Reactie Buma/Stemra op artikel Volkskrant ‘Buma Stemra betaalt te weinig voor online muziek’
Uit het persbericht: Naar aanleiding van de aandacht en misvattingen rondom een Volkskrant-artikel van vandaag over Buma/Stemra en het uitkeren van online inkomsten, voelt de organisatie zich genoodzaakt een en ander te nuanceren dan wel te corrigeren. Het betreurt Buma/Stemra ten eerste dat bestuurders van beroepsverenigingen met vertegenwoordiging in het Buma/Stemra bestuur de media opzoeken om op basis van twee persoonlijke beweerdelijke gevallen kritiek te uiten op uitbetalingen van Buma/Stemra in de categorie online. In het geval van de heer Van der Voet zou zijn muziek (onder een filmtrailer) onopgemerkt zijn gebleven. De heer Van der Voet zoekt veelvuldig contact met Buma/Stemra en heeft dit in het verleden ook genoemd. Buma/Stemra heeft over dit gebruik wel degelijk aan hem uitgekeerd.
In het Volkskrant-artikel staat dat Buma/Stemra een copyright zou stellen op het moment dat een werk 50 euro oplevert.
De BCMM-voorzitter initieerde op de Algemene Ledenvergadering van Buma/Stemra van 20 mei jl. een motie om dit bedrag naar 15 euro te krijgen. Door gebrek aan onderbouwing van dit voorstel en inzicht in de mogelijke gevolgen, bleef bijval van de overige leden uit waarop de heer Van der Voet zijn voorstel heeft teruggetrokken. Door de overheid is namelijk bepaald dat de kosten van Buma/Stemra niet hoger mogen zijn dan 15% van de omzet en het is voor een organisatie als Buma/Stemra niet kosten efficiënt als alle muziekwerken die bij haar worden aangemeld (en dat zijn er miljoenen) van een copyright zouden moeten worden voorzien ongeacht de vraag of een dergelijk werk ooit wordt gebruikt.
Over de uitkering van online auteursrechtenvergoedingen wil Buma/Stemra nog het volgende toelichten.
Buma/Stemra ontvangt van muziekdiensten periodiek een lijst met alle nummers die zijn afgespeeld. In die bestanden staan lijsten met meer dan een miljard(!) afgespeelde nummers. Die miljarden streams en de daaraan gerelateerde inkomsten, moeten gekoppeld worden aan de miljoenen werken die Buma/Stemra vertegenwoordigt.
Buma/Stemra vertegenwoordigt niet het volledige repertoire, maar ontvangt van de diensten wel alle afgespeelde nummers. Tijdens het matchen met de database komt het dus ook voor dat een match niets oplevert, bijvoorbeeld omdat de componist / uitgever niet is aangesloten. Of omdat de aangeleverde gegevens onvolledig of onjuist zijn. In sommige gevallen staat een werk zelfs nog helemaal nergens geregistreerd. Dan houdt Buma/Stemra het geld vast, tot de auteurs en uitgevers zijn gevonden.
Ook kan het zo zijn dat Buma/Stemra maar een klein deel van het werk vertegenwoordigt (in het geval van meerdere tekstschrijvers en componisten op één nummer bijvoorbeeld) en Buma/Stemra dus alleen een factuur kan sturen voor het deel dat is aangesloten.
Op de persoonlijke inkomsten kunnen wij niet ingaan, maar de opmerking van de heer Erwin Angad-Gaur vraagt ook om enige nuance. In het geval van de heer Angad-Gaur, die met vijf clips op YouTube gemiddeld 450 views op jaarbasis heeft, zijn de kosten hoger dan de baten op het moment dat wij dat muziekgebruik zouden gaan verwerken en uitkeren. Daarnaast is zijn werk via iTunes onvoldoende gedownload om de ondergrens voor vergoeding van 5 euro te bereiken. Zouden wij in dergelijke gevallen wel overgaan tot uitkeren, dan moeten wij kosten bij onze leden in rekening brengen die in veel gevallen de hoogte van de uitkeringen zouden overstijgen. Buma/Stemra kent op dit moment wel een basisvergoeding van 70 euro die is bedoeld voor rechthebbenden wiens werken in een jaar wel worden gebruikt maar waarop om redenen zoals hiervoor uitgelegd, niet op wordt uitgekeerd. .
Dit betekent echter niet dat “kleinere” componisten en tekstschrijvers er niet toe doen als het om uitkeren online gaat. Als het gaat om Spotify bijvoorbeeld, keerde Buma/Stemra in 2013 uit over maar liefst 470.000 muziekwerken en in het geval van iTunes over 345.000 muziekwerken.
Uitspraak ingezonden door Hanneke Holthuis,
Zie eerder
Het Australische Hygro vordert verklaring voor recht dat Futurecare c.s. inbreuk maken op
Merkenrecht. Verzoekster (autofabrikant) is houdster van onder meer het internationale beeldmerk ‘Mercedes-Benz’, ingeschreven sinds 21-09-1966. De bescherming (ook in Hongarije) betreft overwegend bepaalde auto-onderdelen. Verweerster (kort: Együd Garage) is in Hongarije ingeschreven en actief in de auto-detailhandel. Haar diensten zijn afgestemd op de voertuigen van verzoekster. In 2007 sluit Mercedes-Benz Hungaria (dochter Daimler, geen partij in het geding) en verweerster een overeenkomst over klantenservice, die afliep op 31-03-2012. Gedurende de overeenkomst mag verweerster zich profileren als ‘erkend Mercedes-Benz garagehouder’. Maar ook na afloop van de overeenkomst (en nu nog steeds) blijft verweerster deze uitdrukking (met name op Hongaarse maar ook op Engelstalige websites) gebruiken, ondanks pogingen van verzoekster dit te stoppen om verwarring bij klanten te voorkomen. Verzoekster vraagt de verwijzende rechter vast te stellen dat verweerster inbreuk maakt op haar merkenrecht en haar te gelasten de (misleidende) advertenties te verwijderen, zich verder van inbreuken te onthouden en een rechtzetting in nationale en regionale dagbladen te plaatsen. Verweerster bewijst dat zij bij de onderneming die reclamediensten aanbiedt heeft aangedrongen op wijziging van de ads.
Uit het persbericht: Merkhouders worden gedurende het registratie- en vernieuwingsproces van hun merk steevast lastig gevallen door partijen die aanbieden voor hen een publicatie of een vernieuwing te verzorgen. Veelal heeft dit betrekking op een publicatie in een waardeloze publiciteitsgids of een vernieuwing tegen zeer hoge kosten en gebeurt het bovendien onder een misleidende naam of logo. De BMM, de Benelux beroepsorganisatie van merkenjuristen en advocaten, strijdt al jaren tegen deze praktijken. Echter, mede gezien het feit dat deze partijen veelal (ver) buiten het Benelux gebied zijn gevestigd, is het aanpakken van dergelijke vormen van bedrog niet eenvoudig gebleken. Recent is daar verandering in gekomen op last van de BMM, die in België een aantal strafklachten heeft ingediend.
Auteursrecht. Gebruikte licentie. Strafrecht. Computerprogramma. Verzoekers Aleksandrs Ranks en Jurijs Vasiļevičs worden vervolgd wegens strafbare feiten, te weten illegale verkoop van auteursrechtelijk beschermd materiaal en illegaal en bewust gebruikmaken van andermans merk. Ranks heeft zich in 2001 op de startpagina van E-Bay geregistreerd onder de naam ‘Softhome I’ en een PayPalrekening geopend. Vasilevics registreert zich in 2003 onder de naam ‘Softhome*’. Hij had al sinds 2001 een PayPal-rekening. Samen verenigen zij zich met een misdadig doel, zich voordoend als vertegenwoordigers van het bedrijf Softhome Trading Group, Inc. (juridisch gevestigd te Letland) en als vertegenwoordigers van ‘Softhome’, ‘Softhome*’ en ‘Softhome1’. Via E-Bay verkopen zij kopieën van auteursrechtelijk beschermd materiaal. In de verwijzingsbeschikking worden diverse zaken beschreven van illegale verkoop van Windows-versies, waardoor Microsoft aanzienlijke schade lijdt. Volgens de licentievoorwaarden van Microsoft Corporation mogen deze producten enkel in combinatie met een nieuwe PC verkocht worden. In eerste aanleg worden verzoekers gedeeltelijk schuldig bevonden en gedeeltelijk vrijgesproken. Het OM, en ook Microsoft gaan in beroep. In maart 2013 volgt uitspraak, waarna verzoekers cassatieberoep instellen. De zaak is vervolgens terugverwezen en ligt nu voor bij de verwijzende rechter. De advocaat van verzoekers vraagt de rechter het HvJEU prejudiciële vragen voor te leggen.
Uitspraak ingezonden door Douglas Mensink Henk Bethlehem,
Uitspraak en samenvatting ingezonden door Katelijn van Voorst,