Wet- en regelgeving

IEF 4429

Het portretrecht van politieambtenaren

2k.bmpKamervragen met antwoord,  nr. 2152, 2e Kamer. Antwoord op vragen van het lid Haverkamp (CDA) aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over foto's van politieagenten op Internet.

“(…) Indien er sprake is van een portret dat niet in opdracht van de geportretteerde is gemaakt, is openbaarmaking niet toegestaan voor zover een redelijk belang van de geportretteerde zich daartegen verzet (art. 21 Auteurswet 1912).  (…) In zijn algemeenheid valt er dus geen uitspraak te doen over eventuele schending van privacy van de agenten door plaatsing van hun foto op de site. In het licht van het bovenstaande zie ik geen aanleiding om nadere regels te stellen met betrekking tot de bescherming van het portretrecht van politieambtenaren.

Indien agenten menen in hun recht geschonden te zijn ten gevolge van de normale uitoefening van hun taak, worden zij in beginsel ondersteund in het halen van hun recht door het korps waarbij zij in dienst zijn. Dit is ook uitgewerkt in art. 69a tweede lid van het Besluit algemene rechtspositie politie. Verder staat de rechtsgang bij de burgerlijke rechter open.

Uit jurisprudentie blijkt dat een van de uitgangspunten bij de belangenafweging is dat personen die in het kader van een onderwerp van maatschappelijk belang in het openbaar in de uitoefening van hun functie optreden, zoals politieambtenaren, als publieke personen onder omstandigheden meer kritiek en een grotere inbreuk op hun persoonlijke levenssfeer moeten toestaan dan privépersonen.  (…) Ook voor [andere openbare ambtsdragers, zoals officieren van justitie of rechters- IEF] geldt de algemene regeling van de auteurswet 1912, met de daarbij behorende belangenafweging. Voor zover deze personen in de openbaarheid hun functie uitoefenen, geldt dezelfde redenering als voor politieambtenaren, en zie ik geen reden voor aanpassing van de bestaande mogelijkheden.”

Lees het kamerstuk hier.

IEF 4150

Vanwege de interdepartementale overlegstructuur

ehb.gifKamerstukken. Niet-dossierstuk just070356, 2e Kamer. Handhaving. Brief van de minister van Justitie over uitstelbericht Kabinetsstandpunt richtlijn handhaving intellectuele eigendomsrechten

“Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 4 juni 2007

Onder verwijzing naar uw brief van 25 mei 2007, met kenmerk 07-Just-B-033, met het verzoek om uiterlijk dinsdag 5 juni a.s. het kabinetsstandpunt over de richtlijn betreffende de maatregelen en procedures om de handhaving van intellectuele eigendomsrechten te waarborgen aan de Kamer te doen toekomen, deel ik u mee dat de genoemde datum -vanwege de interdepartementale overlegstructuur- helaas niet kan worden gehaald.

Naar verwachting zal het kabinetsstandpunt, dat neergelegd wordt in een BNC-fiche, u in week 25 toekomen. 

De Minister van Justitie, E.M.H. Hirsch Ballin

IEF 3896

Implementatie handhavingsrichtlijn

Let op: Vandaag treedt in werking de Wet van 8 maart 2007 tot aanpassing van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, de Auteurswet 1912, de Wet op de naburige rechten, de Databankenwet, de Handelsnaamwet, de Wet van 28 oktober 1987, houdende regelen inzake de bescherming van oorspronkelijke topografieën van halfgeleiderprodukten (Stb. 484), de Zaaizaaden plantgoedwet 2005 en de Landbouwkwaliteitswet ter uitvoering van Richtlijn nr. 2004/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten (PbEG L 195).

Lees alle wijzigingen hier nog eens na in Stb 2007, 108.