Kamerstukken & EU

IEF 17287

Kamerstuk: Maak gebruik van wettelijke instrumenten, zoals dwanglicenties, importvergunning, stimulering van apothekersbereiding

Brief regering 16 november 2017, Geneesmiddelenbeleid, Kamerstukken II 2017-2018, 29 477, nr.  453. Geneesmiddelenontwikkeling duurt vaak lang en is complex. Er zijn veel actoren, ingewikkelde Europese regelgeving en een grote faalkans. Bij succes wordt er aan het eind van de rit steeds vaker een duur geneesmiddel op de markt gebracht, meestal door de grote farmaceutische industrie. Nederlandse academische en private partijen spelen een rol in dat ontwikkelproces. Steeds vaker nemen deze partijen ook initiatieven om het proces anders in te richten. In dat licht vroeg de vorige minister in 2016 aan de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving om met vernieuwende inzichten te komen en om oplossingen aan te dragen. «Hoe kan de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen doelmatiger, waarbij bereikte efficiencyverbeteringen resulteren in lagere prijzen of anderszins ten goede komen aan de samenleving?» Op 9 november jongsleden ontving de huidige minister het advies van de Raad

IEF 17257

Mededeling bestrijding illegale online content: naar een grotere verantwoordelijkheid voor online platforms

Brief regering 3 november 2017, Mededeling bestrijding illegale online content, Kamerstukken II, 22 112, 2420. De mededeling formuleert richtsnoeren en uitgangspunten voor online platforms (als Facebook, Twitter, Google/Youtube) om – in samenwerking met nationale autoriteiten in lidstaten en andere relevante belanghebbenden – illegale online content tegen te gaan. Wat offline illegaal is, is dat ook online. Daarbij kan gedacht worden aan het verspreiden van jihadistisch gedachtengoed en aanzetten tot radicalisering, hate speech, pedopornografisch materiaal, het schenden van auteursrechten en het online aanbieden van illegale goederen als wapens en drugs. De mededeling richt zich op het faciliteren en intensiveren van de implementatie van succesvolle werkwijzen om illegale content te voorkomen, op te sporen, te verwijderen en de toegang ertoe onmogelijk te maken; tevens moet dat zorgen voor meer transparantie en bescherming van fundamentele rechten online

IEF 17167

Resultaten Europese evaluatie Databankenrichtlijn (96/9/EC) bekendgemaakt

EC

EC, Summary report of the public consultation on the evaluation of Directive 96/9/EC on the legal protection of databases, 6 oktober 2017. De Europese Commissie heeft de resultaten van de openbare evaluatie van richtlijn 96/9/EC (Databankenrichtlijn) openbaar gemaakt. Hieronder een vertaling van de belangrijkste (voorlopige) vindingen van deze openbare raadpleging.

IEF 15968

Minister: zowel makers als ISPs hebben belang bij omvangrijk legaal aanbod

Brief Auteursrechtbeleid, Kamerstukken II 2015-2016, 29 838, nr. 85.
Ik meen dat zowel de makers als de betrokken internet service providers belang hebben bij een omvangrijk legaal aanbod van auteursrechtelijk beschermd materiaal. Ik hoop daarom dat deze partijen bereid en in staat zullen zijn om in dat verband wezenlijke afspraken te maken. Ik schat in dat op afzienbare termijn met name afspraken over vergroting van legaal aanbod en voorlichting over het gebruik van aangeboden (il)legaal materiaal tot de mogelijkheden zouden kunnen behoren. Afspraken over handhavingsaspecten zijn daarentegen wellicht mede afhankelijk van de uitkomst van nog lopende procedures. Zo loopt er onder andere nog een procedure tussen Stichting Brein en UPC over het al dan niet moeten blokkeren van content die inbreuk maakt op het auteursrecht en de naburige rechten. Daarnaast zal er rekening moeten worden gehouden met de aankondiging van de Europese Commissie dat zij zal komen met maatregelen om de (grensoverschrijdende) handhaving van auteursrechten te ondersteunen. De beoogde afspraken van partijen terzake handhavingsaspecten zullen daarmee in lijn moeten zijn.

IEF 15734

Voortzetting debat over toekomstbestendig maken publieke mediadienst

Mediarecht. De Eerste Kamer heeft dinsdag 1 maart 2016 het debat met staatssecretaris Dekker (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) over het toekomstbestendig maken van de publieke mediadienst voortgezet. Tijdens het debat van 2 februari 2016 werden er door alle fracties bezwaren geuit tegen het wetsvoorstel. Aan het eind van de eerste termijn van de kant van de regering besloot de Eerste Kamer om de behandeling van het wetsvoorstel aan te houden en de staatssecretaris de gelegenheid te geven om alle toezeggingen uit het debat vast te leggen in een brief aan de Kamer (EK 34.264, H). Bij de voorzetting van het debat op 1 maart werden vier moties ingediend. Aan het einde van het debat werd besloten dat de staatssecretaris alle in het debat gedane toezeggingen zal vastleggen in een brief aan de Kamer. Deze brief wordt uiterlijk vrijdag 4 maart aan de Kamer gestuurd. Op basis daarvan wordt een besluit genomen over het verdere verloop van de behandeling van het wetsvoorstel.

Ruimte voor omroepen
Senator Atsma (CDA) vroeg onder andere hoeveel omroepen er na invoering van het wetsvoorstel nog overblijven.  De senator vroeg ook wat het betekent als enkele regionale omroepen zich onttrekken aan het plan om samenvoegen en of er een mogelijkheid is om hier per provincie afspraken over te maken. De senator noemde het positief dat in de brief van de NPO en enkele omroepen staat dat de NPO geen sterke bemoeienis zal hebben met de programmering. Dit gaat hem echter niet ver genoeg. Senator Atsma diende een motie in die de regering verzoekt om wettelijk vast te leggen dat omroepen alle ruimte krijgen om programma’s te produceren en uit te zenden. Staatssecretaris Dekker merkte op dat de motie indruist tegen het doel van het wetsvoorstel om een sturende rol van de NPO te creëren. De staatssecretaris ontraadde deze motie. Senator Atsma besloot hierop om het dictum van de motie te wijzigen.

Mediaraad voor Fryslân
Senator Ten Hoeve (OSF) betoogde dat er een minder strakke scheiding moet worden gemaakt tussen regionale en nationale omroepen. De Omrop Fryslân heeft volgens de senator een bijzonder positie in het bevorderen en ontwikkelen van de Friese taal en cultuur. Senator Ten Hoeve diende een motie in die de regering verzoekt een mediaraad voor Fryslân in te stellen waarin onafhankelijke kennis en deskundigheid worden samengebracht. Deze mediaraad moet onder andere een instemmingsrecht krijgen bij de benoeming van de hoofdredacteur van Omrop Fryslân en een adviesrecht bij de benoeming van de RPO-bestuurder die de Friesland portefeuille beheert. De motie verzoekt de regering om in samenspraak met de RPO, Omroep Fryslân en de Provincie Fryslân dit vast te leggen in de Bestuursafspraak Friese taal en cultuur.

De staatssecretaris gaf aan dat hij deze motie omarmt en liet het oordeel over deze motie aan de Kamer.

Eventuele verwerping van het wetsvoorstel
Senator Teunissen (PvdD) betoogde dat het kabinet onvoldoende rekening heeft gehouden met een eventuele verwerping van het wetsvoorstel. Bij niet-inwerkingtreding van de mediawet zal de RPO (Regionale Publieke Omroep) geen doorgang vinden en zullen kleine regionale omroepen over onvoldoende reserves beschikken om dit op te vangen. Senator Teunissen diende een motie in die de regering verzoekt alles in het werk te stellen om regionale omroepen niet te duperen wanneer de RPO niet doorgaat. Deze motie werd ontraden door de staatssecretaris.

Sturing van de NPO en ruimte voor levensbeschouwing
Senator Bikker (ChristenUnie) stelde dat haar fractie een wettelijke inkadering mist van de sturing van de NPO op de inhoud en vormgeving van de programma’s.  De recente brief van de NPO en diverse  omroepen geeft hier weliswaar duidelijkheid over, maar de wettekst doet dit nog onvoldoende. Bikker vroeg of de staatssecretaris duidelijkheid kan verschaffen over wat die sturing precies inhoudt. De sturing zou volgens de wettekst alleen zien op het concessiebeleidsplan, de prestatieovereenkomst, de afspraken over publieksbetrokkenheid en de coördinatie van aanbodkanalen.  Senator Bikker merkte ook op dat de ruimte voor levensbeschouwing niet in de wet zelf staat. Om die reden diende de senator een motie in die de regering verzoekt om ten minste het bedrag van   12 miljoen euro per jaar vrij te houden voor levensbeschouwelijke programmering. Staatssecretaris Dekker merkte op dat het belangrijk is dat er ruimte en budget is en blijft voor levensbeschouwing en liet het oordeel over deze motie aan de Kamer.

Benoeming en ontslag NPO-bestuurders
Senator Kops (PVV) noemde het vreemd dat de staatssecretaris heeft toegezegd om bij het eerstvolgende wetsvoorstel zijn bevoegdheid tot benoeming/ontslag NPO-bestuurders te schrappen en tot die tijd in die geest zal handelen. Kops haalde aan dat dit niets verandert aan de reeds benoemde voorzitter van de Raad van Toezicht en vroeg waarom de staatssecretaris niet bereid is om de schijn van belangenverstrengeling bij deze benoeming weg te nemen. Kops betoogde dat bij de behandeling van dit wetsvoorstel het voorkomen van een politieke nederlaag voorop staat, in plaats van het daadwerkelijk toekomstbestendig maken van de publieke omroep.   

Garanties voor de toekomst
Senator Nagel (50PLUS) betoogde dat er een ondeugdelijk wetsvoorstel is ingediend, dat alleen wordt aangenomen omdat er verbeteringen zijn toegezegd voor de toekomst. Deze verbeteringen zijn volgens de senator bovendien in hoge mate onzeker. Nagel stelde er bij de benoeming van NPO-bestuurders teveel ingezet wordt op politiek wenselijke kandidaten en dat er geen garantie dat dit in de toekomst anders zal zijn. Nagel vroeg ook wat de in de brief vastgelegde toezeggingen van de staatssecretaris waard zijn als het kabinet voortijdig valt. Tot slot betoogde de senator dat een aantal pijnpunten, zoals de inhoudelijke kaderstelling van de NPO en de positie van de genre coördinatoren, niet zijn weggenomen.

Vragen over toezeggingen
Senator Sent (PvdA) vroeg de staatssecretaris om te bevestigen dat geheimhoudingsclausules niet verboden worden en dat van een standaardrapportage alleen wordt afweken als er vragen zijn van een Kamerlid. Zij vroeg ook om het juridische kader voor inzicht in kosten van programmering na te laten kijken door deskundigen. De senator gaf aan zeer verheugd te zijn over de brief van de NPO en een meerderheid van de omroepen van 28 februari 2016 en vroeg of de staatssecretaris deze werkwijze ook omarmt en of hij de positie van de programma-adviesraad en de omroepen toe te lichten. Senator Sent gaf verder aan verheugd te zijn dat de rol van de minister bij benoeming/ontslag van NPO-bestuurders in het eerstvolgende wetsvoorstel wordt verwijderd. Zij miste in deze toezegging wel haar verzoek om domeinexpertise en aftreed-roosters in de benoemings- en ontslagprocedures te betrekken. Ook vroeg zij of de staatssecretaris meent dat de Voorzitter van de Raad van Toezicht van de NPO zijn functie als toezichthouder onafhankelijk en met gezag kan vervullen. Over de regionale omroepen merkte senator Sent op dat er meer zicht moet komen op het bestuursakkoord met de provincie Friesland en dat de staatssecretaris zich sterk moet maken voor het behoud van de programmering voor het Friese taal- en cultuurgebied.                  

Rust in het bestel
Senator Krikke (VVD) betoogde dat er rust moet komen in het publieke mediabestel. Met name voor de regionale publieke omroep is het van groot belang dat er een wettelijke basis komt voor het maken van goede regionale programma’s. De senator juichte toe dat de ministeriële inmenging in de benoeming van NPO-bestuurders is weggenomen. De toezegging om een serieuze verkenning te doen naar de procedure voor benoemingen in de hele publieke mediasector gaat de senator echter niet ver genoeg. Zij vroeg dan ook of de staatssecretaris bereid is om met verdergaande voorstelen voor de benoeming van de Raad van Toezicht van de NPO te komen.                 

Goed bestuur
Senator Schalk (SGP) vroeg hoe de staatsecretaris de notitie voor good governance gaat uitwerken en hoe de rol van de NPO ten opzichte van de omroeporganisaties beter kan worden ingekaderd. De senator merkte op dat veel burgers juist vanwege levensovertuiging hebben aangesloten bij een omroep en vroeg hoe er gewaarborgd wordt dat deze overtuigingen voldoende ruimte krijgen.  

Senator Schnabel (D66) betoogde dat de voordracht van NPO-bestuurders door een onafhankelijke commissie bindend moet zijn. Een toezegging voor een toekomstige verandering van de wet is voor de D66 fractie onvoldoende om het huidige wetsvoorstel te kunnen steunen. De senator stelde dat zijn fractie erg hecht aan goede governance van de publieke omroep. De sturing  van de NPO moet volgens Schabel dan ook gevrijwaard zijn van invloeden die de missie en doelstellingen van de publieke omroep instrumenteel kunnen maken voor de behartiging van andere belangen dn het voorzien in hoogwaardig publieke mediadiensten.  

Advies bij benoeming
Senator Lintmeijer (GroenLinks) vroeg de staatssecretaris om toe te zeggen dat regionale omroepen alle financiële ruimte krijgen die redelijkerwijs noodzakelijk is en dat de redactionele onafhankelijkheid (wettelijk) geregeld wordt. Lintmeijer vroeg ook om de toezegging dat er voortaan een bindende voordracht van een onafhankelijke benoemingscommissie komt; op basis van onafhankelijk vastgestelde profielen. Volgens Lintmeijer moet er bij de benoeming ook een rol komen voor een klantenpanel of maatschappelijke adviesraad dat het bestuur van de NPO van advies kan dienen. Tot slot betoogde de senator dat er meer duidelijkheid moet komen over de checks and balances binnen de publieke omroep en dat het systeem meer open gaat voor initiatieven van externe producenten.        

Visie van de staatssecretaris
Senator Gerkens (SP) vroeg de staatssecretaris om toe te lichten welke toezeggingen hij buiten het debat in de Eerste Kamer heeft gedaan. De senator gaf aan dat haar fractie onvoldoende overtuigd is van de visie van de staatssecretaris op de publieke omroep. Gerkens uitte kritiek op de benoeming van de Voorzitter van de Raad van Toezicht en vroeg om openbaarmaking van de stukken rondom diens benoeming. De omroepen hebben volgens senator Gerkens onvoldoende garantie dat de NPO zich inderdaad inhoudelijk afzijdig zal houden van de programmering. Verder betoogde de senator dat de toegenomen burgerparticipatie vereisen dat burgers goed geïnformeerd worden. Dit wordt volgens Gerkens echter in hoge mate verhinderd door de kwetsbare financiële situatie van de regionale en lokale omroepen.

Overheid op afstand
Staatssecretaris Dekker (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) gaf aan dat de inbreng van de Eerste Kamer in tweede termijn noopt tot verdere wijziging van het wetsvoorstel. Het gaat dan om de manier waarop NPO-bestuurders en toezichthouders benoemd worden, de verhouding tussen NPO en de omroepen en manier waarop NPO publiek betrekt.

De staatssecretaris merkte op dat de overheid op grotere afstand moet komen te staan van de benoeming van bestuurders en toezichthouders. Het instemmingsrecht van de minister bij de benoeming van de raad van bestuur verdwijnt. Ook de betrokkenheid van de minister bij de benoeming van de leden van de raad van toezicht wordt in zijn geheel weggenomen. De Raad van Toezicht werft zelf benoemingsadviescommissie. Er kan door de minister alleen worden afgeweken van een voordracht als deze in strijd is met de wet of als er andere zwaarwegende belangen in het geding zijn. Dit moet altijd schriftelijk worden gemotiveerd aan de Kamer.

De staatssecretaris gaat in de wet opnemen dat de NPO haar sturende rol verricht op basis van een beleidsvisie die samen met de omroepen is vastgesteld. Als dit wetsvoorstel wordt aanaard, worden zullen alleen de artikelen die zien op de regionale omroep in werking treden. De artikelen over de nationale omroep treden pas in werking als er een reparatiewet is aangenomen. Mocht een dergelijke reparatiewet niet worden aangenomen in de Tweede Kamer, dan blijft er van het wetsvoorstel dus alleen de regeling van de Regionale publieke omroep over. De staatsecretaris heeft er echter vertrouwen in dat er voldoende steun voor een reparatiewet.

 Verder merkte de staatsecretaris op dat het wetsvoorstel de NPO vrijlaat in de manier waarop het publiek wordt betrokken. Naar aanleiding van de bezwaren uit de Eerste Kamer zegde de staatssecretaris toe dat hij zal bevorderen dat de NPO representatieve inspraak organiseert, zoals publiekspanels  of een representatieve maatschappelijke adviesraad.

IEF 15733

Eerste Kamer aanvaardt initiatiefwetsvoorstel en novelle Huis voor klokkenluiders

Mediarecht. De Eerste Kamer heeft dinsdag 1 maart 2016 aan het einde van de derde termijn van het debat over het initiatiefwetsvoorstel en de novelle voor het Huis voor klokkenluiders aanvaard. 66 senatoren stemden voor de beide wetsvoorstellen, 9 senatoren waren afwezig. Tijdens het debat werden door senator Bikker (ChristenUnie) twee moties ingediend, waarvan er één werd aangehouden. De andere motie werd aanvaard, met steun van ChristenUnie, PvdA, SGP, GroenLinks, PvdD, 50PLUS, OSF, SP en D66.

(...)
Het benadelingsverbod Senator Postema (PvdA) stelde dat hij het uitbreiding van het benadelingsverbod naar zelfstandigen, stagiaires en vrijwilligers een goede zaak vindt. Het is volgens Postema echter nog maar de vraag of een expliciet benadelingsverbod bij de rechter straks daadwerkelijk leidt tot meer bescherming van klokkenluiders. Het melden van een misstand leidt immers snel tot verstoorde arbeidsverhoudingen en er zijn weinig rechters die dit moedwillig in stand willen houden. Dit zou kunnen betekenen dat het benadelingsverbod in praktijk een wassen neus blijkt. Postema vroeg de initiatiefnemers en de minister om toe te lichten in hoeverre het wetsvoorstel een daadwerkelijke verbetering betekent.
(...)

Geen valse maar snelle start Senator Koffeman (PvdD) vroeg de indieners en de minister om te reageren op geuite zorgen over het beperkte budget dat beschikbaar wordt gesteld voor het Huis en hoe wordt voorkomen dat klokkenluiders zich niet melden uit vrees voor de zwakke positie van het Huis. Dit zou immers een valse start zijn van het Huis. Over de uitbreiding van het benadelingsverbod merkte de senator op dat dit niet in de weg mag staan aan een spoedige start van het Huis. Senator Van Weerdenburg (PVV) stelde dat vrijwilligers en stagiairs een fundamenteel andere positie hebben dan werknemers. De senator stelde dat de initiatiefnemers en minister hier heel duidelijk over zijn geweest. Zij noemde het onbegrijpelijk dat dit onderwerp het opzetten van het Huis hebben vertraagd en betoogde dat het Huis zo snel mogelijk moet worden opgezet.
(...)
Lees verder

IEF 15664

Antwoorden Kamervragen over bericht dat de Staat te weinig zou doen tegen piraterij

Antwoorden Kamervragen over het bericht dat de Staat te weinig zou doen tegen piraterij, 2015Z2467
Vra
ag 2
In hoeverre deelt u de opvatting dat illegaal downloaden ten eerste moet worden tegengaan door consumenten een aantrekkelijk legaal alternatief te bieden, ten tweede door hen via voorlichting te stimuleren hiervan gebruik te maken en ten derde door civielrechtelijke handhaving door of namens rechthebbenden zelf?

Antwoord
Het downloaden van auteurs- en nabuurrechtelijk beschermde prestaties uit illegale bron is ongeoorloofd. Om dit downloaden tegen te gaan is van het grootste belang dat consumenten beschikken over voldoende, betaalbare en gebruiksvriendelijke legale alternatieven en dat zij via goede voorlichting worden gestimuleerd hiervan gebruik te maken. Ik ben het met de vraagstellers eens dat handhaving van het auteursrecht daarop een passend sluitstuk vormt. Dit is primair een privaatrechtelijke aangelegenheid. Verwezen zij naar de 17 december 2015 beantwoorde Kamervragen van zowel Verhoeven (D66) over het beboeten van illegale downloads en de vrijheid van het internet (2015Z23620) als Gesthuizen (SP) over het bericht dat gebruikers van Popcorn Time schadeclaims kunnen verwachten (2015Z22521). Daarin is uitvoerig op de privaatrechtelijke handhaving ingegaan.

Vragen 3 tot en met 5
Wat is in dat kader de uitkomst van het seminar dat is gehouden op 13 november 2015 met makers en internetaanbieders in navolging van de gedane toezegging tijdens het Algemeen overleg over auteursrecht van vorig jaar? Tot welke vervolgacties leidt dit seminar? In hoeverre bent u bereid onder internetaanbieders, publieke en commerciële omroepen en vertegenwoordigingen van auteursrechthebbenden (zoals filmmakers, acteurs, deejays e.d.) nader te verkennen of zij kunnen komen tot een systematische voorlichting om legaal gebruik van muziek, film e.d. te stimuleren zonder de vrijheid van internet noch de privacy van internetgebruik geweld aan te doen? Pagina 3 van 3 Directie Wetgeving en Juridische Zaken Sector Privaatrecht Datum 1 februari 2016 Ons kenmerk 728172 Hoe beoordeelt u de bestaande werkwijze in Denemarken en Engeland om legaal gebruik van auteursrechtelijk beschermd materiaal te stimuleren?

Antwoord
Op vrijdag 13 november 2015 heb ik een seminar „legaal aanbod – de norm‟ georganiseerd waarbij vertegenwoordigers van rechthebbenden, internet-serviceproviders en consumenten aanwezig waren. Tijdens het seminar zijn bestaande internationale voorlichtings- en handhavingskaders besproken. In het Verenigd Koninkrijk en Denemarken heeft de overheid overleg tussen rechthebbenden en internet-service-providers gefaciliteerd. Het overleg heeft geresulteerd in verschillende vormen van samenwerking die elementen bevatten die ook voor Nederland interessant zouden kunnen zijn. In het Verenigd Koninkrijk is het programma „Get it Right from a Genuine Site‟ gelanceerd. Het programma beoogt een gedragsverandering bij consumenten te bewerkstelligen door de boodschap uit te dragen dat downloaden van auteurs- en nabuurrechtelijke beschermde prestaties uit ongeoorloofde bron er uiteindelijk toe leidt dat de stimulans om nieuwe content te creëren wordt weggenomen. Hiernaast wijzen internet-service-providers abonnees van wie de internetaansluiting voor downloaden uit illegale bron is gebruikt, op legale alternatieven. De samenwerking in Denemarken gaat een stap verder. Onder de noemer „Share with Care‟ worden consumenten door tussenkomst van hun internet-serviceproviders niet alleen op ongeoorloofd downloaden uit illegale bron aangesproken en over legale alternatieven voorgelicht. Rechthebbenden en internet-serviceproviders hebben in een „code-of-conduct‟ ook afspraken gemaakt over hoe internet-service-providers illegaal aanbod actief kunnen verstoren. Ik heb de indruk dat rechthebbenden en internet-service-providers ervoor open staan met elkaar in gesprek te gaan om afspraken over samenwerking te maken. Beide groeperingen hebben belang bij een omvangrijk legaal aanbod. Het downloaden uit illegale bron moet daarvoor worden ontmoedigd. Ik ben ervan overtuigd dat samenwerking indachtig hun gerechtvaardigde belangen en met inachtneming van bestaande juridische kaders (zoals regels die de privacy van consumenten borgen), evenals in het Verenigd Koninkrijk en Denemarken, tot de mogelijkheden behoort. Met de organisatie van het seminar is volgens mij een eerste stap in de richting van samenwerking gezet. Ik ben graag bereid binnen afzienbare tijd vervolgoverleg te entameren op mijn departement om partijen nader tot elkaar te brengen. Partijen zullen daartoe worden uitgenodigd, nadat ik hen gelegenheid heb geboden met elkaar van gedachten te wisselen over de juiste randvoorwaarden voor die samenwerking.

IEF 15635

Wijziging van het Uitvoeringsreglement bij het Europees Octrooiverdrag

Besluit van de Raad van Bestuur van 14 oktober 2015 tot wijziging van regel 82 (CA/D 9/15) en regel 147 (CA/D 10/15) van het Uitvoeringsreglement bij het Europees Octrooiverdrag, Trb. 2016, nr. 2
De Raad van Bestuur van de Europese Octrooiorganisatie heeft op 14 oktober 2015 in overeenstemming met artikel 33, eerste lid, onderdeel c, van het Verdrag een Besluit (CA/D 9/15) aangenomen tot wijziging van het Uitvoeringsreglement bij het Verdrag.

De vertaling van het Besluit van 14 oktober 2015 (CA/D 9/15) tot wijziging van het Uitvoeringsreglement bij het Verdrag, luidt als volgt:

Wijziging van regel 82 van het Uitvoeringsreglement bij het Europees Octrooiverdrag (CA/D 9/15)

De Raad van Bestuur van de Europese Octrooiorganisatie,
Gelet op het Europees Octrooiverdrag (hierna te noemen „EOV”) en artikel 33, eerste lid, onderdeel c, in het bijzonder,
Op voorstel van de President van het Europees Octrooibureau,
Gelet op het advies van de Commissie Octrooirecht,

Besluit het volgende:

Artikel 1

Regel 82, tweede lid, van het Uitvoeringsreglement bij het EOV wordt als volgt gewijzigd:

„2.Indien een partij niet instemt met de door de oppositieafdeling medegedeelde tekst, kan het onderzoek van de oppositie worden voortgezet. In het tegengestelde geval verzoekt de oppositieafdeling na het verstrijken van de in het eerste lid bedoelde termijn de houder van het Europees octrooi binnen een termijn van drie maanden de voorgeschreven taks te betalen en een vertaling van de gewijzigde conclusies in te dienen in de officiële talen van het Europees Octrooibureau die niet de procestaal zijn. Indien in mondelinge procedures besluiten ingevolge artikel 106, tweede lid, of artikel 111, tweede lid, zijn gebaseerd op stukken die niet voldoen aan Regel 49, achtste lid, wordt de houder van het octrooi uitgenodigd binnen de termijn van drie maanden de gewijzigde tekst in te dienen in een vorm die voldoet aan Regel 49, achtste lid.”.


Artikel 2

De bepaling genoemd in artikel 1 van dit besluit is van toepassing op alle Europese octrooien ter zake waarvan op of na de datum van inwerkingtreding tijdens een mondelinge procedure een besluit ingevolge artikel 106, tweede lid, of artikel 111, tweede lid, van het Europees Octrooiverdrag wordt genomen.


Artikel 3

De bepaling genoemd in artikel 1 van dit besluit treedt in werking op 1 mei 2016.


GEDAAN te München op 14 oktober 2015

Voor de Raad van Bestuur
De Voorzitter
(w.g.) Jesper KONGSTAD



De vertaling van het Besluit van 14 oktober 2015 (CA/D 10/15) tot wijziging van het Uitvoeringsreglement bij het Verdrag, luidt als volgt:

Wijziging van regel 147 van het Uitvoeringsreglement bij het Europees Octrooiverdrag (CA/D 10/15)

De Raad van Bestuur van de Europese Octrooiorganisatie,
Gelet op het Europees Octrooiverdrag (hierna te noemen „EOV”) en artikel 33, eerste lid, onderdeel c, in het bijzonder,
Op voorstel van de President van het Europees Octrooibureau,
Gelet op het advies van de Commissie Octrooirecht,

Besluit het volgende:

Artikel 1

Regel 147 van het Uitvoeringsreglement bij het EOV wordt als volgt gewijzigd:

Het eerste tot en met het derde lid worden vervangen door het volgende eerste tot en met derde lid:

„1.Van alle Europese octrooiaanvragen en octrooien worden door het Europees Octrooibureau dossiers in elektronische vorm aangelegd, bijgehouden en bewaard.

2.De President van het Europees Octrooibureau stelt alle noodzakelijke technische en administratieve maatregelen vast die betrekking hebben op het beheer van elektronische dossiers overeenkomstig het eerste lid.

3.In een elektronisch dossier opgenomen stukken worden aangemerkt als originelen. De oorspronkelijke versie op papier van deze stukken wordt pas na het verstrijken van ten minste vijf jaar vernietigd. Deze bewaartermijn gaat in aan het einde van het jaar waarin het stuk werd opgenomen in het elektronische dossier.”.


Artikel 2

1.Dit besluit treedt in werking op 1 november 2016.

2.De bepalingen genoemd in artikel 1 van dit besluit zijn van toepassing op alle Europese octrooiaanvragen en octrooien met dien verstande dat de bewaartermijn van 5 jaar vervat in voorschrift 147, derde lid, van het EOV niet eindigt vóór 31 december 2018, ongeacht de datum waarop het stuk werd opgenomen in het elektronische dossier.


GEDAAN te München op 14 oktober 2015

Voor de Raad van Bestuur
De Voorzitter
(w.g.) Jesper KONGSTAD