De handelsnaam is beschrijvend van aard
Rechtbank Rotterdam, 18 mei 2009, KG ZA 09-188, Kamminga tegen HCD Consultancy B.V. (met dank aan Mariska Kool, Loyens & Loeff).
Handelsnaamrecht. “Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is "High Care" een binnen de medische wereld gangbare term, die partijen in hun handelsnaam gebruiken ter aanduiding van het terrein waarbinnen zijn hun werkzaamheden verrichten, en die derhalve beschrijvend van aard is. Kamminga kan de term "High Care" daarom niet monopoliseren.”
Eiser voert eenmanszaak onder de handelsnaam High Care Medisch Wervings- en Selectiebureau "heeft naar aanleiding van een uitzending van het RTL-nieuws het bestaan van de onderneming High Care Detacheringen ontdekt." Beide ondernemingen richten zich op de medische sector. Eiser beroept zich op het handelsnaamrecht, maar ziet haar vorderingen afgewezen.
4.2 Voorts stelt HCD dat Kamminga haar rechten heeft verwerkt om op te treden tegen het gebruik van "High Care" door HCD. Hoewel moeilijk voorstelbaar is dat Kamminga nooit eerder had gehoord van High Care Detacheringen, gaat de voorzieningenrechter er voorshands vanuit Kamminga pas sinds 9 augustus 2008 op de hoogte is van het bestaan van High Care Detacheringen. Om die reden valt niet in te zien dat Kamminga thans haar rechten heeft verwerkt. De omstandigheid dat HCD veel heeft geïnvesteerd om haar naamsbekendheid op te bouwen doet hieraan niet af, alleen al niet omdat HCD haar naamsbekendheid is gaan opbouwen nadat Kamminga haar onderneming is gestart.
(…) 4.6 Zoals reeds overwogen is "High Care" het overeenstemmende deel en tevens het meest kenmerkende element van de handelsnamen van beide partijen. Voorop gesteld zij dat in Nederland het gebruik van Engelse termen in (onder meer) handelsnamen niet ongebruikelijk is. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is "High Care" een binnen de medische wereld gangbare term, die partijen in hun handelsnaam gebruiken ter aanduiding van het terrein waarbinnen zijn hun werkzaamheden verrichten, en die derhalve beschrijvend van aard is. Kamminga kan de term "High Care" daarom niet monopoliseren in die zin dat het HCD verboden zou kunnen worden deze worden te voeren in haar handelsnaam. Dat kan anders zijn indien de wijze waarop HCD de term "High Care" gebruikt verwarrend is. Uit de overgelegde producties blijkt dat zowel Kamminga als HCD de achtervoegsels "Medisch Wervings- en Selectiebureau" en "Detacheringen" veelvuldig weglaten en zich beide kortweg aanduiden als "High Care".
Op zichzelf zou een dergelijk gebruik formeel als verwarrend kunnen worden aangemerkt. Kamminga heeft echter niet betwist dat partijen hun ondernemingen al negen jaar probleemloos naar elkaar drijven. Daar komt bij dat HCD heeft aangetoond dat zij in 2004 zelfs voor een klant in de nabije omgeving van de vestigingsplaats van Kamminga personeel heeft verzorgd. Kamminga heeft bovendien niet gesteld in hoeverre er daadwerkelijk verwarring is ontstaan sinds voormelde RTL-nieuwsuitzending, inmiddels 9 maanden geleden. De voorzieningenrechter acht het daarom voorshands niet aannemelijk dat tussen de ondernemingen van partijen thans een reëel verwarringsgevaar te duchten is. Dat betekent dat de vordering van Kamminga dient te worden afgewezen.
Lees het vonnis hier.
Raad van State, 27 mei 2009, LJN: BI4974. Hoger beroep in zaak Octrooicentrum Nederland (OCNL) tegen Yeda Research and Development Company Ltd. (Yeda).
Persberichtje: Per 1 juni 2009 zullen Lars Bakers en Saar van Waegeningh hun praktijk van Leidsegracht Advocaten verhuizen en voortzetten onder de naam BINGH Advocaten. De advocaten Gitta van der Meer, Charlotte Vrendenbarg en Marije Roeloffzen zullen hen vergezellen.BINGH Advocaten richt zich op het intellectuele eigendom, het arbeids- en ambtenarenrecht en de algemene handelspraktijk.
Per 1 april jl. zijn Erwin Haüer (32) en Arnaud Bos (33) toegetreden als partner van
Vzr. Rechtbank Assen, 25 mei 2009, KG ZA 09-77, Spits Wallcoverings B.V. tegen Noordwand B.V. (met dank aan Bas van Hunnik,
Rechtbank Alkmaar, sector kanton, 20 april 2009, LJN: BI4783, Eiser tegen Gedaagde (in China vervaardigd schilderij).
Vzr. Rechtbank ’s-Hertogenbosch, 22 mei 2009, KG ZA 09-239, Rosero-P, S.R.O. tegen VDL Kusters B.V. & VDL Bus & Coach B.V. (met dank aan Luuk Jonker,