Octrooirecht

IEF 18410

Hoger beroep HP afgewezen omdat aankoop printer een licentie tot gebruik impliceert

Hoge Raad 19 apr 2019, IEF 18410; ECLI:NL:HR:2019:650 (Hewlett-Packard tegen Digital Revolution), http://www.ie-forum.nl/artikelen/hoger-beroep-hp-afgewezen-omdat-aankoop-printer-een-licentie-tot-gebruik-impliceert

HR 19 april 2019, IEF 18410; ECLI:NL:HR:2019:650 (Hewlett-Packard tegen Digital Revolution) Octrooirecht. Cassatie. HP is van mening dat Digital Revolution inbreuk maakt op het door haar gehouden octrooi EP 617. In eerste instantie (zie IEF 15475) en in beroep (zie IEF 16892) is geoordeeld dat er geen sprake is van een inbreuk. HP vordert dat Digital Revolution wordt verboden inbreuk te maken op het octrooi, en (onder meer) schadevergoeding en/of winstafdracht. In reconventie vordert Digital Revolution nietigverklaring van het octrooi. Het oordeel dat het niet relevant is dat een eerder beschreven werkwijze afwijkt van de in het octrooi beschreven werkwijze geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting, nu elke geheugeneenheid de onder bescherming gestelde werkwijze kan uitvoeren, mits de printer is voorzien van bepaalde software. Digital Revolution heeft verder aangevoerd dat zij geen cartridges aanbiedt of levert aan ‘anderen dan hen, die krachtens licentie tot toepassing van de geoctrooieerde uitvinding bevoegd zijn’. Zij stelt daartoe dat de aanschaf van een HP printer impliceert dat een licentie wordt verkregen om die printer te gebruiken. Dat verweer slaagt. Het beroep in cassatie faalt, HP wordt veroordeeld in de proceskosten.

IEF 18408

Alle vorderingen met betrekking tot miniwallet en cardprotector toegewezen

Rechtbank Den Haag 16 apr 2019, IEF 18408; ECLI:NL:RBDHA:2019:3684 (New-Bring), http://www.ie-forum.nl/artikelen/alle-vorderingen-met-betrekking-tot-miniwallet-en-cardprotector-toegewezen

Vzr. Rechtbank Den Haag 16 april 2019, IEF 18408; ECLI:NL:RBDHA:2019:3684 (New-Bring) Secrid tegen twee gedaagden die kaarthouders van het merk New-Bring op de markt brengen. Gedaagde 1 stelt dat niet hij maar CGIW (gedaagde 2) achter het aanbieden van de producten zit. De voorzieningenrechter verwerpt dit verweer en is van voorlopig oordeel dat minst genomen dreigende inbreuk op de intellectuele eigendomsrechten van Secrid c.s. en onrechtmatig handelen jegens Secrid c.s. door X aannemelijk is. Alle vorderingen (octrooien, model, auteursrechten en slaafse nabootsing, zowel met betrekking tot de miniwallet als de cardprotector) worden toegewezen.

IEF 18394

Octrooi vetzuren vernietigd via problem-solution approach

Rechtbanken 10 apr 2019, IEF 18394; ECLI:NL:RBDHA:2019:3424 (Nutrition tegen Noba), http://www.ie-forum.nl/artikelen/octrooi-vetzuren-vernietigd-via-problem-solution-approach
EP 1294371

Rechtbank Den Haag 10 april 2019, IEF 18349; LS&R 1701; ECLI:NL:RBDHA:2019:3424 (Nutrition tegen Noba) Octrooirecht. Inbreuk. Nietigheid. Nutrition ontwikkelt en produceert veevoer en daarvoor bestemde producten. Nutrition is in deze hoedanigheid houdster van EP 1294371 voor een 'middenlange keten vetzuren bruikbaar als antimicrobiële agentie'. Noba houdt zich bezig met vetproducten voor de diervoederindustrie. Nutrition is van mening dat Noba met haar producten inbreuk maakt op de door Nutrition gehouden octrooien. Als verweer stelt Noba dat het octrooi waarop Nutrition zich beroept nietig moet worden verklaard, omdat het de vereiste inventiviteit ontbeert. Beide partijen beroepen zich op de problem-solution approach. In het licht hiervan moet worden aangenomen dat de gemiddelde vakman zonder enig inventief denkvermogen tot dezelfde oplossing als in het octrooi was gekomen, en dat het octrooi dus nietig is. De vorderingen in conventie worden afgewezen, de vordering in reconventie wordt toegewezen waardoor het Nederlandse deel van het voorliggende octrooi nietig is. Nutrition wordt veroordeeld in de proceskosten.

IEF 18391

Geen overtreding concurrentiebeding vanwege gebruik houtsoorten

Rechtbank Amsterdam 20 feb 2019, IEF 18391; ECLI:NL:RBAMS:2019:1175 (TTC tegen X), http://www.ie-forum.nl/artikelen/geen-overtreding-concurrentiebeding-vanwege-gebruik-houtsoorten

Rechtbank Amsterdam 20 februari 2019, IEF 18391; ECLI:NL:RBAMS:2019:1175 (TTC tegen X) Schending geheimhoudings-, relatie- en concurrentiebeding? TTC is een groothandel in hout en plaatmateriaal.Gedaagde voert een groothandel in hout en plaatmateriaal. Partijen hebben een management-overeenkomst gesloten. TTC is geen (auteurs)rechthebbende op de wijze van schuin lamineren van hout. Er is geen sprake van eigen intellectuele schepping. Er is geen overtreding van het concurrentiebeding omdat er geen bepaling is opgenomen die het gebruik van bepaalde houtsoorten (Meranti en Sapeli) beperkt. Tussen TTC  en gedaagde is een nadere mondelinge overeenkomst tot stand gekomen. Hierbij geeft TTC voorwaardelijk toestemming aan gedaagde voor het gebruik van de aan haar toebehorende knowhow op het gebied van schuin lamineren. De voorwaarde hield in dat gedaagde genoemde houtsoorten niet zou gebruiken. Vaststaat dat die door gedaagde niet zijn gebruikt.

IEF 18389

Conclusie AG: Lidstaten moeten materieel recht vaststellen voor passende schadeloosstelling voor schade geleden door voorlopige maatregelen

HvJ EU 11 apr 2019, IEF 18389; ECLI:EU:C:2019:324 (Bayer Pharma), http://www.ie-forum.nl/artikelen/conclusie-ag-lidstaten-moeten-materieel-recht-vaststellen-voor-passende-schadeloosstelling-voor-scha

Conclusie AG HvJ EU 11 april 2019, IEF18389, IEFbe 2864, LS&R 1700; ECLI:EU:C:2019:324 (Bayer Pharma) Passende schadeloosstelling. Schadeloosstelling voor schade toegebracht door maatregelen die door de rechter later zijn herroepen of wegens enig handelen of nalaten van de eiser later zijn vervallen, of wanneer de rechter later heeft vastgesteld dat er geen inbreuk of dreiging van een inbreuk op intellectuele-eigendomsrechten was:

1)      Artikel 9, lid 7, van [IE-Handhavingsrichtlijn] moet aldus worden uitgelegd dat de lidstaten zorg moeten dragen voor de vaststelling van materieelrechtelijke regels betreffende het recht van de verweerder op schadeloosstelling voor schade toegebracht door voorlopige maatregelen in de in die bepaling bedoelde situaties, met dien verstande dat die regels de vaststelling moeten waarborgen van een doeltreffende regeling en doeltreffende rechtsmiddelen die de verweerder in staat stellen om een passende vergoeding te krijgen voor alle geleden schade, en dat zij de houder van een intellectuele-eigendomsrecht niet ervan mogen weerhouden om te verzoeken om de in artikel 9, leden 1 en 2, van richtlijn 2004/48 bedoelde maatregelen.

IEF 18381

De praktijk wijst uit dat het horen van meer dan vijf getuigen doorgaans geen redelijk doel dient

Rechtbanken 7 nov 2018, IEF 18381; ECLI:NL:RBDHA:2018:13079 (Unilever tegen Ablynx), http://www.ie-forum.nl/artikelen/de-praktijk-wijst-uit-dat-het-horen-van-meer-dan-vijf-getuigen-doorgaans-geen-redelijk-doel-dient

Rechtbank Den Haag 7 november 2018, IEF 18381; ECLI:NL:RBDHA:2018:13079 (Unilever tegen Ablynx) Procesrecht. Verzoek voorlopig getuigenverhoor. Ablynx verzoekt als voormalig licentiehouder de rechtbank om een voorlopig getuigenverhoor te bevelen. Nu Ablynx bewijs wenst te verzamelen omtrent relevante feiten en omstandigheden die - wanneer bevestigd - leiden tot een vordering van Ablynx op Unilever, wordt het verzoek toegewezen. Wel wordt het verzoek slechts toegewezen voor zover dit proportioneel is. Het horen van minimaal 24 getuigen zoals verzocht legt een disproportioneel beslag op de tijd en daarmee op de belangen van Unilever, en brengt bovendien disproportioneel hoge kosten met zich mee. Het aantal voor te dragen getuigen zal dus worden beperkt tot vijf.

IEF 18367

Vernietiging octrooi NPS wegens gebrek aan inventiviteit

Rechtbank Den Haag 6 feb 2019, IEF 18367; ECLI:NL:RBDHA:2019:934 (Accord tegen NPS), http://www.ie-forum.nl/artikelen/vernietiging-octrooi-nps-wegens-gebrek-aan-inventiviteit

Rechtbank Den Haag 6 februari 2019, IEF 18367; ECLI:NL:RBDHA:2019:934 (Accord tegen NPS) Octrooirecht. ABC. NPS is een farmaceutisch bedrijf, dat een geneesmiddel heeft ontwikkeld. Zij heeft een octrooi op dit geneesmiddel, en een aanvullend beschermingscertificaat (hierna: het ABC). Accord is een producent van generieke geneesmiddelen en vordert vernietiging van het Nederlandse deel van het octrooi en nietigverklaring van het ABC. Nu EP 761 immers beoogt één uit de klasse geselecteerde calcimimetische verbinding onder bescherming te stellen die geschikt is om te kunnen worden gebruikt als geneesmiddel, is elke calcimimetische verbinding uit de stand van de techniek die beschikt over de benodigde eigenschap van een EC50 waarde van minder of gelijk aan 5 µM, reëel vergelijkingsmateriaal voor cinacalcet. Nu het octrooi niet voldoet aan de eisen van inventiviteit wordt het vernietigd en het ABC nietig verklaard. NPS wordt veroordeeld in de proceskosten, begroot op 200.000 euro.

IEF 18368

College ter beoordeling van geneesmiddelen mocht informatie inwinnen in het buitenland

Raad van State 25 apr 2018, IEF 18368; ECLI:NL:RVS:2018:1353 (IPS tegen College ter beoordeling van geneesmiddelen), http://www.ie-forum.nl/artikelen/college-ter-beoordeling-van-geneesmiddelen-mocht-informatie-inwinnen-in-het-buitenland
Medicijnen

ABRvS 25 april 2018, IEF 18368; LS&R 1698; ECLI:NL:RVS:2018:1353 (IPS tegen College ter beoordeling van geneesmiddelen) Bij afzonderlijke besluiten van 3 juli 2012 heeft het College ter beoordeling van geneesmiddelen (hierna: het College) de door IPS aangevraagde parallelhandelsvergunningen voor de geneesmiddelen Diclofenac Gel Teva 1,16%, gel 11.6 mg/g (hierna: Diclofenac) en Adapaleen Teva 1 mg/g, gel (hierna: Adapaleen) geweigerd. Bij uitspraak van 25 juni 2015 heeft de rechtbank de door IPS tegen de besluiten van 1 maart 2013, 14 juni 2013 en 8 juli 2013 ingestelde beroepen ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft IPS hoger beroep ingesteld. Zij voert gronden aan die betrekking hebben op het door het College gehanteerde beoordelingskader. Het beroep wordt ongegrond verklaard. Dit omdat het College niet in strijd met het Unierecht heeft gehandeld, bevoegd was informatie in te winnen bij de Belgische en Franse autoriteiten, en binnen het beoordelingskader zorgvuldig heeft gehandeld en geoordeeld. Daarnaast ligt het niet op de weg van het College om gevaar voor de volksgezondheid te bewijzen, maar ligt het op de weg van de aanvrager van een parallelhandelsvergunning om zijn aanvraag te doen steunen op gegevens en bescheiden waaruit volgt dat aan de in artikel 48 van de Geneesmiddelenwet neergelegde criteria voor parallelle invoer is voldaan.