Succesvol verbod op onrechtmatige uitlatingen op chatforum
Vzr. Rechtbank Gelderland 21 januari 2014, ECLI:NL:RBGEL:2014:1548 (Them There Koyas Koy Forum)
Mediarecht. Onrechtmatige uiting. Partijen hebben samen de website Them There Koyas Koi Forum beheerd, hierop kunnen geregistreerde leden berichten plaatsen. Op enig moment is de eiser zonder gedaagde verder gegaan, waarna gedaagde is begonnen met het plaatsen van teksten over eiser. De rechtbank oordeelt dat de uitingen van gedaagde kwetsend en bedreigend en daarmee onrechtmatig zijn, er volgt een gebod aan gedaagde dergelijke uitlatingen en persoonlijke informatie te verwijderen en een rectificatie te plaatsen.
4.3. De voorzieningenrechter stelt voorop dat in het kader van dit kort geding niet ter beoordeling voorligt of hetgeen [gedaagde] beweert over [eiser] en over diens activiteiten op het chatforum, zoals weergegeven onder 3.3, feitelijk juist is. Kernvraag die in dit geschil moet worden beantwoord is, of de onder 2.2 en volgende van de vaststaande feiten aangehaalde uitingen van [gedaagde] als onrechtmatig ten opzichte van [eiser] zijn aan te merken. Hierbij dient een belangenafweging plaats te vinden tussen het recht op uitingsvrijheid en het recht op bescherming van eer en goede naam en persoonlijke levenssfeer.
4.4. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter luidt het antwoord op de bovengenoemde vraag bevestigend. De uitlatingen van [gedaagde] als aangehaald onder 2.2, met name die waarin [eiser] een pedofiel wordt genoemd en wordt bedreigd met mishandeling, zijn aan te merken als uiterst kwetsend en bedreigend en daarmee onrechtmatig jegens [eiser]. [eiser] is door de uitingen van [gedaagde] aangetast in zijn eer en goede naam. [gedaagde] erkent dit in feite ook, waar hij op de zitting heeft verklaard dat zijn uitlatingen over [eiser] op internet niet gerechtvaardigd zijn.
4.6.
Gezien het voorgaande heeft [eiser] voorshands geoordeeld belang bij een verbod op deze en dergelijke uitlatingen door [gedaagde]. Zijn belang is erin gelegen dat zijn persoon niet lichtvaardig wordt blootgesteld aan verdachtmakingen en/of voor hem ongewenste publiciteit omtrent zijn privégegevens en privésituatie. Dit belang moet in de gegeven omstandigheden zwaarder wegen dan het belang van [gedaagde] om zich in het openbaar kritisch te kunnen uitlaten.
4.7. Het voorgaande leidt ertoe dat de vorderingen van [eiser] onder 1 tot en met 3 zullen worden toegewezen. Dat geldt ook voor de vordering onder 4 tot het plaatsen van een rectificatie.
Lees de uitspraak:
ECLI:NL:RBGEL:2014:1548 (link)
ECLI:NL:RBGEL:2014:1548 (pdf)

Uit de consultatie: In artikel 45d wordt het vermoeden van overdracht van exploitatierechten aan de producent door de betrokken filmmakers gehandhaafd. De filmmakers verkrijgen in ruil voor de overdracht van rechten een niet voor afstand vatbaar recht op een billijke vergoeding.
In het licht van de door de Europese Commissie geïnitieerde Public Consultation on EU Copyright Law zal prof. Reto Hilty (directeur van het Max Planck Instituut voor Innovatie en Mededinging, München) spreken over ontwikkelingsperspectieven voor het Europese auteursrecht en de verschillende belangen die daarbij in acht moeten worden genomen. Toegang is gratis. Na afloop van de voordracht vindt een discussie plaats met de zaal.
Mediarecht. Zie eerder
Bijdrage ingezonden door Paul Geerts,
Mediarecht. Strafrecht. Veroordeling ter zake van medeplegen van valsheid in geschrift. Ter terechtzitting in hoger beroep is door de verdediging bepleit dat de verdachte ter zake van het onder 1 bewezenverklaarde dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging. De raadsman van de verdachte heeft daartoe, overeenkomstig het gestelde in de overgelegde pleitnotitie, – verkort en zakelijk weergegeven – betoogd dat een veroordeling van de verdachte in strijd is met het recht op vrijheid van meningsuiting als bedoeld in artikel 10 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM), nu het bewezen verklaarde handelen van de verdachte en zijn medeverdachte noodzakelijk was om het publiek te informeren over de veiligheidssituatie van Schiphol-Oost en de verdachte en zijn medeverdachte hierbij binnen de grenzen van hun beroepsuitoefening zijn gebleven.

