Een wijze les: bereidt de oppositie goed voor!
Gerecht van Eerste Aanleg, 11 mei 2005, zaak T-31/03. Grupo Sada tegen OHIM / Sadia. De houder van het oudere nationaal beeldmerk met woordbestanddeel "sadia" heeft oppositie ingesteld tegen aanvraag tot inschrijving als gemeenschapmerk van het beeldmerk met woordbestanddeel "Grupo Sada". De oppositieafdeling heeft de oppositie toegewezen uitsluitend voor de waren waarvoor het oudere nationale merk is ingeschreven. De aanvrager van het gemeenschapsmerk heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van de oppositieafdeling om het merk ook in te schrijven voor de door de oppositieafdeling geweigerde waren en diensten klassen.
Volgens de aanvrager van het gemeenschapsmerk zou de kamer van beroep geen aandacht hebben besteed aan de grote bekendheid van het aangevraagde merk in Spanje. De kamer van beroep zou daarnaast de conflicterende merken niet globaal hebben beoordeeld. Bovendien zou de kamer van beroep geen rekening hebben gehouden met het feit dat er identieke verleende merken bestaan naast het oudere merk waarop de oppositie gebaseerd is . Het GEA maakt korte metten met het eerste argument.
Verzoekster had nagelaten aan te tonen dat er sprake was van grote bekendheid van het merk. Zij kan dit niet in een later stadium alsnog doen. Het GEA baseert haar beslissing alleen op de relatieve weigeringsgronden die de betrokken partijen hadden aangevoerd bij oppositie en op de feiten en bewijzen die deze partij in dit verband had aangedragen (arrest Gerecht van 23 september 2003, Henkel / BHIM – LHS (UK) (KLEENCARE), T-308/01, Jurisprudentie blz. II-3253, punt 32). Ook het argument van verzoekster dat de kamer van beroep enkel door kunstmatige uiteenrafeling van het aangevraagde merk tot de conclusie kon komen dat er gevaar voor verwarring zou bestaan, wordt niet gehonoreerd.
Het Gerecht beaamt dat een vergelijking moet worden gemaakt door beide merken in het geheel te onderzoeken. “Dit sluit echter niet uit dat de totaalindruk die door een samengesteld merk wordt opgeroepen in de herinnering van het relevante publiek, in bepaalde omstandigheden kan worden gedomineerd door een of meer van zijn onderdelen. Bovendien moet bij de beoordeling of een of meer bestanddelen van een samengesteld merk domineren, met name met de intrinsieke eigenschappen van elk van die bestanddelen rekening worden gehouden door deze te vergelijken met de eigenschappen de andere bestanddelen.” Het GEA is van mening dat het woordbestanddeel van het oudere merk “sadia” in zijn geheel bepalend is voor het beeld dat de gemiddelde Spaanse consument onthoudt.
Verzoekster heeft verder betoogd dat het dominerende bestanddeel niet “sada” zou zijn, maar het motief van vier cirkels waarop zes schuine lijnen te zien zijn. Het GEA oordeelt dat de cirkels louter een decoratief element is, dat niet in de herinnering van het publiek zal achterblijven. Het dominerende bestanddeel is “sada”. De kamer van beroep heeft terecht geen rekening gehouden met de betekenis van het woord “sadia” dat in het Portugees ‘gezondheid’ betekent, nu dit woord niet als zodanig in Spanje bekend is. Het GEA verwerpt het beroep. Lees>.
Gerecht van Eerste Aanleg, 11 mei 2005, gevoegde zaken T-160/02 tot en met T-162/02. Naipes Heraclio Fournier tegen OHIM/France Cartes. De tekeningen van een ridder te paard met knots, koning met zwaard en los zwaard kunnen niet als gemeenschapsmerk voor klasse 16 dienen, nu deze afbeeldingen in Spanje gangbare symbolen zijn voor speelkaarten. Het Spaanse kaartspel bestaat uit 40 of 48 kaarten van aas tot zeven of negen, gevolgd door boer, ridder en koning. De vier kleuren zijn de munten, bekers, knotsen en zwaarden. Het Spaanse publiek, dat wel eens een kaartje legt, zal aan voornoemde tekeningen dan ook directe een waarde of kleur kunnen toedichten. De merkaanvragen zijn kortom terecht geweigerd wegens gebrek aan onderscheidend vermogen en vanwege het beschrijvende karakter ervan.
Gerecht van Eerste Aanleg, 11 mei 2005, zaak T-390/03. CM Capital Markets tegen OHIM/Caja de Ahorros de Murcie. Het GEA heeft zich gebogen over de vraag of het beeldmerk CM bestaande uit de letters "C" en "M" geschreven in een rood vierkant met een dwars gele streep in strijd is met het beeldmerk Capital Markets bestaande uit voornoemde woorden en de letters "C" en "M" onder elkaar geplaatst. De oppositieafdeling heeft bij beslissing van 27 januari 2003 de oppositie tegen het beeldmerk CM toegewezen voor de diensten die soortgelijk zijn. De kamer van beroep van het BHIM vond dat er geen sprake was van overeenstemming en verwarringgevaar. Het Gerecht oordeelt dat er wel sprake is van overeenstemming.
Stukje in het FD van de Haarlemse advocaat Caspar Wenckebach over lopende mediageschillen. Over de strijd om Tien schrijft hij o.a: "Er is bij Talpa kennelijk niemand geweest die van tevoren even gecontroleerd heeft of die naam niet op problemen zou stuiten. Intussen zijn beide partijen zich goed aan het ingraven. Een klein onderzoek bij het Benelux Merkenbureau wijst op een stroom van nieuwe merkregistraties van beide partijen in de afgelopen twee weken. Maar niet alleen de merkenbureaus draaien overuren. Ook internetproviders zijn druk in de weer geweest. De afgelopen dagen zijn vele domeinnamen met het bestanddeel 'tien' geregistreerd, sommige namens Talpa , sommige namens SBS6 en natuurlijk ook een paar door domeinnaamkapers. Mij dunkt dat Talpa geen sterke zaak heeft, maar ik denk dat ik uiteindelijk toch mijn geld op John de Mol zou zetten. Die heeft inmiddels in ieder geval al bewezen hoe je van voor een dubbeltje geboren, zo een tientje kunt worden."
Gisteren heeft de rechtbank in Arnhem in kort geding bepaald dat het energiebedrijf Oxxio zijn naam moet wijzigen. Dit was conform de eis van Holland Rail Consult, houder van het merk Oxio. De rechter oordeelde dat de "diensten in beperkte mate soortgelijk zijn" onder andere omdat het begrip “infrastructuur” ook energienetwerken omvat, zodat Holland Rail consult het merk Oxio ook heeft ingeschreven voor haar diensten die zij ten behoeve van energiebedrijven aan energienetwerken verricht. Oxxio heeft reeds aangegeven in hoger beroep te gaan tegen de uitspraak. De schuld van dit alles ligt volgens bestuursvoorzitter Erik de Heus bij de adviseurs van het energiebedrijf: "Wij zijn door hen niet gewezen op het bestaan van de merknaam Oxio." Oxxio heeft de adviesbureaus die bij de naamswijziging adviseerden, aansprakelijk gesteld.
Redelijk zeldzaam, een IE-strafrechtzaak:
Een lelijker website zul je niet snel vinden, maar op de website van het
Een als culinair artikel vermomde casus in de M bijlage van de NRC. Joep Habets bericht dat Jan Uitentuis (foto) uit Middenbeemster als enige kaasmaker de Noord-Hollandse meshanger maakt. De Universiteit Wageningen had deze eind vorige eeuw uitgestorven kaassoort al eerder in een laboratoriumopstelling weten te reconstrueren en Uitentuis is er nu in geslaagd de kaas in productie te nemen. Maar, en nu komt het, de kaas wordt nu mesklever genoemd "want inmiddels heeft een kaasproducent de naam meshanger geclaimd voor een ander type kaas." Die producent is de Vandersterre Groep uit Bodegraven en heeft het merk in 1994 gedeponeerd. Nog afgezien van goede of kwade trouw en het feit dat de merken in beide gevallen uitsluitend bestaan uit tekens of benamingen die in de handel kunnen dienen tot aanduiding van hoedanigheid, lijken er zo op het eerste gezicht nog wel meer aardige opmerkingen over deze zaak te maken. Mesklever is overigens nog niet gedeponeerd. Advocaten kunnen zich melden in Middenbeemster respectievelijk Bodegraven.