Aspergerpatiënt uitschelden op Facebook overschrijdt grens
Ktr. Rechtbank Rotterdam 29 oktober 2015, IEF 15527; ECLI:NL:RBROT:2015:9169 (Aspergerpatiënt op Facebook)
Mediarecht. Medio juli 2013 zijn de verhoudingen tussen partijen verslechterd, eiser heeft laten weten dat bij hem het syndroom van Asperger is vastgesteld. Gedaagde heeft eiser de toegang tot het door hun geëxploiteerde café ontzegd, omdat zij het gedrag onbehoorlijk vinden. Ook heeft gedaagde berichten geplaatst over eiser. Dat eiser gedaagde stalkt en onwaarheden over hem verkondigt, is nog geen reden om eiser voor sukkel en loser uit te maken en de spot te drijven met zijn psychische problemen (e.g. komkommer-syndroom). Gedaagde heeft met zijn uitlatingen op Facebook de grenzen van de betamelijkheid overschreden.
4.4 Hoewel de naam van [eiser] in die berichten niet is genoemd, is niet betwist dat bij de groep van bekenden van café [naam café] duidelijk was dat de berichten op [eiser] betrekking hebben. Bij beantwoording van de vraag of [gedaagde 2] door de hiervoor geciteerde berichten op Facebook onrechtmatig jegens [eiser] heeft gehandeld, spelen twee fundamentele rechten een rol, te weten het recht op vrijheid van meningsuiting (artikel 7 Grondwet en artikel 10 Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) en het recht op eerbiediging van privé-, familie- en gezinsleven (artikel 8 EVRM), anders gezegd het recht op bescherming van de eer en goede naam. Toewijzing van de vordering van [eiser] levert een beperking op van de vrijheid van meningsuiting. [eiser] legt aan die beperking een onrechtmatige daad ten grondslag en stelt dat die beperking strekt tot bescherming van zijn eer en goede naam.
ad b.
4.4.2 De uitlatingen van [gedaagde 2] komen erop neer dat [eiser] iemand is met een psychische afwijking die [VOF] stalkt en aan wie op Facebook geen aandacht moet worden geschonken. Verder is daarin vermeld dat [eiser] een sukkel en een loser is, wordt daarin de suggestie gewekt dat [eiser] een leugenaar is en wordt de spot gedreven met de door [eiser] aan [gedaagde 2] en [gedaagde 3] kenbaar gemaakte psychische problemen van [eiser] . [gedaagde 2] heeft geen feiten gesteld waaruit kan worden opgemaakt dat [eiser] [VOF] stalkt en onwaarheden over hen verkondigt. Maar ook als juist zou zijn dat [eiser] [VOF] stalkt en onwaarheden over [VOF] verkondigt, dan is dat nog geen reden om [eiser] voor sukkel en loser uit te maken en de spot te drijven met zijn psychische problemen. [gedaagde 2] heeft met zijn uitlatingen op Facebook de grenzen van de betamelijkheid overschreden.
ad. c.
4.4.3 De berichten zijn geplaatst op Facebook in een groep van bekenden van café [naam café] en hebben dus geen groot publiek bereikt. Deze omstandigheid bezien in samenhang met de aard van de gewraakte uitlatingen en de maatschappelijke positie van [eiser] maken dat het niet aannemelijk is dat de schadelijke gevolgen voor
[eiser] groot zijn.
Merkenrecht. K-Swiss verzoekt via een internationale registratie voor de EG om een positie-beeldmerk voor vijf strepen op een schoen. Het BHIM weigert (terecht) de inschrijving vanwege gebruik aan onderscheidend vermogen. De strepen zijn niets meer dan een nogal banaal generieke verfraaiing gezien de wijdverbreide praktijk van het plaatsen van streeppatronen op sportschoenen. Beroep wordt verworpen.
Auteursrecht. Merkenrecht. Lifemaxx verkoopt sportartikelen en fitnessproducten via haar website en is houdster van gelijkluidend woordmerk en van beeldmerk crossmaxx. Power Impact heeft foto's van fitnessproducten van Lifemaxx op haar website gebruikt waarbij het merk op een slordige wijze is geprobeerd onzichtbaar te maken. De foto's getuigen van eigen oorspronkelijk karakter dragen het persoonlijk stempel van de fotografen. Met een eenvormige wijze van belichting, geringe schaduwvorm, de hoek waaronder is gefotografeerd, tegen een witte achtergrond en volledig scherp zijn producten in beeld gebracht. Staking op grond van auteursrecht wordt bevolen. Niet is gebleken dat het beeldmerk ook op de door gedaagde gebruikte foto’s is weergegeven, het woordmerk LIFEMAXX is wel herhaaldelijk gebruikt om producten te verkopen. Staking van het woordmerk wordt bevolen, voorschot op schadevergoeding wordt afgewezen.
Slaafse nabootsing. Rubberen PVC-matten voor het maken van beton met antislipstructuur met ruit en gezandstraald vierkantjes-patroon hebben zelfde totaalindruk. Gedaagde had een andere weg in kunnen slaan zonder afbreuk te doen aan de deugdelijkheid en bruikbaarheid van de structuurmatten. Verwarringsgevaar aannemelijk. Gelet op de gemaakte kosten en geleverde inspanningen, heeft eiser een eigen plaats op de markt veroverd. Door hierbij aan te haken, profiteert DG Rubber van deze inspanningen, het publiek zal de structuurmatten niet van elkaar weten te onderscheiden. Staking van de slaafse nabootsing wordt bevolen.
Uitspraak ingezonden door Tobias Cohen Jehoram en Vivien Rörsch,
Uit het
Uitspraak ingestuurd door Ernst-Jan Louwers,
Als randvermelding. Contractenrecht. Haviltex. ICT-producten en diensten. Partijen zijn een contract overeengekomen op grond waarvan onderwijsinstellingen via SURFmarket licenties kunnen afnemen voor Turnitins anti-plagiaat software. Turnitin wil de overeenkomst opzeggen, maar SURFmarket stemt hier niet mee in en vordert nakoming. In geschil is het karakter van de overeenkomst. De rechter concludeert dat Turnitin geen gronden heeft aangevoerd die opzegging rechtvaardigen. Vordering tot nakoming wordt toegewezen.
Uit het
Van