Namaakshirts en valse WK-bekers in Toronto: merkinbreuk in de slipstream van het WK
Naar aanleiding van het WK organiseren wij een WK-evenement over privacy, licenties en marketing rond grote sporttoernooien. Inschrijven kan via deze link.
Kort voor de start van het WK voetbal heeft de politie in Toronto een omvangrijke partij vermoedelijk vervalste voetbalmerchandise in beslag genomen. In een opslagruimte in Mississauga, nabij Toronto, werden volgens de politie meer dan 16.000 namaakartikelen aangetroffen, waaronder voetbalshirts, petten en vlaggen met aanduidingen van onder meer FIFA, Nike, Adidas en Puma. Ook werden twee nagemaakte FIFA World Cup-trofeeën gevonden. De geschatte straatwaarde van de partij bedraagt ruim 3,5 miljoen Canadese dollar.[1]
De zaak past in een bekend patroon. Grote sportevenementen zorgen voor een plotselinge stijging in de vraag naar officiële fanartikelen. Die commerciële aantrekkingskracht maakt merken, logo’s, teamuitingen en evenementaanduidingen kwetsbaar voor namaak. Bij vervalste voetbalshirts gaat het daarom niet alleen om goedkope alternatieven voor supporters, maar ook om aantasting van merkrechten, licentie-inkomsten en de exclusieve exploitatie van officiële sportmerchandise.
Nederlands Octrooicongres op dinsdag 9 juni 2026: de Emotional Perception-zaak
Op dinsdag 9 juni organiseren we het Nederlands Octrooicongres. Tijdens dit congres praten dagvoorzitters Peter Blok en Gertjan Kuipers u bij over de ontwikkelingen van het octrooirecht.
Zo bespreken we onder andere de Emotional Perception-zaak. Erik Visscher (De Vries en Metman) geeft een presentatie over de uitspraak van het Britse Supreme Court. Daarin staat de vraag centraal of een artificial neural network (ANN) moet worden aangemerkt als een “computerprogramma” in de zin van artikel 1(2)(c) van de Patents Act 1977 en artikel 52(2) van het Europees Octrooiverdrag (EPC). Daarnaast bepaalt het Hof welke beoordelingsmethode moet worden toegepast bij computer-geïmplementeerde uitvindingen.
Het arrest is van belang voor de beoordeling van software- en AI-gerelateerde uitvindingen onder het Britse octrooirecht. Het Supreme Court spreekt zich voor het eerst expliciet uit over de positie van artificial neural networks binnen het octrooirecht en wijzigt daarbij de toets die in het Verenigd Koninkrijk bijna twintig jaar werd toegepast bij computer-geïmplementeerde uitvindingen.
Ook bespreekt hij hoe het octrooirecht AI definieert en hoe rechters en octrooiverlenende instanties omgaan met AI-gerelateerde uitvindingen.
Het Supreme Court komt tot twee belangrijke conclusies.
Ten eerste bevestigt het Hof dat een artificial neural network kan worden aangemerkt als een computerprogramma. Volgens het Hof is een ANN een model dat numerieke input verwerkt door middel van wiskundige operaties, zoals het toepassen van gewichten, biases en activatiefuncties. Daarmee bepaalt het model hoe een computer gegevens verwerkt. Dat de parameters van het model voortkomen uit een trainingsproces in plaats van expliciete programmeerinstructies, maakt volgens het Hof geen verschil.
Ten tweede oordeelt het Supreme Court dat de in Aerotel ontwikkelde benadering niet goed aansluit bij de uitleg van artikel 52 EPC in de rechtspraak van het Europees Octrooibureau. Het Hof sluit daarom aan bij de benadering van het Europees Octrooibureau en benadrukt het belang van een uniforme uitleg van het Europees Octrooiverdrag.
Volgens deze benadering wordt eerst vastgesteld of de claim een uitvinding vormt in de zin van artikel 52 EPC. Vervolgens wordt bepaald welke kenmerken bijdragen aan het technische karakter van de uitvinding. Alleen deze kenmerken worden daarna betrokken bij de beoordeling van nieuwheid en inventiviteit.
VIEPA programma VRO
Op donderdag 25 juni 2026 van 15:45-18:00 uur organiseert de VIEPA een themabijeenkomst over het VRO-reglement. Dit procesreglement voor octrooizaken is in 2023 in werking getreden. De Rechtbank Den Haag wenst dat procesreglement tegen het licht te houden en heeft o.a. de VIEPA - als door de Orde geaccrediteerde specialisatievereniging - gevraagd om input daarover. Op 25 juni wordt daarom een bijeenkomst georganiseerd waarbij advocaten en de rechtbank hierover van gedachten kunnen wisselen. Voorafgaand aan de bijeenkomst zal nog een enquête worden gehouden om bij de octrooibalie te peilen wat de ervaringen tot nu toe zijn en wat evt. verbeterpunten, knelpunten en wensen zijn.
Programma
15:45 Ontvangst en welkom – mr. A.M. van Aerde (NautaDutilh)
16:00 Ervaringen octrooibalie met VRO-reglement: uitkomsten enquête – mr. dr. Alexander Tsoutsanis (DLA Piper)
16:30 Ervaringen van de rechtbank en gedachten voor de toekomst - mr. Hugo van Heemstra & Hans van Walderveen (rechtbank Den Haag)
17:00 Paneldiscussie met sprekers voornoemd, mrs. Bas Berghuis van Woortman (Taylor Wessing), Mark van Gardingen (Brinkhof) en Judith Krens (Pinsent Masons)
17:45 Tussenbalans: hoe verder?
18:00 Borrel
Locatie: DLA Piper – Amsterdam (Prinses Amaliaplein 3)
Toegang: gratis, ook niet-leden zijn welkom
Aanmelden: info@viepa.nl
PO-punten: na afloop ontvangt u een bewijs van deelname, mits u bij aanvang en vertrek de deelnemerslijst tekent.
Terugblik op de terugkomdag van de mr. S.K. Martens Academie
Donderdag 21 mei kwamen de huidige lichting en de Martianen van voorgaande lichtingen samen om zich te verdiepen in de impact van AI op de juridische praktijk.
Jorn Torenbosch begon met de input-kant van AI. Hij legde uit hoe Gen AI getraind wordt en ging in op auteursrechtelijke bescherming van materiaal dat daarvoor gebruikt wordt.
Daarna deelde Joep Meddens zijn inzichten over de output kant. Hij ging daarbij in op het auteursrecht, maar keek ook naar de impact van AI op modellenrecht, naburige rechten, slaafse nabootsing en het octrooi.
Na deze interessante presentaties, was het natuurlijk tijd om te netwerken onder het genot van een borrel. De oud-Martianen vonden het leuk om de mensen uit hun lichting weer te zien en kennis te maken met de huidige lichting. Aan het einde van de borrel is er zelfs wat piano gespeeld.
Wil je hier de volgende keer ook bij zijn? In november gaat de volgende lichting van de Mr. S.K. Martens Academie van start. Kijk voor meer informatie op deze link of stuur ons een e-mail op info@delex.nl.
We willen in ieder geval onze hoofddocenten Marijn Kingma, Peter Teunissen en Jorn Torenbosch, en spreker Joep Meddens, bedanken voor hun aanwezigheid.
Stellantis-dealers en reparateurs kwalificeren volgens de A-G niet als franchisenemers
Parket bij de Hoge Raad 22 mei 2026, IEF 23585; ECLI:NL:PHR:2026:506 (VODN c.s. tegen Stellantis). In deze conclusie gaat het om de vraag of oude dealer- en reparateurovereenkomsten met Stellantis franchiseovereenkomsten zijn. VODN en VGPCN treden op voor voormalige Opel-, Peugeot-, Citroën- en DS-dealers en reparateurs. Zij willen dat wordt vastgesteld dat deze contracten onder de Wet franchise vallen. De rechtbank wees dat af. Volgens de rechtbank was niet duidelijk dat de betalingen of voordelen voor Stellantis een vergoeding waren voor het recht om een franchiseformule te gebruiken. Het hof wees de vordering ook af, maar om een andere reden. Volgens het hof was niet genoeg gesteld om aan te nemen dat alle betrokken dealers en reparateurs een Stellantis-formule moesten exploiteren. Voor franchise is meer nodig dan het verkopen of repareren van producten van een bepaald merk. Er moet sprake zijn van een formule die bepalend is voor een uniforme identiteit en uitstraling van de ondernemingen. Ook moet de formule onder meer bestaan uit een merk, handelsnaam, huisstijl of tekening én uit geheime, wezenlijke en geïdentificeerde knowhow. De A-G sluit daarbij aan. Voor de kwalificatie is niet de naam van het contract beslissend, maar de inhoud van de rechtsverhouding.
Beperkte schending van geheimhoudingsbeding bij gebruik luikafbeelding
Rb. Overijssel 20 mei 2026, IEF 23583; ECLI:NL:RBOVE:2026:2921 ([eiseres] tegen [gedaagde]). Tussen [eiseres] en [gedaagde], beide actief in de jachtbouw, gold een inleenovereenkomst op grond waarvan de directeur van [gedaagde] door [eiseres] werd ingeleend voor het opzetten en marktrijp maken van een luikenprogramma. In de toepasselijke algemene voorwaarden waren geheimhoudingsverplichtingen opgenomen, waaronder een verbod om vertrouwelijke informatie bekend te maken of voor andere doeleinden te gebruiken, en een verbod om resultaten van de verrichte diensten zonder toestemming aan derden beschikbaar te stellen. Aan overtreding was een contractuele boete verbonden van € 50.000 per gebeurtenis, vermeerderd met € 5.000 per dag of dagdeel. Nadat [eiseres] in januari 2025 ontdekte dat [gedaagde] op haar eigen website een afbeelding had geplaatst van een tijdens de inleen gemaakte rendering van een scheepsluik, vorderde zij betaling van de contractuele boete. De rechtbank stelt bij de uitleg van de bedingen de tekst centraal, omdat het ging om algemene voorwaarden waarover niet was onderhandeld en partijen geen concrete omstandigheden hadden aangevoerd die een afwijkende uitleg rechtvaardigden. Volgens de rechtbank is geen sprake van schending van artikel 15 lid 1 of lid 5 onder b: uit de afbeelding konden geen technische gegevens worden afgeleid, het grootste deel van het design was al openbaar via de website van [eiseres] zelf, en het nog niet openbare element, het verdiepte kruis in het deksel, was onvoldoende concreet uitgewerkt om als vertrouwelijke informatie te gelden.
Een bekend merk op de cover van een boek. Mag dat?
Op 7 mei verscheen Schooljaren, een roman van Ernest van der Kwast, die eerder het succesvolle Mama Tandoori schreef. Schooljaren is een leuk boek met een mooie cover: een drink pouch, of drinkzakje, met een rietje erin, tegen een kleurrijke achtergrond. Toch was dit ontwerp niet de eerste keuze van Van der Kwast en uitgeverij De Bezige Bij. Hun oorspronkelijk ontwerp werd om juridische reden afgeblazen.
Nederlands Octrooicongres op dinsdag 9 juni 2026: we bespreken de actuele jurisprudentie
Op dinsdag 9 juni organiseren we het Nederlands Octrooicongres. Tijdens dit congres praten dagvoorzitters Peter Blok en Gertjan Kuipers u bij over de ontwikkelingen van het octrooirecht.
Peter Blok is hoogleraar octrooirecht en verbonden aan het Centrum voor Intellectueel Eigendomsrecht (CIER) van de Universiteit Utrecht. Daarnaast is hij rechter in het Hof van beroep van het Eengemaakt Octrooigerecht (Unified Patent Court) en raadsheer-plaatsvervanger in het Gerechtshof Den Haag.
Gertjan Kuipers is partner bij Hogan Lovells en een ervaren procesadvocaat op het gebied van octrooien en technologie, met meer dan 25 jaar ervaring. Hij procedeert voor nationale en supranationale rechtbanken, het Europees Octrooibureau en in arbitragezaken. Kuipers trapt het Nederlands Octrooicongres zoals vertrouwd af met een bespreking van de laatste ontwikkelingen binnen het nationale octrooirecht. De meest belangrijke uitspraken van het afgelopen jaar komen aan bod.
Podcast over restitutie roofkunst niet onrechtmatig jegens Mondex en haar oprichter
Rb. Amsterdam 13 mei 2026, IEF 23580; ECLI:NL:RBAMS:2026:4602 (Mondex en [eiser 2] tegen NRC). De Rechtbank Amsterdam oordeelt dat NRC met de achtdelige podcastserie Hier hing een schilderij niet onrechtmatig heeft gehandeld jegens Mondex en haar oprichter [eiser 2]. De podcast reconstrueert de restitutie van het schilderij Bild mit Häusern aan de erfgenamen van de voormalige eigenaar. Mondex en [eiser 2] stelden dat NRC een onjuist, tendentieus en grievend narratief had gecreëerd, waarin zij zouden worden neergezet als partijen die profiteren van restitutie van roofkunst, onder meer door verwijzingen naar termen als “ambulance chaser”, “premiejager”, “holocaustindustrie” en “Shoah business”. De rechtbank stelt voorop dat het recht van NRC op vrijheid van meningsuiting en persvrijheid op grond van artikel 10 EVRM moet worden afgewogen tegen het belang van Mondex en [eiser 2] bij bescherming van hun eer en goede naam, waarbij artikel 6:162 BW het wettelijke aanknopingspunt vormt voor een eventuele beperking van die uitingsvrijheid. Daarbij weegt zwaar dat restitutie van roofkunst, het functioneren van het restitutiebeleid en de commerciële bijstand aan rechthebbenden of erfgenamen onderwerpen van publiek belang zijn. NRC kwam daarom ruime journalistieke en redactionele vrijheid toe om daarover kritisch, informerend en opiniërend te publiceren. Het beroep van [eiser 2] op artikel 8 EVRM slaagt niet, omdat de gewraakte uitlatingen zien op zijn professionele hoedanigheid bij Mondex en onvoldoende is onderbouwd dat zijn privéleven daardoor zodanig is geraakt dat artikel 8 EVRM bescherming biedt.
Verbetervonnis in IE-verstekzaak: proceskosten alsnog begroot op grond van artikel 1019h Rv
Rb. Den Haag 8 april 2026, IEF 23579; ECLI:NL:RBDHA:2026:12265 (Volkswagen tegen [gedaagde]. De Rechtbank Den Haag wijst het verzoek van Volkswagen tot verbetering van een eerder, op 11 februari 2026 gewezen verstekvonnis toe. Volkswagen had aangevoerd dat sprake was van een kennelijke fout in de zin van artikel 31 Rv, omdat de rechtbank in het oorspronkelijke vonnis had overwogen dat de gevorderde proceskosten niet waren gespecificeerd, terwijl die specificatie wel degelijk in de dagvaarding was opgenomen. De rechtbank volgt Volkswagen daarin. Nu gedaagde niet in het geding was verschenen, beslist de rechtbank op het verzoek zonder nader bericht aan gedaagde. Volgens de rechtbank is sprake van een kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent: in het oorspronkelijke vonnis werd voor de feiten van het geding verwezen naar de dagvaarding, en uit de aan dat vonnis gehechte dagvaarding blijkt dat Volkswagen haar proceskosten onder randnummer 6.1 had opgegeven en gespecificeerd.