Alle rechtspraak

IEF 18307

Broers krijgen cel- en taakstraf voor handel in vervalste merkartikelen

Rechtbanken 12 mrt 2019, IEF 18307; ECLI:NL:RBOBR:2019:1286 (Handel in vervalste merkartikelen), http://www.ie-forum.nl/artikelen/broers-krijgen-cel-en-taakstraf-voor-handel-in-vervalste-merkartikelen

Rechtbank Oost-Brabant 12 maart 2019, IEF 18307; ECLI:NL:RBOBR:2019:1286 (Handel in vervalste merkartikelen) Strafrecht. Via rechtspraak.nl: De rechtbank Oost-Brabant veroordeelt een 33-jarige man uit Eindhoven voor grootschalige merkfraude tot een gevangenisstraf van 9 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk. Zijn 31-jarige broer uit Nuenen krijgt voor zijn aandeel een taakstraf van 120 uur, waarvan 60 uur voorwaardelijk. De mannen handelden van september tot en met november 2016 in vervalste kleding, accessoires en horloges. Ze verkochten onder meer truien, broeken, jassen en riemen vanuit gehuurde opslagboxen aan klanten. Deze artikelen waren voorzien van valse of vervalste merktekens. De rechtbank oordeelt op basis van de bewijzen dat de mannen wisten dat het geen originele merkartikelen waren en dat ze dus vervalst waren. Bij het bepalen van de straffen houdt de rechtbank er rekening mee dat de broers zowel de reputatie, exclusiviteit en werfkracht van de originele merken hebben geschonden, maar ook het vertrouwen dat de consument moet kunnen hebben in de juistheid van merkaanduidingen. Bovendien maakten ze inbreuk op het exclusieve intellectuele eigendomsrecht dat de rechthebbenden hebben op hun merk. Door de vervalste merkartikelen tegen spotprijzen aan te bieden, werd de markt verstoord.

IEF 18311

Perfect Eyelash onderbouwt handelsnaam- en merkrechten onvoldoende

Rechtbanken 28 dec 2019, IEF 18311; ECLI:NL:RBMNE:2018:6654 (Perfect eyelash tegen X), http://www.ie-forum.nl/artikelen/perfect-eyelash-onderbouwt-handelsnaam-en-merkrechten-onvoldoende

Vzr. Rechtbank Midden-Nederland 28 december 2018, IEF 18311; ECLI:NL:RBMNE:2019:6654 (Perfect Eyelash tegen X) Eiseres gebruikt de handelsnaam Perfect Eyelash en bijbehorend beeldmerk. Eiseres is van mening dat gedaagde inbreuk maakt op haar rechten doordat zij een vrijwel identieke handelsnaam voert, in dezelfde branche, in dezelfde plaats van vestiging. Gedaagde voert hiertegen gemotiveerd verweer. Eiseres heeft echter onvoldoende onderbouwd dat zij rechthebbende is op de handelsnaam- en merkrechten. Derhalve worden haar vorderingen afgewezen, en wordt zij veroordeeld in de proceskosten.

IEF 18282

Merk- en handelsnaam Bincx komt te zeer overeen met Binx Smartility

Rechtbanken 4 mrt 2019, IEF 18282; (Binx smartility tegen Bincx), http://www.ie-forum.nl/artikelen/merk-en-handelsnaam-bincx-komt-te-zeer-overeen-met-binx-smartility

Ktr Rechtbank Gelderland 4 maart 2019, IEF 18282; ECLI:NL:RBGEL:2019:1091 (Binx smartility tegen Bincx). Binx Smartility is een joint-venture waarin twee bouwbedrijven deelnemen. Zij hebben het Binx Smartility dan ook als woordmerk gedeponeerd. Verweerder drijft ook een bouwbedrijf en heeft aangekondigd haar handelsnaam te gaan wijzigen in Bincx. Binx Smartility heeft Bincx gevraagd het (voorgenomen) gebruik te staken. Bincx geeft hieraan geen gehoor. Binx Smartility is hierop naar de rechter gestapt. De woordmerken Binx Smartility en Bincx verschillen vrijwel niet van elkaar op zowel auditief als visueel vlak. Er is dus sprake van een merkinbreuk op grond van artikel 2.20 lid 1 sub b BVIE. Voorts vordert Binx Smartility het staken en gestaakt houden van het voeren van de handelsnaam Bincx. Beide ondernemingen bieden hetzelfde soort diensten aan, en zijn actief in hetzelfde geografische gebied. Binx Smartility heeft ter zitting voldoende duidelijk weten te maken dat er sprake is van te duchten verwarring. De vordering strekkende tot staking zal derhalve worden toegewezen. Daarnaast vordert Binx Smartility nog dat de website van Bincx aan haar wordt overgedragen. Nu aangenomen moet worden dat Bincx niet de eigenaar is van deze domeinnaam kan geen overdracht worden toegewezen, Bincx wordt verboden deze domeinnaam nog te gebruiken. Bincx wordt veroordeelt in de proceskosten.

IEF 18273

Twirl is bekende productiewijze en vormt geen merkinbreuk

Rechtbanken 1 mrt 2019, IEF 18273; ECLI:NL:RBDHA:2019:1845 (De Bondt tegen Hobbii), http://www.ie-forum.nl/artikelen/twirl-is-bekende-productiewijze-en-vormt-geen-merkinbreuk

Vzr. Rechtbank Den Haag 1 maart 2019, IEF 18273; ECLI:NL:RBDHA:2019:1845 (De Bondt tegen Hobii). Merkenrecht. De Bondt is groothandel in fournituren, haak- en breigarens en houdt in deze hoedanigheid een aantal merkregistraties, waaronder het woordmerk Benelux- en Uniewoordmerk WHIRL. Hobbii is een online-winkel die brei- en haakbenodigdheden verkoopt aan creatievelingen. Zij richt deze activiteit ook op Nederland middels een website. Zij gebruikt bij aanprijzing van haar waren de term ‘Twirls’. De Bondt stelt dat gebruik van deze term een inbreuk vormt op haar merkrecht. De rechter oordeelt dat er geen sprake is van een inbreuk is op het merkrecht van De Bondt, nu ‘Twirl’ verwijst naar het soort garen en het productieproces om dit garen te creëren door de draden om elkaar heen te draaien. Dit wordt voor de geïnformeerde gebruiker bekend geacht. De rechtbank wijst derhalve de vorderingen van De Bondt af, en veroordeelt haar in de proceskosten.

IEF 18268

Pils van Lidl maakt geen inbreuk op merkrechten Grolsch

Rechtbanken 28 feb 2019, IEF 18268; Zoekresultaat - inzien document ECLI:NL:RBROT:2019:1591 (Grolsch tegen Lidl NL), http://www.ie-forum.nl/artikelen/pils-van-lidl-maakt-geen-inbreuk-op-merkrechten-grolsch

Rechtbank Rotterdam 28 februari 2019, IEF 18268; ECLI:NL:RBROT:2019:1591 (Grolsch tegen Lidl NL). Grolsch is een bierbrouwerij die pils op de markt brengt onder de naam Kornuit. Dit pils is op verschillende locaties verkrijgbaar. KORNUIT is door Grolsch ingeschreven als woord- en beeldmerk. Lidl NL exploiteert supermarkten en heeft een pils laten ontwikkelen dat zij op de markt heeft gebracht onder de naam Kordaat. Ook Lidl NL heeft haar teken in laten schrijven als woord- en beeldmerk. Grolsch stelt dat Lidl NL met Kordaat een inbreuk maakt op haar merkrecht, en spant daarom een kort geding aan voor de Rechtbank Rotterdam. Lidl NL voert hierop gemotiveerd verweer. Grolsch stelt dat er auditieve en visuele overeenstemming is, terwijl Lidl NL aanvoert dat er begripsmatig juist grote verschillen bestaan. Nu er discussie is over de vraag of de betekenis van de begrippen beiden bij het grote publiek bekend zijn kan de rechtbank hieromtrent in dit kort geding geen conclusie trekken. Hierna oordeelt de rechtbank dat de auditieve overeenstemming gering is en de visuele overeenstemming eveneens beperkt is. De rechtbank komt dus tot de conclusie dat er geen sprake is van verwarringsgevaar. Met betrekking tot de vordering van Grolsch op grond van sub c van artikel 2.20 lid 1 BVIE oordeelt de rechtbank dat onvoldoende is gebleken dat het publiek een verband legt tussen Kordaat en Kornuit. Al met al komt de Rechtbank tot het oordeel dat het niet in de lijn der verwachting ligt dat in een bodemprocedure geoordeeld zal worden dat Lidl NL een inbreuk maakt op het merkrecht van Grolsch zodat de vorderingen dienen te worden afgewezen.

IEF 18258

Hof vernietigt vonnis: MyBrand maakt wel inbreuk op woordmerk SHRUNK

Gerechtshoven 19 feb 2019, IEF 18258; ECLI:NL:GHAMS:2019:478 (Scotch & Soda tegen MyBrand c.s.), http://www.ie-forum.nl/artikelen/hof-vernietigt-vonnis-mybrand-maakt-wel-inbreuk-op-woordmerk-shrunk

Hof Amsterdam 19 februari 2019, IEF 18258; ECLI:NL:GHAMS:2019:478 (Scotch & Soda tegen Mybrand). Hoger beroep naar aanleiding van IEF 16197. Scotch & Soda is in hoger beroep gekomen tegen een eerdere uitspraak waarin het hof heeft bepaald dat MyBrand c.s. (hierna: MyBrand) geen inbreuk maakt op het woordmerk ‘SCOTCH SHRUNK’. Scotch & Soda voert twee grieven aan: allereerst dat ook aan het woordmerk ‘SHRUNK’ betekenis moet toekomen, nu de inbreuk ook na inschrijving (23 november 2015) heeft plaatsgevonden, en daarnaast dat niet ‘SCOTCH’, maar ‘SHRUNK’ het dominante bestanddeel is. Met betrekking tot de tweede grief (die het hof eerst heeft behandeld) oordeelt het hof dat er geen sprake is van verwarringsgevaar ten aanzien van ‘SCOTCH SHRUNK’, nu ‘SHRUNK’ vooral beschrijvend is. Met betrekking tot het woordmerk ‘SHRUNK’ voert MyBrand aan dat er geen sprake kan zijn van merkenrechtelijke bescherming nu deze term puur beschrijvend is. Het hof gaat hier echter niet in mee, nu ‘SHRUNK’ zeker enig onderscheidend vermogen toekomt. Nu ‘SHRUNK’ een merk is dat bescherming verdient, heeft MyBrand met haar verkopen inbreuk gemaakt op de merkrechten van Scotch & Soda. Het hof oordeelt dus dat er sprake is van een inbreuk, en veroordeelt MyBrand in de proceskosten.

IEF 18257

Kamstra is schadevergoeding verschuldigd aan Jack Daniel's

Rechtbanken 20 feb 2019, IEF 18257; ECLI:NL:RBDHA:2019:1420 (Jack Daniel's tegen Kamstra c.s.), http://www.ie-forum.nl/artikelen/kamstra-is-schadevergoeding-verschuldigd-aan-jack-daniel-s

Rechtbank Den Haag 20 februari 2019, IEF 18257; ECLI:NL:RBDHA:2019:1420 (Jack Daniel's tegen Kamstra c.s.). Merkenrecht. Bodemzaak. Eerste Aanleg. Eindvonnis na tussenvonnis. In het tussenvonnis (zie IEF 16511) heeft de Rechtbank Den Haag bepaald dat Kamstra c.s. schadeplichtig is jegens Jack Daniel’s. Op deze beslissing komt de Rechtbank niet terug. In deze uitspraak beoordeelt de Rechtbank de betrouwbaarheid van de schaderapporten en begroot de Rechtbank de schade. Ook verbiedt de Rechtbank Kamstra c.s. het voortzetten van de inbreukmakende handelingen. De dwangsommen worden toegekend zoals door Jack Daniel's gevorderd. Kamstra hoeft Jack Daniel's geen verdere gegevens te verstrekken bij gebrek aan belang. Nu schadevergoeding en winstafdracht niet kunnen cumuleren oordeelt de rechtbank dat er slechts schade hoeft te worden vergoed. Nu beide partijen gedeeltelijk in het ongelijk zijn gesteld dienen zij beide bij te dragen aan de proceskosten.

IEF 18241

Disco 54 is geen soortnaam

Belgische gerechten 24 dec 2018, IEF 18241; 2018/AR/336 (Star Group tegen Cargo), http://www.ie-forum.nl/artikelen/disco-54-is-geen-soortnaam

Hof van Beroep Antwerpen, 24 december 2018, IEF 18241, IEFbe 2819; 2018/AR/336 (Star Group tegen Cargo). Merkenrecht. Hoger beroep. Bij overeenkomst worden aan Star Group drie woordmerken overgedragen, te weten "Studio 54", "Disco 54" en "54". Deze merken gebruikt Star Group voor het organiseren van feesten in Antwerpen. Echter heeft Star Group moeten constateren dat Cargo ook gebruik maakt van deze merken bij het organiseren van haar feesten. Star Group vordert derhalve dat Cargo gebruik van het merk moet staken. Cargo stelt op haar beurt dat de merken te zeer gebruikelijk zijn voor het organiseren van disco feesten, en dat het merk dus nietig is. Het hof oordeelt echter dat er wel degelijk sprake is van onderscheidend vermogen, nu het relevante publiek bekend is met de betekenis, maar Studio 54 zeker niet tot synoniem voor (bepaalde) feesten is verworden. Er kan dus ook geen sprake zijn van verval van inschrijving van het merkrecht nu daarvoor vereist is dat er sprake is van verwatering, en dat deze verwatering door toedoen van de merkhouder tot stand is gekomen. Tot slot stelt Cargo nog dat dat de vordering van Star Group niet ontvankelijk zou moeten worden verklaard bij gebrek aan rechtmatig belang. Dit omdat Star group gebruik van het merk enkel zou willen verbieden omdat de feesten van Cargo voor homo’s en dragqeens worden georganiseerd. Dit is echter nergens uit gebleken, en dus kan het hof niet anders dan het hoger beroep ongegrond verklaren.