Publicaties & Noten

IEF 15871

Artikelen en reportages RTV Oost gepubliceerd houden is niet onrechtmatig

Rechtbank Overijssel 14 apr 2016, IEF 15871; ECLI:NL:RBOVE:2016:1291 (eiseres tegen Stichting RTV Oost), http://www.ie-forum.nl/artikelen/artikelen-en-reportages-rtv-oost-gepubliceerd-houden-is-niet-onrechtmatig

Vzr. Rechtbank Overijssel 14 april 2016, IEF 15871; ECLI:NL:RBOVE:2016:1291 (eiseres tegen Stichting RTV Oost)
RTV Oost heeft op haar website een reeks artikelen en reportages over eiseres gepubliceerd. De vraag is of RTV Oost onrechtmatig jegens eiseres handelt door de artikelen en reportages gepubliceerd te houden. Volgens de voorzieningenrechter is het aannemelijk dat eiseres hinder ondervindt van de publicaties bij het zoeken naar een nieuwe baan, maar daar staat tegenover dat de samenleving moet kunnen vertrouwen op een volledige en integere archivering door de media. Een verplichting tot het verwijderen of aanpassen van artikelen en reportages, die op zichzelf rechtmatig zijn, uitsluitend vanwege een negatieve lading, zijn daarmee niet goed te verenigen.

IEF 15828

Tegenvoorstel Cruijff-voorstel

Het is passend om Cruijff te eren en zijn werk blijvend te steunen door een aanpassing van de Auteurswet, las ik bij IE-Forum.nl. De auteur, auteursrechtenprof en -advocaat Dirk Visser wil een wetsartikel in de Auteurswet opnemen dat als volgt luidt: “Voor iedere openbaarmaking met winstoogmerk van het portret of de naam van Johan Cruijff is een redelijke vergoeding verschuldigd aan de Johan Cruijff Foundation te Amsterdam”. En nee, dit is geen 1-aprilgrap.

Vissers voorstel is geïnspireerd op een oude regeling uit het Engelse auteursrecht: daar geldt een eeuwig auteursrecht op het toneelstuk “Peter Pan” en afgeleiden daarvan. Wil je in Engeland iets doen met dat werk, dan moet je geld betalen aan het Hospital for Sick Children in Londen. Visser trekt dit iets breder: niet alleen een specifiek werk, maar álle werken die iets met Cruijff te maken hebben.

Het idee is loffelijk want stichting met nobel doel, Cruijff zeer gewaardeerd mens en de rest weet u zelf. Alleen: is dit te manier om het te doen?

IEF 15813

Zo. Nog maar eens een annotatie

Noot bij Vzr. Rechtbank Den Haag 17 maart 2016, IEF 15803; ECLI:NL:RBDHA:2016:2825 (Pmp furnishing tegen Easysofa). Nu over stoelen. Met twee knopen. Kan weer kort. Stoel is banaal. Kijk naar vormgevingserfgoed. Knopen maken dat niet anders. Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan: “What is worth copying is prima facie worth protecting”. (Petersen J. in University of London Press Limited v University Tutorial Press Ltd (1916) 2 Ch. 601).

Sven, kom d’r maar in. (Sinds wanneer kunnen twee knopen niet auteursrechtelijk beschermd zijn!?).
Fijne paasdagen!
Dirk Johan Gerard Visser

IEF 15738

Reflecties: Cultuurverandering

Erwin Angad-Gaur, Reflecties: Cultuurverandering, Performers Magazine, 3-2016, p. 16-17.
Bijdrage ingezonden door Erwin Angad-Gaur secretaris/directeur Ntb en voorzitter sectie Uitvoerend Kunstenaars Sena.
Nederland houdt van cultuur. De Nederlander consumeert en participeert in cultuur: hij blogt, maakt muziek, kijkt naar films en televisie, danst, luistert naar muziek en bezoekt concerten, bioscopen en theaters. Niet altijd legaal, want gratis vindt de Nederlander prettiger. Over de smaak van de Nederlander mag men daarnaast twisten, maar dat hij smaak heeft, goed of slecht, lijkt niet te ontkennen. De Nederlander houdt van cultuur, maar van kunstenaars lijkt hij minder te houden.

Lees verder >


IEF 15726

Midi-files, rusten daar naburige rechten, auteursrechten en databankrechten op?

Bijdrage ingezonden door Mauritz Kop, MusicaJuridica. Ja, onder omstandigheden wel. Midi is een vreemde eend in de bijt. Het auteursrecht is niet altijd even goed toegerust op moderne verschijningsvormen van compositie en geluid. Bij de totstandkoming van de Wet op de naburige rechten was het midi protocol (Musical Instrument Digital Interface) nog niet courant en bij de totstandkoming van de Auteurswet was midi nog niet uitgevonden. Ook in de Parlementaire Geschiedenis of de Memorie van Toelichting bij deze wetten worden midi-files als zodanig niet genoemd. In de Auteursrechtrichtlijn worden ze evenmin bij name genoemd.

Midi is vanuit het perspectief van audio een vreemde eend in de bijt waardoor het gevaar bestaat dat het in juridisch opzicht tussen wal en schip valt. Rechters moeten in voorkomende gevallen een oordeel vellen over de juridische kwalificatie van midi-bestanden. Met name waar het gaat om auteursrechten, naburige rechten en databankrechten.

Lees de gehele bijdrage op MuziekenRecht.nl: long read.

IEF 15725

Geen merk voor Cola flesje

Bijdrage ingezonden door Chiever. Coca-Cola is er niet in geslaagd de nieuwe vorm van het colaflesje in Europa als merk te beschermen. Op 24 februari 2016 bepaalde het Europese Gerecht dat deze vorm niet onderscheidend is. Daarmee bevestigt het Gerecht de eerdere uitspraak van de Board of Appeal in 2014.

Niet onderscheidend Coca-Cola beschouwt het nieuwe, gladde flesje als de ‘natural evolution’ van zijn iconische fles met de kenmerkende ribbels. Volgens het bedrijf herkent de Europese consument Coca-Cola aan deze vorm. Echter, het Gerecht meent dat het cola-flesje zich niet onderscheidt van andere op de markt aanwezige flessen.

Marktonderzoek In een poging de registratie alsnog geaccepteerd te krijgen had Coca-Cola marktonderzoek laten verrichten in 10 Europese landen. Hiermee hoopte het bedrijf aan te tonen dat de vorm van de fles was ingeburgerd en dat de Europese consument het flesje zou herkennen als afkomstig van Coca-Cola.

Bewijs in 10 landen onvoldoende Echter, ondanks het feit dat het marktonderzoek aantoont dat het flesje door een groot deel van de respondenten herkend wordt, is dit volgens het Gerecht onvoldoende om aan te nemen dat de fles in de hele Europese Unie is ingeburgerd. De hele EU telt 28 landen en bewijs uit slechts 10 landen is dan onvoldoende.
 
Commentaar Chiever Helaas is het tegenwoordig bijna onmogelijk om 3D-merken te registreren. Vrijwel alles wordt (naar onze mening ten onrechte) afgewezen vanwege het ontbreken van onderscheidend vermogen. De enige mogelijkheid om zo'n merk toch geaccepteerd te krijgen is door het overleggen van Europees marktonderzoek, waaruit blijkt dat de consument de vorm als merk herkent.

In dit geval liet het marktonderzoek van Coca-Cola indrukwekkende cijfers zien: de herkenningsgraad in de 10 onderzochte landen varieerde tussen 48 % (Polen) en 79 % (Spanje). Het is dan ook spijtig dat het marktonderzoek niet in heel Europa is uitgevoerd. Als ook in de overige Europese landen herkenning was aangetoond - en dat is niet onwaarschijnlijk omdat het hier om een flesje gaat dat qua vormgeving dicht in de buurt komt bij het oude, wereldbekende cola-flesje - had Coca-Cola vermoedelijk zijn registratie wel gekregen.

IEF 15710

Is er een grondslag voor het aanwijzingsbesluit CvTA aan Videma?

Bijdrage ingezonden door Dorothé Melchers, senior lecturer IP Radboud Universiteit. In januari van dit jaar heeft het College van Toezicht collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten (CvTA) zowel een beslissing op bezwaar als een last onder dwangsom aan Videma doen uitgaan (zie IEF 15679). Wat hierbij opviel was de door de toezichthouder gekozen wettelijke grondslag.  Kan het CvTA inderdaad op basis hiervan een CBO een aanwijzing geven om tot statutaire wijziging van de bestuursstructuur over te gaan?

We zien dat de aan beide besluiten ten grondslag liggende aanwijzing is gebaseerd op artikel 2, lid 2, sub b Wet toezicht en geschillenbeslechting collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten (WTCBO) en overeenkomstig artikel 6, lid 2 WTCBO. In dit laatste artikellid is de aanwijzingsbevoegdheid van het CvTA neergelegd indien een CBO haar taken niet (naar behoren) uitoefent.  Eerst even aandacht voor het eerste lid van artikel 2.  De eerste volzin van lid 1 luidt als volgt:

“Er is een College van Toezicht dat tot taak heeft toezicht uit te oefenen op de inning en de verdeling van de vergoedingen door de collectieve beheersorganisaties. (…)”
Deze bepaling was ook reeds in de wet uit 2003 (Stb. 2003, 111) te vinden. In de daarbij behorende Memorie van Toelichting (Kamerstukken II 2000/1, 27 775, nr 3, p. 7) lezen we dat dit de kernopdracht aan het CvTA is. In het tweede lid, zo vervolgt de MvT, zijn de taken van het CvTA nader omschreven.  Een van die taken is neergelegd in het nog steeds bestaande tweede lid aanhef en onder sub b, waarin is bepaald: “Het College van Toezicht ziet er op toe dat een collectieve beheersorganisatie voldoende is toegerust om haar taken naar behoren te kunnen uitoefenen;”

Uit het samenspel van deze regels kan worden gesteld dat het CvTA er weliswaar op dient toe te zien dat een CBO voldoende is toegerust om haar taken naar behoren te kunnen uitoefenen, maar dit toezicht hangt samen met het toezicht op de inning en verdeling van vergoedingen door de CBO’s.  Dit levert de volgende vragen op: past het opleggen van een verplichting voor een bepaalde bestuurstructuur wel binnen het doel waarvoor de toezichthouder zijn taken dient uit te oefenen? En wat is nu ‘voldoende toegerust’?  Het gegeven dat hier een open norm wordt ingevuld geeft al aan dat hier ruimte is voor discussie over de vraag of er niet van een doeloverschrijdend toezicht sprake is.

Er is evenwel een andere reden waarom het discutabel is of bemoeienis door het CvTA met de bestuursstructuur wel toelaatbaar is. Dit houdt verband met een andere bepaling in de WTCBO, een bepaling die pas bij de tweede nota van wijziging aan het wetsvoorstel tot wijziging van de wet uit 2003 is toegevoegd (Kamerstukken II 2009/10, 31 755, nr. 9). De slotzin van het derde lid van artikel 2 WTCBO luidt thans als volgt: “Bij algemene maatregel van bestuur kunnen tevens regels worden gegeven over de inrichting en het bestuur van een collectieve beheersorganisatie (….)”

Hier lijkt dan toch een grondslag te kunnen worden gevonden voor het CvTA om van een CBO aanpassing van de bestuursstructuur te kunnen verlangen, ware het niet dat het aanwijzingsbesluit noch op deze bepaling, noch op een AMvB is gegrond. De bestaande AMvB onder deze wet, het Besluit uitvoering van de WTCBO (zie Stb. 2013, 260 en Stb. 2015, 38), bevat geen regels voor de inrichting en het bestuur van CBO’s en is bovendien niet (mede) gebaseerd op art. 2, lid 3 van de wet. Zolang deze AMvB er niet is, lijkt het verdedigbaar te stellen dat er thans geen wettelijke grondslag bestaat om een aanwijzing tot wijziging van een bestuursstructuur op te kunnen leggen.

 

IEF 15692

UPC Mediation Rules

UPC Mediation Rules, 15 February 2016
Uit het persbericht: At its last meeting the Preparatory Committee agreed the Rules on Mediation for the UPC. The Rules will be subject to legal scrubbing and some further work may be necessary to align them with other rules. However, in the interests of transparency and to keep users updated on the current work programme of the Committee, the Chair has agreed the Rules are published in their current form and can be found here.