Gepubliceerd op dinsdag 31 maart 2026
IEF 23421
Rechtbank Den Haag ||
11 feb 2026
Rechtbank Den Haag 11 feb 2026, IEF 23421; ECLI:NL:RBDHA:2026:6647 (Comfort Products tegen Heat Performance), https://www.ie-forum.nl/artikelen/geen-ie-bescherming-voor-verwarmde-handschoenen-model-vernietigd-en-eerder-gelegd-beslag-deels-opgeheven

Geen IE-bescherming voor verwarmde handschoenen; model vernietigd en eerder gelegd beslag deels opgeheven

Rb. Den Haag 11 februari 2026, IEF 23421; ECLI:NL:RBDHA:2026:6647 (Comfort Products tegen Heat Performance). De rechtbank wijst alle vorderingen van Comfort Products af in haar geschil met Heat Performance over verwarmde handschoenen. Comfort Products beriep zich op een ingeschreven Gemeenschapsmodel voor haar Dual Heated Gloves Pro (DHG Pro), op auteursrecht, op haar Uniewoordmerk BERTSCHAT en subsidiair op slaafse nabootsing. Het model houdt echter geen stand. De rechtbank oordeelt dat Comfort Products de eerdere Single Heated Gloves Pro al op 24 oktober 2020 zonder voorbehoud op haar website aan het algemene publiek had aangeboden, dus vóór het begin van de twaalfmaands respijttermijn die terugrekent vanaf de depotdatum van 4 februari 2022. Die eerdere openbaarmaking is daarom nieuwheidsschadelijk. Dat oordeel wordt niet anders doordat de DHG Pro technisch is doorontwikkeld, omdat technische verschillen die niet zichtbaar zijn geen rol spelen bij de modelrechtelijke beoordeling. Uiterlijk verschilt de DHG Pro volgens de rechtbank alleen op een ondergeschikt punt van de oudere handschoen, namelijk de vormgeving van de aan/uitknop; daardoor wekken beide handschoenen bij de geïnformeerde gebruiker dezelfde algemene indruk. Het model wordt daarom in reconventie nietig verklaard. Ook het beroep op auteursrecht faalt: de DHG Pro is geen werk in de zin van art. 10 Aw, omdat de door Comfort Products aangewezen kenmerken, zoals stiksel, klittenbandsluiting, label, manchetlengte en knop, volgens de rechtbank banaal, triviaal of functioneel bepaald zijn, terwijl de interne verwarming volledig technisch bepaald en bovendien niet zichtbaar is. Het beroep op merkinbreuk strandt eveneens, omdat Comfort Products onvoldoende heeft onderbouwd dat Heat Performance het merk BERTSCHAT zelf als zoekterm in Google-advertenties gebruikte; Heat Performance had dat gemotiveerd betwist met een verklaring over keyword insertion en de invloed van zoekgeschiedenis. Ook de subsidiaire grondslag van slaafse nabootsing slaagt niet, omdat Comfort Products onvoldoende heeft gesteld en onderbouwd dat de DHG Pro een eigen gezicht op de relevante markt heeft.

De incidentele vorderingen van Comfort Products tot inzage in de beslagen administratie en tot afgifte van de in beslag genomen handschoenen worden ook afgewezen. Voor de exhibitie-vordering op grond van art. 843a (oud) Rv jo. art. 1019a Rv ontbreekt een rechtmatig belang, omdat de rechtbank juist heeft geoordeeld dat Heat Performance geen inbreuk maakt op enig IE-recht van Comfort Products; inzage mag niet dienen om eerst nog te onderzoeken óf er misschien inbreuk is. De gevorderde afgifte van de handschoenen wordt om dezelfde reden afgewezen, omdat afgifte alleen aan de orde kan zijn bij inbreukmakende zaken. In reconventie krijgt Heat Performance wél deels gelijk. De rechtbank verklaart voor recht dat Comfort Products onrechtmatig heeft gehandeld door het leggen van het bewijsbeslag, de inbeslagname van de handschoenen en de blokkering van de verdere verkoop daarvan, en verklaart ook voor recht dat Comfort Products daardoor aansprakelijk is voor de schade van Heat Performance. Die schade moet worden vergoed, nader op te maken bij staat, met wettelijke rente vanaf 30 oktober 2024. Bij de gevorderde opheffing van het beslag maakt de rechtbank onderscheid: het conservatoire beslag op de handschoenen wordt opgeheven, omdat dat beslag was gebaseerd op ondeugdelijke IE-aanspraken en Heat Performance daardoor in haar bedrijfsvoering werd belemmerd; het beslag op de administratie blijft echter in stand, omdat onvoldoende is gebleken dat Heat Performance daardoor noemenswaardig wordt gehinderd en Comfort Products belang behoudt bij haar bewijspositie in verband met een eventueel hoger beroep. De vordering van Heat Performance om Comfort Products opgave te laten doen van haar omzet- en verkoopgegevens wordt afgewezen wegens gebrek aan rechtsgrond. Ten slotte wordt Comfort Products als overwegend in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten van in totaal € 44.188, plus € 278 aan nakosten, te vermeerderen met onder voorwaarden € 92 en betekeningkosten, alles met wettelijke rente als niet tijdig wordt betaald.

4.14.

De rechtbank constateert dat het enige verschil in het uiterlijk van de DHG Pro ten opzichte van de Single Heated Gloves Pro een andere vormgeving betreft van de aan/uitknop (waarmee de verwarming van de handschoenen kan worden bediend). Dit is ter zitting bevestigd door de directeur van Comfort Products. Waar de Single Heated Gloves Pro een rechthoekig plastic ‘plaatje’ hebben met daarop een rode aan/uitknop en rode stippen, hebben de DHG Pro een rechthoekig plastic plaatje met daarop in zwart-wit/grijstinten twee gestileerde handen. Nu Comfort Products de handschoen als geheel beschermd heeft, en de aan/uit-knop een ondergeschikt onderdeel uitmaakt van het gehele depot, wekken de Single Heated Gloves Pro en de DHG Pro eenzelfde algemene indruk bij de geïnformeerde gebruiker. De toevoeging of verandering van een dergelijk minimaal detail kan er niet toe leiden dat de gehele handschoen als ‘nieuw’ moet worden beschouwd en onder bescherming van het modelrecht kan worden gesteld.

4.15.

De slotsom luidt dat de rechtbank oordeelt dat de openbaarmaking van de Single Heated Gloves Pro op 24 oktober 2020 door Comfort Products, derhalve voor aanvang van de respijttermijn op 4 februari 2021, nieuwheidsschadelijk is voor het Model. Het Model komt daarom wegens gebrek aan nieuwheid voor vernietiging in aanmerking. Dit betekent dat de eerste reconventionele vordering van Heat Performance zal worden toegewezen. De tweede reconventionele vordering van Heat Performance tot veroordeling van Comfort Products in een melding bij het EUIPO zal worden afgewezen, nu Heat Performance zelf daarvoor de meest gerede partij is.

4.16.

Omdat Heat Performance geen inbreuk kan maken op een nietig model, liggen alle op het modelrecht gebaseerde vorderingen van Comfort Products voor afwijzing gereed.

4.27.

Bovenstaande in samenhang bezien, oordeelt de rechtbank daarom dat de DHG Pro geen werk is in auteursrechtelijke zin en dat Comfort Products (dus) niet de bescherming van het auteursrecht kan inroepen. Hieruit volgt dat Heat Performance met de Xtreme 1 geen inbreuk maakt of kan maken op de DHG Pro. De vorderingen van Comfort Products op grond van een haar (niet) toekomend auteursrecht zullen daarom eveneens worden afgewezen.

4.36.

Bij deze stand van zaken is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende gebleken dat de DHG Pro bij haar verschijnen een eigen gezicht op de markt had of dit inmiddels heeft. De (subsidiaire) vorderingen van Comfort Products gebaseerd op onrechtmatige daad (slaafse nabootsing) zullen daarom worden afgewezen.