Gerecht bevestigt nietigverklaring van het Uniemerk V12X
Gerecht EU 18 maart 2026, IEF 23383; IEFbe 4147; ECLI:EU:T:2026:198 (MAN Truck & Bus SE tegen EUIPO en Rolls-Royce Power Systems AG). In deze zaak vorderde MAN Truck & Bus SE vernietiging van de beslissing van de tweede kamer van beroep van het EUIPO, waarin het Uniewoordmerk V12X nietig was verklaard op verzoek van Rolls-Royce Power Systems AG. Het merk was ingeschreven voor motoren en motoronderdelen in klasse 7, met name voor gebruik in boten, schepen en stationaire toepassingen. Het Gerecht verwerpt eerst de bewijsrechtelijke bezwaren van MAN. Volgens het Gerecht schrijft Verordening 2017/1001 geen vaste vorm van bewijs voor, zodat ook screenshots, hyperlinks en andere online bronnen als bewijs kunnen dienen. Het enkele feit dat een website later mogelijk is gewijzigd of dat een link niet meer werkt, maakt zulke stukken nog niet ongeloofwaardig; daarvoor zijn concrete aanwijzingen van manipulatie nodig, en die had MAN niet gegeven. Ook het aanvullende bewijsmateriaal dat Rolls-Royce pas voor het eerst bij de kamer van beroep had ingediend, mocht volgens het Gerecht worden toegelaten. Dat materiaal was op het eerste gezicht relevant voor de uitkomst van de zaak, vulde eerder tijdig ingediend bewijs aan en diende mede als reactie op de afwijzende beslissing van de nietigheidsafdeling, die het eerdere dossier onvoldoende vond. Verder faalde ook de klacht dat de kamer van beroep haar beslissing op andere gronden zou hebben gebaseerd dan die welke Rolls-Royce had aangevoerd: voor zover bepaalde overwegingen al verder gingen, waren die volgens het Gerecht in elk geval niet beslissend, omdat de nietigverklaring al zelfstandig kon steunen op het beschrijvende karakter van het merk.
Uitspraak ingezonden door Marije van der Jagt, Griffiths Advocaten.
Hof bevestigt Nederlandse thuiskopieregeling en veroordeelt PhoneZone tot betaling
Hof Den Haag 10 maart 2026, IEF 23382; ECLI:NL:GHDHA:2026:243 (PhoneZone tegen De Thuiskopie). In PhoneZone B.V. tegen Stichting de Thuiskopie stond in hoger beroep centraal of PhoneZone thuiskopievergoedingen moest betalen over door haar ingevoerde dragers, en of het Nederlandse stelsel van thuiskopievergoeding wel verenigbaar is met art. 5 lid 2 onder b van de Auteursrechtrichtlijn. Het hof zet eerst het wettelijke kader uiteen: in Nederland is de thuiskopievergoeding verschuldigd door de fabrikant of importeur van de drager; de hoogte van de vergoeding wordt vastgesteld binnen het daarvoor geldende stelsel; de inning loopt via Stichting de Thuiskopie; de betalingsplicht ontstaat bij invoer of het in het verkeer brengen van de drager; en bij uitvoer of ander niet-vergoedingsplichtig gebruik bestaan mogelijkheden voor restitutie. Het hof verwerpt vervolgens de principiële bezwaren van PhoneZone tegen dit systeem. Volgens het hof hebben lidstaten bij de inrichting van een stelsel van billijke compensatie een ruime beoordelingsmarge, zolang de daadwerkelijke inning van compensatie is gewaarborgd en voldoende correctiemechanismen bestaan om overcompensatie te voorkomen. Daarom is het volgens het hof toegestaan dat Nederland de heffing legt bij de fabrikant of importeur in plaats van bij de particuliere eindgebruiker. Ook is het toegestaan dat de betalingsverplichting al ontstaat voordat daadwerkelijk een privékopie is gemaakt. Het hof acht verder aanvaardbaar dat niet vooraf al onderscheid wordt gemaakt tussen privégebruik en zakelijk gebruik, omdat heffing verderop in de keten praktisch grote problemen zou opleveren. Het hof laat in het midden of PhoneZone zich rechtstreeks op de richtlijn kan beroepen, omdat het Nederlandse recht volgens het hof hoe dan ook niet onjuist is omgezet. Ook ziet het hof geen aanleiding om prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie.
Voorlopig geen octrooi-inbreuk aangenomen bij composteerbare koffiecapsules
Rb. Den Haag 20 maart 2026, IEF 23381; ECLI:NL:RBDHA:2026:6008 (Ox Barrier tegen De Koffiejongens, Euro-Caps en Capsul’in). In dit kort geding vorderde Ox Barrier een verbod en nevenvoorzieningen tegen De Koffiejongens wegens gestelde directe en indirecte inbreuk op Europees octrooi EP 3 145 838 B1, dat ziet op composteerbare koffiecapsules met een meerlagig afsluitelement. De voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag achtte zich exclusief bevoegd op grond van art. 80 lid 2 onder a ROW en nam ook spoedeisend belang aan, ondanks het feit dat Ox Barrier al langer bekend was met de capsules, omdat de verkoop sinds 29 september 2025 was uitgebreid naar circa 800 Albert Heijn-filialen en de vermeende inbreuk daardoor was geïntensiveerd. Wel benadrukte de rechter dat de drempel voor toewijzing van een voorlopig verbod hoog lag, omdat De Koffiejongens stelde dat een verbod tot zeer zware, mogelijk faillissementsachtige gevolgen zou leiden, terwijl eventuele schade van Ox Barrier in beginsel achteraf via een licentievergoeding te begroten zou zijn.
Article written by Gerli Helene Gritsenko, Sorainen.
Lookalikes are not a marketing accident. They are a litigation risk.
In Islestarr Holdings Ltd v Aldi Stores Ltd, the High Court of England and Wales examined whether a budget powder compact sold by Aldi copied the distinctive design used by Charlotte Tilbury.
The background is familiar in the cosmetics market. Aldi is known for offering affordable “dupe” alternatives to high end beauty products, often using similar packaging at a fraction of the price.
The brand owner argued that Aldi had reproduced two artistic works:
- the “Starburst Design” on the compact lid
- the embossed starburst pattern in the powder
Negatieve recensies op social media van consument niet onrechtmatig
Rb. Limburg 11 september 2024, IEF 23376; IT 5147; ECLI:NL:RBLIM:2024:6062 (Beton Aparte tegen [gedaagde]). [gedaagde] plaatste negatieve recensies op onder meer Radar, Google en Yelp over betonproducten die volgens haar gebrekkig zijn, na blaasvorming en loslatende lagen kort na toepassing. Beton Aparte (de leverancier) weigert terugbetaling en stelt dat de schade het gevolg is van onjuiste verwerking. [gedaagde] laat herstelkosten begroten op circa € 4.000 en uit daarnaast kritiek op de communicatie van het bedrijf. Beton Aparte vordert een verklaring voor recht dat sprake is van onrechtmatige uitlatingen, schadevergoeding wegens reputatie- en omzetverlies, verwijdering van recensies en rectificatie.
ART EXHIBITION - BEYOND REFLECTION
Met plezier nodigen we je uit om samen het glas te heffen tijdens deze bijzondere midissage – een mooi moment om even stil te staan, te reflecteren en samen te komen rond de werken van Beyond Reflection van Brigitte Spiegeler.
Deze middag biedt een fijne gelegenheid om elkaar te ontmoeten in een exclusieve setting en het werk echt te ervaren. Laten we dit moment niet alleen zien als een mijlpaal binnen de tentoonstelling, maar vooral ook als een gezellig samenzijn om het werk samen te vieren in goed gezelschap.
Beschrijvende handelsnaam mist onderscheidend vermogen, geen sprake van verwarringsgevaar
Rb. Amsterdam 26 februari 2026, IEF 23377; ECLI:NL:RBAMS:2026:2028 (Experiencegift tegen Hotelgiftcard). Experiencegift vordert in kort geding een verbod op het gebruik van de handelsnaam “Hotelgiftcard” door Hotelgiftcard, stellende dat deze naam verwarringwekkend overeenstemt met haar (oudere) handelsnaam “Hotelgift”. Beide ondernemingen bieden cadeaukaarten voor hotelovernachtingen aan. Daarnaast vordert Experiencegift overdracht van de domeinnaam en vergoeding van proceskosten. Hotelgiftcard voert verweer en stelt in reconventie onder meer dat Experiencegift onrechtmatig handelt door consumenten te betalen voor (positieve) reviews.
Gerecht bevestigt dat ‘Mein Autohaus’ beschrijvend is voor een digitaal communicatieplatform
Gerecht EU 25 februari 2026, IEF 23360; IEFbe 4137; ECLI:EU:T:2026:147 (Loco-Soft Vertriebs GmbH tegen EUIPO). In dit arrest staat de aanvraag centraal voor het woordmerk Mein Autohaus voor een dienst in klasse 42, omschreven als een platform as a service (PaaS) dat is uitgerust met technologie waarmee ondernemingen, organisaties en particulieren hun aanbod online kunnen presenteren en informatie en nieuws over hun activiteiten, producten en diensten aan onlinegebruikers kunnen doorgeven. De examinator had de aanvraag voor die dienst geweigerd op grond van artikel 7, lid 1, onder b en c, UMVo, gelezen in samenhang met artikel 7, lid 2, UMVo, en de Kamer van Beroep had die weigering bevestigd. Het Gerecht toetst eerst de weigeringsgrond van artikel 7, lid 1, onder c, UMVo en laat de beslissing in stand. Het relevante publiek bestaat volgens het Gerecht uit zowel het grote publiek als ondernemingen en organisaties, dus mede uit een gespecialiseerd publiek. Voor de beoordeling is met name van belang hoe het Duitstalige publiek het teken begrijpt. Het Gerecht volgt de Kamer van Beroep in haar oordeel dat “Autohaus” in het Duits rechtstreeks verwijst naar een autodealer of autobedrijf en dat dit element, toegepast op de betrokken dienst, onmiddellijk doet denken aan een digitaal platform dat verband houdt met de activiteiten van een autodealer. De betrokken dienst sluit daar volgens het Gerecht rechtstreeks op aan, omdat zij is bedoeld om online aanbod en bedrijfsinformatie te communiceren en dus kan worden gebruikt binnen het typische bedrijfsmodel van een autodealer, met name ter ondersteuning of bevordering van de verkoop van voertuigen.
Gerecht bevestigt weigering van figuratief merk met gebogen driehoek wegens gebrek aan onderscheidend vermogen
Gerecht EU 25 februari 2026, IEF 23359; IEFbe 4136; ECLI:EU:T:2026:152 (Papstar GmbH tegen EUIPO). In dit arrest staat de aanvraag centraal voor een figuratief Uniemerk bestaande uit een zwarte driehoek met één licht bolle zijde, voor uiteenlopende producten in de klassen 4, 8, 16, 21, 25 en 28, waaronder kaarsen, bestek, verpakkingsmateriaal, servetten, rietjes, wegwerpservies, hygiënekleding en feestartikelen. De examinator had de aanvraag geweigerd op grond van artikel 7, lid 1, onder b, UMVo wegens gebrek aan onderscheidend vermogen, en de Vijfde Kamer van Beroep had die weigering bevestigd. Het Gerecht laat die beslissing in stand. Het stelt voorop dat voor inschrijving weliswaar slechts een minimum aan onderscheidend vermogen vereist is, maar dat een teken dat uit een zeer eenvoudige vorm bestaat of daar dicht tegenaan ligt, alleen dan als merk kan functioneren wanneer het door het relevante publiek gemakkelijk en onmiddellijk als aanduiding van commerciële herkomst kan worden onthouden. In dit geval erkent het Gerecht dat het aangevraagde teken niet volledig samenvalt met een zuivere geometrische basisvorm, omdat één zijde van de driehoek zichtbaar gebogen is. Die afwijking is echter volgens het Gerecht te subtiel om het teken onderscheidend te maken. Zij vertoont geen bijzondere stilering, geen fantasie-element en geen visuele bijzonderheid die het teken voor het relevante publiek onmiddellijk memoriseerbaar maakt als merk. Daarom zal het publiek het teken niet als herkomstaanduiding opvatten, maar als een eenvoudig vormelement.
Gerecht EU vernietigt beslissing wegens onjuiste beoordeling onderscheidend vermogen 3D-merk van kaas
Gerecht EU 10 december 2025, IEF 23379; IEFbe 4145; T‑481/24 (Savencia SA tegen EUIPO, Hofmeister Vermögensverwaltungs GmbH). In deze zaak staat de vraag centraal of sprake is van verwarringsgevaar tussen een internationaal geregistreerd driedimensionaal merk in de vorm van een kaas en oudere nationale driedimensionale merken van Savencia. Hofmeister had bescherming in de EU aangevraagd voor onder meer melk, zuivelproducten, margarine, eetoliën en eetvetten. Savencia stelde oppositie in op basis van drie oudere nationale 3D-merken, eveneens voor kaas en zuivelproducten. De oppositieafdeling had die oppositie gedeeltelijk toegewezen wegens verwarringsgevaar ten opzichte van een ouder kaas-vormmerk, maar de Kamer van Beroep vernietigde dat oordeel en wees de oppositie alsnog volledig af.