IEF 19483

Cassatie Montis op grond van artikel 81 RO afgewezen

HR 9 oktober 2020, IEF 19483; ECLI:NL:HR:2020:1588 (Montis tegen Klaver) Auteursrecht. Opnieuw mag de Hoge Raad zich buigen over de vraag of de Charly-stoel van Montis in Nederland auteursrechtelijke bescherming geniet. De geschilpunten zijn voor een deel dezelfde als in de eerdere zaak Montis/Verweerster [IEF 19168]. Maar in deze zaak is ook een nieuw hoofdstuk toegevoegd: na zich aanvankelijk te hebben beroepen op het Nederlandse en vervolgens op het Duitse auteursrecht, doet Montis in onderhavige zaak tegen Klaver een beroep op het Franse auteursrecht. De vraag die in cassatie centraal staat is of het auteursrecht op de Charly-stoel van Montis herleeft op grond van art. 51 lid 1 Auteurswet wegens auteursrechtelijke bescherming in Frankrijk. Het hof [IEF 18212] had geoordeeld dat dit niet het geval was. De conclusie van de A-G [IEF 19295] tot verwerping van het cassatieberoep wordt gevolgd. Op grond van artikel 81 lid 1 RO kan de klacht niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof.

2.1. De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervanis dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).