Gepubliceerd op dinsdag 2 juni 2026
IEF 23583
Rechtbank Overijssel ||
20 mei 2026
Rechtbank Overijssel 20 mei 2026, IEF 23583; ECLI:NL:RBOVE:2026:2921 ([eiseres] tegen [gedaagde]), https://www.ie-forum.nl/artikelen/beperkte-schending-van-geheimhoudingsbeding-bij-gebruik-luikafbeelding

Beperkte schending van geheimhoudingsbeding bij gebruik luikafbeelding

Rb. Overijssel 20 mei 2026, IEF 23583; ECLI:NL:RBOVE:2026:2921 ([eiseres] tegen [gedaagde]). Tussen [eiseres] en [gedaagde], beide actief in de jachtbouw, gold een inleenovereenkomst op grond waarvan de directeur van [gedaagde] door [eiseres] werd ingeleend voor het opzetten en marktrijp maken van een luikenprogramma. In de toepasselijke algemene voorwaarden waren geheimhoudingsverplichtingen opgenomen, waaronder een verbod om vertrouwelijke informatie bekend te maken of voor andere doeleinden te gebruiken, en een verbod om resultaten van de verrichte diensten zonder toestemming aan derden beschikbaar te stellen. Aan overtreding was een contractuele boete verbonden van € 50.000 per gebeurtenis, vermeerderd met € 5.000 per dag of dagdeel. Nadat [eiseres] in januari 2025 ontdekte dat [gedaagde] op haar eigen website een afbeelding had geplaatst van een tijdens de inleen gemaakte rendering van een scheepsluik, vorderde zij betaling van de contractuele boete. De rechtbank stelt bij de uitleg van de bedingen de tekst centraal, omdat het ging om algemene voorwaarden waarover niet was onderhandeld en partijen geen concrete omstandigheden hadden aangevoerd die een afwijkende uitleg rechtvaardigden. Volgens de rechtbank is geen sprake van schending van artikel 15 lid 1 of lid 5 onder b: uit de afbeelding konden geen technische gegevens worden afgeleid, het grootste deel van het design was al openbaar via de website van [eiseres] zelf, en het nog niet openbare element, het verdiepte kruis in het deksel, was onvoldoende concreet uitgewerkt om als vertrouwelijke informatie te gelden.

Wel is artikel 15 lid 4 geschonden. De afbeelding was namelijk een resultaat van de door [naam] onder de inleenovereenkomst verrichte werkzaamheden voor [eiseres], ook al ging het slechts om een eerste rendering die uiteindelijk niet is doorontwikkeld tot standaardmodel. Door die afbeelding zonder toestemming op haar website te plaatsen, heeft [gedaagde] een resultaat van de dienstverlening aan derden beschikbaar gesteld. De contractuele boete was daarom in beginsel verschuldigd, maar de rechtbank matigt deze op grond van artikel 6:94 BW tot € 360, omdat toepassing van het boetebeding in de gegeven omstandigheden tot een buitensporig en onaanvaardbaar resultaat zou leiden. Daarbij weegt mee dat niet over het boetebeding is onderhandeld, dat het beding geen onderscheid maakt naar aard of ernst van de overtreding, dat geen vertrouwelijke informatie is geopenbaard, dat het om één eerste ontwerp zonder technische details ging, dat [gedaagde] de afbeelding direct na sommatie heeft verwijderd en dat [eiseres] geen concrete schade heeft onderbouwd. De rechtbank sluit voor de schade aan bij de Pictoright-tarieven en wijst daarnaast € 54 aan buitengerechtelijke kosten toe. De wettelijke handelsrente ex artikel 6:119a BW wordt afgewezen, omdat de boete geen primaire betalingsverplichting voor geleverde goederen of diensten is; wel wordt gewone wettelijke rente ex artikel 6:119 BW over € 360 toegewezen vanaf 25 januari 2025. De proceskosten worden gecompenseerd, omdat partijen over en weer deels in het ongelijk zijn gesteld.

4.5

Uit het voorgaande volgt dat het design van het luikontwerp dat [gedaagde] op haar website heeft geplaatst – op het verdiepte kruis in het deksel na – al openbaar beschikbaar was, namelijk via de website van [eiseres] zelf. Informatie die al openbaar te vinden en te raadplegen is, kan niet (meer) worden aangemerkt als vertrouwelijk en valt dus ook niet onder de reikwijdte van de geheimhoudingsverplichtingen van artikel 15 lid 1 en lid 5 onder b van de Algemene Voorwaarden.

4.6

De vervolgvraag is of het verdiepte kruis in het deksel – het nog niet openbare designelement in de afbeelding – als vertrouwelijke informatie heeft te gelden. De rechtbank is van oordeel dat dit niet het geval is. [gedaagde] heeft aangevoerd dat sprake is van een ruw ontwerp waaruit geen technische details over het kruis kunnen worden afgeleid, zoals de afmetingen, de precieze locatie op het deksel of de afwerking. Dit maakt volgens [gedaagde] dat het voor derden, zoals concurrenten, niet mogelijk is om het kruis vanuit de afbeelding na te maken. [eiseres] heeft dit niet (gemotiveerd) weersproken en evenmin voldoende concreet gemaakt waarom het verdiepte kruis anderszins een vertrouwelijk karakter zou hebben en onder de geheimhoudingsbedingen uit artikel 15 lid 1 en lid 5 onder b van de Algemene Voorwaarden zou vallen.

4.7

Het voorgaande betekent dat [gedaagde] artikel 15 lid 1 en lid 5 onder b van de Algemene Voorwaarden niet heeft geschonden door de afbeelding van het luikontwerp met het verdiepte kruis in het deksel op haar website te plaatsen.

Wel een schending van lid 4 van artikel 15 van de Algemene Voorwaarden

4.8

Artikel 15 lid 4 van de Algemene Voorwaarden bepaalt dat de uitlener de resultaten van de verrichte diensten in generlei vorm aan derden beschikbaar mag stellen. Ter beoordeling ligt dus voor of de afbeelding die op de website van [gedaagde] heeft gestaan, moet worden aangemerkt als een resultaat van (door [naam]) verrichte diensten.

4.9

De rechtbank is van oordeel dat de afbeelding wel als zodanig moet worden aangemerkt. Vast staat immers dat [naam] deze afbeelding onder de inleenovereenkomst en in het kader van het doel van die inleenovereenkomst – namelijk het opzetten van een luikenprogramma – voor [eiseres] heeft gemaakt. De enkele omstandigheid dat het ontwerp op de afbeelding niet is doorontwikkeld tot standaardmodel en ook anderszins nog niet in productie is genomen, maakt – anders dan [gedaagde] betoogt – niet dat de afbeelding geen resultaat is van de door [naam] verrichte diensten.

4.10

Door voornoemde afbeelding op haar website te plaatsen – en daarmee aan derden beschikbaar te stellen – heeft [gedaagde] dus artikel 15 lid 4 van de Algemene Voorwaarden overtreden. [gedaagde] is daarom in beginsel de contractuele boete verschuldigd.