IEF 872

IE-podcasting

"So basically, if you want to spend five minutes a week learning about Copyright Law, in an attempt to begin to understand what the hell is going on with these landmark cases and how the average person is ultimately affected, while listening to cool music in-between, then you’ll like this show." Songs From The Commons

IEF 871

Ondertussen in Luxemburg

Arrest GvEA, 8 september 2005, zaak T-178/03, CeWe Color / OHMI (DigiFilm). Beroep tegen weigering van de  inschrijving van de woordtekens DigiFilmMaker en DigiFilm als gemeenschapsmerken wegens gebrek aan onderscheidend vermogen.

Zoveelste opendeurvonnis van het gerecht: "In casu heeft de kamer van beroep terecht vastgesteld dat „digi” met name in het Engels vaak wordt gebruikt als afkorting van het woord „digital” (digitaal) ter aanduiding van de digitale techniek, dat „film” een Engels woord is dat in deze taal en in tal van andere talen zowel wijst op het filmrolletje als op het werkstuk of de productie ervan, en ten slotte dat het Engelse woord „maker” (fabrikant) in combinatie met „film”, zoals in casu, wijst op de filmregisseur, maar ook, in voorkomend geval, op het apparaat waarmee films kunnen worden gemaakt.

Verder heeft de kamer van beroep geheel op goede gronden vastgesteld, dat de nevenschikkingen van de termen „digi”, „film” en „maker” in DigiFilm en DigiFilmMaker door het gebruik van hoofdletters duidelijk ontleedbare combinaties vormen, en zij heeft tevens terecht geoordeeld dat deze nevenschikkingen niet ongewoon, opvallend of in strijd met de grammaticaregels zijn en dat zij door het relevante publiek onmiddellijk en zonder bijzondere analyse zullen worden beschouwd als een verwijzing naar opname, opslag en verwerking van digitale gegevens, met name beeldgegevens, en ook naar de dragers, apparatuur en software die deze – in verzoeksters merkaanvragen genoemde – handelingen mogelijk maken en niet als aanduidingen van de commerciële herkomst. "

De aangevraagde merken zijn dus niet meer dan de som van de bestanddelen ervan. Evenmin vormen zij neologismen met een eigen betekenis. Beroep afgewezen. Lees arrest hier.

IEF 870

Boss boven Boss

Hof 's-Gravenhage 4 augustus 2005, Hugo Boss AG – Reemtsma Cigarettenfabrieken GmbH

Reemtsma ruziet al jaren met Hugo Boss over het gebruik en de registratie van het merk BOSS voor klasse 34 (tabaksproducten). Reemtsma doet verwoede pogingen de merken van BOSS vervallen verklaard te krijgen wegens niet-gebruik. Boss trekt van alles uit de kast, o.m. de verweren dat Reemtsma geen belanghebbende zou zijn, dat Boss een geldige reden zou hebben voor het niet-gebruik én -zeer creatief- dat een bekend merk niet voor alle ingeschreven klassen hoeft te worden gebruikt om voor de overige klassen in stand gehouden te worden. Het Hof gaat hier niet in mee en stelt Boss in het ongelijk. Lees hier het arrest.

Aanvullende opmerking, Dirk Visser, Donderdag 8 september, 2005 1:30 pm: De grap is dat Hugo Boss vermoedelijk wel steeds op grond van art. 13 a lid 1 sub c BMW (5 lid 2 Merkenrichtlijn) het gebruik van het merk Boss door Reemstma voor Sigaretten kan blijven verbieden.

Het Hof stelt in ov. 7 dat deze omstandigheid niet afdoet aan het feit dat Reemtsma de vervallenverklaring wegens niet gebruik kan inroepen.

Dat moge zo zijn, onder de huidige omstandigheden (dat Boss een (zeer) bekend merk is én dat gebruik ervan voor Sigaretten nogal schadelijk is) het wel nogal een Pyrrus overwinning.

IEF 869

bevel tot uitsturen

Rechtbank 's-Gravenhage 7 september 2005, Atlas Copco Airpower N.V. - Jorc Industrial B.V.

Atlas is houder van een Europees octrooi met betrekking tot een 'scheidingsapparaat en scheidingsmethode' voor het scheiden van vloeibare componenten met verschillende dichtheden. Jorc heeft tegen de verlening oppositie gevoerd bij het EOB, dat het octrooi nieuw en inventief achtte. Atlas vordert een verbod op inbreuk van Jorc met een aantal nevenvorderingen. Jorc stelt dat het octrooi nietig is, omdat het de vereiste inventiviteit mist en voorts dat er geen sprake is van inbreuk. In reconventie vordert Jorc vernietiging van het octrooi en onder meer een (grensoverschrijdend) bevel tot het uitsturen van een rectificatie.

Voor de beoordeling van de inventiviteit gaat de rechtbank uit van een olie/waterscheider van Rossbach als de meest nabije stand van de techniek.

In conventie komt de rechtbank tot de volgende slotsom: "Anders dan de Oppositieafdeling van het EOB, is de rechtbank er geenszins van overtuigd geraakt [...] dat een vakman niet direct tot de oplossing van het octrooi zou komen maar daarvoor een 'purposeful choice' zou moeten maken. [...] Conclusie 1 is nietig wegens gebrek aan inventiviteit. Atlas heeft geen specifiek verweer gevoerd tegen de gemotiveerde stellingen van Jorc dat met conclusie 1 ook de volgconclusies niet inventief zijn, zodat het octrooi in zijn geheel voor nietig moet worden gehouden. Bij deze stand van zaken is een schorsing hangende de uitspraak van de Technische Kamer van beroep van het EOB niet opportuun. Van inbreuk kan zodoende geen sprake zijn, waarmee het in conventie gevorderde moet worden afgewezen".

Nu het octrooi nietig is, kan het in reconventie door Jorc gevorderde voor Nederland worden toegewezen. Echter, door de nietigheid "valt niet in te zien welk belang Jorc nog zou hebben bij een verklaring voor recht van niet-inbreuk daarop voorzover dit Nederland betreft". Wederom wordt wat betreft de overige gedesigneerde landen de zaak aangehouden tot de uitspraak in GAT/LuK van het Hof van Justitie.

"Het ongewijzigd in stand houden van het inmiddels onjuist gebleken beeld dat Jorc in Nederland inbreuk zou maken op het octrooi, welk beeld is ontstaan als gevolg van door Atlas gedane mededelingen, zou ongerechtvaardigd zijn. Aldus is [...] toewijsbaar dat de sub B gevorderde verzending van een rectificatiebrief [...]".

Tot slot de vordering tot het versturen van een rectificatiebrief aan afnemers buiten Nederland: "Het is duidelijk dat de eventuele toewijsbaarheid van die vordering dient te worden beoordeeld aan de hand van het toepasselijke buitenlandse recht. Vooropgesteld wordt dat de Nederlandse rechter weliswaar ambtshalve buitenlands recht dient toe te passen, doch dat dit niet wegneemt dat op een eisende partij die haar vorderingen naar vreemd recht toegewezen wil zien, een informatieplicht rust ten aanzien van de inhoud van dat vreemde recht wanneer niet evident is dat het desbetreffende rechtsstelsel de door haar ingeroepen rechtsfiguur of sanctie niet kent. [...] Bij gebreke voorts van enige informatie hieromtrent van de zijde van Jorc dient zodoende afwijzing van die vordering te volgen".

Lees hier het vonnis.

IEF 868

uitdrukkelijk en gemotiveerd

Rechtbank 's-Gravenhage 7 september 2005, zaaknummer 219804, River Hopper tegen Stichting Sangria. 

Sangria is houdster van een Nederlands octrooi betreffende een 'inrichting voor het opslaan van voorwerpen, in het bijzonder beladen pallets, in een schip en voor het laden en lossen van die voorwerpen.' In het door River Hopper gevraagde nietigheidsadvies heeft het Bureau voor de Industriële Eigendom als zijn oordeel uitgesproken dat de conclusies van het octrooi, zoals verleend, niet inventief zijn te achten.

Tijdens de adviesprocedure voor het Bureau heeft Sangria een hulpverzoek, inhoudende herziene conclusies, overgelegd. Partijen zijn overeengekomen dat het Bureau zijn advies ook tot die hulpconclusies zou uitstrekken. Het advies van het Bureau daaromtrent luidt, dat het octrooi in stand kan blijven indien de uitsluitende rechten worden beperkt tot de conclusies volgens het hulpverzoek, op voorwaarde dat die beperkingen toelaatbaar worden geacht. Sangria heeft daarop aan het Bureau een akte van afstand van het octrooi conform het hulpverzoek aangeboden, onder de voorwaarde dat de rechtbank het octrooi nietig zou achten.

De rechtbank verenigt zich met het advies van het Bureau Dat betekent dat het rechtbank met het Bureau van oordeel is dat het octrooi, zoals verleend, wegens gebrek aan inventiviteit dient te worden vernietigd, op basis van de combinatie van de rapporten D2 en D4 van het advies, indien D2 althans behoort tot de stand van de techniek. Dat laatste wordt echter uitdrukkelijk en gemotiveerd betwist door Sangria. De rechtbank legt daarom de bewijslast van de stelling dat D2 destijds tot de stand van de techniek behoorde bij River Hopper en houdt iedere verdere beslissing aan. Lees vonnis hier.

IEF 867

Grensoverschrijdende soap

Rechtbank 's-Gravenhage 7 september 2005, zaaknummer 05/2023, Colgate - Unilever. Vonnis in het bevoegdheidsincident.

Colgate vordert in de hoofdzaak een verbod om directe of indirecte inbreuk te maken op haar Europese octrooien voor verpakte zeep (This invention relates to a soap bar that is generally rectangular in shape that is packaged in a substantially transparent package. More particularly, this invention relates to a substantially transparent package where said package provides enhanced functional properties), voor alle gedesigneerde landen met uitzondering van het Verenigd Koninkrijk, totdat per jurisdictie waarvoor het inbreukverbod gevorderd is de rechter in de betreffende jurisdictie (in eerste instantie) de nietigheid van het octrooi waarop het verbod gebaseerd is heeft uitgesproken.

Unilever stelt in dit incident in de eerste plaats op het standpunt dat deze rechtbank geen bevoegdheid toekomt (internationaal noch voor Nederland), omdat Colgate niet zou hebben voldaan aan haar (gesubstantieerde) stelplicht. Colgate wijst er evenwel terecht op dat de Nederlandse rechter (internationale) bevoegdheid toekomt op basis van artikel 2 EEX-verordening (forum rei) respectievelijk artikel 2 Rv, welke bevoegdheid volgens vaste rechtspraak in beginsel bovendien grensoverschrijdend van aard is.

Voorts wijst Colgate er terecht op dat voor de bepaling van de reikwijdte van die (internationale) bevoegdheid niet relevant is de vraag of de vordering naar het toepasselijke recht ook daadwerkelijk toewijsbaar is. Colgate heeft immers wel voldoende gesubstantieerd gesteld dat Unilever onrechtmatig zou handelen door de diverse groepsvennootschappen “aan te sturen” bij hun beweerdelijk inbreukmakende handelen in Nederland en ook daarbuiten. De (materiële) vragen of dit voldoende komt vast te staan en of deze “aansturing” naar het toepasselijke recht als directe of indirecte octrooi-inbreuk danwel anderszins onrechtmatig is te kwalificeren zijn vragen die in de hoofdprocedure dienen te worden beantwoord en niet in het kader van de vraag naar (internationale) bevoegdheid.

Hieraan doet niet af dat het op zich voor Unilever bezwaarlijk zou kunnen zijn zich te verdedigen in een procedure die in haar ogen reeds bij voorbaat kansloos zou zijn omdat voornoemd handelen geen aan de octrooihouder voorbehouden handeling zou zijn noch anderszins onrechtmatig zou zijn te achten. Het Nederlandse procesrecht voorziet nu eenmaal niet in de mogelijkheid om de eventuele “volkomen kansloosheid” van een vordering voorafgaand aan de eigenlijke procedure aan de orde te stellen, bijvoorbeeld bij wege van een incident (zoals volgens Unilever wel het geval zou zijn in het Verenigd Koninkrijk met de “case management conference” of “summary motion to dismiss” en in Duitsland met een “früher erster Termin”). Derhalve kan daarvoor het bevoegdheidsincident geen uitkomst bieden.

De beantwoording van de vragen of artikel 22 lid 4 EEX-verordening (de overeenkomstige artikelen in het EEX- en EVEX-verdrag zijn gelijkluidend) aan de grensoverschrijdende bevoegdheid in de weg staat danwel of de rechtbank in het licht van haar uitspraak inzake Stork/CFS Bakel van 19 januari 2005 (IER 2005, 40) haar beslissing op deze vraag zal aanhouden tot het HvJ EG uitspraak heeft gedaan in de zaak C-4/03 (GAT/LuK), zal om redenen van proceseconomie worden gereserveerd tot de zaak ten principale is bepleit. Hierbij is niet alleen van belang dat eerst dan als vaststaand zal kunnen worden aangenomen dat in de procedure voor deze rechtbank daadwerkelijk een beroep op de nietigheid wordt gedaan, zoals Unilever heeft aangekondigd, doch ook dat het goed mogelijk is dat het HvJ EG in de tussentijd uitspraak zal doen.

De slotsom luidt dat de rechtbank in ieder geval bevoegd is om kennis te nemen van de vordering van Colgate, voor zover die betrekking heeft op Nederland. Voor het overige zal zij haar eindoordeel betreffende de bevoegdheid aanhouden tot de zaak ten principale is uitgeprocedeerd. Alsdan zal ook over de kosten van dit incident worden beslist.

 Lees hier het vonnis.

IEF 866

Houdt het dan nooit op

Om nog even mee te surfen op de door het Talpa-logo veroorzaakte tsunami van wereldwijd aangetroffen bolletjesmerken: de onvolprezen IPkat bericht vandaag over een Zuid-Afrikaanse merkenzaak tussen Telkom en Hellkom. Niet erg relevant voor Nederland, alleen dat beeldmerk...

IEF 865

Chinese verweren

Rb. 's-Gravenhage 7 september 2005, Rolnr. 05/942, Rotork tegen Autork.

Vonnis in bevoegheidsincident. Autork voert aan, althans dat meent de Rechtbank uit de "geenszins duidelijke onderbouwing" op te maken, dat de Rechtbank onbevoegd zou zijn, aangezien het geschil tussen partijen over gemeenschapsmodellen- en merken in Shanghai reeds door verschillende gerechten behandeld zou worden. De Haagse rechter Du Pon maakt in een wederom zeer uitgesproken vonnis korte metten met zowel het primaire als secundaire bevoegdheidsverweer:

"Nog daargelaten dat het aanhangig zijn van andere procedures niet zonder meer grond is voor onbevoegdverklaring -enige wets- of verdragsbepaling waarop dat zou zijn gegrond is door Autork niet vermeld- had het op de weg van Autork gelegen meer informatie te verschaffen over de inhoud van die procedures, zeker gelet op de verrassende (maar mogelijk niet doordachte) implicatie van haar stellingen inhoudende dat een rechter in China zich thans zou bezighouden met de behandeling van inbreukvorderingen op gemeenschapsmodelen gemeenschapsmerkrechten. Aan dit primaire bevoegdheidsverweer gaat de rechtbank dan ook voorbij." Lees hier het vonnis

 

 

IEF 864

General Public Licence v3 (2)

Begin augustus werd bekend dat Richard Stallman van de Free Software Foundation (FSF) werkt aan een nieuwe versie van de General Public License. De filosofie van de FSF is dat software programma's vrij dienen te zijn en aan een ieder ter beschikking moeten zijn. Het verrast niet dat de woordvoerder van de FSF Europe, G. Greve, van mening is dat GPL v3 het gebruik van software octrooien en DRM moet verbieden:

"Software patents are clearly a menace to society and innovation. We like this to be more explicit. The basic idea is that if someone patents software, he loses the right to use free software. It's like a patent retaliation clause," en "We're fundamentally opposed to DRM. We think it's a dead end for society, all software should be free to use and that artists could be paid for their films and music by a general 'taxation' on Internet connections."

IEF 863

Bloem der natie (4)

In navolging op eerdere berichten hier over plagiërende studenten, bericht Computable dat de Hogeschool van Utrecht met een creatieve oplossing komt. Via de online registratie dienst van File-Reg International kunnen studenten hun uitgewerkte ideeën ‘registreren’. De Hogeschool zal deze mogelijkheid voor al hun studenten implementeren, zodat plagiërende medestudenten eenvoudiger kunnen worden aangepakt.

Het bericht van Computable bewijst overigens maar weer dat verslaggevers vaak niet weten waar ze het eigenlijk over hebben, getuige deze quote: “Met File-Reg is het mogelijk om te bewijzen dat iemand het idee als eerst heeft geregistreerd, maar het is niet geldig als patent of 'trademark'.” Treurig.

IEF 862

Voorstel van Rijkswet (2)

In aansluiting op dit eerdere bericht over de wijziging Rijksoctrooiwet 1995 in verband met implementatie richtlijn handhaving intellectuele-eigendomsrechten, het vandaag gepubliceerde advies van de Raad van State. Kamerstuk 30222 (R1797), nr. 5: "De Raad vraagt zich af wat de reden is voor deze onvolledige implementatie." Lees kamerstuk hier.

 

IEF 861

tot twee tellen

Leuke casus voor een tentamenvraag: "Ken en Barbie gaan nieuws duiden. In het programma Linda&Beau gaan Linda de Mol en Beau van Erven Dorens als de poppen Ken en Barbie het nieuws duiden. Dat blijkt uit een interview met Talpa-topman John de Mol in De Journalist. 'We willen een humoristische, quasi-nieuwsuitzending maken waar Beau en Linda door een briljante grimeur tot de poppen Ken en Barbie worden getransformeerd. Ze presenteren als twee nieuwslezers die te dom zijn om tot twee te tellen.'" Geef beargumenteerd aan waarom en/of wanneer dit wel of niet mag. (Bron: De Journalist)

IEF 860

Omveld

Vonnis Rechtbank Den Haag, 6 september 2005, KG 05/689, Videojet tegen Clever-CPL BV en Badie Saleh. Videojet en Clever zijn beide leveranciers van solventen en inkten, Videojet sedert 1992 en Clever-CPL sedert december 2004. Beiden gebruiken een doorzichtige plastic fles met rode dop. Interessant vonnis over auteursrecht en slaafse nabootsing.

Met betrekking tot het etiket, komt de rechter tot het oordeel dat dit niet voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking komt, met name omdat het een stijl betreft. De vordering op grond van slaafse nabootsing wordt wel toegewezen, niet in het minst omdat uit de omstandigheden van het geval blijkt dat toeval hier geen enkele rol heeft gespeeld en het rechtsgevoel onbevredigd zou blijven zonder het vangnet van de slaafse nabootsing.

Het etiket van de Videojet-fles bestaat uit een wit en een gekleurd deel, bestaande uit drie rijen in verschillende pasteltinten uitgevoerde vierkantjes met rechtsonder een groter pastelblauw gekleurd vierkantje waarop een gele druppel is afgebeeld. het etiket van de Clever-fles bestaat uit een wit en een gekleurd deel, bestaande uit één rij in verschillende tinten uit gevoerde vierkantjes waarin telkens een gele druppel is afgebeeld.

Het auteursrecht: Weliswaar zijn bepaalde trekken overgenomen, globaal beoordeeld is de totaalindruk toch een andere. Het gaat in dit geval veeleer om het overnemen van stijlen, en niet om het overnemen van concrete uitvoeringen van die stijlen.  Beide etiketten kennen veelkleurige vierkantjes, echter, die van Videojet hebben pasteltinten en die van Clever zijn feller.  De vierkantjes in het etiket van Clever c.s. zijn voorts aanzienlijk groter, hebben alle een druppel erin afgebeeld en bovendien vormen de vierkantjes slechts een enkele rij en niet drie rijen zoals bij Videojet. Mede door dit laatste is ook de oppervlakteverdeling in een hoofdzakelijk wit vlak en een vlak met gekleurde vierkantjes in beide etiketten duidelijk verschillend. Het feit dat beide etiketten een gele druppel vertonen, is onvoldoende om tot de conclusie te leiden dat van auteursrechtelijke overeenstemming sprake is. (rov 6)

Slaafse nabootsing: Van slaafse nabootsing is sprake indien door de nabootsing verwarring bij het publiekvalt te duchten en de nabootsende concurrent tekortschiet in zijn verplichting om bij dat nabootsen alles te doen wat redelijkerwijs mogelijk en nodig is om te voorkomen dat door gelijkheid van beide producten gevaar voor verwarring ontstaat.

In dit geval bleek het "omveld" (mooi woord, graag meer gebruiken) van flessen voor industriële inkten en solventen uit vele soorten flessen te bestaan. Bovendien komen er geen inktflessen met een rode dop voor en is ook de precieze vorm van de doorzichtige fles van Videojet niet gebruiikelijk in deze branche. Aan de fles kan enig onderscheidend vermogen niet ontzegd worden. Omdat tevens enkele onderscheidingsmiddelen van het etiket van Videojet zijn overgenomen (zoals de karakteristieke gele druppel, de productcodes voor de betreffende inkt, het gebruik van vierkantjes op het etiket en het opnemen van een merk in rode letters) komt de rechter tot het oordeel dat er sprake is van slaafse nabootsing (r.o.9).

Misleidende mededelingen:Saleh is een voormalig werknemer van Videojet. Zijn marketing activiteiten worden als onrechtmatig beschouwd omdat niet bestreden is dat Saleh de bewuste flessen heeft verkocht aan voornoemde klanten, terwijl hij naar voorlopig oordeel wist of minst genomen had moeten weten hoezeer deze flessen een nabootsing vormden van en verwarring zouden stichten met de flessen van zijn voormalige werkgever, zeker bij de klanten die eerder van Videojet afnamen.

lees vonnis

IEF 859

Tussen de oren

Merkengemachtigden (sorry, merkenadviseurs of merkenconsultants) kunnen zich opmaken voor bijscholing en diepte-investeringen in hoogwaardige medische scan-apparatuur.

Molblog bericht dat "uit onderzoek (welk onderzoek staat er helaas niet bij) is gebleken dat mensen een merknaam vooral in de rechterhersenhelft verwerken, daar waar een gewoon woord eerder door de linkerhersenhelft zal worden verwerkt…Een merk(naam) is omringt door associaties en ideeën. Zorg dus dat je met de merknaam de juiste associaties oproept…Veel voorkomende namen of beschrijvende namen worden in de rechter hersenhelft verwerkt die dicht tegen de linkerkant aanzit. Maar hoe abstracter de naam hoe meer naar rechts de naam verwerkt wordt. Wil je dus associaties en emotie oproepen, dan kun je het best een fictieve of fantasie naam gebruiken. In dit opzicht is bijvoorbeeld voor een TV zender de naam Talpa beter dan de naam Tien." Lees hier meer.

IEF 858

Psst...domeinnaampje kopen?

Nog meer domeinnaam nieuws: Novagraaf waarschuwt ondernemers voor toenemende activiteit van malafide 'handelaren' in domeinamen, waaronder het Britse protectareg.co.uk. De handelaren bellen een bedrijf met de mededeling dat derden een domeinnaam willen registreren die sterk lijkt op de naam van de onderneming. Vervolgens bieden de 'ambulante reprentanten' (met dank aan Van Kooten en De Bie) aan de domeinnaam voor de onderneming te registreren. Hierbij benadrukken ze dat het bedrijf snel moet handelen omdat het de domeinnaam anders kwijt is. Daarnaast trachten deze handelaren bestaande domeinnaamregistraties die reeds op naam staan van het benaderde bedrijf in handen te krijgen. Zie ook bericht Zibb.

IEF 857

daklozen van het recht

Rechtwaardig? De juridische bescherming van advertising properties in commerciële communicatie. Doctoraalscriptie Laura Fresco (zie ook hier), UvA, augustus 2005.

"Het is mijns inziens niet terecht om advertising properties bij voorbaat tot daklozen van het recht te bestempelen. Systematisch en inhoudelijk kunnen niet alleen taalkundige, maar ook visuele auditieve en wellicht zelfs conceptuele wervingsmiddelen ondergebracht worden in het huis van de intellectuele eigendomsrechten, waarbij ook de tijdelijke beschutting van art. 6:162 BW kan worden gezocht. Mits de fundamentele vrijheden van onze samenleving in het oog worden gehouden, is een dergelijke bescherming ook wenselijk.

Ik durf zelfs te verdedigen dat daarmee de economische en culturele ontwikkeling wordt gestimuleerd. Dat deze opvatting in juridische kringen niet door iedereen gedeeld zal worden, kan mij alleen maar verheugen. Ik hoop dat ik bij deze een aanzet heb gegeven tot een verdere discussie over de "rechtwaardigheid" van advertising properties." Lees hier alles.

IEF 856

Achtergelaten

Hyped bericht dat het gerucht dat Barend en van Dorp de domeinnaam barendenvandorp.nl bij hun voormalige werkgever RTL zouden moeten achterlaten vooralsnog op waarheid lijkt te berusten. Gisteravond bleek inderdaad dat het programma een nieuwe domeinnaam heeft: bvd.tv. De oude domeinnaam staat nog op naam van RTL.

Volgens Hyped is dat opmerkelijk, omdat ze 'het idee heeft dat Barend en Van Dorp de domeinnaam met hun eigen naam erin gemakkelijk hadden kunnen verkrijgen.' Maar of dat ook echt zo is? Hoewel het hier een uit twee eigennamen samengestelde domeinnaam betreft, doet de zaak een beetje denken aan de uitspraak in Carry Slee tegen Unieboek (vonnis hier) waarin de rechtbank Amsterdam bepaalde dat de domeinnaam carryslee.nl niet hoefde te worden overgedragen door de voormalige uitgever van de schrijfster. (Bron: Hyped)

IEF 855

Gij zult niet kopiëren (2)

De Duitse oppositieleidster Angela Merkel heeft zich kennelijk niets aangetrokken van door LexisNexis geïntroduceerde CopyGuard (zie hieronder). Der Spiegel bericht dat zij zondag tijdens het televisie-debat met bondskanselier Schröder het complete slotwoord van wijlen president  Ronald Reagan heeft gekopieerd. Kijk op nu.nl voor de Nederlandse vertaling en oordeel zelf.
IEF 854

Uit het vet

Het HvJ EG is terug van vakantie, de rode en zwarte toga's zijn weer uit het vet gehaald en uitgebreide weekkalender en de beknopte voorlopige kalender staan weer goed gevuld op internet. Onderstaand een overzicht van de relevante conclusies, arresten en mondelinge behandelingen.

Hof van Justitie:

Donderdag 8 september: Conclusie C-361/04 P Ruiz-Picasso e.a. / OHIM. Hogere voorziening tegen het arrest van het Gerecht van eerste aanleg (Tweede kamer) van 22 juni 2004, Claude Ruiz-Picasso e.a/BHIM (T-185/02) houdende verwerping van beroep ingesteld door de houder van het communautaire woordmerk "PICASSO" en strekkende tot vernietiging van beslissing R 0247/2001-3 van de derde kamer van beroep van het BHIM van 18 maart 2002, waarbij het beroep is verworpen dat was ingesteld tegen de beslissing van de oppositieafdeling houdende verwerping van de oppositie die is ingesteld tegen de aanvraag tot inschrijving van het woordmerk "PICARO" voor bepaalde waren van klasse 12
Advocaat-generaal : Ruiz-Jarabo Colomer

Donderdag 15 september: Arrest C-37/03 P BioID / OHIM.

Gerecht van Eerste Aanleg:

Woensdag 7 september: Mondelinge behandeling T-153/03 Inex / OHMI - Wiseman (marque figurative / peau de vache) Gemeenschapsmerk - Beroep ingesteld door de houder van een nationaal samengesteld merk dat ten dele bestaat in de grafische weergave van een zwartwitte koeienhuid voor waren van de klassen 29 en 30, strekkende tot vernietiging van beslissing R 106/2001-2 van de tweede kamer van beroep van het Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (BHIM) van 4 februari 2003 houdende verwerping van het beroep dat was ingesteld tegen de beslissing van de oppositiekamer tot afwijzing van de oppositie tegen de aanvraag tot inschrijving van een beeldmerk in de vorm van een zwartwitte koeienhuid voor bepaalde producten van de klassen 29, 32 en 39

Donderdag 8 september: Arrest Gevoegde zaken T-178/03, T-179/03 CeWe Color / OHMI (DigiFilm) Gemeenschapsmerk - Vernietiging van beslissing R 641/2002-3 van de derde kamer van beroep van het Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (merken, tekeningen en modellen) (BHIM) van 12 maart 2003 houdende verwerping van het beroep ingesteld tegen de afwijzing door de onderzoeker van het verzoek tot inschrijving van het woordmerk "DigiFilm" voor bepaalde waren van de klassen 9 en 42

Mondelinge behandeling T-178/04 MPS Group / OHMI - Modis (MODIS)
Gemeenschapsmerk - Door de aanvrager van het woordmerk "MODIS" voor waren van de klassen 35, 41 en 42 gevorderde vernietiging van beslissing R 705/2002-4 van de vierde kamer van beroep van het Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (BHIM) van 4 februari 2004, houdende gedeeltelijke verwerping van het beroep tegen de beslissing van de oppositieafdeling tot gedeeltelijke weigering van de inschrijving van dit merk in het kader van de oppositieprocedure ingesteld door de houder van het nationale woordmerk "MODIS" voor waren van klasse 35

Dinsdag 13 september:

Arrest T-140/02 Sportwetten / OHMI - Intertops Sportwetten (INTERTOPS)

Mondelinge behandeling T-31/04 Eurodrive Services and Distribution / OHMI - Gomez Frías (euroMASTER)

Mondelinge behandeling T-396/04 Soffass / OHMI - Sodipan (NICKY)

Woensdag 14 september:

Arrest T-320/03 Citicorp / OHMI (LIVE RICHLY)

Mondelinge behandeling T-169/04 Calliope / OHMI - BASF (CARPOVIRUSINE)

Mondelinge behandeling T-322/03 Telefon & Buch / OHMI - Herold Business Data (Weisse Seiten)

Mondelinge behandeling T-214/04 Royal County of Berkshire Polo Club / OHMI - Polo/Lauren (ROYAL COUNTY OF BERKSHIRE POLO CLUB)

Dinsdag 20 september:

Mondelinge behandeling T-202/04 Madaus / OHMI - Optima Health (ECHINAID)

Mondelinge behandeling T-398/04 Henkel / OHMI (Tablette rectangulaire rouge en blanc avec un noyau ovale bleu)

Donderdag 22 september:

Arrest T-130/03 Alcon / OHMI - Biofarma (TRAVATAN)

Volledige kalender hier.

IEF 853

Gij zult niet kopiëren

LexisNexis heeft CopyGuard geïntroduceerd, een zoekmachine voor persberichten en krantenartikelen. Met programma kan plagiaat worden opgespoord. Dergelijke programma’s bestaan al langer om plagiaat bij studenten te achterhalen, maar krantenredacties kregen ook de behoefte aan een dergelijk opsporingsmiddel.

Met CopyGuard kunnen meer dan zes miljard documenten worden doorzocht op overeenkomsten met het te onderzoeken artikel. Van het programma moet ook een defensieve werking uitgaan: de makers hopen dat het makkelijk opsporen van plagiaat schrijvers op voorhand er van zal weerhouden teksten klakkeloos te kopiëren. Wellicht ook een handige tool voor weblogs om na te gaan of er derden simpelweg artikelen overnemen. (Bron: Tweakers)