm gekozen door Ruby Decor verwezenlijkt de uitvindingsgedachte. Er is geen sprake van uitbreiding van de beschermingsomvang als de claim wordt gelezen als 'opening' in plaats van 'openingen'. De proceskosten die BH vordert lijken buitensporig, ze worden ambtshalve gematigd.

IEF 17285

EUIPO: Portretmerk van model Maartje Verhoef is geldig

EUIPO - OHIM 16 nov 2017, IEF 17285; (Maartje Verhoef-portretmerk), http://www.ie-forum.nl/artikelen/euipo-portretmerk-van-model-maartje-verhoef-is-geldig
Maartje Verhoef portretmerk EUIPO

EUIPO Board of Appeal 16 november 2017, IEF 17285; IEFbe 2407; R-2063/2016-4 (Maartje Verhoef-portretmerk) Merkenrecht. Portretmerk. Maartje Verhoef heeft haar portret als beeldmerk ingeschreven. Het bureau weigert het merk omdat het gedeeltelijk beschrijvend is. Er kan juist wel van uitgegaan worden dat het doelpubliek het fotografische teken van de jonge vrouw als identificatiemiddel van de herkomst van de waren en diensten zal opvatten. De foto van het gezicht van een persoon, in de vorm van een pasfoto, is een unieke weergave van deze persoon, met diens specifieke uiterlijke kenmerken. Er is geen absolute weigeringsgrond. De bestreden weigeringsbeslissing wordt opgeheven, het merk wordt aldus ingeschreven.

 

IEF 17284

Vragen aan HvJEU over proceskostenverdeling wanneer vorderingen slechts ten dele worden toegewezen

HvJ EU 11 sep 2017, IEF 17284; C-554/17 (Société du Journal L’Est Républicain), http://www.ie-forum.nl/artikelen/vragen-aan-hvjeu-over-proceskostenverdeling-wanneer-vorderingen-slechts-ten-dele-worden-toegewezen

Prejudicieel gestelde vragen aan HvJ EU 11 september 2017, IEF 17284; IEFbe 2405; C-554/17 (Société du Journal L’Est Républicain). Auteursrechten. Proceskosten. Via MinBuZa: Verzoekster heeft begin 2012 een persoon gefilmd tijdens een bungeejump vanaf een brug. Het koord is gebroken en de persoon is in het water gestort. De door verzoekster gemaakte film van dit voorval kon worden opgeroepen via de website van verweerder (de Société du Journal L’Est Républicain). Verzoekster heeft betoogd dat op die website ook een stilstaand beeld uit haar film te zien is geweest. Verzoekster heeft betoogd dat de film en het beeld beschermd zijn krachtens het auteursrecht en dat verweerder, door ze openbaar te maken, inbreuk heeft gemaakt op haar uitsluitende recht om over de film en het beeld te beschikken. Verzoekster heeft bij de rechter in eerste aanleg verzocht om verweerder te veroordelen tot betaling van schadevergoedingen en de proceskosten van verzoekster. Verweerder heeft de vordering van verzoekster bestreden en gevorderd dat zij wordt veroordeeld in haar kosten. De rechter in eerste aanleg heeft verzoekster schadeloosstelling toegekend voor een totaalbedrag van €1.101,-. Verzoekster ging hiertegen in hoger beroep en vorderde wederom de door haar in eerste aanleg gemaakte proceskosten. Tot staving van haar hoger beroep heeft verzoekster aangevoerd dat haar vorderingen in eerste aanleg op alle punten zijn toegewezen en dat zij slechts op ondergeschikte punten in het ongelijk is gesteld. Verweerder heeft tegen het hoger beroep verweer gevoerd en daartoe dezelfde argumenten aangevoerd als in eerste aanleg. 

IEF 17283

Label op de coin pocket van een jeans heeft beperkt onderscheidend vermogen

Rechtbank Den Haag 16 nov 2017, IEF 17283; ECLI:NL:RBDHA:2017:13293 (Diesel tegen Calvin Klein), http://www.ie-forum.nl/artikelen/label-op-de-coin-pocket-van-een-jeans-heeft-beperkt-onderscheidend-vermogen
Diesel Calvin Klein Coin Pocket

Rechtbank Den Haag 16 november 2017, IEF 17283; ECLI:NL:RBDHA:2017:13293 (Diesel tegen Calvin Klein). Auteursrecht. Merkenrecht. Diesel maakt onder andere jeans volgens het 5-pocketmodel. Het vijfde zakje, ook wel de coin pocket genoemd, heeft bij Diesel een label in een diagonale richting, waarvoor een Benelux beeldmerk heeft. Verschillende andere fabrikanten, waaronder Calvin Klein (CK), hebben broeken op de markt (gebracht) met een coin pocket met daarop een label. De coin pocket is echter een gebruikelijke plaats voor een decoratie of merkteken. Het onderscheidend vermogen is aldus beperkt en is bij Diesel met name gelegen in de diagonale richting van het label. In het label van CK mist de diagonale richting, dus onvoldoende overeenstemming met het merk van Diesel. Ook auteursrechtelijk gezien zijn de totaalindrukken voldoende verschillend.

IEF 17268

Weggooien van kunstwerk in bruikleen van vergankelijk materiaal levert niet al te veel schadevergoeding meer op

21 jun 2017, IEF 17268; ECLI:NL:RBZWB:2017:556 (Kunstwerk in Motel Brabant), http://www.ie-forum.nl/artikelen/weggooien-van-kunstwerk-in-bruikleen-van-vergankelijk-materiaal-levert-niet-al-te-veel-schadevergoed
hotel brabant

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 21 juni 2017, IEF 17268; ECLI:NL:RBZWB:2017:5561 (Motel Brabant) Persoonlijkheidsrecht. Vernietiging van werk. Contractenrecht. Op verzoek van eiser heeft Motel Brabant vanaf 16 juli 2009 het door hem vervaardigd kunstwerk tentoongesteld in een voor het publiek toegankelijke ruimte; het was een houtskelet waarover papier-maché was aangebracht. In 2012 stond het kunstwerk in een hok, omdat het in de weg stond en weggegooid zou worden. Eiser gaf toen aan dat hij nog zou laten weten of hij het kunstwerk al dan niet op zou komen halen. Toen in 2014 nog geen reactie van hem was, is het kunstwerk weggegooid. Het enkele tijdsverloop is onvoldoende voor Motel Brabant om er gerechtvaardigd op te mogen vertrouwen dat de wil erop was gericht de eigendom van het kunstwerk prijs te geven. In plaats van het gevorderde €37.800, wordt slechts €250 aan schadevergoeding toegewezen.

IEF 17280

Het publiek zal denken dat gedaagde een nevenvestiging is van grote landelijk bekende onderneming

Rechtbank Midden-Nederland 3 nov 2017, IEF 17280; ECLI:NL:RBMNE:2017:5481 (Brothers Evenementen tegen Brothers Weert), http://www.ie-forum.nl/artikelen/het-publiek-zal-denken-dat-gedaagde-een-nevenvestiging-is-van-grote-landelijk-bekende-onderneming
Handelsnaamrecht Brothers vs. Brothers

Vzr. Rechtbank Midden-Nederland 3 november 2017, IEF 17280; ECLI:NL:RBMNE:2017:5481 (Brothers Evenementen tegen Brothers Weert). Handelsnaamrecht. Het woord "brothers" is de Engelse vertaling van "broers" welke verwijst naar de oprichters van beide horeca-ondernemingen. Het Engels woord is niet beschrijvend voor de horeca en disco-optredens. De handelsnamen zijn gelijk en het werkgebied overlapt. Ondanks dat eiseres een mega-evenementenorganisatie is en gedaagde slechts een café exploiteert met een feestzaal, is er sprake van gelijke aard van ondernemingen. Het publiek zal denken dat gedaagde een nevenvestiging is van eiseres, en in zoverre de ondernemingen met elkaar verwarren. Staking bevolen.