Kamerstukken & EU

IEF 19543

Nadere memorie van antwoord wetsvoorstel wijziging Mediawet 2008

Minister Slob stuurde 29 oktober jl. de Eerste Kamer een nadere memorie van antwoord inzake het wetsvoorstel wijziging Mediawet 2008. Hierin reageert de minister op de schriftelijke inbreng van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) van de Eerste Kamer bij het wetsvoorstel. Lees hier de nadere memorie van antwoord op Rijksoverheid.nl.

IEF 17287

Kamerstuk: Maak gebruik van wettelijke instrumenten, zoals dwanglicenties, importvergunning, stimulering van apothekersbereiding

Brief regering 16 november 2017, Geneesmiddelenbeleid, Kamerstukken II 2017-2018, 29 477, nr.  453. Geneesmiddelenontwikkeling duurt vaak lang en is complex. Er zijn veel actoren, ingewikkelde Europese regelgeving en een grote faalkans. Bij succes wordt er aan het eind van de rit steeds vaker een duur geneesmiddel op de markt gebracht, meestal door de grote farmaceutische industrie. Nederlandse academische en private partijen spelen een rol in dat ontwikkelproces. Steeds vaker nemen deze partijen ook initiatieven om het proces anders in te richten. In dat licht vroeg de vorige minister in 2016 aan de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving om met vernieuwende inzichten te komen en om oplossingen aan te dragen. «Hoe kan de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen doelmatiger, waarbij bereikte efficiencyverbeteringen resulteren in lagere prijzen of anderszins ten goede komen aan de samenleving?» Op 9 november jongsleden ontving de huidige minister het advies van de Raad

IEF 17257

Mededeling bestrijding illegale online content: naar een grotere verantwoordelijkheid voor online platforms

Brief regering 3 november 2017, Mededeling bestrijding illegale online content, Kamerstukken II, 22 112, 2420. De mededeling formuleert richtsnoeren en uitgangspunten voor online platforms (als Facebook, Twitter, Google/Youtube) om – in samenwerking met nationale autoriteiten in lidstaten en andere relevante belanghebbenden – illegale online content tegen te gaan. Wat offline illegaal is, is dat ook online. Daarbij kan gedacht worden aan het verspreiden van jihadistisch gedachtengoed en aanzetten tot radicalisering, hate speech, pedopornografisch materiaal, het schenden van auteursrechten en het online aanbieden van illegale goederen als wapens en drugs. De mededeling richt zich op het faciliteren en intensiveren van de implementatie van succesvolle werkwijzen om illegale content te voorkomen, op te sporen, te verwijderen en de toegang ertoe onmogelijk te maken; tevens moet dat zorgen voor meer transparantie en bescherming van fundamentele rechten online

IEF 17167

Resultaten Europese evaluatie Databankenrichtlijn (96/9/EC) bekendgemaakt

EC

EC, Summary report of the public consultation on the evaluation of Directive 96/9/EC on the legal protection of databases, 6 oktober 2017. De Europese Commissie heeft de resultaten van de openbare evaluatie van richtlijn 96/9/EC (Databankenrichtlijn) openbaar gemaakt. Hieronder een vertaling van de belangrijkste (voorlopige) vindingen van deze openbare raadpleging.

IEF 15968

Minister: zowel makers als ISPs hebben belang bij omvangrijk legaal aanbod

Brief Auteursrechtbeleid, Kamerstukken II 2015-2016, 29 838, nr. 85.
Ik meen dat zowel de makers als de betrokken internet service providers belang hebben bij een omvangrijk legaal aanbod van auteursrechtelijk beschermd materiaal. Ik hoop daarom dat deze partijen bereid en in staat zullen zijn om in dat verband wezenlijke afspraken te maken. Ik schat in dat op afzienbare termijn met name afspraken over vergroting van legaal aanbod en voorlichting over het gebruik van aangeboden (il)legaal materiaal tot de mogelijkheden zouden kunnen behoren. Afspraken over handhavingsaspecten zijn daarentegen wellicht mede afhankelijk van de uitkomst van nog lopende procedures. Zo loopt er onder andere nog een procedure tussen Stichting Brein en UPC over het al dan niet moeten blokkeren van content die inbreuk maakt op het auteursrecht en de naburige rechten. Daarnaast zal er rekening moeten worden gehouden met de aankondiging van de Europese Commissie dat zij zal komen met maatregelen om de (grensoverschrijdende) handhaving van auteursrechten te ondersteunen. De beoogde afspraken van partijen terzake handhavingsaspecten zullen daarmee in lijn moeten zijn.

IEF 15734

Voortzetting debat over toekomstbestendig maken publieke mediadienst

Mediarecht. De Eerste Kamer heeft dinsdag 1 maart 2016 het debat met staatssecretaris Dekker (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) over het toekomstbestendig maken van de publieke mediadienst voortgezet. Tijdens het debat van 2 februari 2016 werden er door alle fracties bezwaren geuit tegen het wetsvoorstel. Aan het eind van de eerste termijn van de kant van de regering besloot de Eerste Kamer om de behandeling van het wetsvoorstel aan te houden en de staatssecretaris de gelegenheid te geven om alle toezeggingen uit het debat vast te leggen in een brief aan de Kamer (EK 34.264, H). Bij de voorzetting van het debat op 1 maart werden vier moties ingediend. Aan het einde van het debat werd besloten dat de staatssecretaris alle in het debat gedane toezeggingen zal vastleggen in een brief aan de Kamer. Deze brief wordt uiterlijk vrijdag 4 maart aan de Kamer gestuurd. Op basis daarvan wordt een besluit genomen over het verdere verloop van de behandeling van het wetsvoorstel.

Ruimte voor omroepen
Senator Atsma (CDA) vroeg onder andere hoeveel omroepen er na invoering van het wetsvoorstel nog overblijven.  De senator vroeg ook wat het betekent als enkele regionale omroepen zich onttrekken aan het plan om samenvoegen en of er een mogelijkheid is om hier per provincie afspraken over te maken. De senator noemde het positief dat in de brief van de NPO en enkele omroepen staat dat de NPO geen sterke bemoeienis zal hebben met de programmering. Dit gaat hem echter niet ver genoeg. Senator Atsma diende een motie in die de regering verzoekt om wettelijk vast te leggen dat omroepen alle ruimte krijgen om programma’s te produceren en uit te zenden. Staatssecretaris Dekker merkte op dat de motie indruist tegen het doel van het wetsvoorstel om een sturende rol van de NPO te creëren. De staatssecretaris ontraadde deze motie. Senator Atsma besloot hierop om het dictum van de motie te wijzigen.

Mediaraad voor Fryslân
Senator Ten Hoeve (OSF) betoogde dat er een minder strakke scheiding moet worden gemaakt tussen regionale en nationale omroepen. De Omrop Fryslân heeft volgens de senator een bijzonder positie in het bevorderen en ontwikkelen van de Friese taal en cultuur. Senator Ten Hoeve diende een motie in die de regering verzoekt een mediaraad voor Fryslân in te stellen waarin onafhankelijke kennis en deskundigheid worden samengebracht. Deze mediaraad moet onder andere een instemmingsrecht krijgen bij de benoeming van de hoofdredacteur van Omrop Fryslân en een adviesrecht bij de benoeming van de RPO-bestuurder die de Friesland portefeuille beheert. De motie verzoekt de regering om in samenspraak met de RPO, Omroep Fryslân en de Provincie Fryslân dit vast te leggen in de Bestuursafspraak Friese taal en cultuur.

De staatssecretaris gaf aan dat hij deze motie omarmt en liet het oordeel over deze motie aan de Kamer.

Eventuele verwerping van het wetsvoorstel
Senator Teunissen (PvdD) betoogde dat het kabinet onvoldoende rekening heeft gehouden met een eventuele verwerping van het wetsvoorstel. Bij niet-inwerkingtreding van de mediawet zal de RPO (Regionale Publieke Omroep) geen doorgang vinden en zullen kleine regionale omroepen over onvoldoende reserves beschikken om dit op te vangen. Senator Teunissen diende een motie in die de regering verzoekt alles in het werk te stellen om regionale omroepen niet te duperen wanneer de RPO niet doorgaat. Deze motie werd ontraden door de staatssecretaris.

Sturing van de NPO en ruimte voor levensbeschouwing
Senator Bikker (ChristenUnie) stelde dat haar fractie een wettelijke inkadering mist van de sturing van de NPO op de inhoud en vormgeving van de programma’s.  De recente brief van de NPO en diverse  omroepen geeft hier weliswaar duidelijkheid over, maar de wettekst doet dit nog onvoldoende. Bikker vroeg of de staatssecretaris duidelijkheid kan verschaffen over wat die sturing precies inhoudt. De sturing zou volgens de wettekst alleen zien op het concessiebeleidsplan, de prestatieovereenkomst, de afspraken over publieksbetrokkenheid en de coördinatie van aanbodkanalen.  Senator Bikker merkte ook op dat de ruimte voor levensbeschouwing niet in de wet zelf staat. Om die reden diende de senator een motie in die de regering verzoekt om ten minste het bedrag van   12 miljoen euro per jaar vrij te houden voor levensbeschouwelijke programmering. Staatssecretaris Dekker merkte op dat het belangrijk is dat er ruimte en budget is en blijft voor levensbeschouwing en liet het oordeel over deze motie aan de Kamer.

Benoeming en ontslag NPO-bestuurders
Senator Kops (PVV) noemde het vreemd dat de staatssecretaris heeft toegezegd om bij het eerstvolgende wetsvoorstel zijn bevoegdheid tot benoeming/ontslag NPO-bestuurders te schrappen en tot die tijd in die geest zal handelen. Kops haalde aan dat dit niets verandert aan de reeds benoemde voorzitter van de Raad van Toezicht en vroeg waarom de staatssecretaris niet bereid is om de schijn van belangenverstrengeling bij deze benoeming weg te nemen. Kops betoogde dat bij de behandeling van dit wetsvoorstel het voorkomen van een politieke nederlaag voorop staat, in plaats van het daadwerkelijk toekomstbestendig maken van de publieke omroep.   

Garanties voor de toekomst
Senator Nagel (50PLUS) betoogde dat er een ondeugdelijk wetsvoorstel is ingediend, dat alleen wordt aangenomen omdat er verbeteringen zijn toegezegd voor de toekomst. Deze verbeteringen zijn volgens de senator bovendien in hoge mate onzeker. Nagel stelde er bij de benoeming van NPO-bestuurders teveel ingezet wordt op politiek wenselijke kandidaten en dat er geen garantie dat dit in de toekomst anders zal zijn. Nagel vroeg ook wat de in de brief vastgelegde toezeggingen van de staatssecretaris waard zijn als het kabinet voortijdig valt. Tot slot betoogde de senator dat een aantal pijnpunten, zoals de inhoudelijke kaderstelling van de NPO en de positie van de genre coördinatoren, niet zijn weggenomen.

Vragen over toezeggingen
Senator Sent (PvdA) vroeg de staatssecretaris om te bevestigen dat geheimhoudingsclausules niet verboden worden en dat van een standaardrapportage alleen wordt afweken als er vragen zijn van een Kamerlid. Zij vroeg ook om het juridische kader voor inzicht in kosten van programmering na te laten kijken door deskundigen. De senator gaf aan zeer verheugd te zijn over de brief van de NPO en een meerderheid van de omroepen van 28 februari 2016 en vroeg of de staatssecretaris deze werkwijze ook omarmt en of hij de positie van de programma-adviesraad en de omroepen toe te lichten. Senator Sent gaf verder aan verheugd te zijn dat de rol van de minister bij benoeming/ontslag van NPO-bestuurders in het eerstvolgende wetsvoorstel wordt verwijderd. Zij miste in deze toezegging wel haar verzoek om domeinexpertise en aftreed-roosters in de benoemings- en ontslagprocedures te betrekken. Ook vroeg zij of de staatssecretaris meent dat de Voorzitter van de Raad van Toezicht van de NPO zijn functie als toezichthouder onafhankelijk en met gezag kan vervullen. Over de regionale omroepen merkte senator Sent op dat er meer zicht moet komen op het bestuursakkoord met de provincie Friesland en dat de staatssecretaris zich sterk moet maken voor het behoud van de programmering voor het Friese taal- en cultuurgebied.                  

Rust in het bestel
Senator Krikke (VVD) betoogde dat er rust moet komen in het publieke mediabestel. Met name voor de regionale publieke omroep is het van groot belang dat er een wettelijke basis komt voor het maken van goede regionale programma’s. De senator juichte toe dat de ministeriële inmenging in de benoeming van NPO-bestuurders is weggenomen. De toezegging om een serieuze verkenning te doen naar de procedure voor benoemingen in de hele publieke mediasector gaat de senator echter niet ver genoeg. Zij vroeg dan ook of de staatssecretaris bereid is om met verdergaande voorstelen voor de benoeming van de Raad van Toezicht van de NPO te komen.                 

Goed bestuur
Senator Schalk (SGP) vroeg hoe de staatsecretaris de notitie voor good governance gaat uitwerken en hoe de rol van de NPO ten opzichte van de omroeporganisaties beter kan worden ingekaderd. De senator merkte op dat veel burgers juist vanwege levensovertuiging hebben aangesloten bij een omroep en vroeg hoe er gewaarborgd wordt dat deze overtuigingen voldoende ruimte krijgen.  

Senator Schnabel (D66) betoogde dat de voordracht van NPO-bestuurders door een onafhankelijke commissie bindend moet zijn. Een toezegging voor een toekomstige verandering van de wet is voor de D66 fractie onvoldoende om het huidige wetsvoorstel te kunnen steunen. De senator stelde dat zijn fractie erg hecht aan goede governance van de publieke omroep. De sturing  van de NPO moet volgens Schabel dan ook gevrijwaard zijn van invloeden die de missie en doelstellingen van de publieke omroep instrumenteel kunnen maken voor de behartiging van andere belangen dn het voorzien in hoogwaardig publieke mediadiensten.  

Advies bij benoeming
Senator Lintmeijer (GroenLinks) vroeg de staatssecretaris om toe te zeggen dat regionale omroepen alle financiële ruimte krijgen die redelijkerwijs noodzakelijk is en dat de redactionele onafhankelijkheid (wettelijk) geregeld wordt. Lintmeijer vroeg ook om de toezegging dat er voortaan een bindende voordracht van een onafhankelijke benoemingscommissie komt; op basis van onafhankelijk vastgestelde profielen. Volgens Lintmeijer moet er bij de benoeming ook een rol komen voor een klantenpanel of maatschappelijke adviesraad dat het bestuur van de NPO van advies kan dienen. Tot slot betoogde de senator dat er meer duidelijkheid moet komen over de checks and balances binnen de publieke omroep en dat het systeem meer open gaat voor initiatieven van externe producenten.        

Visie van de staatssecretaris
Senator Gerkens (SP) vroeg de staatssecretaris om toe te lichten welke toezeggingen hij buiten het debat in de Eerste Kamer heeft gedaan. De senator gaf aan dat haar fractie onvoldoende overtuigd is van de visie van de staatssecretaris op de publieke omroep. Gerkens uitte kritiek op de benoeming van de Voorzitter van de Raad van Toezicht en vroeg om openbaarmaking van de stukken rondom diens benoeming. De omroepen hebben volgens senator Gerkens onvoldoende garantie dat de NPO zich inderdaad inhoudelijk afzijdig zal houden van de programmering. Verder betoogde de senator dat de toegenomen burgerparticipatie vereisen dat burgers goed geïnformeerd worden. Dit wordt volgens Gerkens echter in hoge mate verhinderd door de kwetsbare financiële situatie van de regionale en lokale omroepen.

Overheid op afstand
Staatssecretaris Dekker (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) gaf aan dat de inbreng van de Eerste Kamer in tweede termijn noopt tot verdere wijziging van het wetsvoorstel. Het gaat dan om de manier waarop NPO-bestuurders en toezichthouders benoemd worden, de verhouding tussen NPO en de omroepen en manier waarop NPO publiek betrekt.

De staatssecretaris merkte op dat de overheid op grotere afstand moet komen te staan van de benoeming van bestuurders en toezichthouders. Het instemmingsrecht van de minister bij de benoeming van de raad van bestuur verdwijnt. Ook de betrokkenheid van de minister bij de benoeming van de leden van de raad van toezicht wordt in zijn geheel weggenomen. De Raad van Toezicht werft zelf benoemingsadviescommissie. Er kan door de minister alleen worden afgeweken van een voordracht als deze in strijd is met de wet of als er andere zwaarwegende belangen in het geding zijn. Dit moet altijd schriftelijk worden gemotiveerd aan de Kamer.

De staatssecretaris gaat in de wet opnemen dat de NPO haar sturende rol verricht op basis van een beleidsvisie die samen met de omroepen is vastgesteld. Als dit wetsvoorstel wordt aanaard, worden zullen alleen de artikelen die zien op de regionale omroep in werking treden. De artikelen over de nationale omroep treden pas in werking als er een reparatiewet is aangenomen. Mocht een dergelijke reparatiewet niet worden aangenomen in de Tweede Kamer, dan blijft er van het wetsvoorstel dus alleen de regeling van de Regionale publieke omroep over. De staatsecretaris heeft er echter vertrouwen in dat er voldoende steun voor een reparatiewet.

 Verder merkte de staatsecretaris op dat het wetsvoorstel de NPO vrijlaat in de manier waarop het publiek wordt betrokken. Naar aanleiding van de bezwaren uit de Eerste Kamer zegde de staatssecretaris toe dat hij zal bevorderen dat de NPO representatieve inspraak organiseert, zoals publiekspanels  of een representatieve maatschappelijke adviesraad.

IEF 15733

Eerste Kamer aanvaardt initiatiefwetsvoorstel en novelle Huis voor klokkenluiders

Mediarecht. De Eerste Kamer heeft dinsdag 1 maart 2016 aan het einde van de derde termijn van het debat over het initiatiefwetsvoorstel en de novelle voor het Huis voor klokkenluiders aanvaard. 66 senatoren stemden voor de beide wetsvoorstellen, 9 senatoren waren afwezig. Tijdens het debat werden door senator Bikker (ChristenUnie) twee moties ingediend, waarvan er één werd aangehouden. De andere motie werd aanvaard, met steun van ChristenUnie, PvdA, SGP, GroenLinks, PvdD, 50PLUS, OSF, SP en D66.

(...)
Het benadelingsverbod Senator Postema (PvdA) stelde dat hij het uitbreiding van het benadelingsverbod naar zelfstandigen, stagiaires en vrijwilligers een goede zaak vindt. Het is volgens Postema echter nog maar de vraag of een expliciet benadelingsverbod bij de rechter straks daadwerkelijk leidt tot meer bescherming van klokkenluiders. Het melden van een misstand leidt immers snel tot verstoorde arbeidsverhoudingen en er zijn weinig rechters die dit moedwillig in stand willen houden. Dit zou kunnen betekenen dat het benadelingsverbod in praktijk een wassen neus blijkt. Postema vroeg de initiatiefnemers en de minister om toe te lichten in hoeverre het wetsvoorstel een daadwerkelijke verbetering betekent.
(...)

Geen valse maar snelle start Senator Koffeman (PvdD) vroeg de indieners en de minister om te reageren op geuite zorgen over het beperkte budget dat beschikbaar wordt gesteld voor het Huis en hoe wordt voorkomen dat klokkenluiders zich niet melden uit vrees voor de zwakke positie van het Huis. Dit zou immers een valse start zijn van het Huis. Over de uitbreiding van het benadelingsverbod merkte de senator op dat dit niet in de weg mag staan aan een spoedige start van het Huis. Senator Van Weerdenburg (PVV) stelde dat vrijwilligers en stagiairs een fundamenteel andere positie hebben dan werknemers. De senator stelde dat de initiatiefnemers en minister hier heel duidelijk over zijn geweest. Zij noemde het onbegrijpelijk dat dit onderwerp het opzetten van het Huis hebben vertraagd en betoogde dat het Huis zo snel mogelijk moet worden opgezet.
(...)
Lees verder