IEF 23403
26 maart 2026
Uitspraak

Merkinbreuk via doorlinkende domeinnaam hirschmann.nl

 
IEF 23406
26 maart 2026
Artikel

UPC looks to CJEU to determine limits to jurisdictional reach

 
IEF 23402
26 maart 2026
Uitspraak

Geen verbod op gebruik artiestennaam DJ Rossi in kort geding

 
IEF 23395

Article written by Andres Guadamuz, University of Sussex.

An end to the input-output dichotomy in AI copyright? Like Company v Google takes an unexpected turn

I’ve been following the CJEU case C-250/25 Like Company v Google hearing with interest (my initial thoughts on the case here). I won’t attempt to cover the entirety of the proceedings, I’ve already accumulated plenty of notes for that, but I want to focus on one specific aspect that jumped out at me: a line of questioning from Advocate General Szpunar that I found particularly problematic, and which deserves immediate commentary.

Before I get to that, a few general comments about the proceedings. I’ve been writing about AI and TDM since 2012, and more specifically about what we now call generative AI since 2015, so I’ve become deeply familiar with the intricacies of the debate. The downside of that familiarity is that I tend to assume others understand at least the basics as well as I do, and I get a bit of a shock when I witness non-experts grappling with a very complex technical issue. The lawyers, advocates, and the judges involved did a very good job in trying to understand the technology and how it fits with copyright, but I could notice several times where the non-specialist parties appeared to be struggling with some concepts. I’m reminded of this famous xkcd cartoon:

IEF 23393

Artikel geschreven door Fulco Blokhuis, Boekx.

Meta's AI Smartglasses

Meta's AI Smartglasses liggen gewoon bij de opticien. Je kan er mee opnemen. De beelden gaan naar Nairobi, Kenia.

'Bank details, sex and naked people who seem unaware they are being recorded' kopte het Zweedse dagblad die uitvoerig onderzoek deed.

“We see everything – from living rooms to naked bodies. Meta has that type of content in its databases. People can record themselves in the wrong way and not even know what they are recording. They are real people like you and me”. The workers describe videos where people’s bank cards are visible by mistake, and people watching porn while wearing the glasses. Clips that could trigger “enormous scandals” if they were leaked.
 

IEF 23390

Laatste plekken voor het seminar: Consumentenrecht in de Digitale Sector | 2 april 2026

De Europese Commissie werkt aan de Digital Fairness Act (DFA), een nieuwe wet die consumenten beter moet beschermen in de digitale wereld. De nieuwe wet wordt naar verwachting in 2026 door de Comissie gepresenteerd. Tegenwoordig bestellen we (bijna) alles via internet. Iedereen die dat wel eens heeft gedaan, kent de kortingsacties die gegeven worden. Van een countdown-timer tot een rad van fortuin: platforms zetten alles in om consumenten te laten klikken en kopen. De digitale wereld is voor consumenten hierdoor niet altijd overzichtelijk. Ook voor juristen is niet alles helder, vooral op de grijze gebieden. Via deceptive interface design ontstaat er een oneerlijke handelspraktijk. Wat betekent dit voor consumenten, retailers, e-tailers, platforms en influencers als dit wordt vastgesteld? 

Meer weten over de DFA en oneerlijke handelspraktijken? Kom naar ons seminar Consumentenrecht in de digitale sector op donderdag 2 april 2026. We bespreken deze onderwerpen, en meer, samen met Jeroen Schouten en Michelle Seel (Pinsent Masons) op het kantoor van Pinsent Masons in Amsterdam. Er zijn nog enkele plekken beschikbaar.

Bent u erbij? Aanmelden kan alleen deze week nog. 

IEF 23391

Gerecht wijst beroep van Mordalski af omdat een reeds vervallen Uniemerk niet meer nietig kan worden verklaard

Gerecht EU (voorheen GvEA) 19 mrt 2026, IEF 23391; ECLI:EU:T:2026:201 (Grzegorz Mordalski tegen EUIPO en Anita Food, SA), https://www.ie-forum.nl/artikelen/gerecht-wijst-beroep-van-mordalski-af-omdat-een-reeds-vervallen-uniemerk-niet-meer-nietig-kan-worden-verklaard

Gerecht EU 19 maart 2026, IEF 23391; IEFbe 4152;  ECLI:EU:T:2026:201 (Grzegorz Mordalsk tegen EUIPO en Anita Food, SA). In deze zaak verzocht Grzegorz Mordalski om nietigverklaring van de beslissing van de vierde kamer van beroep van het EUIPO van 5 februari 2025. Die beslissing betrof zijn verzoek tot nietigverklaring van een figuratief Uniemerk van Anita Food SA, dat was aangevraagd op 18 februari 2009, geregistreerd op 27 januari 2010 en, bij gebrek aan verlenging, waarvan de registratie was vervallen op 18 februari 2019. Mordalski had zelf in 2016 in Polen een nationaal merk aangevraagd, maar dat was in 2020 geweigerd wegens gevaar voor verwarring met onder meer dit oudere Uniemerk. Daarop diende hij op 1 november 2020 bij het EUIPO een verzoek tot nietigverklaring van dat Uniemerk in op grond van artikel 60, lid 1, onder a, van verordening 2017/1001, gelezen in samenhang met artikel 8, lid 1, onder a en b, maar gelet op de datum van de Uniemerkaanvraag moest het Gerecht voor de materiële beoordeling uitgaan van de overeenkomstige bepalingen van verordening nr. 40/94, namelijk artikel 52, lid 1, onder a, gelezen in samenhang met artikel 8, lid 1. De annuleringsafdeling had dat verzoek op 7 juni 2024 afgewezen omdat de registratie op het moment van het verzoek al was verstreken, en de kamer van beroep had dat oordeel bevestigd.

IEF 23388

Rechtbank Den Haag: HP krijgt grotendeels gelijk in modelzaak over remanufactured cartridges

Rechtbank Den Haag 11 mrt 2026, IEF 23388; ECLI:NL:RBDHA:2026:5091 (HP tegen Digital Revolution), https://www.ie-forum.nl/artikelen/rechtbank-den-haag-hp-krijgt-grotendeels-gelijk-in-modelzaak-over-remanufactured-cartridges

Rb. Den Haag 11 maart 2026, IEF 23388; ECLI:NL:RBDHA:2026:5091 (HP tegen Digital Revolution). In deze bodemprocedure stonden Hewlett-Packard Development Company, L.P. en Digital Revolution B.V. tegenover elkaar over ingeschreven Uniemodellen voor printercartridges. HP stelde in conventie dat Digital Revolution met de verhandeling van remanufactured cartridges via haar webshop inbreuk maakte op die modellen en vorderde onder meer een EU-breed verbod, opgave en rekening en verantwoording, afgifte van voorraad, recall, schadevergoeding en nevenvoorzieningen. Digital Revolution vorderde in reconventie nietigverklaring van de modellen. De rechtbank oordeelt eerst dat cartridges, ook als zij zouden gelden als onderdelen van een samengesteld voortbrengsel, bij normaal gebruik zichtbaar blijven, omdat de eindgebruiker de cartridges zelf plaatst en vervangt. Het beroep op de techniekexceptie van artikel 8 lid 1 UModVo slaagt slechts gedeeltelijk: diverse kenmerken zijn uitsluitend technisch bepaald, maar de afgeronde hoek aan de voor-/bovenzijde niet. Dat kenmerk kan daarom bijdragen aan nieuwheid en eigen karakter. Op die basis acht de rechtbank Model 340 en de betrokken 422-modellen geldig, omdat Digital Revolution daarvoor geen relevant vormgevingserfgoed had aangevoerd. De 298-modellen worden daarentegen nietig verklaard op grond van artikel 86 lid 1 onder a jo. artikel 25 lid 1 onder b UModVo, omdat zij ten opzichte van de 422-modellen geen andere algemene indruk wekken en daarom niet nieuw zijn en geen eigen karakter hebben. Die nietigverklaring wordt niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

IEF 23389

Het EUIPO heeft een traineeship openstaan

Het European Union Intellectual Property Office (EUIPO) heeft een traineeship openstaan. Een mooie kans voor geïnteresseerde Nederlandse recent afgestudeerden of jonge IE-professionals. Deze traineeship van 12 maanden biedt je de mogelijkheid om nieuwe vaardigheden op te doen, onder andere in geavanceerde technologieën zoals AI, en waardevolle inzichten te verwerven in het intellectuele-eigendomslandschap in Europa. De deadline is 31 maart a.s.

IEF 23387

Vorderingen van ARDEX tegen ADEX wegens gestelde merk- en handelsnaaminbreuk en onrechtmatige daad afgewezen

Rechtbank Den Haag 12 mrt 2026, IEF 23387; ECLI:NL:RBDHA:2026:5128 (ARDEX tegen ADEX), https://www.ie-forum.nl/artikelen/vorderingen-van-ardex-tegen-adex-wegens-gestelde-merk-en-handelsnaaminbreuk-en-onrechtmatige-daad-afgewezen

Rb. Den Haag 12 maart 2026, IEF 23387; ECLI:NL:RBDHA:2026:5128 (ARDEX tegen ADEX). In dit kort geding traden ARDEX GmbH en ARDEX Nederland B.V. op tegen ADEX Projecten B.V., ADEX Diensten B.V., ADEX Grondstoffen B.V., ADEX Milieu B.V., ADEX Materieel B.V. en Aannemingen Beheer B.V.. ARDEX stelde dat ADEX door het gebruik van ADEX als teken, handelsnaam en domeinnaam inbreuk maakte op de ARDEX-Uniemerken en het ingeroepen Benelux-/internationale merk, primair op grond van artikel 9 lid 2 sub c UMVo en artikel 2.20 lid 2 sub c BVIE, en subsidiair op grond van artikel 9 lid 2 sub b UMVo en artikel 2.20 lid 2 sub b BVIE. Daarnaast beriep ARDEX zich op artikel 5 Hnw, artikel 5a Hnw en subsidiair op artikel 6:162 BW. De voorzieningenrechter achtte zich bevoegd en nam spoedeisend belang aan, omdat ARDEX na ontdekking van de naamswijziging van Bnext.nl naar ADEX in het voorjaar van 2025 voldoende voortvarend had gehandeld met een sommatiebrief, een BBIE-procedure en daarna dit kort geding; de eenzijdige onthoudingsverklaring van ADEX Diensten en ADEX Grondstoffen van 12 februari 2026 nam dat spoedeisend belang niet weg, omdat die verklaring niet volledig tegemoetkwam aan wat ARDEX vorderde.

IEF 23386

Hof verduidelijkt wanneer een kritische publicatie van een publiek domein geworden werk auteursrechtelijk beschermd kan zijn

HvJ EU 19 mrt 2026, IEF 23386; ECLI:EU:C:2026:213 (Institutul de Istorie şi Teorie Literară „G. Călinescu” en Fundaţia Naţională pentru Ştiinţă şi Artă tegen HK, als erfgenaam van TB, alsmede VP en GR.), https://www.ie-forum.nl/artikelen/hof-verduidelijkt-wanneer-een-kritische-publicatie-van-een-publiek-domein-geworden-werk-auteursrechtelijk-beschermd-kan-zijn

HvJ EU 19 maart 2026, IEF 23386; IEFbe 4150; ECLI:EU:C:2026:213 (Institutul de Istorie și Teorie Literară „G. Călinescu”, Fundația Națională pentru Știință și Artă tegen HK, als erfgenaam van TB, VP, GR). In deze prejudiciële zaak moest het Hof van Justitie uitleggen of een kritische publicatie van een publiek domein geworden werk kan worden aangemerkt als een auteursrechtelijk beschermd werk in de zin van artikel 2, onder a), van richtlijn 2001/29. De zaak ontstond in Roemenië naar aanleiding van een geschil tussen het Institutul de Istorie şi Teorie Literară „G. Călinescu” en de Fundaţia Naţională pentru Ştiinţă şi Artă enerzijds, en HK, als erfgenaam van TB, alsmede VP en GR anderzijds, over een door professor Dan Slușanschi verzorgde kritische publicatie van een Latijns werk van Dimitrie Cantemir dat al tot het publieke domein behoorde. Die publicatie was gebaseerd op een teruggevonden manuscript en had tot doel de tekst van het oorspronkelijke werk te reconstrueren, met correcties, aanvullingen, commentaar en kritisch apparaat. Het Hof herhaalt dat voor bescherming als “werk” twee cumulatieve voorwaarden gelden: er moet sprake zijn van een eigen intellectuele schepping van de auteur, die diens persoonlijkheid weerspiegelt doordat hij vrije en creatieve keuzes heeft gemaakt, én van een voorwerp dat voldoende nauwkeurig en objectief identificeerbaar is. Volgens het Hof sluit het reconstructieve karakter van een kritische publicatie niet uit dat aan die voorwaarden is voldaan. Ook bij de reconstructie van een bestaande tekst kunnen vrije en creatieve keuzes worden gemaakt, bijvoorbeeld bij grammaticale, lexicale, literaire en stilistische beslissingen, bij de keuze tussen tekstvarianten, bij correcties en aanvullingen, en bij de opbouw en rangschikking van de oorspronkelijke tekst ten opzichte van commentaren en kritisch apparaat. Dat moet de nationale rechter in het concrete geval beoordelen.

IEF 23385

Gerecht bevestigt afwijzing van oppositie tegen het Uniemerk EMOTORS

Gerecht EU (voorheen GvEA) 18 mrt 2026, IEF 23385; ECLI:EU:T:2026:196 (e-motors tegen EUIPO en Nidec PSA Emotors), https://www.ie-forum.nl/artikelen/gerecht-bevestigt-afwijzing-van-oppositie-tegen-het-uniemerk-emotors

Gerecht EU 18 maart 2026, IEF 23385; IEFbe 4149; ECLI:EU:T:2026:196 (e-motors tegen EUIPO en Nidec PSA Emotors). In deze zaak vorderde e-motors vernietiging van de beslissing van de kamer van beroep van het EUIPO, waarbij haar oppositie tegen de inschrijving van het figuratieve Uniemerk EMOTORS van Nidec PSA Emotors was afgewezen. Die oppositie was gebaseerd op een ouder figuratief Uniemerk e-motors en een ouder Frans woordmerk emotors, en berustte op artikel 8 lid 1 onder b UMVo. De kamer van beroep had eerst geoordeeld dat het normale gebruik van de oudere merken voor de betrokken diensten voldoende was aangetoond, maar vervolgens geoordeeld dat geen sprake was van verwarringsgevaar. Het Gerecht bevestigt dat oordeel. Het relevante publiek bestaat uit zowel het algemene publiek als professionals, met een hoog aandachtsniveau, en de betrokken producten van het aangevraagde merk zijn hoogstens middelmatig soortgelijk aan de diensten waarvoor de oudere merken bescherming genieten. Het Gerecht volgt ook het oordeel dat het gemeenschappelijke woordelement “emotors” in de context van de betrokken producten en diensten slechts een zwak intrinsiek onderscheidend vermogen heeft, omdat het relevante publiek dit zal begrijpen als een verwijzing naar elektrische motoren.

IEF 23384

Gerecht bevestigt verval van het Uniemerk Gattinoni wegens gebrek aan normaal gebruik

Gerecht EU (voorheen GvEA) 18 mrt 2026, IEF 23384; ECLI:EU:T:2026:199 (Effeemme Srl tegen EUIPO en Phoenix 1946 Srl), https://www.ie-forum.nl/artikelen/gerecht-bevestigt-verval-van-het-uniemerk-gattinoni-wegens-gebrek-aan-normaal-gebruik

Gerecht 18 maart 2026, IEF 23384; IEFbe 4148; ECLI:EU:T:2026:199 (Effeemme Srl tegen EUIPO en Phoenix 1946 Srl). In deze zaak verzocht Effeemme Srl om vernietiging van de beslissing van de kamer van beroep van het EUIPO, waarin was bevestigd dat het figuratieve Uniemerk Gattinoni vervallen was verklaard voor alle betrokken waren in de klassen 18 en 25, omdat geen normaal gebruik van het merk was aangetoond in de relevante periode van 14 mei 2017 tot en met 13 mei 2022. Het Gerecht zet eerst het juridische kader uiteen: voor behoud van een Uniemerk moet het merk in de Unie daadwerkelijk en niet louter symbolisch zijn gebruikt, waarbij het bewijs cumulatief betrekking moet hebben op plaats, duur, omvang en aard van het gebruik. In deze zaak stond alleen de omvang van het gebruik ter discussie. Effeemme voerde aan dat de kamer van beroep het bewijs ten onrechte stuk voor stuk had beoordeeld en onvoldoende gewicht had toegekend aan licentieovereenkomsten, catalogi, facturen, promotiemateriaal en persartikelen. Het Gerecht verwerpt dat betoog en oordeelt dat de kamer van beroep het bewijsmateriaal wél in samenhang heeft beoordeeld, maar terecht heeft vastgesteld dat vrijwel alle stukken zagen op een periode vóór de relevante gebruiksperiode en dat de stukken uit de relevante periode geen voldoende concreet en objectief beeld gaven van daadwerkelijke marktactiviteit. Met name ontbraken gegevens over omzet, verkoopcijfers, jaarlijkse verkooprapporten, promotiebudgetten of andere stukken waaruit de commerciële omvang van het gebruik van het merk kon blijken.