IEF 18156

Vorderingen afgewezen, elementen kerstversiering Edelman banaal/triviaal

Vzr. Rechtbank Amsterdam 12 december 2018, IEF 18156 (Edelman tegen Casa) Modelrecht. Auteursrecht. Slaafse nabootsing. Edelman heeft een ster en kerstboom op de markt gebracht van zwart metaal en ze worden verlicht met LED lampjes aan een lichtsnoer van het type "snake lights". De kerstversiering is op grond van de GModVo geregistreerd als model. Edelman stelt dat Casa identieke kopieën heeft gemaakt en inbreuk maakt op haar auteurs- en modelrecht. In verband met een prejudiciele vraag die nog voor ligt aan het HvJ EU, kan de voorzieningenrechter niet beoordelen of zij bevoegd is met betrekking tot de GModVo. Ook kan er met recht worden getwijfeld aan de vraag of de producten wel een eigen oorspronkelijk karakter hebben en het persoonlijk stempel van de maker dragen. Het belangrijkste element is de overbekende vorm van de kerstboom en ster. De overige elementen zoals het gebruik van metaal, de kleur zwart, het lichtsnoer en de afstand tussen de lampjes is gangbaar (ofwel banaal of triviaal). Geen auteursrechtinbreuk. Ook is er om deze reden geen eigen gezicht op de markt. Geen slaafse nabootsing. Vorderingen afgewezen.

4.1. Op grond van artikel $0 van de EG-verordening betreffende Gemeenschapsmodellen is de rechtbank Den Haag exclusief aangewezen als bevoegde rechter. Tot op heden is in de jurisprudentie wisselend geoordeeld over de vraag of ook voorzieningenrechters van andere rechtbanken dan van de rechtbank Den Haag bevoegd zijn in kort geding te oordelen over vorderingen die zijn gebaseerd op de modellenverordening. In de zaak Spin Master/High5 Products (ECLI:NL:RBAMS :2017:298) heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank eerder haar bevoegdheid aangenomen. Op 31 augustus 2012 is echter tegen dit vonnis cassatie in het belang der wet ingesteld (ECLI:NL:PHR:2018:957). De procureur-generaal neemt hierbij het standpunt in dat zowel uit de totstandkomingsgeschiedenis als uit de wetssystematiek kan worden afgeleid dat in kort geding de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag exclusief bevoegd is. Op 2 november 2018 heeft de Hoge Raad een vraag van uitleg voorgelegd aan het Hof van Justitie van de Europese Unie (ECLI:NL:HR:201$:2027). Deze vraag ligt momenteel nog voor. In afwachting van de beantwoording hiervan acht de voorzieningenrechter van deze rechtbank zich in lijn met het standpunt van de procureur-generaal (en in afwijking van haar eerdere beslissing) onbevoegd om kennis te nemen van de vordering van Edelman voor zover die is gebaseerd op de EG-verordening betreffende Gemeenschapsmodellen.

4.3. Vooralsnog kan niet worden uitgesloten dat een bodemrechter zal oordelen dat de kerstboom en ster van Edelman geen werken zijn in de zin van de Auteurswet. Er kan met recht worden getwijfeld aan de vraag of de producten wel een eigen oorspronkelijk karakter hebben en het persoonlijk stempel van de maker dragen. Het belangrijkste element van de producten is de overbekende vorm van de kerstboom en ster. Die vorm is hoe dan ook niet oorspronkelijk. Overige elementen, zoals het gebruik van metaal. de kleur zwart, het lichtsnoer en de afstand van twee centimeter tussen de lampjes, zijn dermate gangbaar (ofwel banaal of triviaal) dat hierdoor geen werk in de zin van de Auteurswet ontstaat. Hiervoor wordt verwezen naar producties 5 en 6 van Casa International, waaruit volgt dat al véér 1 december 2016, de datum waarop Edelman met haar producten op de markt kwam, dezelfde soort kerstbomen en sterren met lichtjes op de markt waren. Ook lijkt een aantal elementen van de producten van Edelman, zoals het gebruik van metaal en de twee buizen onderdaan de producten, technisch bepaald. Al met al is onvoldoende aannemelijk dat de verschillende elementen, zowel afzonderlijk als in combinatie bezien, het gevolg zijn van creatieve keuzes.

4.6. Als ‘peildatum’ om te bepalen of een product een eigen gezicht heeft op de markt, geldt de datum van aanvang van de gestelde inbreuk. Casa International heeft gesteld dat deze data liggen op 6 en 16 oktober 2018 voor respectievelijk de ster en de kerstboom. Vanaf die data lagen de desbetreffende producten kennelijk in de Nederlandse Casa-winkels. Gezien hetgeen Casa International heeft aangevoerd kan niet worden uitgesloten dat een bodemrechter zal oordelen dat de producten van Edelman op die data geen eigen gezicht op de markt hadden. Opnieuw wordt verwezen naar de producties 5 en 6 van Casa International waaruit volgt dat véér oktober 2018 tal van gelijksoortige sterren en kerstbomen met verlichting op de markt waren. In die producties zijn tal van sterren en kerstbomen afgebeeld, bestaande uit een frame, in min of meer dezelfde vorm als die van de producten van Edelman. al dan niet van metaal en met verlichting eromheen. Omdat het hier gaat om gangbare producten, met overbekende vormen, die door tal van aanbieders in tal van winkels worden aangeboden, ligt de lat om te komen tot het oordeel dat sprake is van een ‘eigen gezicht’ hoog. Voorshands heeft Edelman die lat niet gehaald. Enig bewijs voor verwarring (bij consumenten enlof winkeliers) heeft Edelman overigens ook niet in het geding gebracht.