DOSSIERS
Alle dossiers

Wet- en regelgeving  

IEF 11005

Uitgesteld en debat heropend wetswijziging Toezicht CBO's

Stemming moties uitgesteld, debat heropend, zie het woordelijk verslag Wet wijziging toezicht CBO's.

GroenLinks verzoekt om een korte heropening van het debat. De reden is dat de uitvoerige reactie van de staatssecretaris op het amendement op stuk nr. 21, over billijke tarieven voor auteursrechten, bij haar fractie fundamentele vragen oproept over de wet en over de behoefte aan Kameruitspraken daarover bij motie.

De debatten zijn reeds met een week verschoven / een paar keer uitgesteld en de VVD en PVV zijn dus tegen uitstel en heropening. PvdD doet een beroep op de collegialiteit en stelt voor om, ongeachte eigen politieke mening, korte heropening te honoreren. PvdA en ChristenUnie vragen om een snelheid, maar steunen - net als de SP - het verzoek. De voorzitter stelt dat er dan een meerderheid is voor het vooruitschuiven van de stemming met een week, de heropening volgt.


De heer Taverne (VVD):
Ik veronderstel dat collega Peters doelt op heropening van het debat over wijziging van de wet over collectieve beheersorganisaties, maar dat terzijde. We hebben daar uitvoerig over gedebatteerd en de stemmingen zijn al met een week verschoven. Volgens mij valt er niets meer te wisselen, dus de VVD is hiertegen.

De heer Verhoeven (D66):
De D66-fractie steunt het verzoek. Er is steeds heel veel onduidelijkheid geweest en de brief van de staatssecretaris heeft ons ook enige zorgen gegeven. Heropening van het debat lijkt me dus heel verstandig.

De heer Bontes (PVV):
De PVV is tegen uitstel. Toezicht op collectieve beheersorganisaties is zeer belangrijk. Het is al een paar keer uitgesteld. Vorige week zijn de stemmingen ook uitgesteld en het moet nu een keer doorgaan. Geen steun dus voor het verzoek.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik doe een beroep op de collegialiteit van de Kamerleden. Als een fractie na een brief die nieuwe informatie bevat, behoefte heeft aan heroverweging en aan een korte heropening van het debat, stel ik voor om dat gewoon te honoreren, ongeacht onze politieke mening over het wetsvoorstel.

Mevrouw Smeets (PvdA):

De PvdA is voor snelle afhandeling in deze Kamer van het wetsvoorstel, maar als twee partijen behoefte hebben aan een heropening voor zo'n belangrijk amendement, moeten we dat op korte termijn toestaan.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):
Ik ben het eens met de opmerkingen van de collega's. Als een fractie vraagt om een heropening vanwege zo'n brief zou dat mogelijk moeten zijn, maar wij vragen wel om snelheid.

Mevrouw Gesthuizen (SP):
Steun voor het voorstel tot heropening.

De voorzitter:
Dan is er een meerderheid voor het vooruitschuiven met een week. Ik stel voor, dat te doen.

IEF 10985

Kan leiden tot driedubbel toezicht

Platform Makers, reactie Wetsvoorstel Toezicht CBO's, 2 maart 2012.

Na de reacties van VOI©E [IEF 10974] , nog een reactie op de amendementen 20, 21 en 22. Bijdrage ingezonden door Erwin Angad-Gaur, Platform Makers.

(...) naar onze mening recht gedaan te worden aan het privaatrechtelijke karakter van het auteurs- en naburig recht: centraal staan de individuele rechten van auteurs en uitvoerend kunstenaars. Van groot belang is dat bij de aansturing van het beleid van CBO’s het primaat bij de betreffende groepen rechthebbenden ligt. Wij vinden dat auteurs en uitvoerend kunstenaars, ook bij collectieve vertegenwoordiging van (delen van) hun rechten, zoveel mogelijk controle moeten behouden over de wijze waarop dit gebeurt. In het bijzonder willen wij daarom reageren op de amendementen 20, 21 en 22 die op het wetsvoorstel zijn ingediend.

(...) preventief toezicht op tarieven, naast een geschillencommissie en de mogelijkheid van een gang naar de rechter kan leiden tot driedubbel toezicht; een situatie die zowel onredelijke maatschappelijke kosten kan creëren als de bewegingsvrijheid en concurrentiepositie van het nationale collectief beheer te zeer zal (kunnen) hinderen.

Reactie op amendement 20 (...)
Het Platform Makers stelt daarom voor het College minimaal enige beleidsvrijheid toe te kennen om per geval te bepalen of één factuur gewenst is.

Reactie op amendement 21 (...)
Daarnaast merken wij op dat preventief toezicht op tarieven, naast een geschillencommissie en de mogelijkheid van een gang naar de rechter kan leiden tot driedubbel toezicht; een situatie die zowel onredelijke maatschappelijke kosten kan creëren als de bewegingsvrijheid en concurrentiepositie van het nationale collectief beheer te zeer zal (kunnen) hinderen. Wij verwijzen op dit punt mede naar onze eerste reactie op het concept wetsvoorstel (https://www.platformmakers.nl/data/file/3/86.pdf).

Tot slot achten wij het opnemen van onderscheid tussen commercieel versus niet-commercieel gebruik in de Toezichtwet, zoals voorgesteld in het amendement, principieel onjuist. Dit zou kunnen leiden tot een verkapte invoering van het ‘fair use’ beginsel, een discussie die naar de mening van het Platform Makers op het niveau van het auteursrecht zelf en niet in het kader van de Wet Toezicht gevoerd dient te worden.

Reactie op amendement 22 (...)
Alle CBO’s hebben in de afgelopen jaren in overleg met het CvTA in hun statuten opgenomen dat hoogte van en het beleid rondom sociaal-culturele gelden elk jaar door de jaarvergadering van de betreffende CBO dienen te worden goedgekeurd. Wij pleiten voor behoud van die essentiële bevoegdheid van rechthebbenden. De geïncasseerde gelden behoren immers toe aan de makers; het is aan hen over de verdeling en/of besteding van hun gelden te beslissen.

 

IEF 10974

VOI©E wil in gesprek met... en reageert op...

Persberichten ingezonden door Marleen van Vliet en Michel Frequin, VOI©E

Uit´t persbericht I. VOI©E wil gesprek met Mariko Peters inzake aantijgingen over auteursrechttarieven

De tarieven van cbo's als Buma, Sena en Videma zijn in overleg met relevante marktpartijen tot stand gekomen, houden rekening met de aard en omvang van het gebruik in de diverse sectoren van de markt, zijn openbaar en voor iedereen onder gelijke omstandigheden gelijk, waarbij de meeste tarieven al tientallen jaren bestaan en alleen worden geïndexeerd. Dit is de reactie van VOI©E, de brancheorganisatie van de cbo’s, op de aantijgingen van Mariko Peters voor NOS Radio. Lees meer hier.

Uit't persbericht II. Reactie VOI©E op nieuwe amendementen wetsvoorstel toezicht

VOI©E heeft mevrouw Peters (GL) en mevrouw Van Toorenburg (CDA) opgeroepen hun amendement inzake ex ante toezicht op tarieven te heroverwegen. Ook het amendement van GroenLinks met de intentie tot overheidsbemoeienis met bestedingsdoelen van rechthebbenden inzake hun eigen gelden gaat veel te ver en verdient naar de mening van VOI©E geen steun. Lees meer hier.

IEF 10947

ACTA gaat naar HvJ EU

Statement by Commissioner Karel De Gucht on ACTA (Anti-Counterfeiting Trade Agreement)

Volledige ACTA-tekst onder.

I am glad to say that this morning my fellow Commissioners have discussed and agreed in general with my proposal to refer the ACTA agreement to the European Court of Justice.

We are planning to ask Europe’s highest court to assess whether ACTA is incompatible - in any way - with the EU's fundamental rights and freedoms, such as freedom of expression and information or data protection and the right to property in case of intellectual property.

 

As you are no doubt aware, within the EU institutional process, the European Commission has already passed ACTA to national governments for ratification. The Council has adopted ACTA unanimously in December and authorised Member States to sign it. The Commission has also passed on ACTA to the European Parliament for debate and a future vote.

That said, I believe the European Commission has a responsibility to provide our parliamentary representatives and the public at large with the most detailed and accurate information available. So, a referral will allow for Europe’s top court to independently clarify the legality of this agreement.

In recent weeks, the ratification process of ACTA has triggered a Europe-wide debate on ACTA, the freedom of the internet and the importance of protecting Europe’s Intellectual Property for our economies.

But let me be very clear: I share people’s concern for these fundamental freedoms. I welcome that people have voiced their concerns so actively – especially over the freedom of the internet. And I also understand that there is uncertainty on what ACTA will really mean for these key issues at the end of the day.

So I believe that putting ACTA before the European Court of Justice is a needed step. This debate must be based upon facts and not upon the misinformation or rumour that has dominated social media sites and blogs in recent weeks.

As I have explained before the European Parliament on several occasions, ACTA is an agreement that aims to raise global standards of enforcement of intellectual property rights. These very standards are already enshrined in European law. What counts for us is getting other countries to adopt them so that European companies can defend themselves against blatant rip-offs of their products and works when they do business around the world.

This means that ACTA will not change anything in the European Union, but will matter for the European Union.

Intellectual property is Europe’s main raw material, but the problem is that we currently struggle to protect it outside the European Union. This hurts our companies, destroys jobs and harms our economies. This is where ACTA will change something for all of us - as it will help protect jobs that are currently lost because counterfeited and pirated goods worth 200 billion Euros are floating around on the world markets.

So let me be clear: ACTA will change nothing about how we use the internet and social websites today – since it does not introduce any new rules. ACTA only helps to enforce what is already law today.

ACTA will not censor websites or shut them down; ACTA will not hinder freedom of the internet or freedom of speech.

Let's cut through this fog of uncertainty and put ACTA in the spotlight of our highest independent judicial authority: the European Court of Justice.

This clarity should help support a calm, reasoned, open and democratic discussion on ACTA - whether at the national or at the European level. We will also be in contact with the other European institutions to explain this step and why it would make sense that they make the same move.

Further information on ACTA:
What is ACTA about?
Full text of the ACTA in English and all EU languages
More information on the transparency during the ACTA negotiations

Op andere blogs:
SOLV

IEF 10942

Herziening richtlijn Auteursrecht: Verkennen van een flexibele en open norm

Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de EU, Kamerstukken II 2011-2012, 22 112, nr. 1367.

Fair Use!
In steekwoorden: Online producten. Auteursrecht. Grensoverschrijdende licenties. Herziening richtlijn auteursrecht in de informatiemaatschappij. Verkenning Fair Use-introductie. Negatief over wetgevend initiatief over de thuiskopieheffing.

p. 6. Ontwikkelen van legaal en grensoverschrijdend aanbod van “online” producten en diensten.

Het kabinet deelt de constatering dat een herziening van de Richtlijn Elektronische Handel niet aan de orde is. Voor wat betreft het voorstel voor een Verordening voor Gemeenschappelijk Europees Kooprecht heeft Nederland eerder richting uw Kamer aangegeven kritisch te staan tegenover een dergelijk voorstel. In het kader van de wens om het auteursrecht te moderniseren hecht Nederland groot belang aan het voorstel voor een richtlijn voor het collectief beheer van auteursrechten.

Nederland verwelkomt in dit verband het bericht van Commissaris Barnier dat dit voorstel in het voorjaar van 2012 kan worden verwacht. Evenals de Commissie is Nederland van oordeel dat een grensoverschrijdende licentie een belangrijke bijdrage kan leveren aan de groei van het legale aanbod van muziek binnen Europa. Daarnaast verwelkomt Nederland de herziening van de richtlijn Auteursrecht in de Informatiemaatschappij. Dit geeft Nederland namelijk de mogelijkheid om op Europees niveau de mogelijkheden te verkennen voor de introductie van een flexibele en open norm in het auteursrecht (de “fair use”-uitzondering).

Nederland staat negatief tegenover het voorstel voor een wetgevend initiatief over de thuiskopieheffing. Zoals aangegeven in de brief Auteursrecht 2020 is het kabinet voornemens de thuiskopieheffing op termijn uit te faseren.

IEF 10826

Frameanalyse van het grote downloaddebat

Lotte Anemaet, 'Respecteer onze rechten, frameanalyse van het Nederlandse debat over het illegaal downloaden binnen het auteursrecht, Universiteit Leiden 2011.

Op donderdag 27 mei 2010 werd in De Balie in Amsterdam een verkiezingsdebat georganiseerd over auteursrecht, internet, privacy en informatievrijheid: het Grote Download debat.

Aanleiding voor het debat was destijds het plan om downloaden uit illegale bron te verbieden en de Thuiskopie heffing op blanco CD’s en DVD’s af te schaffen. Auteursrecht op internet: wordt het ‘heffen’ of ‘handhaven’, of allebei, of geen van beide? Wat willen de belanghebbenden? Wat wil de politiek? Wat kan internationaal-juridisch?

Downloaden is nog steeds zeer actueel en de retorica en ‘framing’ spelen ook nu een grote rol. Deze scriptie, getiteld ‘Respecteer onze rechten’ van Lotte Anemaet bevat een interessante frameanalyse van het Nederlandse debat over het illegaal downloaden binnen het Auteursrecht. Sprekers proberen het publiek van hun standpunt te overtuigen. De scriptie gaat in op de vraag welke retorische middelen toegepast worden om het ‘respect’ frame te bewerkstelligen.

Inhoudsopgave:
1. Inleiding
2. Het niet-fysieke intellectuele eigendomsrecht
3. Ethische visies
4. Overtuigingskracht in discussies
5. Analysemodel
6. Resultaten
   6.1 Ot van Dalen, Bits of Freedom
   6.2 Tim Kuijk, Stichting BREIN
   6.3 Leah Postma, Consumentenbond
   6.4 Niels Aalberts, Kyteman
   6.5 Erwin Angad-Gaur, Platform Makers

7. Discussie en besluit

Lees de scriptie hier.

IEF 10796

Teeven: Grens aan inkomens bij auteursrechtorganisaties

Nota van wijziging bij wetsvoorstel tot wijziging van de wet toezicht collectieve beheersorganisaties voor auteurs- en naburige rechten, Derde Nota van wijziging, Kamerstukken II, 2011-2012, 31 766.

Hierbij bied ik u, zoals toegezegd tijdens het algemeen overleg van 7 december 2011, een derde nota van wijziging met toelichting inzake het bovengenoemde voorstel aan, die met name ziet op de normering van topinkomens bij collectieve beheersorganisaties:

Uit't persbericht: Topfunctionarissen van collectieve beheersorganisaties voor auteurs- en naburige rechten (cbo’s) mogen niet meer verdienen dan 130% van het salaris van een minister. Dit blijkt uit een nota van wijziging die staatssecretaris Teeven van Veiligheid en Justitie vandaag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Onder topfunctionarissen worden met name verstaan: de leden van de uitvoerende, adviserende en toezichthoudende organen van een collectieve beheersorganisatie en iemand belast met de dagelijkse leiding van een collectieve beheersorganisatie.

 

De bewindsman gaf vorig jaar december tijdens een algemeen overleg over auteursrechten aan de normering van salarissen van bestuurders en directeuren van cbo’s te willen regelen in het wetsvoorstel toezicht collectief beheer. Dan is ook het College van Toezicht bevoegd om de naleving te controleren. Om te voorkomen dat terstond wordt ingegrepen in lopende contracten en aanstellingen, is voorzien in overgangsrecht. Voorkomen moet echter worden dat, gedurende de parlementaire behandeling, alsnog hogere bezoldigingen of andere aanstellingen worden overeengekomen met de bedoeling om aan de nieuwe salarismaxima te ontsnappen. Daarom blijft het overgangsrecht buiten beschouwing bij aanpassingen in het dienstverband of de bezoldiging die zijn of worden overeengekomen nadat de voorstellen van Teeven zijn ingediend. Cbo’s moeten hier bij hun bezoldigings- en aanstellingsbeleid rekening mee houden.

Zie ook hier (rijksoverheid.nl)

IEF 10749

Erfgoedlabel en conventie bescherming audiovisuele diensten

Verslag van een schriftelijk overleg 23 december 2011, Kamerstukken II 21 501-34, nr. 178.

Binnen de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap1 hebben enkele fracties de behoefte om vragen en opmerkingen voor te leggen over o.a. de invoering van een erfgoedlabel (links de bestaande Vlaamse variant) en de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap inzake de aanbieding van het verslag van de Informele Ministersbijeenkomst over Cultuur en Audiovisuele Zaken van 9 september jl. in Wroclaw in Polen (hier), hieronder wat relevante citaten:

p. 6. Erfgoed label:
Europese Jury voor het Europees Erfgoedlabel De leden van de VVD-fractie vinden het beheer van erfgoed een belang-rijke taak van de overheid. Echter, een Erfgoedlabel en het instellen van een jury lijkt eerder op een bureaucratisch symbool dan op concrete doelstellingen en instrumenten. Hoe ziet het kabinet dit, zo vragen de leden.

p. 7. Toetreding van de Europese Unie tot de conventie van de Raad van Europa over bescherming van audiovisuele diensten op basis van voorwaardelijke toegang
Hoe, zo vragen de leden van de VVD-fractie, verhoudt de Conventie van de Raad van Europa over bescherming van audiovisuele diensten op basis van voorwaardelijke toegang zich tot de wijzigingen in het auteursrecht, die in Nederland binnenkort door het Nederlandse parlement worden besproken. Heeft het kabinet al een standpunt over de bescherming van auteursrechten op internet?
Betekent de voorgestelde vorm van «gemengde» bevoegdheid dat er een compromis is gesloten? Is nu helder waar Europa over gaat en wat een bevoegdheid is van nationale overheden, zo vragen zij.

p. 14. Europese Jury voor het Europees Erfgoedlabel
De VVD-fractie heeft de minister gevraagd om een reactie aangaande het Erfgoedlabel en het instellen van een jury, aangezien dit eerder zou lijken op een bureaucratisch symbool dan op concrete doelstellingen en instrumenten.

De minister licht toe dat het Europees Erfgoedlabel en de jury die de voordrachten hiervoor gaat beoordelen, wel degelijk concrete doelstellingen dienen. Beide instrumenten dragen bij aan een grotere bewustwording van de Nederlandse en Europese geschiedenis en de eenwording van Europa. Het label draagt daarnaast bij aan de toegankelijkheid en promotie van de erfgoederen die het toegekend krijgen. Van deze erfgoederen wordt verwacht dat zij, met name voor jongeren, een educatieve rol vervullen. Ook wordt kennisuitwisseling tussen erfgoederen met het label gestimuleerd. De minister benadrukt dat om onnodige bureaucratie tegen te gaan zijn, de procedures op aandringen van Nederland zo licht mogelijk gehouden zijn.


p. 16/17. Toetreding van de Europese Unie tot de conventie van de Raad van Europa over bescherming van audiovisuele diensten op basis van voorwaardelijke toegang
De VVD-fractie heeft de minister gevraagd om toe te lichten hoe de conventie zich verhoudt tot wijzigingen in het auteursrecht, zoals binnenkort in het Nederlandse parlement wordt besproken. De minister geeft aan dat Nederland al aangesloten was bij deze conventie van de Raad voor Europa; er is geen nationale wetswijziging nodig. De bescherming van auteursrechten op internet is een van de onderwerpen in de Speerpuntenbrief Auteursrecht 20©20 van april 2011 van de Staatsecretaris van Veiligheid en Justitie, waarover onlangs van gedachten is gewisseld met de Tweede Kamer8.

Daarnaast vraagt de VVD-fractie om een toelichting over de vorm van «gemengde» bevoegdheid. De minister zet uiteen dat de conventie van de Raad van Europa (2003) harmonisatie van wetgeving beoogt voor de auteursrechtelijke bescherming van audiovisuele diensten die alleen tegen betaling en via voorwaardelijke toegangssystemen te ontvangen zijn. De conventie bepaalt bijvoorbeeld hoe op te treden tegen fraude met zogenaamde «smart cards». In de voorbereidingen van het besluit tot toetreding door de Raad ( van de EU) bestond tussen de lidstaten en de Commissie consensus over het belang van toetreding van alle lidstaten van de EU tot de conventie. Nederland is eerder al toegetreden. De conventie is ook vrijwel gelijk aan een EU richtlijn uit 1998 over hetzelfde onderwerp.

De juridische discussie tussen Commissie en lidstaten concentreerde zich op de rechtsbasis en de bevoegdheden voor toetreding. Het ging daarbij om artikel 6 van de conventie. Deze gaat over inbeslagname van materiaal dat wordt gebruikt voor piraterij. Dit kunnen administratiefrechtelijke, maar ook strafrechtelijke maatregelen zijn. De EU richtlijn uit 1998 bevat deze bepaling niet, althans niet in deze mate van detail. Het zou de eerste keer zijn dat de EU toetreedt tot een strafrechtelijk deel van een multilateraal verdrag (i.c. artikel 6) en dat maakt dit onderwerp politiek gevoelig.

De Commissie wilde artikel 207 over externe handelspolitiek als rechtsbasis. Dat betekent dat alleen de EU zou mogen tekenen, ook voor het gewraakte artikel 6. De lidstaten, waaronder ook Nederland, vinden dat artikel 114 de juiste rechtsbasis is. Die gaat over het aanpassen van de interne wetgeving van de lidstaten met het oog op de interne markt. Voor artikel 6 heeft de EU zijn bevoegdheden nog niet intern uitgeoefend en daarom zijn en blijven de lidstaten hiervoor nog bevoegd, zo benadrukt de minister.

Uiteindelijk is besloten dat de Conventie daarom het karakter van een gemengd akkoord moet hebben. Dit betekent dat de Europese Commissie namens de EU ondertekent voor toetreding tot de hele conventie, uitgezonderd artikel 6. De lidstaten afzonderlijk tekenen voor toetreding tot alleen artikel 6 van de conventie.

IEF 10722

Uitgesteld kijken en luisteren via internet en het auteursrecht

Nota naar aanleiding van verslag rond wijziging mediawet, Kamerstukken II, 2011-2012, 33 019, ongenummerd.

Auteursrechtelijke elementen in de nota naar aanleiding van wijziging mediawet: Pagina. 17-18:

De leden van de PvdA-fractie vragen of de regering nog andere mogelijkheden ziet voor de publieke omroep om onafhankelijke inkomstenstromen te genereren en hoe de regering wat dat betreft aankijkt tegen de mogelijkheid om (auteursrechtelijke) vergoedingen te vragen van kabelexploitanten.

De publieke omroep kan auteursrechtelijke vergoedingen aan kabelexploitanten vragen voor zover de omroep de rechten op een productie heeft en in de praktijk gebeurt dit ook. De regering acht het logisch en marktconform dat de publieke omroep een rechtenvergoeding vraagt aan exploitanten die omzet generen met de exploitatie van door hen geproduceerde content.

De leden van de PvdA-fractie vragen of de regering het met hen eens is dat het ongehoord is om van kijkers en luisteraars geld te vragen voor de uitzendingen van de algemene radio- en televisiekanalen of voor het terugkijken of -luisteren van eerder uitgezonden programma’s via internet. Verder stellen zij vragen over de opstelling van collectief beheerorganisaties bij het verlenen van toestemming voor de distributie van programma’s via internet en over het wettelijk vastleggen van het actual audience principe. 

De regering is het eens met de leden van de PvdA-fractie dat de publieke omroep geen directe vergoeding mag vragen aan kijkers en luisteraars voor de uitzendingen van de algemene radio- en televisiekanalen. Voor wat betreft uitgesteld kijken onderzoekt de NPO of in bepaalde gevallen hiervoor een vergoeding gevraagd zou kunnen worden. Gedacht wordt dan aan ouder archiefmateriaal en eventueel previews. Voor de dienst Uitzending Gemist zal geen vergoeding gevraagd worden gedurende bijvoorbeeld de eerste tien dagen. De regering wacht met een definitief oordeel, totdat de plannen van de NPO duidelijker zijn. In principe wijst de regering het vragen van een vergoeding voor bepaalde diensten niet op voorhand af. Wat offline geaccepteerd is zoals de verkoop van programma’s op DVD, zou ook online mogelijk moeten zijn.

De regering is het eens met deze leden dat uitgesteld kijken en luisteren via internet tegenwoordig tot de normale distributie van programma’s hoort. Het aanbieden van programma’s via internet is echter auteursrechtelijk gezien een nieuwe openbaarmaking. Daarvoor is toestemming van rechthebbenden vereist. Zij kunnen daarvoor een vergoeding vragen, indien de rechten voor deze vorm van exploitatie nog niet geregeld zijn. Dit is niet ongehoord maar de gebruikelijke auteursrechtelijke praktijk. Partijen dienen hier onderling afspraken over te maken. Daarover lopen al enige tijd onderhandelingen. De hoogte van de vergoedingen is één van de punten waarover partijen nog verdeeld zijn. Makers dienen zich bewust te zijn dat het een wettelijke taak van de publieke omroep is om op alle platforms aanwezig te zijn en dat de omroepen nog maar zeer bescheiden inkomsten hebben uit deze nieuwe exploitatievormen. Maar indien er extra inkomsten gegenereerd worden, is het redelijk dat makers daarin meedelen. De regering verwacht dat de onderhandelingen tot resultaat zullen leiden en ziet vooralsnog geen reden om, buiten het reguliere overleg, met collectief beheerorganisaties om tafel te gaan zitten. Dat collectief beheerorganisaties uit zijn op het vergroten van hun winsten, moet worden weersproken. De beheerorganisaties innen ten behoeve van de bij hen aangesloten makers. Om er voor te zorgen dat de geïnde gelden maximaal bij de makers terecht komen is in het wetsvoorstel Toezicht collectief beheer24 [Kamerstukken II 2008-2009, 31 766, nr. 2.] een aantal voorzieningen opgenomen. Over de hoogte van vergoedingen kan men straks ook bescherming ontlenen aan het voorgestelde preventieve toezicht op tariefsstijgingen door het College toezicht auteursrecht en de geschillencommissie voor tariefsgeschillen. Indien geen gebruik gemaakt wordt van de geschillencommissie en men rechtstreeks naar de rechter gaat, dient de geschillencommissie om advies te worden gevraagd. In het wetsvoorstel Toezicht collectief beheer wordt het actual audience principe25 vastgelegd als een belangrijk criterium voor de vaststelling van de billijke vergoeding door de geschillencommissie. In de wens van deze leden wordt dus voorzien.

IEF 10719

Nuancering strafuitsluitingsgronden

Richtlijn voor strafvordering intellectuele-eigendomsfraude van 23 december 2011, Stcrt. 2011, 22 925.

Deze richtlijn bevat uitgangspunten voor het transactie- en requireerbeleid van het delict intellectuele-eigendomsfraude (IE-fraude). Met een nuancering van de strafuitsluitingsgrond ´in voorraad hebben´ voor ´eigen gebruik´. Evenals een uitwijding betreffende het begrip 'plaats delict' voor het verhandelen van illegale bestanden of het aanbieden van inbreukmakende goederen op het internet (zie par 9). En tot slot een grenshoeveelhedentabel als bijlage.

4. Strafuitsluitingsgrond ‘in voorraad hebben’ voor ‘eigen gebruik’

In artikel 337 lid 2 WvSr is voor het merken- en modellenrecht een nuancering aangebracht. In dit artikel staat dat voor ‘eigen gebruik’ in voorraad hebben van enkele inbreukmakende goederen als bedoeld in artikel 337 lid 1 WvSr is toegestaan. Het voor eigen gebruik in-, uit- of doorvoeren valt niet onder deze uitzondering en is derhalve verboden.

‘Eigen gebruik’ komt ook voor in de Auteurswet 1912 en de Wet op de naburige rechten, maar daar heeft het slechts een zeer beperkte betekenis. Niet strafbaar is het maken van enkele verveelvoudigingen zonder direct of indirect commercieel oogmerk en uitsluitend dienend tot eigen oefening, studie of gebruik van degene die de kopieën zelf heeft gemaakt (art. 31 e.v. jo. art. 16b.1 en 16c.1 Auteurswet 1912; art. 21 e.v. jo. art. 10.e Wet op de naburige rechten).

De Rijksoctrooiwet 1995 kent de strafuitsluitingsgrond ‘eigen gebruik’ niet, maar stelt als voorwaarde dat de handelingen gepleegd moeten zijn ‘in of voor zijn bedrijf’, wil er sprake zijn van inbreuk. Hieronder valt ook de beroepsuitoefening. Deze voorwaarde komt bij de strafrechtelijke handhaving op hetzelfde neer als de genoemde strafuitsluitingsgrond in artikel 337 lid 2 WvSr. Voor de Rijksoctrooiwet geldt dus dat opzettelijke inbreuk op het octrooirecht, gepleegd in of voor het bedrijf van de inbreukmaker, strafbaar is. Let wel dat in de Rijksoctrooiwet enkel invoer strafbaar is gesteld. Uit- en doorvoer zijn niet strafbaar.

Eigen gebruik van inbreukmakende goederen is niet strafbaar als het enkele exemplaren betreft. In deze OM richtlijn wordt de term ‘enkele’ uitgewerkt in de tabel grenshoeveelheden. In deze tabel wordt aangegeven bij welke hoeveelheid sprake is van (slechts) enkele exemplaren.

Voor meer uitleg over het begrip ‘eigen gebruik’ in het kader van deze materie, wordt verwezen naar de Aanwijzing intellectuele-eigendomsfraude [zie H 4].