Zodanig verschillend dat geen verwarring te duchten is
Rechtbank Gelderland 26 juni 2013, KG ZA 13-251 (ECEM European Chemical Marketing B.V. tegen Stichting ECEM)Uitspraak ingezonden door Maarten Russchen, Russchen Advocatuur.
ECEM is een bedrijf dat zich bezig houdt met de groothandel in chemische grondstoffen en chemicaliën. Zij gebruikt voor haar onderneming de handelsnaam 'ECEM European Chemical Marketing B.V.' alsmede 'ECEM' en heeft de domeinnaam www.ecem.com in gebruik. Sinds oktober 2001 is zij tevens houdster van het Benelux woord- en beeldmerk ECEM. De Stichting ECEM houdt zich bezig met onder andere, onderzoek, behandeling en advies betreffende gezondheidseffecten van gevaarlijke stoffen. De Stichting exploiteert een topklinisch expertisecentrum. ECEM is thans van oordeel dat de stichting inbreuk maakt op haar handelsnaam- en merkrechten.
Handelsnaamrecht
De voorzieningenrechter is van oordeel dat de aard van de ondernemingen, de aangeboden producten en diensten en de markt waarop zij actief zijn en het relevante publiek zodanig verschillend zijn, dat er geen gevaar voor verwarring ontstaan tussen ECEM als distributeur van chemicaliën en de Stichting ECEM als topklinisch medisch expertisecentrum. De handelsnaam van 'ECEMed' van de Stichting wijkt in meer dan geringe mate af van het beeldmerk van ECEM, gelet op de duidelijke visuele, auditieve en begripsmatige verschillen tussen het beeldmerk en de handelsnaam. Ook hieromtrent is geen verwarring te duchten, aldus de voorzieningenrechter. Het beroep op art. 5 en 5a Hnw faalt.
Merkenrecht
Uit het verhandelde ter zitting en de overgelegde producties blijkt onvoldoende dat de Stichting haar teken naast het gebruik als handelsnaam mede als merk gebruikt. Volgens de voorzieningenrechter is onvoldoende aannemelijk geworden dat de Stichting inbreuk maakt op het beeldmerk van ECEM.
De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van ECEM af.
Handelsnaamrecht
4.12. Dit betekent dat het enkele feit dat beide partijen actief zijn op het gebied van gevaarlijke of chemische stoffen onvoldoende is om verwarringsgevaar tussen partijen aan te nemen bij het relevante publiek van ECEM. Immers, zoals hierboven reeds is overwogen zijn de aard van de ondernemingen, de aangeboden producten en diensten, de markten waarop zij actief zijn en het relevante publiek zodanig verschillend, dat bij het relevante publiek van ECEM, dat deskundig is en zodoende in hoge mate als oplettend kan worden beschouwd, geen gevaar voor verwarring is te duchten ten aanzien van de ondernemingen van partijen.
4.13. Voor zover in weerwil van het bovenstaande, er een overlap is in het relevante publiek van partijen, zal gezien de verschillende aard van de ondernemingen en de aangeboden producten en diensten en de verschillende markten waarop zij actief zijn, bij dit deskundige publiek dat in hoge mate oplettend is, geen verwarring onstaan tussen ECEM als distributeur van chemicaliën en de Stichting als topklinichs medisch expertisecentrum.
Het beroep op artikel 5 Hnw faalt derhalve.
4.23. De conclusie is dat globaal beoordeeld, naar de totaalindruk die de tekens maken de handelsnaam 'ECEMed' van de Stichting in meer dan geringe mate afwijkt van het beeldmerk van ECEM, gelet op de duidelijke visuele, auditieve en begripsmatige verschillen tussen het beeldmerk en de handelsnaam. Mede gelet op het zwakke onderscheidend vermogen van het ingeroepen beeldmerk en de grote verschillen tussen de aard van de ondernemingen van partijen, de aangeboden producten en diensten, de markt en het publiek waarop zij zich richten, is de voorzieningenrechter van oordeel dat bij het relevante publiek geen verwarringsgevaar omtrent de herkomst van de waren is te duchten. Dit publiek zal de specialistische dienstverlening van de Stichting als topklinisch medisch expertisecentrum niet verwarren met de activiteiten van ECEM als distributeur van chemische stoffen.
Daarmee faalt ook het beroep van ECEM op artikel 5a Hnw.
Merkenrecht
4.32. Uit het voorgaande volgt dat onvoldoende aannemelijk is geworden dat de Stichting in strijd handelt met artikel 2.20 lid 1 sub a, b, c of d BVIE, zodat thans niet kan worden vastgesteld dat de Stichting inbreuk maakt op het beeldmerk van ECEM.
Uitspraak ingezonden door Anja Dekhuijzen,
Uitspraak ingezonden door Lars Bakers en Astrid Sixma,
Handelsnaamrecht. Domeinnaam. Onrechtmatige daad/verwarring. Geen handelsnaaminbreuk, want geregistreerde domeinnaam van gedaagde is geen handelsnaam. Dealerstation verzorgt en exploiteert een online veilingsite voor auto's en bedrijfswagens. Dealerdirect handelt ook in auto's. Dealerstation heeft in januari 2013 de domeinnaam besteautobod.nl geregistreerd.
Handelsnaamrecht. Merkenrecht. Domeinnaamrecht. Rederij WK is na een aantal overdrachten het rondvaartbedrijf gaan exploiteren onder de handelsnaam 'Rederij Wolfrat'. Wolfrat WK is houdster van twee domeinnamen: redererijwolfrat.nl en wolfratrondvaarten.nl. Wolfrat Boten is houdster van Beneluxwoordmerk
Gemeenschapsmerk. Handelsnaamrecht. Beroep ingesteld door de houder van de handelsnaam „macros Consult GmbH” strekkende tot vernietiging van beslissing R 339/20094 van de vierde kamer van beroep van het Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (BHIM) van 18 oktober 2010, waarbij is verworpen het beroep tegen de beslissing van de nietigheidsafdeling houdende afwijzing van de door verzoekster ingestelde vordering tot nietigverklaring van het beeldmerk dat het woordelement „makro” bevat, voor waren en diensten van de klassen 1 tot en met 42. Het beroep wordt verworpen, de loutere aanvraag tot woordmerkregistratie is onvoldoende om gebruik van de handelsnaam ex § 5 Duitse Markengesetz te bewijzen. Ook een briefwisseling volstaat niet ten bewijze van duurzaam gebruik van de firmanaam. Er is geen fout gemaakt bij de toepassing van Duits recht.
Uitspraak ingezonden door Paul Mazel,