Wet- en regelgeving

IEF 7810

De kredietconsument

Kamerstukken II 2008/09, 31911, nr. 3. Voorstel van wet van de leden Blanksma-van den Heuvel en Spekman tot wijziging van de Wet op het financieel toezicht met betrekking tot televisiereclame over geldkrediet. Memorie van toelichting 

"3.1 Verbod op het in beeld of ten gehore brengen van goederen of diensten die met het in de reclame-uiting aangeboden geldkrediet kunnen worden aangeschaft

Het huidige verbod op misleidende reclame willen de indieners daarom uitbreiden met een verbod op dergelijke verleidende geldkredietreclames. Ingevolge dit wetsvoorstel wordt het verboden om in een televisiereclame voor geldkrediet tegelijkertijd goederen of diensten in beeld of ten gehore te brengen, die met het aangeboden geldkrediet zouden kunnen worden aangeschaft. Een reclame mag voortaan alleen informatie bevatten waarmee de kredietconsument zich kan oriënteren op de kredietmarkt. Dit betekent dat in geldkredietreclames op televisie geen goederen en diensten meer in beeld mogen worden gebracht, ook niet op de achtergrond. Met het stellen van deze eisen houdt de kredietconsument de mogelijkheid om zich via tv-kredietreclames te oriënteren op de aanbieders op de kredietmarkt, maar wordt hij beter beschermd tegen misleiding en verleiding."

Lees hier meer.

IEF 7734

Valse hoop geven

Kamerstukken II 2008/09, vraagnr. 2009Z04380. Vragen van het lid Zijlstra (VVD) aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het niet-werkzame medicijn Artrosilium. (Ingezonden 11 maart 2009)

Vraag 1:  Bent u op de hoogte van het bestaan van het middel Artrosilium, dat volgens advertenties zou helpen tegen artrose? Bent u tevens op de hoogte van de agressieve vorm van reclame die voor dit middel gebruikt wordt en van het feit dat de Reclame Code Commissie reeds tot drie keer toe de advertenties van Artrosilium als misleidend heeft bestempeld?

Vraag 4: Deelt u de mening dat agressieve en misleidende reclame voor medische middelen zieke mensen valse hoop
geeft?

Lees alle vragen hier.

 

IEF 7434

Veelgestelde vragen

Audiovisual Media Services without Frontiers: Frequently Asked Questions. The Audiovisual Media Services Directive will contribute to the growth of EU’s audiovisual industry in several ways:

1- by strengthening the economic base for the audiovisual industry, thanks notably to more flexible rules on TV advertising , as well the recognition of new forms of advertising such as split-screen, virtual or interactive. This includes more flexibility for broadcasters to insert spot advertising and scrapes the old rule that imposed a time period of twenty minutes between each advertising break. The special nature of films, news and children's programmes are taken into account in the new rules.

2- by establishing a clear framework for product placement, which presently benefits mostly non-European content producers, without viewers being suitably informed of its presence. The Directive opens up new revenue sources for Europe’s audiovisual providers and producers and helps to boost Europe’s creative economy and reinforce its cultural diversity, while ensuring that viewers are adequately protected in particular through adequate information when product placement is used in a programme.

3- by extending the “country of origin” principle to on-demand audiovisual media services. This principle has been the cornerstone of the development of Europe’s broadcasting industry since 1989. Each service must comply only with the rules of the country in which its provider is established, making it easy for service providers to identify the rules that apply to them and opening up markets to cross-border competition. For on-demand services this principle will apply across the EU with a minimum of necessary harmonisation, creating a level playing field in the single market, increasing investment in Europe's audiovisual industry and providing greater choice and diversity for Europe's consumers.

Lees hier meer

IEF 7392

Pharmaceutical package

Today the European Commission adopted a Communication and three legislative proposals with the overarching objective of ensuring that European citizens can increasingly benefit from a competitive industry that generates safe, innovative and accessible medicines.

The third legislative proposal aims at strengthening EU legislation to better protect EU citizens from the serious threats posed by fake medicines. There is an alarming increase of medicinal products detected in the EU which are false representations of authorised medicines. These products usually contain sub-standard or false ingredients, no ingredients or ingredients in the wrong dosage thus posing a serious threat to human health. The overall principle of the proposal adopted today by the European Commission is to protect the legal distribution chain from the infiltration of fake medicines. This will help to ensure confidence of distributors, health care professionals and patients in the medicinal products they trade, prescribe and purchase in the legal supply chain.

Press release, memo, voorstel, meer informatie.

IEF 7195

Staat er wat er staat? (kamervragen)

Scharrelei LunchsaladeKamervragen met antwoord, nr. 20809000520. Antwoord van minister Verburg (Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit) (ontvangen 13 oktober 2008)

Antwoorden op Kamervragen met betrekking tot de uitspraak van de RCC in de scharreleisaladezaak (zie IEF 7145).

“1. Kent u het bericht “legbatterijei in scharreleisalade toegestaan”? Ja.

2. Bent u van mening dat consumenten van scharreleisalade erop zouden moeten kunnen vertrouwen louter scharreleieren in deze salade aan te treffen, en zeker geen delen van batterijeieren? Zo neen, waarom niet? Zo ja, op welke wijze en termijn bent u voornemens consumenten deze zekerheid te bieden?

Ik ben van mening dat consumenten er te allen tijde op moeten kunnen vertrouwen dat louter scharreleieren in een scharreleisalade zijn verwerkt.

De verantwoordelijkheid ligt in eerste instantie bij het bedrijfsleven om de betrouwbaarheid van de eigen producten hoog te houden. Ook NGO’s, consumenten en andere maatschappelijke partijen kunnen het bedrijfsleven hierop wijzen. Dat is ook in dit geval gebeurd. Uit de reactie van C1000 en Johma, die beide voor hun product bij de Reclame Code Commissie (RCC) waren aangeklaagd, blijkt dat men dit soort signalen serieus neemt. Ondanks het feit dat de Commissie niet vindt dat bij hun producten sprake is van een misleidende claim op de verpakking, hebben beide ondernemingen laten weten op korte termijn over te zullen schakelen naar scharreleisalade met 100% scharreleieren. Daarmee laat het bedrijfsleven zien dat men maatschappelijke verantwoordelijkheid serieus neemt. Uiteraard juich ik deze stap van het bedrijfsleven toe. Het uitgangspunt is dat het bedrijfsleven zelf verantwoordelijk is voor de kwaliteit van zijn producten (zelfregulering). De overheid zet zich, waar nodig, actief in voor regels voor etikettering (volksgezondheid en voedselveiligheid), maar in het algemeen geldt dat vrijwillige etikettering veel effectiever werkt. In dit geval heeft de RCC het etiket getoetst aan het Warenwetbesluit Etikettering van Levensmiddelen en er is gecon¬stateerd dat het etiket voldoet aan de wettelijke eisen.   

3. Deelt u de mening dat, analoog aan bijvoorbeeld de regelgeving rond biologische producten, consumenten zekerheid moeten kunnen hebben omtrent het 100% voldoen aan het gevoerde keurmerk van het aangeschafte product? Zo neen, waarom niet?

Ik ben van mening dat consumenten zekerheid moeten kunnen hebben dat het aangeschafte product voldoet aan datgene wat het etiket vermeldt. In dit geval gaat het niet om een keurmerk, zoals bij biologische producten die via regelgeving een beschermde status kennen. Ook voor tafeleieren gelden er wel regels met betrekking tot de herkomst (houderijsysteem). Zo geldt er in de Europese Unie een verplichte codering voor tafel¬eieren die verwijst naar het houderijsysteem. Deze codering is niet verplicht voor eieren in samengestelde producten, zoals in eiersalades. In dat geval moet de consument kunnen vertrouwen op de informatie die op het etiket is vermeld. De VWA ziet erop toe dat bij deze etikettering geen sprake is van misleiding. Indien de benaming scharrelei wordt gebruikt bij de verkoop van een samengesteld product, dan moet de consument erop kunnen vertrouwen dat het hoofdingrediënt van het product bestaat uit eieren die van scharrelkippen afkomstig zijn. Dit is overeenkomstig de bepalingen in het Warenwet¬besluit Etikettering Levensmiddelen die de RCC ook heeft toegepast bij de toetsing van de klacht van Wakker Dier.

De Minister Van Landbouw, Natuur En Voedselkwaliteit,
G. Verburg

IEF 7166

Morgen dus

Staatsblad 2008, 398: Besluit van 6 oktober 2008 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de wet van 25 september 2008 houdende aanpassing van de Boeken 3 en 6 van het Burgerlijk Wetboek en andere wetten aan de richtlijn betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten op de interne markt.

De wet van 25 september 2008 houdende aanpassing van de Boeken 3 en 6 van het Burgerlijk Wetboek en andere wetten aan de richtlijn betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten op de interne markt treedt in werking met ingang van 15 oktober 2008.

Lees Stb. 2008, 398 hier.

Staatsblad 2008, 397: Wet van 25 september 2008 tot aanpassing van de Boeken 3 en 6 van het Burgerlijk Wetboek en andere wetten aan de richtlijn betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten op de interne markt.

Lees Stb. 2008, 397 hier.

IEF 5502

Regels uit richtlijn

"Stichting Reclame Code past regels uit richtlijn Oneerlijke Handelspraktijken per 1 februari 2008 toe. Sinds medio december 2007 gelden in alle 27 landen van de EU nieuwe wettelijke regels betreffende oneerlijke handelspraktijken (OHP). De Stichting Reclame Code (SRC) heeft de nieuwe regelgeving opgenomen in de Nederlandse Reclame Code. Zij zal deze per 1 februari toepassen op alle reclame-uitingen die sinds 12 december 2007 verschenen zijn. Behalve dat de nieuwe regels gelden voor B-to-C reclame, zullen zij ook van toepassing zijn op B-to-B reclame."

Lees hier meer.

IEF 5242

Een verbod op zeurterreur

nieuwk.gifEU Persbericht: Richtlijn oneerlijke handelspraktijken van kracht. “Gisteren, 12 december 2007 en precies twee weken voor Kerstmis, werden in de hele EU radicale nieuwe voorschriften van kracht om misleidende reclame en agressieve verkooppraktijken aan te pakken – waaronder een verbod op zogenaamde "gratis" aanbiedingen en een verbod op zeurterreur (kinderen er via internet rechtstreeks toe aanzetten hun ouders over te halen een bepaald product te kopen).

Deze beperkingen maken deel uit van een lange zwarte lijst van praktijken die bij de nieuwe richtlijn oneerlijke handelspraktijken verboden zijn. De lijst bevat met name twaalf van de meest misleidende praktijken, van lokkertjes en piramidesystemen tot advertorials en bedrieglijke beweringen dat een product een geneeskrachtige werking heeft. De richtlijn oneerlijke handelspraktijken scherpt de bestaande EU-normen inzake misleidende reclame flink aan en bevat nieuwe EU-normen tegen agressieve handelspraktijken – waaronder intimidatie, dwang en ongepaste beïnvloeding.

Lees hier meer. Stand van zaken implementatie hier (Eerste Kamer).