Mediarecht

IEF 18973

Perspublicaties over huurders deels onrechtmatig

Rechtbank Noord-Nederland 15 jan 2020, IEF 18973; ECLI:NL:RBNNE:2020:247 (Eisers tegen NDC Mediagroep), http://www.ie-forum.nl/artikelen/perspublicaties-over-huurders-deels-onrechtmatig

Rechtbank Noord-Nederland 15 januari 2020, IEF 18973, IT 3024; ECLI:NL:RBNNE:2020:247 (Eisers tegen NDC Mediagroep) In deze zaak is in geschil of de betreffende perspublicaties onrechtmatig zijn en of rectificatie nodig is. Het wordt onrechtmatig geacht dat gedaagden in de publicatie op de website Sikkom.nl over de parkeerplekken stellen dat huurder regelmatig intimiderende en chanterende mailtjes krijgt en eiser 2 diezelfde huurder meermalen mailt dat hij van de huurder af wil omdat de andere bewoners van het pand klaar zijn met zijn gedrag. Hetzelfde geldt ten aanzien van de publicatie op de Facebookpagina van Sikkom over de parkeerplekken. Voor het overige acht de rechtbank geen (onderdelen) van de in deze zaak behandelde publicaties onrechtmatig.

IEF 18962

Aflevering van Opgelicht! over YourSafe mag uitgezonden

Rechtbank Amsterdam 7 jan 2020, IEF 18962; ECLI:NL:RBAMS:2020:163 (TV opgelicht), http://www.ie-forum.nl/artikelen/aflevering-van-opgelicht-over-yoursafe-mag-uitgezonden

Vzr. Rechtbank Amsterdam 7 januari 2020, IEF 18962, IT 3017; ECLI:NL:RBAMS:2020:163 (TV opgelicht) Eisers vorderen een verbod op of een naar hun gestelde eisen aanpassing aan een uitzending van AVROTROS. Dit komt neer op preventieve censuur, wat verboden is volgens artikel 7 van de Grondwet en in strijd is met de vrijheid van meningsuiting in de zin van artikel 10 lid 1 EVRM. Er mag slechts van deze bepalingen worden afgeweken indien er zodanige nadelige gevolgen aan de openbaarmaking zitten, dat deze een gevaar vormen voor de democratische samenleving en het noodzakelijk is dat wordt afgezien van openbaarmaking. Uit de besproken feiten is niet aannemelijk geworden dat de voorgenomen uitzending onrechtmatig zal zijn jegens eisers, zodat de vorderingen reeds op die grond stranden. Slechts de onderneming wordt genoemd in de uitzending en zal in haar reputatie worden geschaad. Hiervan wordt geacht dat dit het voorzienbare gevolg is van het eigen handelen, waardoor onvoldoende aanleiding is voor een zeer vergaande maatregel als het vooraf verbieden van een deel van de uitzending.

IEF 18955

Verwijdering van berichten noodzakelijk ter bescherming goede naam

Rechtbank Noord-Holland 15 jan 2020, IEF 18955; ECLI:NL:RBNNE:2020:135 (Onrechtmatige publicatieberichten), http://www.ie-forum.nl/artikelen/verwijdering-van-berichten-noodzakelijk-ter-bescherming-goede-naam

Rechtbank Noord-Nederland 15 januari 2020, IEF 18955, IT 3011; ECLI:NL:RBNNE:2020:135 (Onrechtmatige publicatieberichten) Gedaagden hebben in publicatieberichten eisers beschuldigd van illegale namaak en piraterij. Op die manier maken gedaagden hun bezwaar tegen het gebruik van hun naam door eisers kenbaar, met als voorzienbaar (mogelijk) gevolg dat de reputatie van eisers ernstig wordt aangetast. Eisers hebben verwijdering van de publicatieberichten gevorderd. Er wordt geoordeeld dat verwijdering van de berichten in deze zaak noodzakelijk is ter bescherming van de goede naam en de rechten van anderen. De uitlatingen van gedaagden zijn immers onrechtmatig in de zin van artikel 6:162 BW. 

IEF 18950

Publicaties over Soliditry van De Persgroep zijn onrechtmatig

Hof Arnhem-Leeuwarden 14 jan 2020, IEF 18950; ECLI:NL:GHARL:2020:177 (De Persgroep tegen Soliditry), http://www.ie-forum.nl/artikelen/publicaties-over-soliditry-van-de-persgroep-zijn-onrechtmatig

Hof Arnhem-Leeuwarden 14 januari 2020, IEF 18950, IT 3009; ECLI:NL:GHARL:2020:177 (De Persgroep tegen Soliditry) De Persgroep heeft artikelen gepubliceerd over dat Soliditry criminele activiteiten zou hebben gepleegd. Zie [IEF 18999]. De rechtbank oordeelde eerder dat de artikelen over Soliditry verwijderd dienden te worden. De Persgroep gaat hiertegen in beroep. Er wordt een belangenafweging gemaakt tussen twee fundamentele rechten: het recht op vrijheid van meningsuiting van De Persgroep en het recht op eerbiediging van de eer, goede naam en reputatie van Soliditry en de persoonlijke levenssfeer van de juridisch adviseur. Een belangrijk onderdeel bij deze afweging is journalistieke zorgvuldigheid, die voor accurate en betrouwbare berichtgeving moet zorgen, in het bijzonder wanneer de pers beschuldigingen uit. Die zullen een duidelijke feitelijke basis moeten hebben. Uit de vaststaande feiten wordt geconcludeerd dat de artikelen onrechtmatig gepubliceerd zijn door De Persgroep.

IEF 18783

Gebruik maken van anonieme bronnen, mits geloofwaardigheid is onderzocht

Rechtbank Amsterdam 23 okt 2019, IEF 18783; ECLI:NL:RBAMS:2019:7935 (SchipholTaxi tegen NRC), http://www.ie-forum.nl/artikelen/gebruik-maken-van-anonieme-bronnen-mits-geloofwaardigheid-is-onderzocht

Vzr. Rechtbank Amsterdam 23 oktober 2019, IEF 18783, IT 2921; ECLI:NL:RBAMS:2019:7935 (SchipholTaxi tegen NRC) Eisers, SchipholTaxi, vorderen rectificatie van artikelen in de papieren krant en op website van NRC. Toewijzing van de vorderingen zou een beperking vormen van vrijheid van meningsuiting, zo’n beperking moet bij wet zijn voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk zijn. Van een beperking bij wet voorzien is sprake als publicaties onrechtmatig zijn jegens eisers. Om uit te maken of dat het geval is, moeten de wederzijdse belangen worden afgewogen. Vastgesteld wordt dat de journalisten gedegen werk hebben verricht, zich voldoende hebben vergewist van betrouwbaarheid van hun bronnen. De gebruikte bronnen zijn geen anonieme bronnen in de zin dat ze oncontroleerbaar zijn. Maar zelfs als ze dat wel zouden zijn, zijn ze niet zonder betekenis. Een journalist mag gebruik maken van anonieme bronnen, mits de geloofwaardigheid van de door de bron afgelegde verklaring zorgvuldig is onderzocht. Van eiser had diepgaand onderzoek mogen worden verwacht naar de beschuldigingen aan het adres van de personen die voor hem werken. Geoordeeld wordt dat de beschuldiging dat toelating met smeergeld kan worden gekocht voldoende steun vindt in ten tijde van publicatie beschikbaar feitenmateriaal. De inhoud van twee artikelen is strikt genomen niet onjuist, maar daarin wordt wel een bepaalde suggestie gewekt. Met de later gepubliceerde aanvulling wordt voldoende tegemoet gekomen aan bezwaar tegen eerdere publicaties.

IEF 18767

Beheer Facebookpagina komt toe aan werkgever

Rechtbank Gelderland 18 okt 2019, IEF 18767; ECLI:NL:RBGEL:2019:4651 (Stichting Dierenopvangtehuis tegen gedaagde), http://www.ie-forum.nl/artikelen/beheer-facebookpagina-komt-toe-aan-werkgever

Rechtbank Gelderland, 18 oktober 2019, IEF 18767, IT&R 1912; ECLI:NL:RBGEL:2019:4651 (Stichting Dierenopvangtehuis tegen gedaagde) Kort geding. Beheer Facebookpagina. Gedaagde was in dienst bij het Dierenopvangtehuis en had vanuit haar persoonlijke account op Facebook een facebookpagina aangemaakt van het dierenasiel. Hierop plaatste zij regelmatig haar eigen mening met betrekking tot producten of diensten van en voor het asiel. De voorzitter van het asiel had via een mail verzocht om dit na te laten en dit alleen via haar eigen facebookpagina te doen, omdat dit het asiel problemen op zou kunnen leveren. Gedaagde weigert uiteindelijk de facebookpagina over te dragen aan het bestuur en doet op twitter enkele uitspraken over het bestuur. Dierenopvangtehuis vordert op straffe van dwangsom het beheer van de facebookpagina en de gegevens hiervan te krijgen van gedaagde. De vordering wordt toegewezen. Het beheer van de facebookpagina komt toe aan de werkgever, omdat de facebookpagina door de voormalige werknemer voor de werkgever is aangemaakt. De uitlatingen van de voormalige werknemer zijn niet onrechtmatig jegens werkgever.

IEF 18749

Nationaal Mediarechtcongres op 14 november

Weinig blijft zo resoneren als de openbare schandpaal, zeker sinds de digitale variant haar intrede deed; iets wat diverse daders, slachtoffers en klokkenluiders inmiddels hebben ondervonden. Welke grenzen stelt de rechter aan het publiceren van namen en beschuldigingen, en aan het doorlinken naar bronmateriaal? En hoe oordeelt de rechter over het gebruik van heimelijke opnames in tv-programma’s?

Jens van den Brink, partner bij Kennedy Van der Laan en hoofd van het mediateam, geeft inzicht met zijn overzicht van uitspraken pers- en mediarecht tijdens het Nationaal Mediarechtcongres van deLex op 14 november 2019.

Ook op het programma:
-    de opkomst van nieuwe Mediaplatforms leidt tot grote verschuivingen in het medialandschap. Wat zijn de achterliggende businessmodellen en welke juridische kaders gelden? Ennèl van Eeden (PWC), Remy Chavannes (Brinkhof) en een panel met o.a. Frank Volmer (STER) en Janneke Slöetjes (Netflix) gaan hier op in.
-    actualiteiten commerciële mediaregulering, door Arjo Kramer (Talpa)
-    actualiteiten publieke mediaregulering, door Madeleine de Cock Buning (UU)

IEF 18748

Nationaal Mediarechtcongres op 14 november

De snelle opkomst van nieuwe mediaplatforms is onmiskenbaar. In hoeverre is de (Europese) wetgeving hier op toegerust? Hoe verhouden nieuwe ontwikkelingen zich tot de traditionele omroepen, en welke verdienmodellen liggen hier eigenlijk aan ten grondslag? Tijdens het Nationaal Mediarechtcongres op 14 november aanstaande geeft Ennèl van Eeden (PWC) een inkijkje in de achterliggende businessmodellen en schetst Remy Chavannes (Brinkhof) de juridische kaders om daarna de paneldiscussie te leiden, met o.a. Marijn Poeschmann (Youtube), Janneke Slöetjes (Netflix) en Frank Volmer (STER) en .

Ook op het programma: een volledig overzicht van actuele pers- en mediarechtspraak, actualiteiten commerciële mediaregulering en actualiteiten publieke mediaregulering. Sprekers zijn o.a. Jens van den Brink (partner bij Kennedy Van der Laan en hoofd van het mediateam), Arjo Kramer (Talpa) en Madeleine de Cock Buning (UU).

Inschrijven is nog mogelijk! Klik hier voor aanmelden en het volledige programma.