IEF 23284
12 februari 2026
Uitspraak

Geen merkinbreuk of handelsnaaminbreuk door “Partij met Lef!

 
IEF 23285
12 februari 2026
Artikel

Laatste week vroegboekkorting voor Duurzaamheid & Recht op 26 maart 2026

 
IEF 23283
12 februari 2026
Uitspraak

Geen auteursrechtinbreuk bij ontbreken van ingebracht werk; beëindiging opdrachtovereenkomst kwalificeert als opzegging, niet als ontbinding

 
IEF 23284

Geen merkinbreuk of handelsnaaminbreuk door “Partij met Lef!

Rechtbank Rotterdam 30 jan 2026, IEF 23284; ECLI:NL:RBROT:2026:857 (LEF tegen Groep de Rijke), https://www.ie-forum.nl/artikelen/geen-merkinbreuk-of-handelsnaaminbreuk-door-partij-met-lef

Rb. Rotterdam 30 januari 2026, IEF 23284; ECLI:NL:RBROT:2026:857 (LEF tegen Groep de Rijke). In dit kort geding vordert politieke partij LEF dat Groep de Rijke het gebruik van de naam “Partij met Lef!” staakt wegens inbreuk op haar Benelux-beeldmerk, (spoedgeregistreerde) woordmerk “LEF” en handelsnaam, dan wel wegens onrechtmatig handelen. De voorzieningenrechter wijst de vorderingen af. Bij vergelijking van het volledige geregistreerde beeldmerk van LEF met de door Groep de Rijke gebruikte logo’s ontbreekt voldoende visuele, auditieve en begripsmatige overeenstemming; de verschillen in kleur, typografie, aanvullende woorden (“Partij met”) en grafische elementen maken dat geen verwarringsgevaar bestaat in de zin van art. 2.20 lid 2 sub b BVIE. Aan het subsidiaire beroep wordt niet toegekomen. Ten aanzien van het woordmerk “LEF” kan in kort geding niet worden vooruitgelopen op de definitieve registratie. Ook van handelsnaaminbreuk (art. 5 en 5a Hnw) is voorshands geen sprake: het enkele gedeelde gebruik van het woord “lef” is, gelet op de totaalindruk en de context, onvoldoende voor verwarringsgevaar. Daarmee is ook onrechtmatig handelen niet aannemelijk.

IEF 23285

Laatste week vroegboekkorting voor Duurzaamheid & Recht op 26 maart 2026

Steeds meer organisaties maken duurzaamheid tot kern van hun strategie. Maar wat betekent dat juridisch? Tijdens het congres Duurzaamheid & Recht gaan juristen, beleidsmakers en organisaties met elkaar in gesprek over de rol van duurzaamheid in het intellectuele eigendom- en reclamerecht. Onder leiding van onze dagvoorzitters, Jellien Roelofs (Lasting Legal) en Anne-Fleur Filemon (Hogeschool Leiden), bespreken we belangrijkste duurzaamheidsontwikkelingen en gaan we in op een paar interessante thema's.

Roos van der Poel (Greenpeace International) neemt ons mee in de praktijk bij Greenpeace International. Daarna gaat Edwin van der Velde (Simmons & Simmons) in op Alternatieven voor de vordering tot vernietiging en de proportionaliteit van andere IE-vorderingen. De actualiteiten worden zoals altijd besproken door Roelofs en Filmon.

Daarna geeft Tommi Palumbo (Autoriteit Consument & Markt) een update over het toezicht van de ACM op het gebied van duurzaamheid van het afgelopen jaar en geeft een blik op de toekomst. Hij zal stil staan bij relevante toezichtacties op het gebied van duurzaamheid en geeft inzicht in hoe de ACM het toezicht op de Richtlijn Empowering Consumers for the Green Transition verwacht te gaan inrichten en welke prioriteiten de ACM de komende tijd zal stellen. We sluiten af met een bijdrage van Claire van den Broek (True Price) die laat zien zien waar True Pricing vandaag de dag staat en hoe het zich ontwikkelt van concept naar concrete toepassingen.

Aanmelden met vroegboekkorting kan tot en met 15 februari aanstaande. 

IEF 23283

Geen auteursrechtinbreuk bij ontbreken van ingebracht werk; beëindiging opdrachtovereenkomst kwalificeert als opzegging, niet als ontbinding

Rechtbank Midden-Nederland 14 jan 2026, IEF 23283; ECLI:NL:RBMNE:2026:385 ([eiseres] tegen [gedaagde]), https://www.ie-forum.nl/artikelen/geen-auteursrechtinbreuk-bij-ontbreken-van-ingebracht-werk-beeindiging-opdrachtovereenkomst-kwalificeert-als-opzegging-niet-als-ontbinding

Rb. Midden-Nederland 14 januari 2026, IEF 23283; ECLI:NL:RBMNE:2026:385 ([eiseres] tegen [gedaagde]). De rechtbank wijst de vorderingen van een marketingbureau af dat stelde dat haar opdrachtgever inbreuk maakte op het auteursrecht op een door haar ontwikkelde huisstijl en webdesign voor MOO-software. De rechtbank oordeelt allereerst dat niet kan worden vastgesteld wat het concrete, gestelde auteursrechtelijk beschermde werk is, omdat het bureau geen kopieën van haar eigen ontwerpen in het geding heeft gebracht, maar enkel een deurwaardersproces-verbaal met screenshots van de (vermeend inbreukmakende) website. Zonder inzicht in het oorspronkelijke werk kan niet worden beoordeeld of sprake is van een eigen intellectuele schepping en evenmin of inbreuk is gemaakt. Bovendien slaagt het beroep van de opdrachtgever op art. 8 Auteurswet: bij een opdrachtrelatie als de onderhavige, waarin een vennootschap het werk als van haar afkomstig openbaar maakt zonder vermelding van een natuurlijke maker, geldt zij als maker en daarmee als auteursrechthebbende, tenzij anders is overeengekomen. Van afwijkende afspraken is niet gebleken. De vorderingen in conventie worden daarom afgewezen en het bureau wordt veroordeeld in de proceskosten.

IEF 23282

Een naburig deepfake-recht. Echt? - Bernt Hugenholtz

In het Nederlands Juristenblad (aflevering 6) verscheen een artikel van Bernt Hugenholtz over het wetsvoorstel deepfakes:

Deepfake porno, politieke manipulatie en misinformatie reclame hebben verstrekkende gevolgen voor privacy, democratie en vertrouwen in media en wetenschap. Najaar 2025 is een initiatiefwetsvoorstel gepresenteerd dat voorziet in de invoering van een naburig recht op deepfakes van personen. Het voorstel kent aan iedere natuurlijke persoon een exclusief en licentieerbaar recht toe op ‘zijn’ of ‘haar’ deepfakes. Daarmee wordt een in wezen privacyrechtelijke aanspraak gegoten in het jasje van het intellectuele eigendomsrecht. Deze benadering roept vragen op. Is aanvullende bescherming tegen deepfakes echt nodig, nu het bestaande recht reeds een uitgebreid arsenaal aan bescherming biedt? Past een dergelijk verhandelbaar recht binnen de systematiek van het Nederlandse en Europese recht? En draagt zo’n nieuw naburig recht bij aan de beteugeling van deep-fakes of normaliseert en commercialiseert het juist het fenomeen dat het zegt te willen reguleren?

IEF 23281

Afwijzing IE-vorderingen inzake vouwbare oprijplaten

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 29 jan 2026, IEF 23281; ECLI:NL:RBZWB:2025:9811 ([producent A] tegen [producent B]), https://www.ie-forum.nl/artikelen/afwijzing-ie-vorderingen-inzake-vouwbare-oprijplaten

Rb. Zeeland-West-Brabant 29 januari 2025, IEF 23281; ECLI:NL:RBZWB:2025:9811 ([producent A] tegen [producent B]). In het vonnis van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant vorderde producent A onder meer een verklaring voor recht dat producent B inbreuk maakte op haar auteursrechten op vouwbare oprijplaten met scharnierconstructie, zich schuldig maakte aan slaafse nabootsing en misleidende of vergelijkende reclame, alsmede diverse verboden, rectificatie, terughaal- en vernietigingsmaatregelen en schadevergoeding. De rechtbank toetst het beroep op auteursrecht aan art. 1 en 10 Aw, uitgelegd conform de rechtspraak van het HvJ EU (o.a. Cofemel en Brompton): vereist is dat het voortbrengsel een oorspronkelijk werk is dat het resultaat vormt van vrije en creatieve keuzes. De door producent A aangewezen elementen, het profielpatroon, de handgrepen, het scharnier en het (optionele) kantelbare klepprofiel, acht de rechtbank overwegend technisch of functioneel bepaald. Producent A heeft onvoldoende concreet onderbouwd welke creatieve keuzes daarin tot uitdrukking komen. Ook de combinatie van deze elementen levert geen eigen intellectuele schepping op. De oprijplaat mist daarom het vereiste oorspronkelijk karakter en komt niet voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking.

IEF 23278

Onrechtmatige gegevensverstrekking door gemeente zonder schadevergoeding wegens ontbrekend causaal verband

Rechtbank Den Haag 7 jan 2026, IEF 23278; ECLI:NL:RBDHA:2026:424 ([eiser] en [eiseres] tegen GEMEENTE LEIDEN), https://www.ie-forum.nl/artikelen/onrechtmatige-gegevensverstrekking-door-gemeente-zonder-schadevergoeding-wegens-ontbrekend-causaal-verband

Rb Den Haag 7 januari 2026, IEF 23278; ECLI:NL:RBDHA:2026:424 ([eiser] en [eiseres] tegen GEMEENTE LEIDEN). In deze zaak spreekt een particulier een gemeente aan wegens de onrechtmatige verstrekking van zijn persoonsgegevens aan een woningcorporatie in het kader van een woningkoop (koopgarantregeling). De eiser stelt dat deze gegevensverstrekking in strijd is met de AVG en daarmee een onrechtmatige overheidsdaad oplevert. Op grond van artikel 82 AVG vordert hij vergoeding van zowel materiële als immateriële schade. De gemeente voert aan dat de gegevensverstrekking noodzakelijk was binnen het kader van de kooptransactie en berustte op een geldige rechtsgrond, zodat geen sprake zou zijn van een AVG-schending.

IEF 23275

Prejudiciële vragen over databankenrecht en hergebruik van Handelsregistergegevens

Hof Arnhem-Leeuwarden 20 jan 2026, IEF 23275; ECLI:NL:GHARL:2026:313 (Kamer van Koophandel tegen Vereniging voor Zakelijke B2B Informatie), https://www.ie-forum.nl/artikelen/prejudiciele-vragen-over-databankenrecht-en-hergebruik-van-handelsregistergegevens

Hof Arnhem-Leeuwarden 20 januari 2026, IEF 23275; ECLI:NL:GHARL:2026:313 (Kamer van Koophandel tegen Vereniging voor Zakelijke B2B Informatie). In deze zaak speelt een geschil tussen de Kamer van Koophandel (KVK) en de Vereniging Voor Zakelijke Borgen en Informatie (VVZBI) over het databankenrecht op het Handelsregister en de vraag in hoeverre de KVK het hergebruik van Handelsregistergegevens mag beperken of reguleren. De KVK heeft in 2020 nieuwe gebruiksvoorwaarden vastgesteld waarin zij stelt dat op het Handelsregister een sui generis databankenrecht rust en dat voor grootschalig of commercieel hergebruik toestemming van de KVK nodig is. Volgens de KVK zijn deze beperkingen nodig om haar wettelijke taken goed uit te voeren en om belangen als rechtszekerheid, privacybescherming, kostendekking en het profijtbeginsel te waarborgen. VVZBI betwist dat de KVK databankenrecht heeft op het Handelsregister en voert aan dat de vereisten voor databankrechtelijke bescherming niet zijn vervuld. De rechtbank volgt VVZBI hierin en oordeelt dat met name het vereiste investeringsrisico bij de KVK ontbreekt, zodat geen databankenrecht ontstaat.

IEF 23276

Normaal gebruik van het merk ZOOM in de Benelux

BenGH 7 mei 2025, IEF 23276; C 2024/10 (Zoom Video Communications, Inc tegen Kabushiki Kaisha Zoom), https://www.ie-forum.nl/artikelen/normaal-gebruik-van-het-merk-zoom-in-de-benelux

BenGH 7 mei 2025, IEF 23276; IEFbe 4105; C 2024/10 (Zoom Video Communications, Inc. tegen Kabushiki Kaisha Zoom). In deze zaak oordeelt het Benelux-Gerechtshof over een verzoek van Zoom Video Communications, Inc. tot vervallenverklaring wegens niet-gebruik van het oudere Benelux-woordmerk ZOOM, dat toebehoort aan Kabushiki Kaisha Zoom. Het geschil draait om de vraag of het merk in de periode 2016–2021 normaal is gebruikt voor de waren waarvoor het is ingeschreven in de klassen 9 en 15. Het Hof bevestigt het uitgangspunt dat van normaal gebruik sprake is wanneer het merk reëel commercieel wordt gebruikt om afzet te vinden of te behouden, waarbij een globale beoordeling plaatsvindt aan de hand van onder meer aard van de waren, marktkenmerken en omvang en frequentie van het gebruik. Bij ruime warenomschrijvingen moet worden onderzocht of zelfstandige subcategorieën kunnen worden onderscheiden op basis van doel en bestemming; alleen dan kan verval gedeeltelijk worden uitgesproken.

IEF 23277

Terugblik op het Nationaal AI & Data Congres: de AI Act in actie, AI-training op persoonsgegevens, contractvorming in het AI-tijdperk en meer!

Tijdens het Nationaal AI & Data Congres op donderdag 5 februari 2026 hebben juridische experts de laatste ontwikkelingen op het snijvlak van AI en recht belicht. Arnoud Engelfriet (ICTRecht) besprak compliance onder de AI Act, terwijl Laura Poolman (Kennedy van der Laan) zich boog over de juridische kwalificatie van AI-training op persoonsgegevens, mede gezien het Digital Omnibus-pakket van de Europese Commissie. Louis Jonker en Merel Hazes (beiden Van Doorne) gingen in op de uitdagingen van contractvorming bij de inkoop van AI. Het congres is in goede banen geleid door dagvoorzitters Astrid Sixma (Kennedy van der Laan) en Menno Weij (The Data Lawyers). De middag werd geopend met een presentatie van Jolanda ter Maten (ter Maten) over de kansen en risico's van AI. We sloten af met een paneldiscussie tussen juridische sleutelspelers Douwe Groenevelt (Viridea), Wouter Seinen (Pinsent Masons) en Jeroen Zweers (Dutch Legal Tech). 

Voor de geïnteresseerde lezer volgt hieronder op hoofdlijnen een weergave van de inhoudelijke bespreking die plaatsvond tijdens het congres.

IEF 23274

Belangenafweging privacy veroordeelde en persvrijheid bij online zittingsverslag NRC

Rechtbank Amsterdam 17 dec 2025, IEF 23274; ECLI:NL:RBAMS:2025:10200 ([eiser] tegen MEDIAHUIS NRC B.V.), https://www.ie-forum.nl/artikelen/belangenafweging-privacy-veroordeelde-en-persvrijheid-bij-online-zittingsverslag-nrc

Rb Amsterdam 17 december 2025, IEF 23274; ECLI:NL:RBAMS:2025:10200 ([eiser] tegen MEDIAHUIS NRC B.V.). De zaak betreft een zorgverlener die in 2022 is veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf (waarvan een half jaar voorwaardelijk) wegens seksuele uitbuiting van twee 17‑jarige meisjes, over wie NRC een artikel in de rubriek “De Zitting” publiceerde met vermelding van zijn voornaam, leeftijd en beroep. Volgens eiser is de publicatie onrechtmatig op grond van artikel 6:162 BW, omdat NRC zonder noodzaak strafrechtelijke persoonsgegevens verwerkt in strijd met zijn recht op eer en goede naam (artikel 8 EVRM) en in strijd met de AVG en de UAVG, met name omdat de gegevens niet noodzakelijk zouden zijn voor het doel van de publicatie. Eiser vordert dat NRC het artikel aanpast door deze persoonsgegevens te verwijderen, op straffe van een dwangsom, plus 750 euro immateriële schadevergoeding, subsidiair een voorziening waardoor NRC zijn strafrechtelijke persoonsgegevens niet meer verwerkt. NRC beroept zich op vrijheid van meningsuiting en persvrijheid en stelt dat het artikel feitelijk verslag doet van een openbare strafzitting, met bewust weglaten van de achternaam en andere privé‑details.