IEF 18302

Boschproject.org is gemeenschappelijk goed, BRCP mag hier dus op voortborduren

Vzr. Rechtbank Amsterdam 7 maart 2019, IEF 18302; ECLI:NL:RBAMS:2019:1739 (X tegen BRCP). Dit is het tweede kort geding in deze zaak (voor het eerste kort geding, zie IEF 17792). De reden voor het aanspannen van dit tweede kort geding was dat Bosch Research and Conservation Project (hierna: BRCP) op 29 november 2018 een nieuwe website heeft gelanceerd (www.jheronimusbosch.org) waarmee wordt voortgeborduurd op de website http://boschproject.org die onderwerp van geschil was in het eerste kort geding. Gedaagde stelt zich op het standpunt dat er o.a. door de publicatie van de nieuwe website van BRCP sprake is van auteursrechtinbreuk. De voorzieningenrechter oordeelt echter dat het BRCP niet kan worden verboden om ten behoeve van haar nieuwe website de onder de voormalige samenwerking tot stand gekomen onderdelen van de oude website, te gebruiken. De voorzieningenrechter heeft de vorderingen van gedaagde afgewezen en gedaagde veroordeeld in de proceskosten ex artikel 109h Rv.

4.2. Voorop staat dat website A niet los kan worden gezien van de samenwerking van partijen in het kader van het project. Ook als X moet worden gezien als de hoofdontwerper van website A, is voldoende aannemelijk dat website A een product is van gezamenlijke inspanningen van X en de andere leden van het team. Onder meer staat vast dat voor website A gehanteerde oorspronkelijke foto’s en teksten gemaakt zijn door andere teamleden dan X. Verder is voldoende aannemelijk dat het tot stand komen van website A deel uitmaakte van het project, waarmee BRCP al in 2010 was begonnen en eindverantwoordelijk was. De registratie van de domeinnaam boschproject.org door X op naam van BRCP duidt daar onmiskenbaar op. BRCP moet dan ook, zoals ook in het eerdere kort geding is aangenomen, worden gezien als de rechthebbende op deze domeinnaam.

4.7. Hoe dan ook echter, tegen de achtergrond van het onder 4.2 en 4.3 overwogene brengen de eisen van redelijkheid en billijkheid in de gegeven omstandigheden mee dat het BRCP niet kan worden verboden om ten behoeve van website B de onder de voormalige samenwerking tot stand gekomen onderdelen van website A, ook als deze werken bevat waarvan X als de maker moet worden aangemerkt en zelfs als deze (deels) auteursrechtelijk beschermd zijn, te kunnen gebruiken. Daarbij wordt meegewogen dat voldoende aannemelijk is geworden dat BRCP noodgedwongen website B in de lucht heeft moeten brengen aan de vooravond van de tentoonstelling “Jheronimus Bosch en de Aanbidding der Koningen”, omdat op 29 november 2018 nog geen overeenstemming tussen partijen was bereikt over (de aanpassing van) website A. Slaafse nabootsing is gezien het voorgaande niet aan de orde. Dat het ontbreken van overeenstemming met name te wijten zou zijn aan een onredelijke opstelling van BRCP heeft X niet aannemelijk gemaakt. Ook de stelling van X dat zijn persoonlijkheidsrechten in het geding zijn, staat een gebruik van BRCP van website B niet in de weg. BRCP heeft de naam van X vermeld en verwezen naar website A. Dat website B verminkte X beelden zou bevatten en/of anderszins afbreuk zou doen aan diens reputatie, is voorshands onvoldoende aannemelijk geworden.

4.9. Dat BRCP op enige andere wijze dan door middel van het gebruik van website B inbreuk zou maken op de rechten van X is gesteld noch gebleken. Het voorgaande leidt ertoe dat de vorderingen onder A tot en met D zullen worden afgewezen.