IEF 534

Programmagegevens in 2007/2008 vrij

In de strijd om de bescherming van de programmagegevens delven de omroepen in ieder geval vanaf 2007 of 2008 het onderspit.  Andere uitgevers mogen dan ook  tv-gidsen met weekprogramma's gaan uitgeven. Dit is het resultaat van onderhandelingen tussen CDA, VVD en D66 met betrekking tot het akkoord over de publieke omroep . (bron: medialog)

IEF 533

Wanneer is een Edit van een nummer hitmuziek?

Wat kan nu precies beschouwd worden als hitmuziek? Deze vraag was de inzet van het kort geding dat Slam!FM tegen het Agentschap Telecom had aangespannen. Het Agentschap Telecom was van mening dat Slam!FM te veel hitmuziek ( commerciële hits) draaide dan was toegestaan onder de uitzendvergunning en had daarom aan Slam!FM een boete opgelegd.

De Rotterdamse rechtbank heeft gisteren de eis van Slam!FM om het besluit waarbij de boete was opgelegd te schorsen afgewezen. Tevens hoeft naar het oordeel van de rechter het Agentschap Telecom niet terug te komen op haar besluit.

Onder de uitzendvergunning mag één bekend nummer per uur gedraaid worden. De methode van Slam!FM om toch meer van deze nummers te kunnen draaien - het maken van speciale Slam FM-edits van hits - is een schending van de uitzendvergunning. Volgens de door het Commissariaat voor de Media opgetrommelde deskundigen verschilden deze edits maar weinig van de hitversies in de hitparades. Edits van platenmaatschappijen mogen dan weer wel uitgezonden worden zonder de vergunning te overtreden. (bron: www.3voor12.nl)

IEF 532

gratis ideeën

FD van vandaag: Een creatief idee is geen cent meer waard. Artikel van Richard Smit over de ideeënhandel in de reclamewereld. "Wat ondenkbaar zou zijn voor architecten of accountants is voor reclamemakers heel gewoon. Ze geven - in de jacht op nieuwe opdrachten - hun ideeën gratis weg." Reclamebureaus die meedingen naar de opdracht dienen steeds vaker  de rechten op de ontwikkelde creatieve concepten en bijbehorende materialen over te dragen aan de opdrachtgever. Ook als ze de opdracht uiteindelijk niet krijgen.

Adverteerders zouden zo het risico op schadeclaims willen vermijden wanneer bureaus vergelijkbare concepten presenteren. Bovendien zijn ze bang dat afgekeurde ideeën aan anderen worden aangeboden. 'Alsof je in een winkel een mooi pak kiest en ze de andere pakken niet meer mogen verkopen.' Adverteerders kopen op deze manier niet meer de creatieve producten van een reclamebureau, maar het serviceapparaat.

Omdat het een internationale ontwikkeling is, kunnen Nederlandse reclamebureaus er  maar weinig aan doen. Brancheorganisatie  Vea waarschuwt aangesloten bureaus tegen bepaalde opdrachtgevers en komt binnenkort met een soort 'pitch checklist' om bedrijven te helpen bij een bureauselectie. Tijd voor een wet of een code? (of gewoon weer een heffing natuurlijk).

IEF 531

Politiek ontdekt RCC

Na kamervragen over 'De Hand Van God' en 'Dump Je Schatje' is het nu De Partij voor de Dieren die zich beklaagt over de RCC. "De PvdD  roept op tot een fundamentele discussie over het functioneren van de Nederlandse Reclame Code en de Reclame Code Commissie naar aanleiding van haar uitspraak dat spotjes van ProefdierVrij in strijd zouden zijn met de Reclame Code omdat er onvoldoende in duidelijk gemaakt zou worden hoe zwaar de voorschriften zijn voor het doen van dierproeven. Los van het feit dat veel is af te dingen op die voorschriften en de naleving daarvan, is het een goede gewoonte van de Reclame Code Commissie in het kader van de vrijheid van meningsuiting veel vrijheid te laten bij het uitdragen van denkbeelden."

Persbericht Pvdd. PvdD roept op tot discussie over werking Reclame Code Commissie nav uitspraak ProefdierVrij
17-06-2005

Amsterdam, 17 juni 2005 - De Partij voor de Dieren roept op tot een fundamentele discussie over het functioneren van de Nederlandse Reclame Code en de Reclame Code Commissie naar aanleiding van haar uitspraak dat spotjes van ProefdierVrij in strijd zouden zijn met de Reclame Code omdat er onvoldoende in duidelijk gemaakt zou worden hoe zwaar de voorschriften zijn voor het doen van dierproeven. Los van het feit dat veel is af te dingen op die voorschriften en de naleving daarvan, is het een goede gewoonte van de Reclame Code Commissie in het kader van de vrijheid van meningsuiting veel vrijheid te laten bij het uitdragen van denkbeelden.

 De Reclame Code Commissie lijkt die lijn met deze uitspraak te hebben verlaten en de Partij voor de Dieren acht dat een bedenkelijke ontwikkeling die grote gevolgen kan hebben voor de toekomst waar het gaat om het uitdragen van denkbeelden door organisaties die verandering nastreven van de gangbare praktijken op het gebied van bijvoorbeeld diergebruik.

Omdat de uitspraak van de RCC (waartegen overigens nog beroep open staat) vergaande consequenties kan hebben voor de mate waarin media bereid zijn boodschappen van de strekking zoals Proefdiervrij die uitdraagt uit te zenden,  is sprake van een belangrijk precedent.

Onlangs nog achtte de RCC zich in twee instanties niet bevoegd tot het doen van uitspraken over door de Nederlandse overheid uitgedragen denkbeelden, ten aanzien van de Europese grondwet, waarin de overheid met nadruk haar neutrale positie had verlaten, en tegenstanders van de grondwet uitmaakte voor mensen die “mythen en fabels” zouden vertellen. Merkwaardig genoeg lijkt ProefdierVrij met het uitdragen van haar denkbeelden met geheel andere maten gemeten te worden.

Omdat er voor het uitdragen van denkbeelden geen verplichte disclaimers bestaan (zoals bij bancaire en medische producten wel het geval is) is het een onredelijke eis om van ideële organisaties zoals Proefdiervrij te verlangen dat ze reclame zouden maken voor het strenge karakter van de eisen die aan dierproeven zouden worden gesteld, terwijl de organisatie nu juist ageert tegen het feit dat zulks niet of onvoldoende het geval is.

In het belang van de vrijheid van meningsuiting roept de PvdD daarom nu op tot inhoudelijke discussie over de werking van de Reclame Code Commissie en zal zich daartoe per brief tot de in de RCC participerende partijen wenden.

IEF 529

Laddie leaves

Voor wie niet regelmatig op het ipkat-weblog kijkt: De beroemde en beruchte Engelse rechter Sir Jugh Laddie, verantwoordelijk voor een aantal geruchtmakende IE-zaken, waarvan 'Arsenal' hier waarschijnlijk de bekendste is, verlaat de rechterlijke macht en wordt adviseur bij Willoughby & Partners.

IEF 528

En het zoeken ging verder

Welke naam is nou geschikt voor de 'denktank voor het gedachtengoed van Nawijn & De Winter'? De keuze voor 'Willem van Oranje' werd twee dagen geleden door de Rijksvoorlichtingsdienst tegen gehouden. De twee rechtse politici gingen verder met hun zoektocht naar nationale helden en kwamen uit bij 'Marnix van Sint Aldegonde'.

Maar daar is de ChristenUnie niet blij mee. Haar wetenschappelijk bureau brengt onder deze naam boeken en commentaren uit en wenst niet met het 'gedachtengoed' van Nawijn geassocieerd te worden. (Overigens terzijde: kan er niet een ander woord voor 'gedachtengoed' gebruikt worden, en dit woord worden voorbehouden aan het werk van echte filosofen?)

Interessante kwestie voor IE-juristen uiteraard. Want waar baseren zowel de Rijksvoorlichtingsdienst als de ChristenUnie hun bezwaren op? Een blik in de merkenregisters leert dat zowel Willem als Marnix niet als merk zijn geregistreerd. Zouden de namen als merken in strijd zijn met de de openbare orde? Gebrek aan onderscheidend vermogen? De Rijksvoorlichtingsdienst kan zich waarschijnlijk beroepen op 6:162 BW aangezien gebruik van een andermans geslachtsnaam onder omstandigheden een onrechtmatige daad oplevert (Hagemans: Tekst&Commentaar IE). Maar de ChristenUnie dan? En hebben dode mensen ook nog rechten? Wie het weet mag het zeggen...

IEF 527

New kids on the block

J.J.C. Kabel, Rechter en publieksopvattingen: Feit, fictie of ervaring? Over de beoordeling door de rechter van commerciële communicatie, Rede in verkorte vorm uitgesproken bij de aanvaarding van het ambt van Hoogleraar in het Informatierecht, in het bijzonder Commerciële Informatie aan de Universiteit van Amsterdam op 17 juni 2005, Amsterdam: Otto Cramwinckel Uitgever (2005). Volledige tekst, via de ivir, hier.

N.A.N.M. van Eijk, Zoekmachines: Zoekt en gij zult vinden? Over de plaats van zoekmachines in het recht, Rede in verkorte vorm uitgesproken bij de aanvaarding van het ambt van bijzonder hoogleraar in het Media- en Telecommunicatierecht aan de Universiteit van Amsterdam op 17 juni 2005, Amsterdam: Otto Cramwinckel (2005). Volledige tekst, via het ivir, hier.

IEF 526

Geïmplementeerde uitvindingen

Voor wie bij probeert te blijven in de software-octrooi discussie: "The Parliament's Legal Affairs Committee adopted on 20 June the draft directive on the patentability of computer-implemented inventions. Most of the major amendments  proposed by the rapporteur, Michel Rocard, and other MEPs critical of the proposal were rejected." Lees hier meer.

IEF 525

Klepmechanisme beertender geoctrooieerd

Vonnis voorzieningenrechter Rechtbank ’s-Gravenhage, KG ZA 05-444, 16-06-2005 (Heineken 5 liter vaatje). Deze uitspraak bevestigt weer eens het belang van het werk van uitvinders.

Octrooirecht. Heineken is in 1996 begonnen met de ontwikkeling van een 5 liter vaatje onder de codenaam Delft-project. Het project is nu voltooid en de uitvinder van het klepmechanisme eist nu alle octrooien op die gerelateerd zijn aan de Nederlandse octrooien 1008601, 1012802 en 1012921. Eiser is in deze octrooien als uitvinder vermeld. Hoe kan dat? Eiser is een uitvinder en is via zijn levenspartner in contact gekomen met Heineken. Heineken zag brood in de werkzaamheden van eiser en bood hem een arbeidsovereenkomst aan. Volgens de arbeidsovereenkomst moet de uitvinder aan Heineken kenbaar maken aan welke projecten hij werkte bij het aangaan van de overeenkomst en welke activiteiten hij verricht naast zijn werkzaamheden voor Heineken. Eiser heeft niet aan deze verplichtingen voldaan.

In de arbeidsovereenkomst is bovendien vastgelegd dat alle kennis en ideeën die binnen het dienstverband door de uitvinder worden ontwikkeld automatisch en rechtswege eigendom worden van de werkgever. In 1999 heeft de uitvinder aanspraak gemaakt op vergoeding van de door Heineken gebruikte, maar door hem voorafgaand aan zijn dienstverband aangedragen technologie. Na zware onderhandelingen hebben partijen overeenstemming bereikt, te weten de uitvinder ontvangt NLG 250.000 voor de overdracht van de intellectuele eigendomsrechten ten aanzien van de klep aan Heineken.

De uitvinder is toegestaan zijn rechten uit te oefenen buiten de bierindustrie. Partijen komen opnieuw overeen dat de uitvinder een overzicht moet geven van de projecten waaraan hij heeft gewerkt voorafgaand en buiten het dienstverband. Ook dit laat de uitvinder na. De vraag is nu wie heeft wat uitgevonden en welke rechten zijn overgedragen. De uitvinder eist nu alle octrooien op waarin een klepmechanisme voorkomt, omda hij deze allen zou hebben uitgevonden buiten dienstverband. Hoewel opeising in kortgeding niet mogelijk is, oordeelt de voorzieningenrechter dat er sprake is van een ordemaatregel die wel in kortgeding is toegestaan. Met gebruikmaking van het Haviltex-criterium oordeelt de voorzieningenrechter dat het maar zeer de vraag is of de uitvinder voorafgaand aan zijn dienstverband wel zoveel had uitgevonden als hij nu claimt. Dit is ook niet controleerbaar, omdat de uitvinder tot twee keer toe niet aan zijn verplichting heeft voldaan een overzicht te verschaffen van zijn werkzaamheden buiten dienstverband.

Lees het vonnis hier.

IEF 524

De gebruikelijke mate van satire

Rechtbank Den Haag,  21 juni 2005,  KG 05/447. Kort geding tussen stichting Hoger onderwijs Nederland tegen Kaasjager. Geschil tussen Hogeschool Inholland  en de protestsite www.injeholland.nl, zie eerdere berichtgeving hier. Rechtbank komt met een ouderwets redelijk en genuanceerd vonnis, in een zaak die in deze duistere tijden ook veel slechter had kunnen uitpakken voor de gedaagde.

Het helpt dat de gedaagde heeft toegezegd beter te zullen opletten en uitlatingen die "niet als netjes vallen aan te merken" zal verwijderen en weren. Voor het overige is van bedreiging geen sprake volgens de rechter.  "Naar gedaagde terecht heeft betoogd, valt niet aan te nemen dat studenten die dergelijke uitingen op het internet plaatsen beschikken over het telefoonnummer van Al Qaida, laat staan dat zij feitelijk van plan zouden zijn vestigingen van Hogeschool INHOLLAND te (laten) bombarderen. Eiseres gaat er in haar stellingname dan ook aan voorbij dat op een site als de onderhavige, die grotendeels gevoed wordt door en bestemd is voor een studentenpopulatie, rekening gehouden moet worden met de in die populatie nu eenmaal gebruikelijke mate van satire, sarcasme en overdrijving in gedrag en uitingen."

Wat wel wordt toegewezen is de verbodsvordering op basis van het merkenrecht. "De stelling van eiseres dat door het gebruik door gedaagde van het teken INJEHOLLAND afbreuk wordt gedaan aan de reputatie van het merk INHOLLAND is, voorshands oordelend, wel gegrond. Het enkele feit dat onder dat -duidelijk aan het merk gerelateerde- teken een klachtensite in stand wordt gehouden, is voor die conclusie reeds voldoende. Gedaagde heeft deze stelling van eiseres ook niet anders bestreden dan met het betoog dat Hogeschool INHOLLAND in het geheel geen reputatie heeft, althans geen goede, doch dat betoog wordt als onvoldoende concreet onderbouwd verworpen. 

Gedaagde heeft het gelijk aan zijn zijde waar hij betoogt dat hij op grond van het recht op vrije meningsuiting kritiek kan uitoefenen op het beleid van Hogeschool INHOLLAND, en evenzeer anderen in de gelegenheid mag stellen dat -al dan niet via een website- te doen. In zoverre heeft gedaagde een geldige reden om een website te onderhouden als waar het thans om gaat. Maar dat brengt nog niet met zich dat gedaagde een geldige reden heeft om dat te doen met gebruikmaking van een teken dat afbreuk doet aan de reputatie van het merk van eiseres. Van een dergelijke reden is niet gebleken, nu het gedaagde vrijstaat op haar website de naam INHOLLAND refererend te gebruiken maar geen enkele noodzaak bestaat om dat te doen onder een teken als het thans gewraakte INJEHOLLAND"

De vraag is nu waar de grens ligt bij merkgebruik in domeinnamen van zuigsites. De rechter zegt in dit vonnis dat "Het enkele feit dat onder dat -duidelijk aan het merk gerelateerde- teken een klachtensite in stand wordt gehouden, is voor die conclusie reeds voldoende." waarbij waarschijnlijk bewust is gekozen voor 'dat' en niet voor 'een'. De woordspeling 'injehol' vindt de rechter klaarblijkelijk niet 'netjes', maar meer neutraal merkgebruik is wellicht wel toelaatbaar.

Voor anekdotici is de volgende passage nog waardevol: "Smilies hebben naar hun aard een ludiek karakter. Dat neemt niet weg dat het denkbaar zou zijn een smily een vorm te geven die zodanig beledigend is dat het gebruik daarvan naar algemene fatsoensnormen onacceptabel moet worden beschouwd. Daarvan is evenwel bij de op de website van gedaagde gehanteerde smilies geen sprake."

Lees het vonnis hier.

IEF 523

Ondertussen in Libië

Dr. Kamil Idris bericht met blijdschap dat Libië, of voluit, the Socialist People’s Libyan Arab Jamahiriya, is toegetreden tot het verdrag tot samenwerking inzake octrooien (PCT). Op 15 september a.s. treedt het verdrag in werking voor Libië.

IEF 522

A walking, talking trademark

De U.S. Court of Appeal heeft gisteren uitgemaakt dat een schilderij waarop Tiger Woods is afgebeeld, geen inbreuk maakt op de merkrechten die de golfer op zijn uiterlijk heeft.

De motivatie van de rechter is, zeker in de V.S. waar sport min of meer gelijk staat aan commercie, op z'n zachtst gezegd opvallend: "We hold that, as a general rule, a person’s image or likeness cannot function as a trademark," Judge James Graham wrote in the majority opinion. "ETW (de agent van Woods, red.) asks us, in effect, to constitute Woods himself as a walking, talking trademark." Lees hier meer.

IEF 521

Slapend beertje beschermd?

Arrest Gerechtshof te 's-Gravenhage, 16 juni 2005, rolnr. 03/1258 (FAMILY CARDS). Het geschil betreft geboortekaarten geillustreerd met babybeertjes.

Mevrouw Maas, van wie de afbeelding afkomstig is, tekent gedurende een aantal jaren als baby geklede en zich als baby gedragende speelgoedbeertjes. Family Cards exploiteert geboortekaarten onder meer voorzien van een afbeelding van een speelgoedbeer. Mevrouw Maas stelt dat Family Cards haar auteursrechten schendt.

In eerste aanleg heeft Maas gewonnen en is Family Cards op grond van auteursrecht inbreuk onder meer bevolen de exploitatie van een aantal kaarten geillustreerd met babybeertjes te doen staken en veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding. Family Cards komt in hoger beroep van dit vonnis. Hoewel het Hof gevoelig lijkt te zijn voor het verweer van Family Cards dat er sprake zou zijn van een bepaalde tekenstijl, door te stellen dat er sprake is van een trend, oordeelt zij terecht dat binnen deze trend oorspronkelijke werken mogelijk zijn. Het kan naar mijn mening immers niet zo zijn dat de beschermingsomvang wordt bepaald door een bepaalde stijl dan wel trend. Is er sprake van een oorspronkelijk werk op het moment van creatie, dan blijft het werk oorspronkelijk ongeacht de navolgers.

De tekeningen van Maas zijn volgens het Hof oorspronkelijk. Het Hof past ook het juiste criterium toe in haar beoordeling of er sprake is van een verveelvoudiging; "(...) onnodig een aantal essentiele elementen van Maas's tekening heeft overgenomen (...). Resultaat: Een aantal beertjes is niet als een verveelvoudiging aan te merken, het slapende babybeertje wel. Het Hof verwijst de zaak naar de rol om partijen in de gelegenheid te stellen zich uit te laten over de vordering tot terugbetaling van schadevergoeding. Lees arrest

IEF 520

nog geen referendum

Kamerstukken 30 148, nr. 1: Brief van de minister van buitenlandse zaken betreffende het BVIE (merken en tekeningen of modellen), met Protocol; ’s-Gravenhage, 25 februari 2005 (Trb. 2005, 96). Den Haag, 2 juni 2005. Publ. 16 juni 2005. 

Aan de Voorzitters van de Eerste en van de Tweede Kamer der Staten-Generaal,

Overeenkomstig het bepaalde in artikel 15, vierde lid, van de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen moge ik u mededelen dat artikel 5.5 van het bovengenoemde verdrag vanaf 25 februari 2005 voorlopig wordt toegepast. De tekst van het verdrag gaat u hierbij toe. Nadat het advies van de Raad van State zal zijn ingewonnen, zal het verdrag ter goedkeuring aan de Staten-Generaal worden overgelegd.

De Minister van Buitenlandse Zaken, B. R. Bot

IEF 519

real discrimination

Een bericht over de lobby van de muziekindustrie voor langere bescherming in Europa. "European recording companies are pushing to extend terms of copyright to nearly 100 years to be more in line with U.S. law. The International Federation of the Phonographic Industry, or IFPI, which represents European music labels, is calling on the European Commission to bring the issue to EU countries, which will consider the matter sometime next year, according to IFPI spokeswoman Francine Cunningham. "From a cultural point of view, we find it strange that European artists are protected more in the U.S. than they are back home," she said. "We feel there is real discrimination here." lees meer in Wired.

IEF 518

citroentjesgeel

Het conflict tussen ANWB en Route Mobiel loopt al langer, er zijn zelfs kamervragen over gesteld, maar een rechter was er  tot nu toe nog niet aan te pas gekomen. Hoewel partijen het ook nog niet eens over het gebruik van de kleur geel (de ANWB bericht dat het kleurconflict binnenkort opgelost wordt, 'wij houden de kleur warm geel en Route Mobiel 'beweegt meer richting citroengeel’, maar Route Mobiel bericht met stelligheid dat zij haar kleur geel niet aanpast), betreft de door de ANbW aangespannen bodemprocedure alleen de misleidende reclame van Route Mobiel.

De kritiek van de ANWB richt zich op een aantal punten waarbij Route Mobiel zich vergelijkt met de Wegenwacht. Volgens de ANWB biedt Route Mobiel niet dezelfde diensten als de ANWB en maakt onjuiste (prijs)vergelijkingen voor de binnenlandse- en buitenlandse pechhulp. De claim van Route Mobiel dat zij de snelste en goedkoopste pechhulpverlener van Nederland zou zijn vindt de ANWB misleidend voor de consument.

‘Mensen komen terug naar de ANWB, want ze voelen zich misleid. Dat is slecht voor de branche’, zei ANWB-directeur Van Woerkom in de Volkskrant van vanochtend. Directielid Muller van Route Mobiel ziet de toekomst met vertrouwen tegemoet. ‘Wij nemen de kosten van het verplichte ANWB-lidmaatschap mee in onze prijsvergelijkingen. Dat doen we, omdat mensen hier niet onderuit kunnen.’  Persbericht ANWB hier. Klanttevredenheidsonderzoek Route M. hier.

IEF 517

adverteren met kredietpercentages

Aanbieders van financiële producten als leningen, hypotheken en verzekeringen krijgen te maken met nieuwe regels voor reclame. Door de nieuwe regels in Besluit financiële dienstverlening (Bfd) is het niet langer toegestaan om te adverteren met kredietpercentages waarbij rekening is gehouden met de fiscale aftrekbaarheid. Het besluit regelt ook dat adverteerders voortaan moeten vermelden hoe lang een actie duurt en wat het tarief na afloop is. Dat voorkomt agressieve reclames met tijdelijke tarieven. Lees hier het persbericht van de ministerraad.

IEF 516

Nog misleid in de spits?

Een Zweedse consumentengroep daagt de ook in Nederland opererende gratis krantenuitgever Metro International in Zweden voor de rechter. De groep maakt bezwaar tegen enkele edities van de Zweedse Metro waarvan de voorpagina er uitzag als nieuwspagina, terwijl het een advertentie was. De consumentengroep vind dat alle reclame als zodanig geafficheerd en herkenbaar moet zijn.  (Villamedia via AFP via editorsweblog.org)

IEF 515

Roken en open vuur verboden: het vonnis

Voorzieningenrechter Rechtbank 's-Gravenhage, 13 juni 2005 LJN: AT7637, KG 05/581. Sigarenfabrikanten tegen de Staat der Nederlanden. Over deze zaak is redelijk uitvoerig bericht in de media, zie eerder bericht hier. Maar waar het in de krant als een overwinning voor de sigarenfabrikanten werd gebracht, blijkt uit het onderstaande vonnis dat ook hier twijfel de grote winnaar is, en dat de twijfelende voorzieningrechter niets anders doet dan de status quo handhaven tot de bodemrechter terzake oordeelt.

"De wetgever heeft met de invoering van de op 7 november 2002 ingevoerde wijzigingen in de Tabakswet onmiskenbaar beoogd alle tabaksreclame tot aan minimum te beperken. De wetgever heeft echter enkele uitzonderingen op het reclameverbod gemaakt, teneinde de handel van tabaksproducten niet onmogelijk te maken. De voorzieningenrechter moet zich bij het vormen van zijn oordeel afvragen of, naar alle waarschijnlijkheid, de bodemrechter - later oordelend - van oordeel is dat de huidige wijze van presentatie van de sigaren in dispensers op de toonbank al dan niet onder één van de uitzonderingen op het reclameverbod valt.

Tegen de achtergrond van hetgeen hiervoor is overwogen kan thans niet met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid worden aangenomen dat de bodemrechter deze wijze van presentatie, in de vorm van een blanco dispenser, zal verbieden dan wel zal toestaan.

De tekst van de Tabakswet is weliswaar duidelijk, doch is, voorzover hier van belang, afhankelijk van wat onder reguliere presentatie moet worden verstaan. Gelet op de inhoud van de Toelichting, met name de passage waarin verwezen wordt naar de wijze van presentatie, zoals te doen gebruikelijk in de afgelopen jaren, valt niet zonder meer te zeggen dat geen sprake is van een uitzonderingssituatie. Bovendien valt niet goed in te zien dat de wetgever onder reguliere presentatie alleen de presentatie in de normale schappen of rekken bedoeld heeft, temeer niet nu hij de nadruk lijkt te leggen op het in de afgelopen jaren gebruikelijke en afstand neemt van rare stuntachtige uitstalmethoden. Onder die omstandigheden acht de voorzieningenrechter het geraden de thans bestaande status quo te handhaven, totdat de bodemrechter terzake een oordeel heeft gegeven. Daarbij wordt ook een zekere belangenafweging in aanmerking genomen. Immers gedaagde is in de sinds de invoering van de wijziging van de Tabakswet verlopen tweeënhalf jaar slechts één keer door boete-oplegging handhavend opgetreden, terwijl de materiële belangen van eiseressen groot zijn. Onder die omstandigheden is het gewenst dat gewacht wordt tot de bodemrechter terzake oordeelt. Lees vonnis.