Auteursrecht  

IEF 2997

Verstrekken

stdt.bmpRechtbank ’s-Gravenhage, 29 november 2006, HA ZA 05-1547. Stichting De Thuiskopie tegen Imation Europe B.V.

Wel gesignaleerd, maar nog niet besproken. Vonnis over het geven van kortingen op auteursrechtheffingen gen en het onrechtmatig achterhouden van informatie daarover.

"Het is niet een vonnis waar we heel erg blij mee zijn.” stelt  Jochem Donker van Stichting de Thuiskopie op Webwereld.nl en dat lijkt voorzichtig uitgedrukt. 

In een door de Thuiskopie zelf aangespannen rechtszaak wordt zij uiteindelijk zelf veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding van zo’n 840.000 euro omdat de onvolledigheid van de door de Thuiskopie verstrekte informatie “in strijd is met de redelijkheid en billijkheid die Stichting de Thuiskopie en Imation als contractspartijen jegens elkaar in acht dienen te nemen, althans in strijd is met de maatschappelijke zorgvuldigheid.”

Imation, een fabrikant en importeur van blanco informatiedragers draagt sinds 19999 thuiskopievergoedingen af aan Stichting de Thuiskopie. In 2004 wordt Imation met terugwerkende kracht lid van brancheorganisatie STOBI, de Stichting Overlegorgaan Blanco Informatiedragers. Nadat zij lid is geworden van de STOBI komt Imation erachter dat STOBI-leden 20 procent van de door hun betaalde thuiskopievergoeding weer terugkrijgen van de Thuiskopie.

Deze regeling was daarvoor onbekend aan Imation en zij stelt dat zij, nu ze met terugwerkende kracht lid is geworden ook met terugwerkende kracht korting dient te krijgen op de al betaalde thuiskopievergoedingen. Vanaf dat moment weigert zij de rekeningen van de Thuiskopie te betalen.

In deze zaak stelt de Thuiskopie dat Imation de facturen alsnog moet betalen en beroept Imation zich op verrekening. De rechtbank stelt echter dat  een verrekking niet mogelijk maar indirect komt het  uiteindelijk toch min of meer op hetzelfde neer.

Met betrekking tot de onbetaalde facturen stelt de rechtbank dat “met het oog op de rechtszekerheid en het belang van een efficiënte inning en verdeling van de thuiskopievergoeding moet worden aangenomen dat de hoogte van de thuiskopievergoeding niet met terugwerkende kracht kan worden verlaagd door een handeling van een betalingsplichtige.” Imation moet de ongeveer 750.000 euro aan openstaande rekeningen gewoon betalen.

Maar tegelijkertijd stelt de rechtbank ook dat:  “Het feit dat Stichting de Thuiskopie het op zich heeft genomen informatie over de thuiskopievergoeding te verstrekken, meebrengt dat Stichting de Thuiskopie ervoor zorg dient te dragen dat die informatie juist en volledig is.

Van Stichting de Thuiskopie mag op dit punt bovendien extra zorgvuldigheid worden geëist. De verstrekte informatie over de thuiskopievergoeding hangt immers samen met de inning van die vergoeding, waarmee Stichting de Thuiskopie overeenkomstig artikel 16d Aw is belast en waartoe zij als enige gerechtigd is. Die bijzondere positie van Stichting de Thuiskopie brengt mee dat partijen zoals Imation in beginsel mogen uitgaan van de juistheid en volledigheid van de door haar verstrekte informatie over de thuiskopievergoeding. De door Stichting de Thuiskopie verstrekte informatie voldoet niet aan de  hierboven genoemde eisen.”

“Imation heeft onweersproken aangevoerd dat de website en de brieven van Stichting de Thuiskopie wel de standaard thuiskopievergoeding, maar niet de korting daarop voor Stobi-leden vermeldden. Aangezien Stichting de Thuiskopie op de hoogte was van het bestaan van die korting en wist of had behoren te weten dat die korting van groot belang is voor partijen als Imation, had zij ook het daarop betrekking hebbende deel van de SONT-besluiten dienen op te nemen in de verstrekte informatie. De rechtbank is derhalve met Imation van oordeel dat de onvolledigheid van de verstrekte informatie in strijd is met de redelijkheid en billijkheid die Stichting de Thuiskopie en Imation als contractspartijen jegens elkaar in acht dienen te nemen, althans in strijd is met de maatschappelijke zorgvuldigheid.”

“(…) Op grond van het bovenstaande moet worden geconcludeerd dat Stichting de
Thuiskopie in strijd heeft gehandeld met de redelijkheid en billijkheid die contractspartijen
jegens elkaar in acht dienen te nemen, althans met de maatschappelijke zorgvuldigheid. Er
is derhalve sprake van een toerekenbare tekortkoming, althans onrechtmatige daad van
Stichting de Thuiskopie.”

In reconventie veroordeelt de rechtbank de Thuiskopie om de geleden schade te vergoeden en aan Imation een bedrag van ongeveer 840.000 euro te betalen.

In het eerder genoemde artikel op Webwereld.nl stelt  de Thuiskopie het haars inziens te ver voert dat andere partijen hier ook aanspraak op zouden kunnen maken en “"Wij vinden het zelf vergezocht dat zij niet zelf op de hoogte waren van deze korting, het is geen geheim. Het is het argument dat zij hebben aangevoerd en wij zijn nu aan het kijken of we hoger beroep kunnen aanvoeren."

Op de website van de Thuiskopie staat inmiddels vermeld“Voor leden van de Stichting Overlegorgaan Blanco Informatiedragers (STOBI) gelden gereduceerde tarieven zoals vastgelegd in SONT besluiten waarvan de laatste is gepubliceerd in de Staatscourant van 19 september 2005.”

Lees het vonnis hier. Lees het artikel op Webwereld.nl hier.

IEF 2996

Wachten op ontknoping

O.a. de Zeeuwse Courant bericht dat Advocaat Geert- Jan Knoops het niet eens is met de beschuldiging van plagiaat door de Britse promovendus Aurel Sari. Sari stelt dat de  strafrechtadvocaat in zijn boek uit 2004 ’Contemporary international criminal proceedings’, over de vervolging en verdediging van militairen die bij VN-vredesoperaties zonder bronvermelding stukken tekst heeft overgeschreven. “Bovendien is het volgens Sari een slecht geschreven boek”.

Een commissie van de Universiteit van Utrecht, waar Knoops werkt als hoogleraar internationaal strafrecht gaat de aantijgingen onderzoeken. Tot dat onderzoek klaar is, wil Knoops zelf niet veel zeggen over de zaak.

Lees hier meer.

IEF 2990

Watermanagement

putjes.gifRechtbank ’s-Gravenhage,  29 november 2006, KG ZA 06-918. Easy Sanitary Solutions B.V. c.s. tegen ADW Technische Groothandel B.V. c.s.

Modellenrecht en auteursrecht met betrekking tot douchegoten. Goot is onderdeel van een samengesteld voortbrengsel, alleen het rooster is zichtbaar.

ESS brengt sinds het najaar van 2002 langwerpige roestvrijstalen douchegoten op de markt onder de naam Easydrain. De auteursrechten met betrekking tot de Easydrain liggen bij ESS. Daarnaast is het model van de Easydrain ingeschreven bij het internationale bureau van de WIPO voor de landen Benelux, Duitsland en Italië. Van den Berg is de licentienemer op de rechten met betrekking tot de Easydrain.

In maart 2005 constateerde ESS dat ADW douchegoten op de markt brengt die gelijkenis vertonen met de Easydrain. Bovendien zou ADW hierbij ook nog een “installatieadvies” toevoegen die zou zijn ontleend aan het “installatieadvies” van ESS. Korver is de leverancier van de douchegoten van ADW.

Eiseressen stellen dat gedaagden inbreuk op de modelrechten en auteursrechten van eiseressen plegen.

De Voorzieningenrechter verklaart eiseressen niet-ontvankelijk in hun vorderingen jegens ADW, aangezien – nu ADW niet is verschenen – niet gesteld of gebleken is dat eiseressen ADW deugdelijk hebben opgeroepen. Voorts neemt de Voorzieningenrechter bevoegdheid aan op grond van artikel 4.6 BVIE. 

Korver bestrijdt de geldigheid van het modelrecht van ESS. De Voorzieningenrechter is echter van mening dat Korver tegenover de betwisting van de datering van de prior art onvoldoende heeft gesteld. Het kort geding zou zich bovendien ook niet lenen voor bewijslevering op dit punt. Het “nieuwheidsbezwaar” van Korver wordt dan ook verworpen.

De Voorzieningenrechter herinnert partijen aan artikel 3.4 BVIE, waarin is bepaald dat de beschermingsomvang van een model dat is toegepast op een voortbrengsel dat een onderdeel van een samengesteld voortbrengsel vormt, is beperkt tot datgene wat zichtbaar blijft van het onderdeel na een normaal gebruikelijke verwerking. In het geval van de Easydrain is dat alleen het rooster.

De Voorzieningenrechter merkt ook op dat uit het model zoals gedeponeerd niet blijkt welk materiaal is gebruikt en dat daarom het materiaal niet in de beoordeling wordt betrokken. Voorts leidt de Voorzieningenrechter uit de producties af dat de langwerpige vorm is gekozen als oplossing voor twee samenhangende technische problemen. Deze vorm is aldus uitsluitend oor de technische functie bepaald en verdient derhalve geen modelrechtelijke bescherming (zie artikel 3.1 BVIE).

Hetzelfde geldt voor de openingen in het rooster. Aldus resteert enkel het patroon van de openingen van de Easydrain. De Voorzieningenrechter is echter voorshands van oordeel dat de (ronde) openingen in het rooster van de douchegoot van Korver zodanig verschillend zijn van de (langwerpige) sleuven van de Easydrain dat daardoor bij de geïnformeerde gebruiker een andere algemene indruk wordt gewekt (zie artikel 3.16 lid 1 BVIE). Overigens neemt de Voorzieningenrechter naar voorlopig oordeel wel aan dat het model enig eigen karakter bezit.

Ten aanzien van het auteursrecht geldt ook dat geëcarteerd dient te worden van datgene dat noodzakelijk is voor het verkrijgen ban een technisch effect. Kortom, alleen het patroon van het rooster kan aldus in aanmerking worden genomen. De Voorzieningenrechter is echter voorshands van mening dat in het rooster geen eigen oorspronkelijk karakter en/of persoonlijk stempel van de maker kenbaar zijn. Wat betreft de inbreuk op het installatieadvies heeft ESS volgens de Voorzieningenrechter onvoldoende gesteld.

De vorderingen van eiseressen worden afgewezen. Er volgt geen veroordeling in de redelijke en evenredige proceskosten in de zin van de Handhavingsrichtlijn, aangezien beide partijen niet voorafgaand aan de mondelinge behandeling aan de Voorzieningenrechter en aan de wederpartij een gespecificeerde opgave van de gevorderde proceskosten, waaronder ook de verschotten, hebben toegezonden.

Lees het vonnis hier.

IEF 2989

Van uitstel komt misschien toch wel afstel

ehb.gifBrief van de De Minister van Justitie aan de Tweede kamer, naar aanleiding van het besluit van gisteren van de Stichting Onderhandelingen Thuiskopievergoedingen (SONT) tot invoering van een nulheffing op digitale audiospelers en digitale videorecorders met geïntegreerde harde schijf. (Zie eerder bericht hier).

“Vastgesteld moet worden dat het SONT-besluit tot invoering van een nulheffing op bepaalde consumentenelektronica als zodanig niet leidt tot de introductie van nieuwe heffingen en daarom in materiële zin niet leidt tot een uitbreiding van het huidige vergoedingensysteem. Fabrikanten en importeurs van deze apparaten, en met hen consumenten, blijven daarmee zeker tot 1 juli 2007 verschoond van de invoering van nieuwe heffingen op de betrokken apparaten.

(…) intussen wordt een algemene maatregel van bestuur voorbereid, waarmee in ieder geval de voorwerpen worden aangewezen waarop een thuiskopievergoeding rust. Zo nodig zal deze nog dit jaar ter advisering aan de Raad van State worden aangeboden. Op grond van artikel 17d van de Auteurswet treedt een dergelijke algemene maatregel van bestuur niet eerder dan acht weken na de plaatsing in het Staatsblad in werking, terwijl van deze plaatsing onverwijld mededeling wordt gedaan aan de beide Kamers der Staten-Generaal.”

Lees de volledige brief hier.

IEF 2985

Uitstel is geen afstel

De mogelijke heffingen op MP3 spelers en dvd recorders zal als het goed is de gemoederen in Nederland in ieder geval tot februari 2007 met rust laten. In februari 2007 zal de Europese situatie door SONT worden bekeken. Omdat SONT al heeft aangegeven dat uitstel niet als afstel gezien moet worden, is de heffing zeker nog niet van de baan.

De Stichting Onderhandelingen Thuiskopievergoeding: "SONT zegt dat er in afwachting van de Europese ontwikkelingen voorlopig pas op de plaats gemaakt moet worden. In afwachting van de Europese lijn worden de oude heffingen in elk geval gehandhaafd, voor de nieuwe gevallen zal er ook een heffing komen, maar die wordt voorlopig op een nultarief gesteld...SONT wil wel de hoogte van de heffing bepalen aan de hand van technieken. "Bij het bepalen van de hoogte van de heffing zal moeten worden ingecalculeerd of, en zo ja in hoeverre door middel van drm-technieken dan wel kopieerbeveiliging de positie van rechthebbenden al op andere wijze is veiliggesteld."

Lees hier meer. Eerder bericht hier.

IEF 2982

Proefschriftproces (3)

hm.bmpRechtbank Rotterdam, 21 november 2006,  Zaaknummer: 686369. Stichting Nederlands Fotomuseum tegen Uitgeverij 010. (Met dank aan Michel Frequin, NUV)

Vonnis in de hier voorbesproken citaatrechtzaak. Promovenda Provoost heeft in het voorjaar van 2003 ten behoeve van haar proefschrift getiteld "Hugh Maaskant, architect van de vooruitgang" een aantal foto's bij het Nederlands Fotomuseum (NFM) besteld en ter beschikking gekregen. Aan NFM heeft zij meegedeeld dat Uitgeverij 010 de financiële  administratie van de publicatie van haar proefschrift beheerde. In het proefschrift is een groot aantal foto's opgenomen van door de architect Maaskant ontworpen gebouwen. NFM vordert van Uitgeverij 010 betaling van de door haar verstuurde factuur en legt beslag ten laste van Uitgeverij 010. Het beroep van Uitgevrij 010 op het citaatrecht wordt door de rechter toegewezen.

NFM claimt auteursrecht inbreuk en beroept zich op de mededeling van Provoost, die de foto's kwam bestellen, en later ook van 010 zelf, dat 010 de financiële administratie van de publicatie van haar proefschrift beheerde, op de toezending aan 010 van de opdrachtbevestiging alsmede op een eerdere soortgelijke situatie waarbij NFM foto's ter beschikking stelde van een auteur van een door 010 uit te geven proefschrift en 010 wel de factuur betaalde.

Uitgeverij 010 beroept zich op het citaatrecht en stelt onder meer dat zij de namen van de fotografen steeds heeft vermeld en dat zij NFM niet als bron behoefde te vermelden omdat ze de gepubliceerde foto's heeft betrokken van de Stichting Rotterdam Maaskant, die het erfgoed van maaskant beheert, zodat zij heeft voldaan aan het vereiste bestaande uit het in acht nemen van de persoonlijkheidsrechten.

 

De rechter oordeelt dat er geen contractuele relatie tussen NFM en Uitgeverij 010 is ontstaan omdat Provoost niet bevoegd was Uitgeverij 010 te vertegenwoordigen. Met betrekking tot de toepasselijkheid van het citaatrecht gaat de rechter achtereenvolgens in op 1) de vraag of het citeren in overeenstemming is met hetgeen naar de regels van het maatschappelijk verkeer redelijkerwijs geoorloofd is in combinatie met aantal en omvang en 2) de vraag of voldaan is aan het vereiste van bronvermelding.

De rechter oordeelt dat aan beide voorwaarden is voldaan:
1)  (…) de foto's hebben niet uitsluitend of in overwegende mate een versierende functie en houden wel degelijk nauw verband met de tekst en vormen daarmee een geheel. Daarvoor is niet vereist dat de foto's en de erbij behorende tekst op dezelfde bladzijde of klein zijn afgedrukt. In de genoemde voorbeelden, maar ook bij de andere foto’s, verwijzen de teksten naar de gefotografeerde gebouwen, zijn de teksten dicht in de buurt van de bladzijden met de foto’s afgedrukt en beschrijven de teksten de gebouwen zeer uitvoerig, zodat er geen sprake is van een wanverhouding in grootte of opmaak.

De foto’s maken de bespreking van de gebouwen beeldend. De plaatsing van de foto’s is gezien de context gerechtvaardigd om de lezer van de tekst een indruk te geven van de beschreven architectuur, omdat zij de tekst ondersteunen. Mogelijk zou in een aantal gevallen ook een nieuwe foto hebben kunnen worden geplaatst, maar het tijdsbeeld, zoals dat tot uitdrukking komt in de gebruikte foto’s, vormt een wezenlijk onderdeel van het proefschrift, wat expliciet blijkt uit de tekst. De foto’s zijn dan ook ondergeschikt aan de tekst en vormen daarmee een geheel. Daaraan doet niet af dat de teksten gaan over de gefotografeerde onderwerpen en niet over de foto’s zelf. Dat de foto’s een eigen artistieke kwaliteit hebben staat niet in de weg aan een geslaagd beroep op het citaatrecht. Dat van het proefschrift mogelijk een meer dan gebruikelijk aantal exemplaren is gedrukt doet hieraan niet af en brengt niet mee dat er daardoor sprake is van exploitatie van de foto’s.

2) NFM heeft niet gemotiveerd gereageerd op de stelling van Uitgeverij 010 dat zij de foto's heeft betrokken van de Stichting Rotterdam Maaskant. Het niet vermelden van de naam van NFM staat er in de gegeven omstandigheden , met name de omstandigheid dat de namen van de fotografen wel zijn vermeld, niet aan in de weg dat aan de vereiste bronvermelding is voldaan.

Lees het vonnis hier.

IEF 2980

Google nieuws (2)

Twee van de organisaties die zich hadden aangesloten bij de zaak van Copiepresse tegen Google in Belgie (eerder bericht hier), hebben een schikking met Google getroffen. Het gaat om Sofam, een Belgische organisatie waarbij 3700 fotografen zijn aangesloten, en om om Scam. Bij Scam zijn 20.000 auteurs aangesloten.

Lees hier meer.

IEF 2979

Eerst even voor jezelf lezen

- Rechtbank Rotterdam, 21 november 2006,  Zaaknummer: 686369. Stichting Nederlands Fotomuseum tegen Uitgeverij 010.

”De conclusie is dat 010 een beroep toekomt op het citaatrecht en zij daarom geen inbreuk heeft gemaakt op het auteursrecht, zodat de daarop gegronde vordering van NFM zal worden afgewezen. (…) In de genoemde voorbeelden, maar ook bij de andere foto’s, verwijzen de teksten naar de gefotografeerde gebouwen, zijn de teksten dicht in de buurt van de bladzijden met de foto’s afgedrukt en beschrijven de teksten de gebouwen zeer uitvoerig, zodat er geen sprake is van een wanverhouding in grootte of opmaak. De foto’s maken de bespreking van de gebouwen beeldend. De plaatsing van de foto’s is gezien de context gerechtvaardigd om de lezer van de tekst een indruk te geven van de beschreven architectuur, omdat zij de tekst ondersteunen. Mogelijk zou in een aantal gevallen ook een nieuwe foto hebben kunnen worden geplaatst, maar het tijdsbeeld, zoals dat tot uitdrukking komt in de gebruikte foto’s, vormt een wezenlijk onderdeel van het proefschrift, wat expliciet blijkt uit de tekst. De foto’s zijn dan ook ondergeschikt aan de tekst en vormen daarmee een geheel. Daaraan doet niet af dat de teksten gaan over de gefotografeerde onderwerpen en niet over de foto’s zelf. Dat de foto’s een eigen artistieke kwaliteit hebben staat niet in de weg aan een geslaagd beroep op het citaatrecht. Dat van het proefschrift mogelijk een meer dan gebruikelijk aantal exemplaren is gedrukt doet hieraan niet af en brengt niet mee dat er daardoor sprake is van exploitatie van de foto’s.

Lees het vonnis hier.

- Rechtbank ’S-Gravenhage, 29 november 2006, HA ZA 05-1547. Sichting De Thuiskopie tegen Imation Europe B.V.

Niet in geschil is dat Imation facturen die Stichting de Thuiskopie vanaf juli 2004 heeft verzonden terzake van door Imation verschuldigde thuiskopievergoedingen, onbetaald heeft gelaten (…) Naar het oordeel van de rechtbank vloeit uit deze besluiten niet voort dat Imation met terugwerkende kracht aanspraak kan maken op een korting op de thuiskopievergoeding (…) Het feit dat Stichting de Thuiskopie het op zich heeft genomen informatie over de thuiskopievergoeding te verstrekken, brengt mee dat Stichting de Thuiskopie ervoor zorg dient te dragen dat die informatie juist en volledig is. Van Stichting de Thuiskopie mag op dit punt bovendien extra zorgvuldigheid worden geëist. (…) De door Stichting de Thuiskopie verstrekte informatie voldoet niet aan de hierboven genoemde eisen. (…) moet worden geconcludeerd dat Stichting de Thuiskopie in strijd heeft gehandeld met de redelijkheid en billijkheid die contractspartijen jegens elkaar in acht dienen te nemen, althans met de maatschappelijke zorgvuldigheid. (…) veroordeelt Imation om aan Stichting de Thuiskopie te betalen een bedrag van EUR 747.141,73 (…) veroordeelt Stichting de Thuiskopie om aan Imation te betalen een bedrag van EUR 839.895,83.

Lees het vonnis hier.

- Rechtbank ’s-Gravenhage, 25 oktober 2006 (bij vervroeging). Octrooizaken 236552 / HA ZA 05-436 en 259702 / HA ZA 06-542. Bluewater Energy Services B.V. Single Buoy Moorings Inc. c.s. en vice versa.

“ De voorzieningenrechter heeft bij vonnis van 6 juli 2004  geoordeeld dat op het octrooi geen inbreuk wordt gemaakt door Bluewater c.s., welk oordeel is bevestigd door het hof alhier op 18 mei 2006 (arrest hier).  SBM c.s. vorderen een verbod tot verdere inbreuk op het octrooi. Bluewater c.s. voeren verweer. (…) Uit het voorgaande kan de conclusie worden getrokken dat conclusie 1 van het octrooi niet nieuw is in verband met EP 072 en zodoende nietig is te achten. Niet gesteld is dat het octrooi gedeeltelijk in stand zou moeten blijven, noch is anderszins gebleken hoe en op welke wijze dit zou moeten gebeuren, indachtig ook de criteria die daarvoor in de jurisprudentie zijn ontwikkeld. Het octrooi moet derhalve integraal worden vernietigd en het daarop gebaseerde inbreukverbod dient te worden afgewezen.”

Lees het vonnis hier. 

- Rechtbank ’s-Gravenhage,  29 november 2006, KG ZA 06-918. Easy Sanitary Solutions B.V. c.s. tegen Adw Technische Groothandel B.V. c.s.

“De modelrechtelijke conclusie blijft dan ook dat de douchegoot van Korver met een patroon van ronde openingen een andere algemene indruk maakt dan de Easydrain, zoals gedeponeerd, met een patroon van sleufvormige openingen. De douchegoot van Korver maakt daarom geen inbreuk op het model van de Easydrain. (…) Om voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking te komen dient in het rooster een eigen oorspronkelijke karakter en/of persoonlijk stempel herkenbaar te zijn. Naar voorlopig oordeel is hiervan geen sprake. Een rooster met een patroon van sleuven is niet als oorspronkelijk aan te merken.”

Lees het vonnis hier.

IEF 2978

Aanhoudend zon

sol.bmpRechtbank ‘s-Gravenhage 23 november 2006, KGZA 06-564. The Sun Company Benelux B.V. tegen Sol de Mallorca B.V.

Puur feitelijk executiegeschil over het gebruik van merk, handelsnaam en huisstijl, n.a.v. een kort geding vonnis van de Haagse Voorzieningenrechter van 22 juni 2006. 

Sun heeft een beeldmerk “The Sun Company” voor de diensten van een zonnestudio en nagelstyling. Bovendien is zij rechthebbende op de handelsnaam “The Sun Company”. Sun heeft voorts een huisstijl voor haar studio’s ontwikkeld. Sun heeft met Sol licentieovereenkomsten gesloten voor het gebruik van het merk, de handelsnaam en de huisstijl voor de zonnestudio's van Sol in Vlaardingen, Delft, Roosendaal en Tilburg. De licentieovereenkomsten zijn beëindigd per 1 januari 2006.

Op vordering van Sun is Sol bij het vonnis van 22 juni 2006 op daarin nader aangegeven gronden veroordeeld om binnen twee weken na betekening van het vonnis het gebruik van het merk, de handelsnaam en huisstijl van Sun te staken en gestaakt te houden op straffe van een dwangsom. Sun heeft het vonnis op 23 juni 2006 aan Sol laten betekenen, zodat het gebruik van het merk, de handelsnaam en de huisstijl gestaakt diende te zijn op 8 juli 2006. Een eerder executiegeschil van Sol met het verzoek om haar een ruimere termijn te gunnen was geen succes.

Sun heeft bij exploit van 14 augustus 2006 Sol gesommeerd tot betaling van proces- en executiekosten en van een bedrag van EUR 1.000.000,- aan verbeurde dwangsommen tot en met 10 augustus 2006. Sol heeft aan deze sommatie geen gehoor gegeven. Daarop heeft Sun executoriaal beslag laten leggen op de bankrekening en het bedrijfspand van Sol.

Sol vordert in dit executiegeschil primair schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis van 22 juni 2006, althans van (de looptijd van) de dwangsommen, tot in een bodemprocedure de veerschuldigheid van de dwangsommen is vastgesteld, en opheffing van de beslagen. Subsidiair vordert zij matiging van de verbeurde dwangsommen tot in totaal EUR 25.000,-.

De Voorzieningenrechter volgt Sol grotendeels in haar stellingen en komt tot de conclusie dat vooralsnog moet worden aangenomen dat Sol mogelijk dwangsommen heeft verbeurd, maar alleen door het tweemaal afgeven van cadeaubonnen waarop het merk van Sun was afgebeeld en derhalve tot een aanzienlijk geringer bedrag dan waarvoor beslag was gelegd. Onder die omstandigheden bestaat aanleiding de ingezette executie van het vonnis van 22 juni 2006 tot het verkrijgen van betaling van een bedrag van EUR 1.000.000,- te schorsen. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat executieverkoop van het bedrijfspand van Sol naar mag worden aangenomen ernstige gevolgen zou hebben voor de bedrijfsvoering van het filiaal te Delft. Nu de executie wordt geschorst, bestaat volgens de Voorzieningenrechter geen reden de gelegde beslagen op te heffen.

Lees het vonnis hier. Lees het eerdere vonnis hier.

 

IEF 2976

Marktkramers van het dubieuze soort (2)

CBNV.gifRechtbank Amsterdam, 23 november 2006, KG ZA 06-1759 SR/MV. Van Andel tegen Azor Bike c.s. (Met dank aan Hidde Koenraad, Steinhauser Hoogenraad)

Vonnis in de hier voorbesproken kinderbakfietsenzaak. “Niet alle bijzondere kenmerken van de CargoBike (bovenste afbeelding)zijn technisch of functioneel bepaald. De CargoBike kan hierdoor worden aangemerkt als een nieuw en oorspronkelijk werk dat het persoonlijk stempel van de maker draagt. Op de CargoBike rust dan ook auteursrecht. Dat er eerder (verlengde) fietsen met twee wielen op de markt zijn gebracht met bakken, doet niet af aan de originaliteit van de CargoBike, die immers speciaal is ontworpen voor het veilig vervoeren van kinderen. De bakfietsen waarnaar door In & Out Holland en De Vos is verwezen hebben een zodanig andere vorm en uiterlijk, dat niet kan worden gezegd dat de CargoBike hiervan een nabootsing in gewijzigde vorm is, die niet als een nieuw en oorspronkelijk werk kan worden aangemerkt (artikel 13 Auteurswet).

De totaalindruk van de New Viper is gelijk aan die van de CargoBike. Het frame, de grootte van de wielen en de afmetingen, het materiaalgebruik en de vorm van de bak zijn identiek. (…) Juist de niet technisch of functioneel bepaalde aspecten, waarop de New Viper eenvoudig van de CargoBike had kunnen afwijken, zijn identiek. De conclusie is dat de New Viper is ontleend aan de CargoBike, niet als een nieuw en oorspronkelijk werk kan worden aangemerkt, en een inbreuk vormt op het auteursrecht van Van Andel.”

Lees het vonnis hier.